Wat is een cello?

cello

De cello is een groot, vioolvormig strijkinstrument met vier snaren

Wat is een cello?

De cello is familie van de viool en de altviool, allen strijkinstrumenten met vier snaren. De snaren van een cello worden in kwinten gestemd, met van laag naar hoog een C, G, D en A. De snaren van een cello worden meestal bespeeld met een strijkstok, maar af en toe ook geplukt met de hand (pizzicato).

Een gemiddelde cello is zo’n 1,20 meter lang, maar er bestaan ook kleinere cellomaten voor muzikanten met kleine handen of voor kinderen die het instrument willen leren spelen. Bij het bespelen rust de cello op een punt, die in hoogte verstelbaar is. Het instrument wordt door de cellist tussen zijn benen geklemd, en rust iets onder de linkerschouder tegen het bovenlichaam.

Start / pauzeer slideshow

In welke bezettingen komt de cello vooral voor?

De cello is onmisbaar in het symfonieorkest, waarin altijd meerdere cello’s samenspelen. Tot aan de Romantiek geldt: hoe nieuwer de compositie, hoe groter het orkest en dus hoe meer cello's. In een symfonie van Mozart spelen er maximaal zes cello’s mee, maar bij een symfonie van Mahler is twaalf cello’s niet ongebruikelijk.

Bij een symfonie van Mahler is twaalf cello’s niet ongebruikelijk

Verder komt de cello voor in verschillende kamermuziekbezettingen, waarvan het strijkkwartet het belangrijkste is. Er zijn ook solowerken voor cello, maar het instrument staat niet vaak alleen op het podium. Van oorsprong heeft het instrument juist een begeleidende rol. Veel voorkomende combinaties zijn cello en piano of solocello en symfonieorkest.

Wanneer werd de cello een solo-instrument?

Samen met de violone (basviool), was de 'violoncello' (kortweg cello) oorspronkelijk een uitvinding om de klank van de viool en altviool in de laagte compleet moest maken. Pas aan het einde van de barok werd de cello meer gewaardeerd als solo-instrument.

De cello moest het als solo-instrument opnemen tegen de veel chiquere 'viola da gamba', familie van de contrabas, waar wel veel repertoire voor was. Je kunt een viola da gamba en contrabas goed onderscheiden van een cello: de eerste twee hebben 'hangende schouders' terwijl de laatste - net als een viool - z'n schouders stevig overeind houdt.

In Frankrijk werd de cello (net als de viool) tot ver in de achttiende eeuw gezien als een instrument voor kroegen, bordelen en dansgelegenheden.