Meesters op de Gitaar: Ana Vidovic
Kleine Zaal 06 juni 2026 20.15 uur
Ana Vidović gitaar
Dit concert maakt deel uit van de serie Meesters op de Gitaar.
Johann Sebastian Bach (1685-1750)
Partita nr. 3 in E gr.t., BWV 1006 (1720)
oorspronkelijk voor viool solo, bewerking Valter Despali
Prelude
Loure
Gavotte en rondeau
Menuet I
Menuet II
Bourrée
Gavotte
Chaconne uit ‘Partita nr. 2 in
d kl.t.’, BWV 1004 (1720)
oorspronkelijk voor viool solo, bewerking Andrés Segovia
Manuel Ponce (1882-1948)
Sonatina meridional (1932)
Campo
Copla
Fiesta
pauze ± 21.00 uur
Domenico Scarlatti (1685-1757)
Sonate in d kl.t., K. 213 (1756-57)
oorspronkelijk voor klavecimbel
Sonate in d kl.t., K. 1 (1738-39)
oorspronkelijk voor klavecimbel
Sonate in b kl.t., K. 27 (1738-39)
oorspronkelijk voor klavecimbel
Sonate in f kl.t., K. 239 (1756-57)
oorspronkelijk voor klavecimbel
Franz Schubert (1797-1828)
Ständchen, D 889 (1826)
oorspronkelijk voor zang en piano
Slavko Fumić (1912-1945)
Nocturne (jaartal onbekend)
Federico Moreno Torroba (1891-1982)
Suite castellana (jaartal onbekend)
Fandanguillo
Arada
Danza
Agustín Barrios Mangoré (1885-1944)
La catedral (1921, revisie 1938)
Preludio saudade
Andante religioso
Allegro solemne
einde ± 22.15 uur
Ana Vidović gitaar
Dit concert maakt deel uit van de serie Meesters op de Gitaar.
Johann Sebastian Bach (1685-1750)
Partita nr. 3 in E gr.t., BWV 1006 (1720)
oorspronkelijk voor viool solo, bewerking Valter Despali
Prelude
Loure
Gavotte en rondeau
Menuet I
Menuet II
Bourrée
Gavotte
Chaconne uit ‘Partita nr. 2 in
d kl.t.’, BWV 1004 (1720)
oorspronkelijk voor viool solo, bewerking Andrés Segovia
Manuel Ponce (1882-1948)
Sonatina meridional (1932)
Campo
Copla
Fiesta
pauze ± 21.00 uur
Domenico Scarlatti (1685-1757)
Sonate in d kl.t., K. 213 (1756-57)
oorspronkelijk voor klavecimbel
Sonate in d kl.t., K. 1 (1738-39)
oorspronkelijk voor klavecimbel
Sonate in b kl.t., K. 27 (1738-39)
oorspronkelijk voor klavecimbel
Sonate in f kl.t., K. 239 (1756-57)
oorspronkelijk voor klavecimbel
Franz Schubert (1797-1828)
Ständchen, D 889 (1826)
oorspronkelijk voor zang en piano
Slavko Fumić (1912-1945)
Nocturne (jaartal onbekend)
Federico Moreno Torroba (1891-1982)
Suite castellana (jaartal onbekend)
Fandanguillo
Arada
Danza
Agustín Barrios Mangoré (1885-1944)
La catedral (1921, revisie 1938)
Preludio saudade
Andante religioso
Allegro solemne
einde ± 22.15 uur
Toelichting
Johann Sebastian Bach (1685-1750)
Bach
Ze worden wel ‘de Himalaya voor violisten genoemd,’ Johann Sebastian Bachs zes sonates en partita’s voor vioolsolo waarvan er vandaag één klinkt in een bewerking voor gitaar. Technisch moeilijk met al die dubbelgrepen, maar lastig vooral omdat Bach het presteert om ook op de (in principe éénstemmige) viool meerstemmigheid te suggereren. Daarmee zijn de stukken een niet te evenaren hoogtepunt binnen het repertoire voor viool zonder begeleiding.
Of ze tijdens Bachs leven zijn uitgevoerd, weten we niet. Lange tijd vielen ze ten prooi aan de vergetelheid, ze werden hoogstens gezien als studiemateriaal. En ook toen ze in 1802, een halve eeuw na Bachs dood, in Duitsland werden uitgegeven, was de belangstelling nog niet erg groot. Dat is nu wel anders. Zelfs niet-violisten voelen de behoefte zich dit solorepertoire toe te eigenen en slaan aan het arrangeren. Daar is niets mis mee. Bach zelf schijnt ze ook op zijn favoriete instrument, het clavichord, te hebben gespeeld en voegde dan harmonieën toe. En van de Prelude van de Derde partita in E groot maakte hij zelfs een versie voor orkest, met trompetten, hobo’s, orgel en strijkers als openings-Sinfonia van cantate BWV 29, Wir danken dir, Gott.
Voor velen het hoogtepunt van de vioolsonates en -partita’s is de grootse Chaconne waarmee de Tweede partita wordt afgesloten. Een chaconne is een zeventiende-eeuwse dans met een steeds herhaalde baslijn waarboven variaties klinken. Johannes Brahms was van Bachs meesterstuk zo onder de indruk, dat hij zei: ‘Stel ik me voor dat ik het stuk had kunnen maken, ontvangen, dan weet ik zeker dat ik van bovenmatige opwinding en ontsteltenis waanzinnig was geworden.’
Ze worden wel ‘de Himalaya voor violisten genoemd,’ Johann Sebastian Bachs zes sonates en partita’s voor vioolsolo waarvan er vandaag één klinkt in een bewerking voor gitaar. Technisch moeilijk met al die dubbelgrepen, maar lastig vooral omdat Bach het presteert om ook op de (in principe éénstemmige) viool meerstemmigheid te suggereren. Daarmee zijn de stukken een niet te evenaren hoogtepunt binnen het repertoire voor viool zonder begeleiding.
Of ze tijdens Bachs leven zijn uitgevoerd, weten we niet. Lange tijd vielen ze ten prooi aan de vergetelheid, ze werden hoogstens gezien als studiemateriaal. En ook toen ze in 1802, een halve eeuw na Bachs dood, in Duitsland werden uitgegeven, was de belangstelling nog niet erg groot. Dat is nu wel anders. Zelfs niet-violisten voelen de behoefte zich dit solorepertoire toe te eigenen en slaan aan het arrangeren. Daar is niets mis mee. Bach zelf schijnt ze ook op zijn favoriete instrument, het clavichord, te hebben gespeeld en voegde dan harmonieën toe. En van de Prelude van de Derde partita in E groot maakte hij zelfs een versie voor orkest, met trompetten, hobo’s, orgel en strijkers als openings-Sinfonia van cantate BWV 29, Wir danken dir, Gott.
Voor velen het hoogtepunt van de vioolsonates en -partita’s is de grootse Chaconne waarmee de Tweede partita wordt afgesloten. Een chaconne is een zeventiende-eeuwse dans met een steeds herhaalde baslijn waarboven variaties klinken. Johannes Brahms was van Bachs meesterstuk zo onder de indruk, dat hij zei: ‘Stel ik me voor dat ik het stuk had kunnen maken, ontvangen, dan weet ik zeker dat ik van bovenmatige opwinding en ontsteltenis waanzinnig was geworden.’
Manuel Ponce (1882-1948)
Ponce
Manuel Ponce is de eerste van drie componisten op dit programma die eind negentiende eeuw binnen hetzelfde decennium werden geboren, een Spaanstalige achtergrond hadden en putten uit de folklore van hun land. Ponce was Mexicaan. Al op zijn vierde toonde hij zijn talent, toen hij zonder het ooit eerder te hebben gehoord op de piano feilloos een stuk naspeelde dat zijn zusje net had voorgedragen. Ponce sloeg een brug tussen het officiële concertcircuit en de toen grotendeels vergeten traditionele Mexicaanse volksmuziek. Hij was docent piano en muziekgeschiedenis aan het conservatorium van Mexico-Stad en doceerde later folklore aan de toen net opgerichte muziekfaculteit van de universiteit. Ponces bekendste compositie is Estrellita, het meest gezongen kunstlied van Latijns-Amerika. Tijdens zijn verblijf in Parijs (1925-33) verdiepte zijn stijl zich onder invloed van componist Paul Dukas. De Sonatina meridional (meridional = zuidelijk) is een laat werk. Campo betekent ‘platteland, akker,’ Copla ‘strofe’ of ‘gedichtje’, Fiesta ‘feest’.
Manuel Ponce is de eerste van drie componisten op dit programma die eind negentiende eeuw binnen hetzelfde decennium werden geboren, een Spaanstalige achtergrond hadden en putten uit de folklore van hun land. Ponce was Mexicaan. Al op zijn vierde toonde hij zijn talent, toen hij zonder het ooit eerder te hebben gehoord op de piano feilloos een stuk naspeelde dat zijn zusje net had voorgedragen. Ponce sloeg een brug tussen het officiële concertcircuit en de toen grotendeels vergeten traditionele Mexicaanse volksmuziek. Hij was docent piano en muziekgeschiedenis aan het conservatorium van Mexico-Stad en doceerde later folklore aan de toen net opgerichte muziekfaculteit van de universiteit. Ponces bekendste compositie is Estrellita, het meest gezongen kunstlied van Latijns-Amerika. Tijdens zijn verblijf in Parijs (1925-33) verdiepte zijn stijl zich onder invloed van componist Paul Dukas. De Sonatina meridional (meridional = zuidelijk) is een laat werk. Campo betekent ‘platteland, akker,’ Copla ‘strofe’ of ‘gedichtje’, Fiesta ‘feest’.
Domenico Scarlatti (1685-1757)
Scarlatti
Een sterk Spaans accent heeft ook Domenico Scarlatti. De geboren Italiaan, zoon van de beroemde Alessandro Scarlatti, reisde als veertiger mee met zijn klavecimbelleerlinge Maria Barbara, de Portugese infanta die na haar huwelijk met de Spaanse kroonprins verhuisde naar het hof in Madrid. Scarlatti schiep hier een oeuvre waarin hij zich helemaal wijdde aan één muziekvorm: de klavecimbelsonate. Van de 555 gecatalogiseerde sonates publiceerde hij er tijdens zijn leven maar dertig en dan nog onder de bescheiden titel Essercizi (‘oefeningen’). De sonates zijn altijd eendelig en waren misschien bedoeld om in paren te worden gespeeld. Ze klinken vaak goed op gitaar, het Spaanse instrument bij uitstek waardoor ze misschien wel werden geïnspireerd.
Een sterk Spaans accent heeft ook Domenico Scarlatti. De geboren Italiaan, zoon van de beroemde Alessandro Scarlatti, reisde als veertiger mee met zijn klavecimbelleerlinge Maria Barbara, de Portugese infanta die na haar huwelijk met de Spaanse kroonprins verhuisde naar het hof in Madrid. Scarlatti schiep hier een oeuvre waarin hij zich helemaal wijdde aan één muziekvorm: de klavecimbelsonate. Van de 555 gecatalogiseerde sonates publiceerde hij er tijdens zijn leven maar dertig en dan nog onder de bescheiden titel Essercizi (‘oefeningen’). De sonates zijn altijd eendelig en waren misschien bedoeld om in paren te worden gespeeld. Ze klinken vaak goed op gitaar, het Spaanse instrument bij uitstek waardoor ze misschien wel werden geïnspireerd.
Franz Schubert (1797-1828)
Schubert
Ook een bewerking is Ständchen van Franz Schubert, die zelf gitaar speelde. Hij schreef het lied in juli 1826 tijdens een uitstapje met vrienden in de omgeving van Wenen. Aan een tafel van herberg Zum Birsack in Währing ontwaarden ze nog een bekende en schoven aan. De jongeman had een opengeslagen boek voor zich liggen, waarin Schubert gretig begon te bladeren; bij het lezen van een van de gedichten riep hij plotseling enthousiast uit: ‘Wat een verrukkelijke melodie komt er net in mijn hoofd op, had ik maar een vel muziekpapier bij me.’ Waarop iemand hem de papieren rekening overhandigde en Schubert daarop Ständchen noteerde. Het gedicht, oorspronkelijk Song geheten, komt uit Shakespeares toneelstuk Cymbelline met de beginregel ‘Luister, luister, de leeuwerik in het blauw van de ether’.
Ook een bewerking is Ständchen van Franz Schubert, die zelf gitaar speelde. Hij schreef het lied in juli 1826 tijdens een uitstapje met vrienden in de omgeving van Wenen. Aan een tafel van herberg Zum Birsack in Währing ontwaarden ze nog een bekende en schoven aan. De jongeman had een opengeslagen boek voor zich liggen, waarin Schubert gretig begon te bladeren; bij het lezen van een van de gedichten riep hij plotseling enthousiast uit: ‘Wat een verrukkelijke melodie komt er net in mijn hoofd op, had ik maar een vel muziekpapier bij me.’ Waarop iemand hem de papieren rekening overhandigde en Schubert daarop Ständchen noteerde. Het gedicht, oorspronkelijk Song geheten, komt uit Shakespeares toneelstuk Cymbelline met de beginregel ‘Luister, luister, de leeuwerik in het blauw van de ether’.
Slavko Fumić (1912-1945)
Fumić
Net als gitariste Ana Vidović was Slavko Fumić een Kroaat. Als gitarist trad hij solistisch op, maar ook vaak in duo met zijn broer Rudolf. Fumićs leven was vervuld van muziek, hoewel hij zijn brood verdiende bij de trammaatschappij van Zagreb. Ook dirigeerde hij het mandoline- en gitaarorkest van het trampersoneel. De gevoelige, kleine Nocturno voor gitaarsolo is zijn bekendste werk. Fumić stierf jong, op zijn 33ste, in een politieke gevangenis.
Net als gitariste Ana Vidović was Slavko Fumić een Kroaat. Als gitarist trad hij solistisch op, maar ook vaak in duo met zijn broer Rudolf. Fumićs leven was vervuld van muziek, hoewel hij zijn brood verdiende bij de trammaatschappij van Zagreb. Ook dirigeerde hij het mandoline- en gitaarorkest van het trampersoneel. De gevoelige, kleine Nocturno voor gitaarsolo is zijn bekendste werk. Fumić stierf jong, op zijn 33ste, in een politieke gevangenis.
Federico Moreno Torroba (1891-1982)
Torroba
De in Madrid geboren Federico Moreno Torroba is de ‘modernste’ componist van vandaag. Meestal associeert men hem met de zarzuela, de traditionele, lichtvoetige Spaanse operette. Hij schreef er tachtig, waarvan Luisa Fernanda uit 1932 het bekendst is. Op zeker moment was hij impresario van drie verschillende operahuizen tegelijk. In 1946 startte hij een tournee van twee jaar met een zarzuelagezelschap door Latijns-Amerika. Toen Torroba 89 was, ging zijn opera El poeta in première met Plácido Domingo in de hoofdrol. Zijn ontmoeting met de beroemde gitarist Andrés Segovia (1893-1987) leidde tot onder andere twee gitaarconcerten en de Suite castellana, die hij voor hem schreef. Deze ‘Castiliaanse suite’ heeft drie delen: Fandanguillo (een populaire dans in 3/8-maat), Arada (terra arada = geploegd land) en Danza (dans).
De in Madrid geboren Federico Moreno Torroba is de ‘modernste’ componist van vandaag. Meestal associeert men hem met de zarzuela, de traditionele, lichtvoetige Spaanse operette. Hij schreef er tachtig, waarvan Luisa Fernanda uit 1932 het bekendst is. Op zeker moment was hij impresario van drie verschillende operahuizen tegelijk. In 1946 startte hij een tournee van twee jaar met een zarzuelagezelschap door Latijns-Amerika. Toen Torroba 89 was, ging zijn opera El poeta in première met Plácido Domingo in de hoofdrol. Zijn ontmoeting met de beroemde gitarist Andrés Segovia (1893-1987) leidde tot onder andere twee gitaarconcerten en de Suite castellana, die hij voor hem schreef. Deze ‘Castiliaanse suite’ heeft drie delen: Fandanguillo (een populaire dans in 3/8-maat), Arada (terra arada = geploegd land) en Danza (dans).
Agustín Barrios Mangoré (1885-1944)
Barrios Mangoré
Een topwerk uit de twintigste-eeuwse gitaarliteratuur is La catedral van de Paraguayaanse Agustín Barrios Mangoré, een van de grootste rondreizende gitaarvirtuozen en zeer productief componist voor zijn instrument. Inspiratie voor La catedral vond Barrios in muziek van Bach, in het geloof en tijdens een bezoek aan de prachtige kathedraal San José in de Uruguayaanse hoofdstad Montevideo. Deel 2 en 3 ontstonden in die stad als ‘Dístico sacro’; de Preludio saudade (het Portugese begrip saudade staat voor ‘diep verlangen’) schreef hij er pas bij in 1938 in Havana, Cuba. De Preludio beeldt de nostalgische gevoelens en contemplatie uit van iemand die een religieus gebouw gaat betreden; met het Andante religioso bevinden we ons binnenin de kathedraal en horen de klokken. Het snelle Allegro solemne vormt een scherp contrast: het symboliseert de chaotische drukte en energie buiten de kerk. Barrios Mangoré overleed in 1944 in El Salvador; misschien werd hij vermoord door de minnaar van zijn echtgenote.
Een topwerk uit de twintigste-eeuwse gitaarliteratuur is La catedral van de Paraguayaanse Agustín Barrios Mangoré, een van de grootste rondreizende gitaarvirtuozen en zeer productief componist voor zijn instrument. Inspiratie voor La catedral vond Barrios in muziek van Bach, in het geloof en tijdens een bezoek aan de prachtige kathedraal San José in de Uruguayaanse hoofdstad Montevideo. Deel 2 en 3 ontstonden in die stad als ‘Dístico sacro’; de Preludio saudade (het Portugese begrip saudade staat voor ‘diep verlangen’) schreef hij er pas bij in 1938 in Havana, Cuba. De Preludio beeldt de nostalgische gevoelens en contemplatie uit van iemand die een religieus gebouw gaat betreden; met het Andante religioso bevinden we ons binnenin de kathedraal en horen de klokken. Het snelle Allegro solemne vormt een scherp contrast: het symboliseert de chaotische drukte en energie buiten de kerk. Barrios Mangoré overleed in 1944 in El Salvador; misschien werd hij vermoord door de minnaar van zijn echtgenote.
Johann Sebastian Bach (1685-1750)
Bach
Ze worden wel ‘de Himalaya voor violisten genoemd,’ Johann Sebastian Bachs zes sonates en partita’s voor vioolsolo waarvan er vandaag één klinkt in een bewerking voor gitaar. Technisch moeilijk met al die dubbelgrepen, maar lastig vooral omdat Bach het presteert om ook op de (in principe éénstemmige) viool meerstemmigheid te suggereren. Daarmee zijn de stukken een niet te evenaren hoogtepunt binnen het repertoire voor viool zonder begeleiding.
Of ze tijdens Bachs leven zijn uitgevoerd, weten we niet. Lange tijd vielen ze ten prooi aan de vergetelheid, ze werden hoogstens gezien als studiemateriaal. En ook toen ze in 1802, een halve eeuw na Bachs dood, in Duitsland werden uitgegeven, was de belangstelling nog niet erg groot. Dat is nu wel anders. Zelfs niet-violisten voelen de behoefte zich dit solorepertoire toe te eigenen en slaan aan het arrangeren. Daar is niets mis mee. Bach zelf schijnt ze ook op zijn favoriete instrument, het clavichord, te hebben gespeeld en voegde dan harmonieën toe. En van de Prelude van de Derde partita in E groot maakte hij zelfs een versie voor orkest, met trompetten, hobo’s, orgel en strijkers als openings-Sinfonia van cantate BWV 29, Wir danken dir, Gott.
Voor velen het hoogtepunt van de vioolsonates en -partita’s is de grootse Chaconne waarmee de Tweede partita wordt afgesloten. Een chaconne is een zeventiende-eeuwse dans met een steeds herhaalde baslijn waarboven variaties klinken. Johannes Brahms was van Bachs meesterstuk zo onder de indruk, dat hij zei: ‘Stel ik me voor dat ik het stuk had kunnen maken, ontvangen, dan weet ik zeker dat ik van bovenmatige opwinding en ontsteltenis waanzinnig was geworden.’
Ze worden wel ‘de Himalaya voor violisten genoemd,’ Johann Sebastian Bachs zes sonates en partita’s voor vioolsolo waarvan er vandaag één klinkt in een bewerking voor gitaar. Technisch moeilijk met al die dubbelgrepen, maar lastig vooral omdat Bach het presteert om ook op de (in principe éénstemmige) viool meerstemmigheid te suggereren. Daarmee zijn de stukken een niet te evenaren hoogtepunt binnen het repertoire voor viool zonder begeleiding.
Of ze tijdens Bachs leven zijn uitgevoerd, weten we niet. Lange tijd vielen ze ten prooi aan de vergetelheid, ze werden hoogstens gezien als studiemateriaal. En ook toen ze in 1802, een halve eeuw na Bachs dood, in Duitsland werden uitgegeven, was de belangstelling nog niet erg groot. Dat is nu wel anders. Zelfs niet-violisten voelen de behoefte zich dit solorepertoire toe te eigenen en slaan aan het arrangeren. Daar is niets mis mee. Bach zelf schijnt ze ook op zijn favoriete instrument, het clavichord, te hebben gespeeld en voegde dan harmonieën toe. En van de Prelude van de Derde partita in E groot maakte hij zelfs een versie voor orkest, met trompetten, hobo’s, orgel en strijkers als openings-Sinfonia van cantate BWV 29, Wir danken dir, Gott.
Voor velen het hoogtepunt van de vioolsonates en -partita’s is de grootse Chaconne waarmee de Tweede partita wordt afgesloten. Een chaconne is een zeventiende-eeuwse dans met een steeds herhaalde baslijn waarboven variaties klinken. Johannes Brahms was van Bachs meesterstuk zo onder de indruk, dat hij zei: ‘Stel ik me voor dat ik het stuk had kunnen maken, ontvangen, dan weet ik zeker dat ik van bovenmatige opwinding en ontsteltenis waanzinnig was geworden.’
Manuel Ponce (1882-1948)
Ponce
Manuel Ponce is de eerste van drie componisten op dit programma die eind negentiende eeuw binnen hetzelfde decennium werden geboren, een Spaanstalige achtergrond hadden en putten uit de folklore van hun land. Ponce was Mexicaan. Al op zijn vierde toonde hij zijn talent, toen hij zonder het ooit eerder te hebben gehoord op de piano feilloos een stuk naspeelde dat zijn zusje net had voorgedragen. Ponce sloeg een brug tussen het officiële concertcircuit en de toen grotendeels vergeten traditionele Mexicaanse volksmuziek. Hij was docent piano en muziekgeschiedenis aan het conservatorium van Mexico-Stad en doceerde later folklore aan de toen net opgerichte muziekfaculteit van de universiteit. Ponces bekendste compositie is Estrellita, het meest gezongen kunstlied van Latijns-Amerika. Tijdens zijn verblijf in Parijs (1925-33) verdiepte zijn stijl zich onder invloed van componist Paul Dukas. De Sonatina meridional (meridional = zuidelijk) is een laat werk. Campo betekent ‘platteland, akker,’ Copla ‘strofe’ of ‘gedichtje’, Fiesta ‘feest’.
Manuel Ponce is de eerste van drie componisten op dit programma die eind negentiende eeuw binnen hetzelfde decennium werden geboren, een Spaanstalige achtergrond hadden en putten uit de folklore van hun land. Ponce was Mexicaan. Al op zijn vierde toonde hij zijn talent, toen hij zonder het ooit eerder te hebben gehoord op de piano feilloos een stuk naspeelde dat zijn zusje net had voorgedragen. Ponce sloeg een brug tussen het officiële concertcircuit en de toen grotendeels vergeten traditionele Mexicaanse volksmuziek. Hij was docent piano en muziekgeschiedenis aan het conservatorium van Mexico-Stad en doceerde later folklore aan de toen net opgerichte muziekfaculteit van de universiteit. Ponces bekendste compositie is Estrellita, het meest gezongen kunstlied van Latijns-Amerika. Tijdens zijn verblijf in Parijs (1925-33) verdiepte zijn stijl zich onder invloed van componist Paul Dukas. De Sonatina meridional (meridional = zuidelijk) is een laat werk. Campo betekent ‘platteland, akker,’ Copla ‘strofe’ of ‘gedichtje’, Fiesta ‘feest’.
Domenico Scarlatti (1685-1757)
Scarlatti
Een sterk Spaans accent heeft ook Domenico Scarlatti. De geboren Italiaan, zoon van de beroemde Alessandro Scarlatti, reisde als veertiger mee met zijn klavecimbelleerlinge Maria Barbara, de Portugese infanta die na haar huwelijk met de Spaanse kroonprins verhuisde naar het hof in Madrid. Scarlatti schiep hier een oeuvre waarin hij zich helemaal wijdde aan één muziekvorm: de klavecimbelsonate. Van de 555 gecatalogiseerde sonates publiceerde hij er tijdens zijn leven maar dertig en dan nog onder de bescheiden titel Essercizi (‘oefeningen’). De sonates zijn altijd eendelig en waren misschien bedoeld om in paren te worden gespeeld. Ze klinken vaak goed op gitaar, het Spaanse instrument bij uitstek waardoor ze misschien wel werden geïnspireerd.
Een sterk Spaans accent heeft ook Domenico Scarlatti. De geboren Italiaan, zoon van de beroemde Alessandro Scarlatti, reisde als veertiger mee met zijn klavecimbelleerlinge Maria Barbara, de Portugese infanta die na haar huwelijk met de Spaanse kroonprins verhuisde naar het hof in Madrid. Scarlatti schiep hier een oeuvre waarin hij zich helemaal wijdde aan één muziekvorm: de klavecimbelsonate. Van de 555 gecatalogiseerde sonates publiceerde hij er tijdens zijn leven maar dertig en dan nog onder de bescheiden titel Essercizi (‘oefeningen’). De sonates zijn altijd eendelig en waren misschien bedoeld om in paren te worden gespeeld. Ze klinken vaak goed op gitaar, het Spaanse instrument bij uitstek waardoor ze misschien wel werden geïnspireerd.
Franz Schubert (1797-1828)
Schubert
Ook een bewerking is Ständchen van Franz Schubert, die zelf gitaar speelde. Hij schreef het lied in juli 1826 tijdens een uitstapje met vrienden in de omgeving van Wenen. Aan een tafel van herberg Zum Birsack in Währing ontwaarden ze nog een bekende en schoven aan. De jongeman had een opengeslagen boek voor zich liggen, waarin Schubert gretig begon te bladeren; bij het lezen van een van de gedichten riep hij plotseling enthousiast uit: ‘Wat een verrukkelijke melodie komt er net in mijn hoofd op, had ik maar een vel muziekpapier bij me.’ Waarop iemand hem de papieren rekening overhandigde en Schubert daarop Ständchen noteerde. Het gedicht, oorspronkelijk Song geheten, komt uit Shakespeares toneelstuk Cymbelline met de beginregel ‘Luister, luister, de leeuwerik in het blauw van de ether’.
Ook een bewerking is Ständchen van Franz Schubert, die zelf gitaar speelde. Hij schreef het lied in juli 1826 tijdens een uitstapje met vrienden in de omgeving van Wenen. Aan een tafel van herberg Zum Birsack in Währing ontwaarden ze nog een bekende en schoven aan. De jongeman had een opengeslagen boek voor zich liggen, waarin Schubert gretig begon te bladeren; bij het lezen van een van de gedichten riep hij plotseling enthousiast uit: ‘Wat een verrukkelijke melodie komt er net in mijn hoofd op, had ik maar een vel muziekpapier bij me.’ Waarop iemand hem de papieren rekening overhandigde en Schubert daarop Ständchen noteerde. Het gedicht, oorspronkelijk Song geheten, komt uit Shakespeares toneelstuk Cymbelline met de beginregel ‘Luister, luister, de leeuwerik in het blauw van de ether’.
Slavko Fumić (1912-1945)
Fumić
Net als gitariste Ana Vidović was Slavko Fumić een Kroaat. Als gitarist trad hij solistisch op, maar ook vaak in duo met zijn broer Rudolf. Fumićs leven was vervuld van muziek, hoewel hij zijn brood verdiende bij de trammaatschappij van Zagreb. Ook dirigeerde hij het mandoline- en gitaarorkest van het trampersoneel. De gevoelige, kleine Nocturno voor gitaarsolo is zijn bekendste werk. Fumić stierf jong, op zijn 33ste, in een politieke gevangenis.
Net als gitariste Ana Vidović was Slavko Fumić een Kroaat. Als gitarist trad hij solistisch op, maar ook vaak in duo met zijn broer Rudolf. Fumićs leven was vervuld van muziek, hoewel hij zijn brood verdiende bij de trammaatschappij van Zagreb. Ook dirigeerde hij het mandoline- en gitaarorkest van het trampersoneel. De gevoelige, kleine Nocturno voor gitaarsolo is zijn bekendste werk. Fumić stierf jong, op zijn 33ste, in een politieke gevangenis.
Federico Moreno Torroba (1891-1982)
Torroba
De in Madrid geboren Federico Moreno Torroba is de ‘modernste’ componist van vandaag. Meestal associeert men hem met de zarzuela, de traditionele, lichtvoetige Spaanse operette. Hij schreef er tachtig, waarvan Luisa Fernanda uit 1932 het bekendst is. Op zeker moment was hij impresario van drie verschillende operahuizen tegelijk. In 1946 startte hij een tournee van twee jaar met een zarzuelagezelschap door Latijns-Amerika. Toen Torroba 89 was, ging zijn opera El poeta in première met Plácido Domingo in de hoofdrol. Zijn ontmoeting met de beroemde gitarist Andrés Segovia (1893-1987) leidde tot onder andere twee gitaarconcerten en de Suite castellana, die hij voor hem schreef. Deze ‘Castiliaanse suite’ heeft drie delen: Fandanguillo (een populaire dans in 3/8-maat), Arada (terra arada = geploegd land) en Danza (dans).
De in Madrid geboren Federico Moreno Torroba is de ‘modernste’ componist van vandaag. Meestal associeert men hem met de zarzuela, de traditionele, lichtvoetige Spaanse operette. Hij schreef er tachtig, waarvan Luisa Fernanda uit 1932 het bekendst is. Op zeker moment was hij impresario van drie verschillende operahuizen tegelijk. In 1946 startte hij een tournee van twee jaar met een zarzuelagezelschap door Latijns-Amerika. Toen Torroba 89 was, ging zijn opera El poeta in première met Plácido Domingo in de hoofdrol. Zijn ontmoeting met de beroemde gitarist Andrés Segovia (1893-1987) leidde tot onder andere twee gitaarconcerten en de Suite castellana, die hij voor hem schreef. Deze ‘Castiliaanse suite’ heeft drie delen: Fandanguillo (een populaire dans in 3/8-maat), Arada (terra arada = geploegd land) en Danza (dans).
Agustín Barrios Mangoré (1885-1944)
Barrios Mangoré
Een topwerk uit de twintigste-eeuwse gitaarliteratuur is La catedral van de Paraguayaanse Agustín Barrios Mangoré, een van de grootste rondreizende gitaarvirtuozen en zeer productief componist voor zijn instrument. Inspiratie voor La catedral vond Barrios in muziek van Bach, in het geloof en tijdens een bezoek aan de prachtige kathedraal San José in de Uruguayaanse hoofdstad Montevideo. Deel 2 en 3 ontstonden in die stad als ‘Dístico sacro’; de Preludio saudade (het Portugese begrip saudade staat voor ‘diep verlangen’) schreef hij er pas bij in 1938 in Havana, Cuba. De Preludio beeldt de nostalgische gevoelens en contemplatie uit van iemand die een religieus gebouw gaat betreden; met het Andante religioso bevinden we ons binnenin de kathedraal en horen de klokken. Het snelle Allegro solemne vormt een scherp contrast: het symboliseert de chaotische drukte en energie buiten de kerk. Barrios Mangoré overleed in 1944 in El Salvador; misschien werd hij vermoord door de minnaar van zijn echtgenote.
Een topwerk uit de twintigste-eeuwse gitaarliteratuur is La catedral van de Paraguayaanse Agustín Barrios Mangoré, een van de grootste rondreizende gitaarvirtuozen en zeer productief componist voor zijn instrument. Inspiratie voor La catedral vond Barrios in muziek van Bach, in het geloof en tijdens een bezoek aan de prachtige kathedraal San José in de Uruguayaanse hoofdstad Montevideo. Deel 2 en 3 ontstonden in die stad als ‘Dístico sacro’; de Preludio saudade (het Portugese begrip saudade staat voor ‘diep verlangen’) schreef hij er pas bij in 1938 in Havana, Cuba. De Preludio beeldt de nostalgische gevoelens en contemplatie uit van iemand die een religieus gebouw gaat betreden; met het Andante religioso bevinden we ons binnenin de kathedraal en horen de klokken. Het snelle Allegro solemne vormt een scherp contrast: het symboliseert de chaotische drukte en energie buiten de kerk. Barrios Mangoré overleed in 1944 in El Salvador; misschien werd hij vermoord door de minnaar van zijn echtgenote.
Biografie
Ana Vidović, gitaar
Ana Vidović begon op haar vijfde gitaar te spelen, geïnspireerd door haar broer en haar vader. Al op achtjarige leeftijd stond ze op het podium, en op haar elfde trad ze internationaal op. De in Karlovac geboren gitariste was de jongste student ooit aan de Muziekacademie van Zagreb, waar ze studeerde bij Istvan Romer.
Haar groeiende reputatie in Europa leidde tot een uitnodiging om te studeren aan het Peabody Conservatory in Baltimore bij Manuel Barrueco, waar ze in mei 2003 afstudeerde. Sindsdien woont de Kroatische in de Verenigde Staten, waar ze ook als privédocent werkzaam is. Ana Vidović won een indrukwekkend aantal prijzen op internationale competities wereldwijd, waaronder eerste prijzen bij de Albert Augustine International Competition in Bath en de International Guitar Competition Fernando Sor in Rome.
Haar internationale carrière voert haar regelmatig naar Europa, waar ze optreedt in concertzalen en tijdens festivals in steden als Brussel, Hamburg, Boedapest, Kopenhagen, Londen, Oslo, Parijs, Rome, Salzburg, Wenen, Warschau en Zagreb. Ook maakte ze tournees naar Australië, Brazilië, Israël, Japan, Korea en Mexico. Haar repertoire is veelzijdig, van Barok tot hedendaags. Op haar nieuwste album Live at Hampden Hall combineert ze Johann Sebastian Bach en Domenico Scarlatti met virtuoze gitaarmuziek uit de negentiende en twintigste eeuw. Ana Vidović stond één keer eerder in de Kleine Zaal, in januari 2016.