Nog geen account of wachtwoord vergeten? Klik hier
luistergids

Mahler: Achtste symfonie

door Leo Samama
21 apr. 2020 21 april 2020

Deze maand publiceren we een Mahler-luistergids: historisch mooie opnamen van alle Mahler-symfonieën. Bij iedere symfonie schreef een van onze auteurs een toelichting. Dit is de toelichting op Mahlers gigantische Achtste symfonie, de ‘Symphonie der Tausend’.

‘Stel je voor dat het universum tot klinken komt. Er zijn geen menselijke stemmen meer, slechts planeten en zonnen, die om elkaar heen draaien’, schreef Gustav Mahler op 18 augustus 1906 aan zijn vriend Willem Mengelberg, eerste dirigent van het Concertgebouworkest. Daags tevoren had hij de schetsen van de Achtste symfonie in weinig meer dan drie weken voltooid. En dat na een overvol seizoen.

In 1906 werd herdacht dat Mozart 150 jaar daarvoor geboren was. Mahler dirigeerde in Wenen achter elkaar vijf Mozart-opera’s. Daartussendoor verzorgde hij een productie van Wagners Lohengrin en vertrok hij op concertreizen naar Antwerpen, Amsterdam, Breslau, Berlijn, München en Essen, waar zijn Zesde voor het eerst werd uitgevoerd. In Graz zag hij de Oostenrijkse première van Salome van Richard Strauss. Mahler had Salome in 1905 in Wenen willen uitvoeren. De censuur stak daar toen een stokje voor en hij dreigde met zijn ontslag. Het mocht niet baten.

‘Stel je voor dat het universum tot klinken komt. Er zijn geen menselijke stemmen meer, slechts planeten en zonnen, die om elkaar heen draaien’, schreef Gustav Mahler op 18 augustus 1906 aan zijn vriend Willem Mengelberg, eerste dirigent van het Concertgebouworkest. Daags tevoren had hij de schetsen van de Achtste symfonie in weinig meer dan drie weken voltooid. En dat na een overvol seizoen.

In 1906 werd herdacht dat Mozart 150 jaar daarvoor geboren was. Mahler dirigeerde in Wenen achter elkaar vijf Mozart-opera’s. Daartussendoor verzorgde hij een productie van Wagners Lohengrin en vertrok hij op concertreizen naar Antwerpen, Amsterdam, Breslau, Berlijn, München en Essen, waar zijn Zesde voor het eerst werd uitgevoerd. In Graz zag hij de Oostenrijkse première van Salome van Richard Strauss. Mahler had Salome in 1905 in Wenen willen uitvoeren. De censuur stak daar toen een stokje voor en hij dreigde met zijn ontslag. Het mocht niet baten.

Tijdens de zomervakantie in Maiernigg aan de Wörthersee kon Mahler niet tot rust komen. Hij begon direct aan een nieuwe symfonie op basis van de kerkhymne Veni, creator spiritus. Zijn werktempo was zo hoog dat hij zich pas halverwege realiseerde niet de volledige tekst te kennen en ook niet zeker te zijn van de betekenis van enkele passages. Een vriend werd ingeschakeld. De antwoorden kwamen per telegram. Evenals het dwingende verzoek van de keizer om Le nozze di Figaro op z’n minst eenmaal in Mozarts geboorteplaats, Salzburg, te dirigeren. Mahler vertrok met Goethes Faust op zak. Het componeren ging gewoon door.

Mahler was in deze jaren op de top van zijn fysieke en psychische vermogens. Pas in de zomer van 1907 zou het noodlot toeslaan: Mahlers oudste dochtertje stierf na een aanval van roodvonk gecombineerd met difterie. Bij Mahler werd kort daarop een hartaandoening geconstateerd. De Achtste symfonie kan met een beetje goede wil ook gezien worden als een voorbode van de huwelijkse problemen die de componist kort voor de eerste uitvoering van deze gigant onder de symfonieën troffen.

De basis voor de hypothese ligt niet in de overwegend sprookjesachtige muziek – er zijn in feite maar weinig echt luide momenten in deze compositie – maar in de gekozen teksten: de hymne Veni, creator spiritus en de slotscène uit Goethes Faust. Mahler droeg het werk op aan zijn ‘lieben Frau Alma Maria’. In de schetsen staat zelfs ‘für meine Almschl, spiritus creator’ (scheppende geest). Voor hem ja, maar niet voor haarzelf. Het componeren was haar door haar echtgenoot verboden. Zij mocht in zijn successen delen.

Liefde

De tweedelige opzet van de Achtste symfonie verrast nog steeds. Toch sluiten muziek en inhoud van de hymne Veni, creator spiritus en het slot van het tweede deel van Goethes Faust nauw op elkaar aan. Aan het werk als geheel ligt een knappe thematische en ritmische constructie ten grondslag die de term ‘symfonie’ volkomen rechtvaardigt. De Achtste symfonie gaat over liefde, over scheppende liefde, over erotische liefde (eros) en christelijke naastenliefde (caritas).

Tijdens de zomervakantie in Maiernigg aan de Wörthersee kon Mahler niet tot rust komen. Hij begon direct aan een nieuwe symfonie op basis van de kerkhymne Veni, creator spiritus. Zijn werktempo was zo hoog dat hij zich pas halverwege realiseerde niet de volledige tekst te kennen en ook niet zeker te zijn van de betekenis van enkele passages. Een vriend werd ingeschakeld. De antwoorden kwamen per telegram. Evenals het dwingende verzoek van de keizer om Le nozze di Figaro op z’n minst eenmaal in Mozarts geboorteplaats, Salzburg, te dirigeren. Mahler vertrok met Goethes Faust op zak. Het componeren ging gewoon door.

Mahler was in deze jaren op de top van zijn fysieke en psychische vermogens. Pas in de zomer van 1907 zou het noodlot toeslaan: Mahlers oudste dochtertje stierf na een aanval van roodvonk gecombineerd met difterie. Bij Mahler werd kort daarop een hartaandoening geconstateerd. De Achtste symfonie kan met een beetje goede wil ook gezien worden als een voorbode van de huwelijkse problemen die de componist kort voor de eerste uitvoering van deze gigant onder de symfonieën troffen.

De basis voor de hypothese ligt niet in de overwegend sprookjesachtige muziek – er zijn in feite maar weinig echt luide momenten in deze compositie – maar in de gekozen teksten: de hymne Veni, creator spiritus en de slotscène uit Goethes Faust. Mahler droeg het werk op aan zijn ‘lieben Frau Alma Maria’. In de schetsen staat zelfs ‘für meine Almschl, spiritus creator’ (scheppende geest). Voor hem ja, maar niet voor haarzelf. Het componeren was haar door haar echtgenoot verboden. Zij mocht in zijn successen delen.

Liefde

De tweedelige opzet van de Achtste symfonie verrast nog steeds. Toch sluiten muziek en inhoud van de hymne Veni, creator spiritus en het slot van het tweede deel van Goethes Faust nauw op elkaar aan. Aan het werk als geheel ligt een knappe thematische en ritmische constructie ten grondslag die de term ‘symfonie’ volkomen rechtvaardigt. De Achtste symfonie gaat over liefde, over scheppende liefde, over erotische liefde (eros) en christelijke naastenliefde (caritas).

Mahler legt daarbij de nadruk op het laatste aspect en gebruikt Goethes beroemde Chorus Mysticus als argument voor een vergeestelijking van de liefde, die Alma in het dagelijks leven niet altijd zo welgevallig geweest moet zijn. ‘Das Ewig Weibliche’ verklaarde Mahler in een brief aan Alma als ‘het rustende, het doel in tegenstelling tot het eeuwig verlangende, strevende, het zich naar dit doel toe bewegen dus het eeuwig mannelijke! Je hebt volkomen gelijk wanneer je het als ­liefdesgeweld karakteriseert.’

Aangezien ‘alles Vergängliche’ slechts een symbool is (‘nur ein Gleichnis’) moet de aardse liefde (eros) van het vergankelijke verlost worden en overgaan in een hemelse, geestelijke liefde. Alma wilde meer dan dat. In de zomer van 1910 leek een breuk onvermijdelijk. Op een dag ontving Mahler in zijn vakantiechalet in Toblach een brief van een ‘stille’ aanbidder van Alma. Het effect daarvan laat zich raden. Ruzies en verwijten over en weer. Alma verweet Gustav dat hij op alle fronten veel te weinig aandacht aan haar schonk.

Grootse uitvoering

In augustus 1910 besloot ­Mahler naar Nederland te komen om Sigmund Freud in Leiden te ontmoeten. Freud heeft veel later zijn bewondering geuit over Mahlers scherpzinnige inzicht en begrip. Volgens hem had Mahler een moeder­fixatie en was Alma daar in zeker zin de dupe van geworden. Vanuit Leiden reisde Mahler direct door naar München voor de repetities en de eerste uitvoering van zijn Achtste op 12 en 13 september in de Neue Festhalle. Het Münchense orkest was aangevuld tot 171 man, er zongen drie koren uit Leipzig, München en Wenen met gezamenlijk bijna 860 vocalisten, en de acht solisten.

Emil Gutmann, de impresario van deze door Mahler als ‘Barnum and Bailey-achtige ­happening’ aangemerkte manifestatie, gaf het werk de bijnaam ‘Symphonie der Tausend’. Mahler bedacht voor die eerste uitvoeringen in München een geschikte entourage: de lichten werden gedempt, de meer dan duizend uitvoerenden werden in zwart en wit gehuld. Op verzoek van Mahler moesten de trams tijdens het concert extra langzaam rijden en mochten er geen bellen rinkelen om voetgangers en automobilisten te waarschuwen. Zo kon alle aandacht naar deze ­‘hemelse’ muziek gaan.

In de zaal zaten te midden van een publiek van ruim drieduizend luisteraars vele van Mahlers vrienden en bewonderaars: Thomas Mann, Stefan Zweig, Arthur Schnitzler, de ontwerper Alfred Roller, de jonge regisseur Max Reinhardt, Bruno Walter (die bij de voorbereidingen geholpen had), Willem Mengelberg, Leopold Stokowski (die de eerste Amerikaanse uitvoering voor zijn rekening nam), Otto Klemperer, Siegfried Wagner en Anton Webern.

Alma Mahler herinnerde zich: ‘De generale repetitie was aanleiding voor hartstochtelijk enthousiasme, maar dat was niets vergeleken bij de uitvoering zelf. Het complete publiek rees overeind zodra Mahler zijn plaats achter de dirigentenlessenaar innam; en de ademloze stilte die daarop volgde was het meest indrukwekkende eerbetoon dat men aan een kunstenaar kan bewijzen.’

Bruno Walter verhaalde: ‘Toen de laatste toon van de uitvoering uitgestorven was en de golven geestdriftig applaus hem bereikten, klom Mahler langs de trappen van het platform naar boven, waar het kinderkoor opgesteld was. De kleintjes begroetten hem met gejuich en terwijl hij weer naar beneden liep drukte hij elk handje dat naar hem was uitgestrekt. De liefhebbende groet van de jonge generatie vulde hem met hoop in de toekomst van zijn werk en verschafte hem oprecht plezier.’

Mahler legt daarbij de nadruk op het laatste aspect en gebruikt Goethes beroemde Chorus Mysticus als argument voor een vergeestelijking van de liefde, die Alma in het dagelijks leven niet altijd zo welgevallig geweest moet zijn. ‘Das Ewig Weibliche’ verklaarde Mahler in een brief aan Alma als ‘het rustende, het doel in tegenstelling tot het eeuwig verlangende, strevende, het zich naar dit doel toe bewegen dus het eeuwig mannelijke! Je hebt volkomen gelijk wanneer je het als ­liefdesgeweld karakteriseert.’

Aangezien ‘alles Vergängliche’ slechts een symbool is (‘nur ein Gleichnis’) moet de aardse liefde (eros) van het vergankelijke verlost worden en overgaan in een hemelse, geestelijke liefde. Alma wilde meer dan dat. In de zomer van 1910 leek een breuk onvermijdelijk. Op een dag ontving Mahler in zijn vakantiechalet in Toblach een brief van een ‘stille’ aanbidder van Alma. Het effect daarvan laat zich raden. Ruzies en verwijten over en weer. Alma verweet Gustav dat hij op alle fronten veel te weinig aandacht aan haar schonk.

Grootse uitvoering

In augustus 1910 besloot ­Mahler naar Nederland te komen om Sigmund Freud in Leiden te ontmoeten. Freud heeft veel later zijn bewondering geuit over Mahlers scherpzinnige inzicht en begrip. Volgens hem had Mahler een moeder­fixatie en was Alma daar in zeker zin de dupe van geworden. Vanuit Leiden reisde Mahler direct door naar München voor de repetities en de eerste uitvoering van zijn Achtste op 12 en 13 september in de Neue Festhalle. Het Münchense orkest was aangevuld tot 171 man, er zongen drie koren uit Leipzig, München en Wenen met gezamenlijk bijna 860 vocalisten, en de acht solisten.

Emil Gutmann, de impresario van deze door Mahler als ‘Barnum and Bailey-achtige ­happening’ aangemerkte manifestatie, gaf het werk de bijnaam ‘Symphonie der Tausend’. Mahler bedacht voor die eerste uitvoeringen in München een geschikte entourage: de lichten werden gedempt, de meer dan duizend uitvoerenden werden in zwart en wit gehuld. Op verzoek van Mahler moesten de trams tijdens het concert extra langzaam rijden en mochten er geen bellen rinkelen om voetgangers en automobilisten te waarschuwen. Zo kon alle aandacht naar deze ­‘hemelse’ muziek gaan.

In de zaal zaten te midden van een publiek van ruim drieduizend luisteraars vele van Mahlers vrienden en bewonderaars: Thomas Mann, Stefan Zweig, Arthur Schnitzler, de ontwerper Alfred Roller, de jonge regisseur Max Reinhardt, Bruno Walter (die bij de voorbereidingen geholpen had), Willem Mengelberg, Leopold Stokowski (die de eerste Amerikaanse uitvoering voor zijn rekening nam), Otto Klemperer, Siegfried Wagner en Anton Webern.

Alma Mahler herinnerde zich: ‘De generale repetitie was aanleiding voor hartstochtelijk enthousiasme, maar dat was niets vergeleken bij de uitvoering zelf. Het complete publiek rees overeind zodra Mahler zijn plaats achter de dirigentenlessenaar innam; en de ademloze stilte die daarop volgde was het meest indrukwekkende eerbetoon dat men aan een kunstenaar kan bewijzen.’

Bruno Walter verhaalde: ‘Toen de laatste toon van de uitvoering uitgestorven was en de golven geestdriftig applaus hem bereikten, klom Mahler langs de trappen van het platform naar boven, waar het kinderkoor opgesteld was. De kleintjes begroetten hem met gejuich en terwijl hij weer naar beneden liep drukte hij elk handje dat naar hem was uitgestrekt. De liefhebbende groet van de jonge generatie vulde hem met hoop in de toekomst van zijn werk en verschafte hem oprecht plezier.’

Dit artikel wordt u gratis aangeboden door Preludium. Meer lezen? Abonneer dan nu.