Nog geen account of wachtwoord vergeten? Klik hier
interview

Lorenzo Viotti: ‘Mahler helpt me de waarheid te zoeken over leven en dood’

door Joost Galema
18 jan. 2023 18 januari 2023

Het afgelopen half jaar dirigeerde Lorenzo Viotti veel Mahler. Op 28 februari werpt hij zich met de Münchner Philharmoniker op diens meest duistere en gewelddadige symfonie: de Zesde. ‘Nergens in de Zesde kun je even achterover leunen en genieten.’

  • Lorenzo Viotti

    foto: Julia Wesely

    Lorenzo Viotti

    foto: Julia Wesely

  • Lorenzo Viotti

    foto: Julia Wesely

    Lorenzo Viotti

    foto: Julia Wesely

Dit moet unschön klinken’, vindt ­dirigent Lorenzo Viotti over een passage in Gustav Mahlers muziek. Maar hoe vertaal je dat? Naar onmooi is het vergeefs zoeken in woordenboek Van Dale, al waagden enkele dichters zich er wel aan. Hans Faverey begon een strofe met de regel: ‘Hoe onmooi is haar schoonheid.’ Een zinsnede die ook het werk van Gustav Mahler in het hart treft.

Diens muziek is de afgelopen maanden diep onder Viotti’s huid gekropen. In september debuteerde hij in de Wiener Staatsoper zelfs met een ‘Mahler-­opera’, een bloedige, door de Spaanse ­regisseur Calixto Bieito geënsceneerde versie van Das klagende Lied en de Kindertotenlieder. Een maand later stond bij zijn Nederlands Philharmonisch Orkest de Eerste symfonie op de lessenaars, eind januari – ­opnieuw in Het Concertgebouw – de Rückert-­Lieder en nu werpt hij zich met de Münchner Philharmoniker op de ‘Tragische’, de bijnaam van de Zesde symfonie.

‘In mijn studententijd in Wenen leek het stuk me angstaanjagend,’ zegt Viotti, ‘omdat we zoveel verhalen hoorden over de duisternis die het ademt.’ Voor Mahler symboliseerden zijn symfonieën de reis van een held, een ‘personage’ dat in de Zesde op de man met de hamer stuit en ten onder lijkt te gaan in een draaikolk van muzikaal geweld. ‘Na de Vijfde breekt er iets in Mahlers taal’, ervaart hij. ‘Hoewel de kiem ervan al vanaf het begin in zijn werk zat. Dat merkte ik deze zomer bij het studeren van de oorspronkelijke versie van zijn cantate Das klagende Lied. Dat brute en genadeloze van het bestaan, ik vond het allemaal terug in de noten waarboven Mahler ‘opus 1’ schreef.’

‘Ik weet in mijn achterhoofd dat dit krankzinnige aaneenrijgen van concerten en opera’s niet straffeloos jaren vol te houden is’

Viotti twijfelt nog over de volgorde van de twee middendelen, een vraag waar ook Mahler zelf mee worstelde. ‘Ik neig ernaar eerst het Scherzo te doen. Na het beukende openingsdeel beland je dan – ram-pam-pam – in één vloeiende en natuurlijke beweging in de volgende storm. En daarna dat Andante… Is het een rustpunt, een adempauze?’ Hij zingt de eerste noten.

‘Ik voel er een pijn in. Wat probeert Mahler ons hier te vertellen? Soms denk je plots een oneindige lijn van goedheid te horen. Maar die wordt dan weer afgebroken. Steeds opnieuw val je ten prooi aan een voortdurende spanning. Om dit stuk tot klinken te brengen, moet je jezelf uitwringen, alles geven. Want nergens kun je even achterover leunen en genieten, zoals soms aan het slot van de Derde, in het langzame deel van de Vierde of bij het Adagietto van de Vijfde, die momenten kennen waar je de muziek even kunt laten stromen.’

Moorddadig beroep

Viotti werd geboren in het Zwitserse Lausanne en groeide op in het noordoosten van Frankrijk, in Lotharingen, een streek die hij zich herinnert als arm en grauw. Hij studeerde eerst piano, zang en slagwerk in Lyon, waarna zijn fascinatie voor dirigeren hem naar conservatoria in Wenen en Weimar bracht. Muziek zit de Viotti’s in het bloed. Zijn twee zussen en broer verdienen hun geld als musicus, zijn moeder is violist en zijn vader was de bekende dirigent Marcello Viotti, die op zijn vijftigste stierf aan de gevolgen van een hersenbloeding bij een repetitie in München.

Lorenzo was toen veertien. En de gebeurtenis galmt nog altijd na in zijn leven. ‘Mensen vragen me altijd naar mijn plannen voor de toekomst, of waar ik hoop te zijn over tien jaar’, zegt hij. ‘Ik koester dromen voor mijn familie, maar niet voor mezelf. Ik doe al waarvan ik hou. Een mens moet niet voortdurend meer willen. Mijn vader overleed – en dat zal ik nooit vergeten – omdat hij zichzelf opbrandde. Door de almaar groeiende stroom werk begon hij zijn lichaam en gezondheid te verwaarlozen. Aan de andere kant bood hij ons een bijzonder leven, en wanneer we samen waren, gaf hij ons alles wat hij aan liefde in zich droeg.

Dus er is geen spijt, het leven kent nu eenmaal een eigen weg, maar ik weet in mijn achterhoofd dat dit krankzinnige aaneenrijgen van concerten en opera’s niet straffeloos jaren vol te houden is. Als je niet de kracht bezit om ‘nee’ te zeggen, dan kan dit beroep je vermoorden. Leven of geleefd worden? Dat is de vraag die de mens zich – zeker in deze tijden – regelmatig moet stellen.’

Dit moet unschön klinken’, vindt ­dirigent Lorenzo Viotti over een passage in Gustav Mahlers muziek. Maar hoe vertaal je dat? Naar onmooi is het vergeefs zoeken in woordenboek Van Dale, al waagden enkele dichters zich er wel aan. Hans Faverey begon een strofe met de regel: ‘Hoe onmooi is haar schoonheid.’ Een zinsnede die ook het werk van Gustav Mahler in het hart treft.

Diens muziek is de afgelopen maanden diep onder Viotti’s huid gekropen. In september debuteerde hij in de Wiener Staatsoper zelfs met een ‘Mahler-­opera’, een bloedige, door de Spaanse ­regisseur Calixto Bieito geënsceneerde versie van Das klagende Lied en de Kindertotenlieder. Een maand later stond bij zijn Nederlands Philharmonisch Orkest de Eerste symfonie op de lessenaars, eind januari – ­opnieuw in Het Concertgebouw – de Rückert-­Lieder en nu werpt hij zich met de Münchner Philharmoniker op de ‘Tragische’, de bijnaam van de Zesde symfonie.

‘In mijn studententijd in Wenen leek het stuk me angstaanjagend,’ zegt Viotti, ‘omdat we zoveel verhalen hoorden over de duisternis die het ademt.’ Voor Mahler symboliseerden zijn symfonieën de reis van een held, een ‘personage’ dat in de Zesde op de man met de hamer stuit en ten onder lijkt te gaan in een draaikolk van muzikaal geweld. ‘Na de Vijfde breekt er iets in Mahlers taal’, ervaart hij. ‘Hoewel de kiem ervan al vanaf het begin in zijn werk zat. Dat merkte ik deze zomer bij het studeren van de oorspronkelijke versie van zijn cantate Das klagende Lied. Dat brute en genadeloze van het bestaan, ik vond het allemaal terug in de noten waarboven Mahler ‘opus 1’ schreef.’

‘Ik weet in mijn achterhoofd dat dit krankzinnige aaneenrijgen van concerten en opera’s niet straffeloos jaren vol te houden is’

Viotti twijfelt nog over de volgorde van de twee middendelen, een vraag waar ook Mahler zelf mee worstelde. ‘Ik neig ernaar eerst het Scherzo te doen. Na het beukende openingsdeel beland je dan – ram-pam-pam – in één vloeiende en natuurlijke beweging in de volgende storm. En daarna dat Andante… Is het een rustpunt, een adempauze?’ Hij zingt de eerste noten.

‘Ik voel er een pijn in. Wat probeert Mahler ons hier te vertellen? Soms denk je plots een oneindige lijn van goedheid te horen. Maar die wordt dan weer afgebroken. Steeds opnieuw val je ten prooi aan een voortdurende spanning. Om dit stuk tot klinken te brengen, moet je jezelf uitwringen, alles geven. Want nergens kun je even achterover leunen en genieten, zoals soms aan het slot van de Derde, in het langzame deel van de Vierde of bij het Adagietto van de Vijfde, die momenten kennen waar je de muziek even kunt laten stromen.’

Moorddadig beroep

Viotti werd geboren in het Zwitserse Lausanne en groeide op in het noordoosten van Frankrijk, in Lotharingen, een streek die hij zich herinnert als arm en grauw. Hij studeerde eerst piano, zang en slagwerk in Lyon, waarna zijn fascinatie voor dirigeren hem naar conservatoria in Wenen en Weimar bracht. Muziek zit de Viotti’s in het bloed. Zijn twee zussen en broer verdienen hun geld als musicus, zijn moeder is violist en zijn vader was de bekende dirigent Marcello Viotti, die op zijn vijftigste stierf aan de gevolgen van een hersenbloeding bij een repetitie in München.

Lorenzo was toen veertien. En de gebeurtenis galmt nog altijd na in zijn leven. ‘Mensen vragen me altijd naar mijn plannen voor de toekomst, of waar ik hoop te zijn over tien jaar’, zegt hij. ‘Ik koester dromen voor mijn familie, maar niet voor mezelf. Ik doe al waarvan ik hou. Een mens moet niet voortdurend meer willen. Mijn vader overleed – en dat zal ik nooit vergeten – omdat hij zichzelf opbrandde. Door de almaar groeiende stroom werk begon hij zijn lichaam en gezondheid te verwaarlozen. Aan de andere kant bood hij ons een bijzonder leven, en wanneer we samen waren, gaf hij ons alles wat hij aan liefde in zich droeg.

Dus er is geen spijt, het leven kent nu eenmaal een eigen weg, maar ik weet in mijn achterhoofd dat dit krankzinnige aaneenrijgen van concerten en opera’s niet straffeloos jaren vol te houden is. Als je niet de kracht bezit om ‘nee’ te zeggen, dan kan dit beroep je vermoorden. Leven of geleefd worden? Dat is de vraag die de mens zich – zeker in deze tijden – regelmatig moet stellen.’

  • Münchner Philharmoniker en Lorenzo Viotti met Mahlers Symfonie nr. 6

    Münchner Philharmoniker en Lorenzo Viotti met Mahlers Symfonie nr. 6

  • Lorenzo Viotti

    foto: Eduardus Lee

    Lorenzo Viotti

    foto: Eduardus Lee

  • Münchner Philharmoniker en Lorenzo Viotti met Mahlers Symfonie nr. 6

    Münchner Philharmoniker en Lorenzo Viotti met Mahlers Symfonie nr. 6

  • Lorenzo Viotti

    foto: Eduardus Lee

    Lorenzo Viotti

    foto: Eduardus Lee

Daarom liet Viotti afgelopen zomer de Salzburger Festspiele aan zich voorbij gaan. Net zoals Mahler altijd deed, trok hij zich twee maanden terug in de natuur. ‘Daar kan ik alles vergeten en me verbonden voelen met de omringende wereld. Ik hou van steden, vanwege de kunst die ze herbergen, waar een mens zoveel van kan leren. Maar bied me de keuze tussen een luxe appartement in het hart van Amsterdam of een vervallen boerderij in de Alpen, dan zullen het altijd de bergen worden.’

Een klassieke Mahler

Misschien weerklonk de echo van dat zomerse verblijf in de bergen in Mahlers Eerste symfonie, die Viotti eind oktober in Het Concertgebouw uitvoerde als chef-dirigent van het Nederlands Philharmonisch Orkest. In het openingsdeel liet hij de natuur op magische wijze ontwaken. De muziek kleurde ongekend helder. Dat was niet zozeer de uitkomst van zijn wandelingen door de Alpen, glimlacht hij, maar vooral van een grondige studie van de partituur.

‘Mijn muzikale opleiding begon met Puccini’, zegt Viotti. ‘Ik herinner me mijn eerste Tosca in Tokio. Zo’n twintig jaar eerder had mijn vader die opera daar gedirigeerd. En ik kreeg een dvd van dat optreden. Op mijn hotelkamer keek ik ernaar. De voorstelling wekte mijn ergernis op, want zij belichaamde alles wat ik niet in de partituur las. Het was Puccini voor zangers. Zo ging dat toen. En dan verlies je de noodzakelijke frisheid. De genialiteit van Puccini schuilt in het beeldende karakter van zijn muziek, van het orkest. Maar dat sneeuwde volledig onder.’

‘Toen ik voor het eerst vroeg om een Mahler zonder vibrato, keken de strijkers me verbijsterd aan. Wie denk je wel dat je bent?’

‘In die Eerste van Mahler ervoer ik iets soortgelijks. Ik herinner me de eerste keer dat ik die dirigeerde, in Wenen als vervanger van Myung-whun Chung. Halverwege de twintig was ik en net klaar met mijn studie. We hadden nog één dag repetitietijd. Wat kun je dan nog doen? Noten oppoetsen die al mooi van zichzelf zijn. Toen ik later een nieuwe kans kreeg met dit werk, dook ik diep in de partituur. Wat heb ik in hemelsnaam destijds gedaan? vroeg ik mezelf af. Plotseling ontdekte ik dat deze muziek veel dichter bij de klassieke traditie staat dan bij de Romantiek, waar we Mahler toe rekenen. Toch vallen we veelal terug op die romantische aanpak en bedelven we het frisse en onbevangen karakter van de symfonie onder golven vibrato.’

‘In het slotdeel zit een prachtige passage, een koraal met vier hoorns, de altviolen en de cello’s. Vibrerende strijkers worden daar te luid, dan verstikken ze de klank van de blazers. Dus ik vroeg hen om simpelweg met de hoorns mee te spelen. Ineens hoorden ze het zelf ook: de muziek won aan helderheid, het religieuze karakter ervan kwam naar boven, dat zweven tussen hemel en aarde. Vibrato nagelt de noten vast in de grond. Ik weet nog de eerste keer dat ik een orkest verzocht Mahler zonder vibrato te spelen. De strijkers keken me verbijsterd aan. Wie denk je wel dat je bent? Maar in de muziek moet je bereid zijn om samen te zoeken. Als student maakte ik met allerlei kleuren aantekeningen in mijn partituren. Dat doe ik niet meer, want ik wil mezelf bij repetities de kans geven inzichten te krijgen, en de musici om zichzelf in de muziek uit te drukken. Wat hebben zij te zeggen? Dus ik vroeg de strijkers: alstublieft, probeer het eens en luister. Ze deden het, en al snel zag ik hun gezichten oplichten. De symfonie werd in hun oren plots tot kamer­muziek. De instrumentgroepen verstonden elkaar.’

Zoektocht naar betekenis

Viotti voelt zich verwant met Mahler in diens veelomvattende zoektocht naar de zin en betekenis van het bestaan. ‘Ja, Mahler en Schubert…’ verzucht hij. ‘Schuberts ‘Unvollendete’ staat voor altijd in mijn hoofd gegrift. We lieten het tweede deel horen bij de begrafenis van mijn vader toen de mensen de kerk verlieten.’ Hij begint te zingen. ‘De hoorn. Pfi-da-di. Het klinkt als een afscheid. De strijkers. Ti-ti-di-da. Een roep uit een andere wereld. Sinds mijn vroegste kindertijd voel ik een vreemde verbondenheid met dat mysterieuze schubertiaanse mengsel van een lach en een traan.

Datzelfde geldt voor de langzame delen in de symfonieën van Mahler. Het gewicht ervan trekt me niet naar beneden, maar lijkt me eerder te verheffen. Soms ademen ze zwaar en wanhopig – dat krijg je wanneer je zoals Mahler al jong veel dierbaren verliest. Maar tegelijkertijd is er de aanvaarding, de overgave: ik laat je gaan. Dat heeft lang geduurd bij mij, en waarschijnlijk zit ik nog altijd in dat proces. Maar die eerste stappen: ertoe in staat zijn mensen los te laten. Wie dat in zich heeft, kan de diepere betekenis van muziek aan anderen overdragen. Mahler wijst me daarin een weg. Hij helpt me de waarheid te zoeken over leven en dood.’

Lorenzo Viotti in Het Concertgebouw

De Münchner Philharmoniker is het vierde orkest waarbij Lorenzo Viotti in de Grote Zaal op de bok staat. Het orkest nodigde hem uit voor Mahlers Zesde symfonie in München, Parijs en Amsterdam, vlak nadat het had besloten de banden met voormalig chef-dirigent Valery Gergiev, die oorspronkelijk was ingeroosterd, te verbreken. Het Concertgebouwdebuut van Lorenzo Viotti in februari 2016 is ook een invalbeurt geweest: Franz Welser-Möst moest afzeggen bij het Koninklijk Concertgebouworkest, en Lorenzo Viotti nam twee concerten over met Schubert (Derde symfonie), Mahler (Lieder eines fahrenden Gesellen) en Weense walsen.

Met het Nederlands Philharmonisch Orkest, waarvan hij per september 2021 chef-dirigent is geworden, stond hij in februari 2018 voor het eerst in Het ­Concertgebouw; op de lessenaars onder meer Stravinsky’s Petroesjka. Voordat ze samen in februari 2021 terugkeerden – met Stravinsky en Prokofjev – deed de jonge dirigent de Grote Zaal in de zomer van 2018 nog aan met het Gustav Mahler Jugendorchester, met onder meer Mahlers Vijfde symfonie. Toen Lorenzo Viotti datzelfde stuk in maart 2022 dirigeerde bij zijn Nederlands Philharmonisch Orkest schreef Trouw: ‘Je keek je oren uit in deze gespierde uitvoering vol scherpe contrasten. Het NedPhO was in blakende topvorm, hoorbaar blij en ingenomen met zo’n magnetiserende chef.’

Daarom liet Viotti afgelopen zomer de Salzburger Festspiele aan zich voorbij gaan. Net zoals Mahler altijd deed, trok hij zich twee maanden terug in de natuur. ‘Daar kan ik alles vergeten en me verbonden voelen met de omringende wereld. Ik hou van steden, vanwege de kunst die ze herbergen, waar een mens zoveel van kan leren. Maar bied me de keuze tussen een luxe appartement in het hart van Amsterdam of een vervallen boerderij in de Alpen, dan zullen het altijd de bergen worden.’

Een klassieke Mahler

Misschien weerklonk de echo van dat zomerse verblijf in de bergen in Mahlers Eerste symfonie, die Viotti eind oktober in Het Concertgebouw uitvoerde als chef-dirigent van het Nederlands Philharmonisch Orkest. In het openingsdeel liet hij de natuur op magische wijze ontwaken. De muziek kleurde ongekend helder. Dat was niet zozeer de uitkomst van zijn wandelingen door de Alpen, glimlacht hij, maar vooral van een grondige studie van de partituur.

‘Mijn muzikale opleiding begon met Puccini’, zegt Viotti. ‘Ik herinner me mijn eerste Tosca in Tokio. Zo’n twintig jaar eerder had mijn vader die opera daar gedirigeerd. En ik kreeg een dvd van dat optreden. Op mijn hotelkamer keek ik ernaar. De voorstelling wekte mijn ergernis op, want zij belichaamde alles wat ik niet in de partituur las. Het was Puccini voor zangers. Zo ging dat toen. En dan verlies je de noodzakelijke frisheid. De genialiteit van Puccini schuilt in het beeldende karakter van zijn muziek, van het orkest. Maar dat sneeuwde volledig onder.’

‘Toen ik voor het eerst vroeg om een Mahler zonder vibrato, keken de strijkers me verbijsterd aan. Wie denk je wel dat je bent?’

‘In die Eerste van Mahler ervoer ik iets soortgelijks. Ik herinner me de eerste keer dat ik die dirigeerde, in Wenen als vervanger van Myung-whun Chung. Halverwege de twintig was ik en net klaar met mijn studie. We hadden nog één dag repetitietijd. Wat kun je dan nog doen? Noten oppoetsen die al mooi van zichzelf zijn. Toen ik later een nieuwe kans kreeg met dit werk, dook ik diep in de partituur. Wat heb ik in hemelsnaam destijds gedaan? vroeg ik mezelf af. Plotseling ontdekte ik dat deze muziek veel dichter bij de klassieke traditie staat dan bij de Romantiek, waar we Mahler toe rekenen. Toch vallen we veelal terug op die romantische aanpak en bedelven we het frisse en onbevangen karakter van de symfonie onder golven vibrato.’

‘In het slotdeel zit een prachtige passage, een koraal met vier hoorns, de altviolen en de cello’s. Vibrerende strijkers worden daar te luid, dan verstikken ze de klank van de blazers. Dus ik vroeg hen om simpelweg met de hoorns mee te spelen. Ineens hoorden ze het zelf ook: de muziek won aan helderheid, het religieuze karakter ervan kwam naar boven, dat zweven tussen hemel en aarde. Vibrato nagelt de noten vast in de grond. Ik weet nog de eerste keer dat ik een orkest verzocht Mahler zonder vibrato te spelen. De strijkers keken me verbijsterd aan. Wie denk je wel dat je bent? Maar in de muziek moet je bereid zijn om samen te zoeken. Als student maakte ik met allerlei kleuren aantekeningen in mijn partituren. Dat doe ik niet meer, want ik wil mezelf bij repetities de kans geven inzichten te krijgen, en de musici om zichzelf in de muziek uit te drukken. Wat hebben zij te zeggen? Dus ik vroeg de strijkers: alstublieft, probeer het eens en luister. Ze deden het, en al snel zag ik hun gezichten oplichten. De symfonie werd in hun oren plots tot kamer­muziek. De instrumentgroepen verstonden elkaar.’

Zoektocht naar betekenis

Viotti voelt zich verwant met Mahler in diens veelomvattende zoektocht naar de zin en betekenis van het bestaan. ‘Ja, Mahler en Schubert…’ verzucht hij. ‘Schuberts ‘Unvollendete’ staat voor altijd in mijn hoofd gegrift. We lieten het tweede deel horen bij de begrafenis van mijn vader toen de mensen de kerk verlieten.’ Hij begint te zingen. ‘De hoorn. Pfi-da-di. Het klinkt als een afscheid. De strijkers. Ti-ti-di-da. Een roep uit een andere wereld. Sinds mijn vroegste kindertijd voel ik een vreemde verbondenheid met dat mysterieuze schubertiaanse mengsel van een lach en een traan.

Datzelfde geldt voor de langzame delen in de symfonieën van Mahler. Het gewicht ervan trekt me niet naar beneden, maar lijkt me eerder te verheffen. Soms ademen ze zwaar en wanhopig – dat krijg je wanneer je zoals Mahler al jong veel dierbaren verliest. Maar tegelijkertijd is er de aanvaarding, de overgave: ik laat je gaan. Dat heeft lang geduurd bij mij, en waarschijnlijk zit ik nog altijd in dat proces. Maar die eerste stappen: ertoe in staat zijn mensen los te laten. Wie dat in zich heeft, kan de diepere betekenis van muziek aan anderen overdragen. Mahler wijst me daarin een weg. Hij helpt me de waarheid te zoeken over leven en dood.’

Lorenzo Viotti in Het Concertgebouw

De Münchner Philharmoniker is het vierde orkest waarbij Lorenzo Viotti in de Grote Zaal op de bok staat. Het orkest nodigde hem uit voor Mahlers Zesde symfonie in München, Parijs en Amsterdam, vlak nadat het had besloten de banden met voormalig chef-dirigent Valery Gergiev, die oorspronkelijk was ingeroosterd, te verbreken. Het Concertgebouwdebuut van Lorenzo Viotti in februari 2016 is ook een invalbeurt geweest: Franz Welser-Möst moest afzeggen bij het Koninklijk Concertgebouworkest, en Lorenzo Viotti nam twee concerten over met Schubert (Derde symfonie), Mahler (Lieder eines fahrenden Gesellen) en Weense walsen.

Met het Nederlands Philharmonisch Orkest, waarvan hij per september 2021 chef-dirigent is geworden, stond hij in februari 2018 voor het eerst in Het ­Concertgebouw; op de lessenaars onder meer Stravinsky’s Petroesjka. Voordat ze samen in februari 2021 terugkeerden – met Stravinsky en Prokofjev – deed de jonge dirigent de Grote Zaal in de zomer van 2018 nog aan met het Gustav Mahler Jugendorchester, met onder meer Mahlers Vijfde symfonie. Toen Lorenzo Viotti datzelfde stuk in maart 2022 dirigeerde bij zijn Nederlands Philharmonisch Orkest schreef Trouw: ‘Je keek je oren uit in deze gespierde uitvoering vol scherpe contrasten. Het NedPhO was in blakende topvorm, hoorbaar blij en ingenomen met zo’n magnetiserende chef.’

Dit artikel wordt u gratis aangeboden door Preludium. Meer lezen? Abonneer dan nu.