Nog geen account of wachtwoord vergeten? Klik hier

Lilian Farahani & Friends: My Favorite Things

Lilian Farahani & Friends: My Favorite Things

Kleine Zaal
17 februari 2026
20.15 uur

Print dit programma

Lilian Farahani sopraan
Maurice Lammerts van Bueren piano
Ella van Poucke cello

Dit concert maakt deel uit van de serie Vocaal 1.

Zangteksten zijn gratis verkrijgbaar aan de zaal.

MY FAVORITE THINGS

Johannes Brahms (1833-1897)

Wie Melodien zieht es mir
uit ‘Fünf Lieder’, op. 105 (1886-88)

Zwei Gesänge, op. 91 (1884)
Gestillte Sehnsucht
Geistliches Wiegenlied

Charles Ives (1874-1954)

The Circus Band (1899/1920-21)

Jake Heggie (1961)

Animal Passion
uit ‘Natural Selection’ (1997)

What Lips My Lips Have Kissed
uit ‘Before the Storm’ (1998)

Leonard Bernstein (1918-1990)

Dream with Me
uit ‘Peter Pan’ (1950)

Léo Delibes (1836-1891)

Les Filles de Cadix (1874)

Jules Massenet (1842-1912)

Élégie (1872)

Barbara (1930-1997)

Dis, quand reviendras-tu (1962)

pauze ± 21.00 uur

Reza Vali (1952)

Nine Persian Folk Songs, Set No. 2 (1981)

Astor Piazzolla (1921-1992)

Chiquilín de Bachín (1969)

Ariel Ramírez (1921-2010)

Alfonsina y el mar (1969)

Astor Piazzolla

Yo soy María
uit ‘María de Buenos Aires’ (1968)

Violeta Parra (1917-1967)

Gracias a la vida (1966)

einde ± 22.15 uur

Kleine Zaal 17 februari 2026 20.15 uur

Lilian Farahani sopraan
Maurice Lammerts van Bueren piano
Ella van Poucke cello

Dit concert maakt deel uit van de serie Vocaal 1.

Zangteksten zijn gratis verkrijgbaar aan de zaal.

MY FAVORITE THINGS

Johannes Brahms (1833-1897)

Wie Melodien zieht es mir
uit ‘Fünf Lieder’, op. 105 (1886-88)

Zwei Gesänge, op. 91 (1884)
Gestillte Sehnsucht
Geistliches Wiegenlied

Charles Ives (1874-1954)

The Circus Band (1899/1920-21)

Jake Heggie (1961)

Animal Passion
uit ‘Natural Selection’ (1997)

What Lips My Lips Have Kissed
uit ‘Before the Storm’ (1998)

Leonard Bernstein (1918-1990)

Dream with Me
uit ‘Peter Pan’ (1950)

Léo Delibes (1836-1891)

Les Filles de Cadix (1874)

Jules Massenet (1842-1912)

Élégie (1872)

Barbara (1930-1997)

Dis, quand reviendras-tu (1962)

pauze ± 21.00 uur

Reza Vali (1952)

Nine Persian Folk Songs, Set No. 2 (1981)

Astor Piazzolla (1921-1992)

Chiquilín de Bachín (1969)

Ariel Ramírez (1921-2010)

Alfonsina y el mar (1969)

Astor Piazzolla

Yo soy María
uit ‘María de Buenos Aires’ (1968)

Violeta Parra (1917-1967)

Gracias a la vida (1966)

einde ± 22.15 uur

Toelichting

Toelichting

door Anja Sicking

Bij het samenstellen van het programma My Favorite Things was Lilian Farahani niet gebonden aan een t­hema. ‘Ik kon precies de werken kiezen die ik het allermooiste vind’, vertelt ze. ‘Ik hunkerde naar die keuzevrijheid. Misschien heeft dat te maken met mijn persoonlijke ontwikkeling. Na een zangcarrière van twintig jaar ben ik erachter gekomen dat ik beter functio­neer als ik me niet conformeer.’ Al pratende onderzoeken we waarom de sopraan deze stukken zo mooi vindt.

Brahms

De Zwei Gesänge opus 91 van ­Johannes Brahms zijn oorspronkelijk voor mezzo­sopraan en altviool. Farahani wilde deze liederen op het conservatorium al graag zingen. ‘Maar dat mocht eigenlijk niet. Ik was toch geen mezzosopraan? Op een avond hoorde ik deze liederen uitgevoerd worden met een cellist in plaats van een altviolist en toen dacht ik: wow, dit is fantastisch, zo kan het dus ook. Waarop direct de gedachte volgde: waarom zou ik ze niet ook doen? Het is het folkloristische karakter van deze liederen dat mij ongelooflijk raakt. Vooral het Geistliches Wiegenlied, dat verenigt de eenvoud van het leven met de hogere kunsten, in dit geval die van Brahms.’

Amerika

Farahani’s keuze voor The Circus Band van de Amerikaanse componist Charles Ives is gebaseerd op het cabareteske karakter van het stuk. ‘Ik vind het lekker om klassieke muziek met een ander randje te zingen, dat heeft Ives. Ik zie veel beelden voor me bij deze muziek, een hysterische kermis. Ook Animal Passion en What Lips My Lips Have Kissed van de Amerikaan Jake Heggie hebben een theatraal karakter, zowel de tekst als de muziek. Dat trekt me aan. Tegelijk zijn deze zangstukken ook harmonisch complex, soms net anders dan je verwacht. Dat vind ik een spannende mix.’

Bij het samenstellen van het programma My Favorite Things was Lilian Farahani niet gebonden aan een t­hema. ‘Ik kon precies de werken kiezen die ik het allermooiste vind’, vertelt ze. ‘Ik hunkerde naar die keuzevrijheid. Misschien heeft dat te maken met mijn persoonlijke ontwikkeling. Na een zangcarrière van twintig jaar ben ik erachter gekomen dat ik beter functio­neer als ik me niet conformeer.’ Al pratende onderzoeken we waarom de sopraan deze stukken zo mooi vindt.

Brahms

De Zwei Gesänge opus 91 van ­Johannes Brahms zijn oorspronkelijk voor mezzo­sopraan en altviool. Farahani wilde deze liederen op het conservatorium al graag zingen. ‘Maar dat mocht eigenlijk niet. Ik was toch geen mezzosopraan? Op een avond hoorde ik deze liederen uitgevoerd worden met een cellist in plaats van een altviolist en toen dacht ik: wow, dit is fantastisch, zo kan het dus ook. Waarop direct de gedachte volgde: waarom zou ik ze niet ook doen? Het is het folkloristische karakter van deze liederen dat mij ongelooflijk raakt. Vooral het Geistliches Wiegenlied, dat verenigt de eenvoud van het leven met de hogere kunsten, in dit geval die van Brahms.’

Amerika

Farahani’s keuze voor The Circus Band van de Amerikaanse componist Charles Ives is gebaseerd op het cabareteske karakter van het stuk. ‘Ik vind het lekker om klassieke muziek met een ander randje te zingen, dat heeft Ives. Ik zie veel beelden voor me bij deze muziek, een hysterische kermis. Ook Animal Passion en What Lips My Lips Have Kissed van de Amerikaan Jake Heggie hebben een theatraal karakter, zowel de tekst als de muziek. Dat trekt me aan. Tegelijk zijn deze zangstukken ook harmonisch complex, soms net anders dan je verwacht. Dat vind ik een spannende mix.’

  • Chansonnière Barbara in Amsterdam, 19 oktober 1965

    Chansonnière Barbara in Amsterdam, 19 oktober 1965

  • Chansonnière Barbara in Amsterdam, 19 oktober 1965

    Chansonnière Barbara in Amsterdam, 19 oktober 1965

Frankrijk

Over haar selectie van Franse muziek vertelt Farahani: ‘Ik hou van de mediterrane klank van het Frans. Les Filles de Cadix van Léo Delibes is een lied dat lijkt op een opera-aria. Ik voel me vaak vrijer in opera-aria’s dan in liederen. Dit lied is temperamentvol, het volkse karakter en het cabareteske komen hier ook in terug. De vocaliteit ervan vind ik prettig. In een opera zing je voor het vierde balkon, zoek je contact met het publiek, in een lied maak je eerder intieme aquarellen. Ik hou van die intimiteit, mits die niet te gepolijst, te geparfumeerd is. Dit lied is uitbundig, het heeft ook Spaanse elementen, ik hoor in gedachten de castagnetten klepperen.’

Lilian Farahani: ‘In Reza Vali’s Nine Persian Folk Songs komen al mijn werelden samen’

En over Élégie van Jules Massenet: ‘Dit stuk wilde ik alleen al vanwege de cello-introductie, die is diep melancholisch maar wel met een milde glimlach. Ik heb bij dit lied altijd het gevoel dat ik de nazomer beleef, of de herfst. Dingen vergaan, liefde vergaat, en toch ervaar ik dat teloorgaan niet alleen als negatief, als dramatisch, maar kan ik er met berusting, met warmte naar kijken. Ik zie vaak kleuren voor me bij bepaalde muziek. Dit is de herfst. Ik hou van de rust van de herfst, van het gouden uur. Brahms’ liederen hebben dat ook, die combinatie van melancholie en berusting, besef ik nu. En Barbara! Zij zingt in Dis, quand reviendras-tu over de liefde die weg is. Of misschien toch terugkomt?’ 

Iran

Farahani is de eerste die de tweede set van de Nine Persian Folk Songs van de componist Reza Vali heeft opgenomen, waardoor ze er een extra band mee heeft. ‘Vali heeft Iraanse roots maar is opgeleid in Oostenrijk en Amerika, waar hij ook woont. In zijn Nine Persian Folk Songs komen al mijn werelden samen, zowel mijn half-Iraanse achtergrond als mijn klassieke zangopleiding. Zijn werk is een smeltkroes: Perzische volksmuziek, maar dan in een hedendaags-klassiek jasje. Ik kan mijn eigen achtergrond in deze muziek laten meeresoneren, en ook mijn kennis van de Perzische taal komt van pas. Ik ben drietalig opgevoed, er werd bij ons thuis door mijn ouders ook Italiaans gesproken. Soms knalt Vali’s muziek, dan weer is er die milde melancholie. Heel generaliserend zou je kunnen zeggen dat deze negen liederen allemaal een gepassioneerde klaagzang zijn over hoeveel pijn het doet om lief te hebben.’

Argentinië

De muziek van de Argentijnse componist/bandoneonist Astor Piazzolla was voor Farahani ‘liefde op het eerste gezicht’. En ja, wat is dat dan precies? ‘Het is de taal, het gepassioneerde karakter van de muziek, maar vanuit een ingehouden ­zindering. Yo soy María is een aria uit een tango-opera, die vaak op zichzelf wordt uitgevoerd, in verschillende bezettingen. De kracht van het personage Maria, een prostituee, maakt de tango-aria voor mij invoelbaar. Deze opera gaat over echte mensen met een verhaal, het is niet altijd mooi, het is soms zelfs lelijk.’ Al verder pratend komt Farahani tot de conclusie dat dit programma haar innerlijke wereld weerspiegelt. Een wereld waarin plaats is voor theatraliteit, rauwe emoties en vergankelijkheid.

Frankrijk

Over haar selectie van Franse muziek vertelt Farahani: ‘Ik hou van de mediterrane klank van het Frans. Les Filles de Cadix van Léo Delibes is een lied dat lijkt op een opera-aria. Ik voel me vaak vrijer in opera-aria’s dan in liederen. Dit lied is temperamentvol, het volkse karakter en het cabareteske komen hier ook in terug. De vocaliteit ervan vind ik prettig. In een opera zing je voor het vierde balkon, zoek je contact met het publiek, in een lied maak je eerder intieme aquarellen. Ik hou van die intimiteit, mits die niet te gepolijst, te geparfumeerd is. Dit lied is uitbundig, het heeft ook Spaanse elementen, ik hoor in gedachten de castagnetten klepperen.’

Lilian Farahani: ‘In Reza Vali’s Nine Persian Folk Songs komen al mijn werelden samen’

En over Élégie van Jules Massenet: ‘Dit stuk wilde ik alleen al vanwege de cello-introductie, die is diep melancholisch maar wel met een milde glimlach. Ik heb bij dit lied altijd het gevoel dat ik de nazomer beleef, of de herfst. Dingen vergaan, liefde vergaat, en toch ervaar ik dat teloorgaan niet alleen als negatief, als dramatisch, maar kan ik er met berusting, met warmte naar kijken. Ik zie vaak kleuren voor me bij bepaalde muziek. Dit is de herfst. Ik hou van de rust van de herfst, van het gouden uur. Brahms’ liederen hebben dat ook, die combinatie van melancholie en berusting, besef ik nu. En Barbara! Zij zingt in Dis, quand reviendras-tu over de liefde die weg is. Of misschien toch terugkomt?’ 

Iran

Farahani is de eerste die de tweede set van de Nine Persian Folk Songs van de componist Reza Vali heeft opgenomen, waardoor ze er een extra band mee heeft. ‘Vali heeft Iraanse roots maar is opgeleid in Oostenrijk en Amerika, waar hij ook woont. In zijn Nine Persian Folk Songs komen al mijn werelden samen, zowel mijn half-Iraanse achtergrond als mijn klassieke zangopleiding. Zijn werk is een smeltkroes: Perzische volksmuziek, maar dan in een hedendaags-klassiek jasje. Ik kan mijn eigen achtergrond in deze muziek laten meeresoneren, en ook mijn kennis van de Perzische taal komt van pas. Ik ben drietalig opgevoed, er werd bij ons thuis door mijn ouders ook Italiaans gesproken. Soms knalt Vali’s muziek, dan weer is er die milde melancholie. Heel generaliserend zou je kunnen zeggen dat deze negen liederen allemaal een gepassioneerde klaagzang zijn over hoeveel pijn het doet om lief te hebben.’

Argentinië

De muziek van de Argentijnse componist/bandoneonist Astor Piazzolla was voor Farahani ‘liefde op het eerste gezicht’. En ja, wat is dat dan precies? ‘Het is de taal, het gepassioneerde karakter van de muziek, maar vanuit een ingehouden ­zindering. Yo soy María is een aria uit een tango-opera, die vaak op zichzelf wordt uitgevoerd, in verschillende bezettingen. De kracht van het personage Maria, een prostituee, maakt de tango-aria voor mij invoelbaar. Deze opera gaat over echte mensen met een verhaal, het is niet altijd mooi, het is soms zelfs lelijk.’ Al verder pratend komt Farahani tot de conclusie dat dit programma haar innerlijke wereld weerspiegelt. Een wereld waarin plaats is voor theatraliteit, rauwe emoties en vergankelijkheid.

door Anja Sicking

Toelichting

door Anja Sicking

Bij het samenstellen van het programma My Favorite Things was Lilian Farahani niet gebonden aan een t­hema. ‘Ik kon precies de werken kiezen die ik het allermooiste vind’, vertelt ze. ‘Ik hunkerde naar die keuzevrijheid. Misschien heeft dat te maken met mijn persoonlijke ontwikkeling. Na een zangcarrière van twintig jaar ben ik erachter gekomen dat ik beter functio­neer als ik me niet conformeer.’ Al pratende onderzoeken we waarom de sopraan deze stukken zo mooi vindt.

Brahms

De Zwei Gesänge opus 91 van ­Johannes Brahms zijn oorspronkelijk voor mezzo­sopraan en altviool. Farahani wilde deze liederen op het conservatorium al graag zingen. ‘Maar dat mocht eigenlijk niet. Ik was toch geen mezzosopraan? Op een avond hoorde ik deze liederen uitgevoerd worden met een cellist in plaats van een altviolist en toen dacht ik: wow, dit is fantastisch, zo kan het dus ook. Waarop direct de gedachte volgde: waarom zou ik ze niet ook doen? Het is het folkloristische karakter van deze liederen dat mij ongelooflijk raakt. Vooral het Geistliches Wiegenlied, dat verenigt de eenvoud van het leven met de hogere kunsten, in dit geval die van Brahms.’

Amerika

Farahani’s keuze voor The Circus Band van de Amerikaanse componist Charles Ives is gebaseerd op het cabareteske karakter van het stuk. ‘Ik vind het lekker om klassieke muziek met een ander randje te zingen, dat heeft Ives. Ik zie veel beelden voor me bij deze muziek, een hysterische kermis. Ook Animal Passion en What Lips My Lips Have Kissed van de Amerikaan Jake Heggie hebben een theatraal karakter, zowel de tekst als de muziek. Dat trekt me aan. Tegelijk zijn deze zangstukken ook harmonisch complex, soms net anders dan je verwacht. Dat vind ik een spannende mix.’

Bij het samenstellen van het programma My Favorite Things was Lilian Farahani niet gebonden aan een t­hema. ‘Ik kon precies de werken kiezen die ik het allermooiste vind’, vertelt ze. ‘Ik hunkerde naar die keuzevrijheid. Misschien heeft dat te maken met mijn persoonlijke ontwikkeling. Na een zangcarrière van twintig jaar ben ik erachter gekomen dat ik beter functio­neer als ik me niet conformeer.’ Al pratende onderzoeken we waarom de sopraan deze stukken zo mooi vindt.

Brahms

De Zwei Gesänge opus 91 van ­Johannes Brahms zijn oorspronkelijk voor mezzo­sopraan en altviool. Farahani wilde deze liederen op het conservatorium al graag zingen. ‘Maar dat mocht eigenlijk niet. Ik was toch geen mezzosopraan? Op een avond hoorde ik deze liederen uitgevoerd worden met een cellist in plaats van een altviolist en toen dacht ik: wow, dit is fantastisch, zo kan het dus ook. Waarop direct de gedachte volgde: waarom zou ik ze niet ook doen? Het is het folkloristische karakter van deze liederen dat mij ongelooflijk raakt. Vooral het Geistliches Wiegenlied, dat verenigt de eenvoud van het leven met de hogere kunsten, in dit geval die van Brahms.’

Amerika

Farahani’s keuze voor The Circus Band van de Amerikaanse componist Charles Ives is gebaseerd op het cabareteske karakter van het stuk. ‘Ik vind het lekker om klassieke muziek met een ander randje te zingen, dat heeft Ives. Ik zie veel beelden voor me bij deze muziek, een hysterische kermis. Ook Animal Passion en What Lips My Lips Have Kissed van de Amerikaan Jake Heggie hebben een theatraal karakter, zowel de tekst als de muziek. Dat trekt me aan. Tegelijk zijn deze zangstukken ook harmonisch complex, soms net anders dan je verwacht. Dat vind ik een spannende mix.’

  • Chansonnière Barbara in Amsterdam, 19 oktober 1965

    Chansonnière Barbara in Amsterdam, 19 oktober 1965

  • Chansonnière Barbara in Amsterdam, 19 oktober 1965

    Chansonnière Barbara in Amsterdam, 19 oktober 1965

Frankrijk

Over haar selectie van Franse muziek vertelt Farahani: ‘Ik hou van de mediterrane klank van het Frans. Les Filles de Cadix van Léo Delibes is een lied dat lijkt op een opera-aria. Ik voel me vaak vrijer in opera-aria’s dan in liederen. Dit lied is temperamentvol, het volkse karakter en het cabareteske komen hier ook in terug. De vocaliteit ervan vind ik prettig. In een opera zing je voor het vierde balkon, zoek je contact met het publiek, in een lied maak je eerder intieme aquarellen. Ik hou van die intimiteit, mits die niet te gepolijst, te geparfumeerd is. Dit lied is uitbundig, het heeft ook Spaanse elementen, ik hoor in gedachten de castagnetten klepperen.’

Lilian Farahani: ‘In Reza Vali’s Nine Persian Folk Songs komen al mijn werelden samen’

En over Élégie van Jules Massenet: ‘Dit stuk wilde ik alleen al vanwege de cello-introductie, die is diep melancholisch maar wel met een milde glimlach. Ik heb bij dit lied altijd het gevoel dat ik de nazomer beleef, of de herfst. Dingen vergaan, liefde vergaat, en toch ervaar ik dat teloorgaan niet alleen als negatief, als dramatisch, maar kan ik er met berusting, met warmte naar kijken. Ik zie vaak kleuren voor me bij bepaalde muziek. Dit is de herfst. Ik hou van de rust van de herfst, van het gouden uur. Brahms’ liederen hebben dat ook, die combinatie van melancholie en berusting, besef ik nu. En Barbara! Zij zingt in Dis, quand reviendras-tu over de liefde die weg is. Of misschien toch terugkomt?’ 

Iran

Farahani is de eerste die de tweede set van de Nine Persian Folk Songs van de componist Reza Vali heeft opgenomen, waardoor ze er een extra band mee heeft. ‘Vali heeft Iraanse roots maar is opgeleid in Oostenrijk en Amerika, waar hij ook woont. In zijn Nine Persian Folk Songs komen al mijn werelden samen, zowel mijn half-Iraanse achtergrond als mijn klassieke zangopleiding. Zijn werk is een smeltkroes: Perzische volksmuziek, maar dan in een hedendaags-klassiek jasje. Ik kan mijn eigen achtergrond in deze muziek laten meeresoneren, en ook mijn kennis van de Perzische taal komt van pas. Ik ben drietalig opgevoed, er werd bij ons thuis door mijn ouders ook Italiaans gesproken. Soms knalt Vali’s muziek, dan weer is er die milde melancholie. Heel generaliserend zou je kunnen zeggen dat deze negen liederen allemaal een gepassioneerde klaagzang zijn over hoeveel pijn het doet om lief te hebben.’

Argentinië

De muziek van de Argentijnse componist/bandoneonist Astor Piazzolla was voor Farahani ‘liefde op het eerste gezicht’. En ja, wat is dat dan precies? ‘Het is de taal, het gepassioneerde karakter van de muziek, maar vanuit een ingehouden ­zindering. Yo soy María is een aria uit een tango-opera, die vaak op zichzelf wordt uitgevoerd, in verschillende bezettingen. De kracht van het personage Maria, een prostituee, maakt de tango-aria voor mij invoelbaar. Deze opera gaat over echte mensen met een verhaal, het is niet altijd mooi, het is soms zelfs lelijk.’ Al verder pratend komt Farahani tot de conclusie dat dit programma haar innerlijke wereld weerspiegelt. Een wereld waarin plaats is voor theatraliteit, rauwe emoties en vergankelijkheid.

Frankrijk

Over haar selectie van Franse muziek vertelt Farahani: ‘Ik hou van de mediterrane klank van het Frans. Les Filles de Cadix van Léo Delibes is een lied dat lijkt op een opera-aria. Ik voel me vaak vrijer in opera-aria’s dan in liederen. Dit lied is temperamentvol, het volkse karakter en het cabareteske komen hier ook in terug. De vocaliteit ervan vind ik prettig. In een opera zing je voor het vierde balkon, zoek je contact met het publiek, in een lied maak je eerder intieme aquarellen. Ik hou van die intimiteit, mits die niet te gepolijst, te geparfumeerd is. Dit lied is uitbundig, het heeft ook Spaanse elementen, ik hoor in gedachten de castagnetten klepperen.’

Lilian Farahani: ‘In Reza Vali’s Nine Persian Folk Songs komen al mijn werelden samen’

En over Élégie van Jules Massenet: ‘Dit stuk wilde ik alleen al vanwege de cello-introductie, die is diep melancholisch maar wel met een milde glimlach. Ik heb bij dit lied altijd het gevoel dat ik de nazomer beleef, of de herfst. Dingen vergaan, liefde vergaat, en toch ervaar ik dat teloorgaan niet alleen als negatief, als dramatisch, maar kan ik er met berusting, met warmte naar kijken. Ik zie vaak kleuren voor me bij bepaalde muziek. Dit is de herfst. Ik hou van de rust van de herfst, van het gouden uur. Brahms’ liederen hebben dat ook, die combinatie van melancholie en berusting, besef ik nu. En Barbara! Zij zingt in Dis, quand reviendras-tu over de liefde die weg is. Of misschien toch terugkomt?’ 

Iran

Farahani is de eerste die de tweede set van de Nine Persian Folk Songs van de componist Reza Vali heeft opgenomen, waardoor ze er een extra band mee heeft. ‘Vali heeft Iraanse roots maar is opgeleid in Oostenrijk en Amerika, waar hij ook woont. In zijn Nine Persian Folk Songs komen al mijn werelden samen, zowel mijn half-Iraanse achtergrond als mijn klassieke zangopleiding. Zijn werk is een smeltkroes: Perzische volksmuziek, maar dan in een hedendaags-klassiek jasje. Ik kan mijn eigen achtergrond in deze muziek laten meeresoneren, en ook mijn kennis van de Perzische taal komt van pas. Ik ben drietalig opgevoed, er werd bij ons thuis door mijn ouders ook Italiaans gesproken. Soms knalt Vali’s muziek, dan weer is er die milde melancholie. Heel generaliserend zou je kunnen zeggen dat deze negen liederen allemaal een gepassioneerde klaagzang zijn over hoeveel pijn het doet om lief te hebben.’

Argentinië

De muziek van de Argentijnse componist/bandoneonist Astor Piazzolla was voor Farahani ‘liefde op het eerste gezicht’. En ja, wat is dat dan precies? ‘Het is de taal, het gepassioneerde karakter van de muziek, maar vanuit een ingehouden ­zindering. Yo soy María is een aria uit een tango-opera, die vaak op zichzelf wordt uitgevoerd, in verschillende bezettingen. De kracht van het personage Maria, een prostituee, maakt de tango-aria voor mij invoelbaar. Deze opera gaat over echte mensen met een verhaal, het is niet altijd mooi, het is soms zelfs lelijk.’ Al verder pratend komt Farahani tot de conclusie dat dit programma haar innerlijke wereld weerspiegelt. Een wereld waarin plaats is voor theatraliteit, rauwe emoties en vergankelijkheid.

door Anja Sicking

Biografie

Lilian Farahani, sopraan

De Nederlands-Iraanse sopraan Lilian Farahani studeerde aan de conservatoria van Den Haag en Amsterdam, bij onder anderen Sasja Hunnego. Ze ­voltooide in 2015 de Dutch National Opera Academy en begon een voorspoedige carrière als opera-, lied- en concertzangeres.

In de afgelopen jaren zong ze op de grote Nederlandse podia bij gezelschappen als De Nationale Opera, Opera Zuid en de Nederlandse Reisopera, maar ook aan de operahuizen van onder andere Nancy, Bern en Essen.

Daarnaast soleerde ze bij orkesten als het Concertgebouworkest (oktober 2022, Par­tita van Dallapiccola), het London Symphony Orchestra, het Residentie Orkest, het Nederlands Kamerorkest, het Orkest van de Achttiende Eeuw, het Nederlands Blazers Ensemble en Pygmalion.

Later dit voorjaar is Lilian Farahani cover voor de rol van The Bride in Innocence, de laatste opera van Kaija Saariaho, bij de Metropolitan Opera in New York. Ze zong deze rol eerder op het Festival d’Aix-en-Provence, in het Royal Opera House in Londen, en bij De Nationale Opera en San Francisco Opera. Verder zal ze de rol van Musetta (La bohème van Puccini) vertolken bij de Opéra natio­nal de Lorraine in Nancy, Caen en Luxemburg.

Na haar in 2019 verschenen debuut-cd WOMAN – the making of… lanceerde ze in 2024 samen met pianist Maurice Lammerts van Bueren het album Nomad. Sinds haar debuut in een lunchconcert in april 2015 trad Lilian Farahani meermaals op in de Kleine Zaal, bijvoorbeeld in maart 2022 in de serie Jonge Nederlanders.

Maurice Lammerts van Bueren, piano

Maurice Lammerts van Bueren was leerling van Jan Wijn aan het Conservatorium van Amsterdam. Mila Baslawskaja was zijn docent kamermuziek, en lessen liedbegeleiding kreeg hij van Graham Johnson en Rudolf Jansen.

De pianist legde zich gaandeweg toe op het liedbegeleiden. Zangers met wie hij intensief samenwerkt zijn Ellen Valkenburg, Lilian ­Farahani, Henriette Feith, Liza Lozica, Tinka Pypker, Berend Eijkhout en Tim Kuypers.

Daarnaast deelde hij het podium met onder anderen Angelika Kirchschlager, Henk Neven, Thomas Oliemans, Peter Gijsbertsen, Robert Holl en ­Christianne Stotijn. Voordat Maurice Lammerts van Bueren zich volledig richtte op het werken met zangers was hij al actief als kamermusicus.

Als pianist van het T­rio Suleika (2001-2014) won hij onder meer de Kersjesprijs en de Vriendenkrans van Het Concertgebouw. Hij heeft inmiddels achttien cd’s opgenomen, onder andere het solo-album 57 MAZURKI met de complete mazurka’s van Chopin.

Maurice Lammerts van Bueren is als coach verbonden aan de zangafdeling van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Als gastdocent gaf hij liedbegeleidingslessen, masterclasses en liedklassen aan de conservatoria van Enschede en Utrecht. Naast zijn loopbaan als musicus is Maurice Lammerts van Bueren ook actief als portretfotograaf; zijn werk verscheen in onder meer het NRC, het AD en de Volkskrant.

Ella van Poucke, cello

Ella van Poucke werd op tien­jarige leeftijd toegelaten tot het conservatorium in Den Haag en studeerde vervolgens bij Godfried Hoogeveen aan het Conservatorium van Amsterdam, Frans Helmerson aan de Kronberg Academy en Gary Hoffman in Brussel.

Ze won onder meer in 2012 de Prix Academie Maurice Ravel, in 2014 de Elisabeth Everts­prijs, in 2015 de Leopoldinum Award en de eerste prijs van de International Isang Yun Competition in Korea, en in 2017 de Premio Chigiana en de Grachten­festivalprijs.

Ondertussen was de celliste te beluisteren op bekende podia en festivals in Europa, Azië en de Verenigde Staten. Als solist werd ze uitgenodigd door bijvoorbeeld het Nederlands Philharmonisch, het hr-Sinfonieorchester Frankfurt, ­Kremerata Baltica, Phion, het Orchestra della Toscana, Brussels Philharmonic en het Symfonieorkest Vlaanderen.

Kamer­muziek speelde ze met haar broer, pianist Nicolas van Poucke, en met collega’s als András Schiff, Nobuko Imai, Tabea Zimmermann, Christian Tetzlaff, Gidon Kremer, Vilde Frang, Simone Lamsma, het Pražák Quartet en Jean-Claude Vanden Eynden. In 2020 bracht ze haar debuutalbum uit met de cellowerken van Schumann en in 2023 verscheen het album Sergei Rachmaninov.

Ella van Poucke is sinds 2022 hoofdvakdocent cello aan het Conservatorium van Amsterdam en speelt op een instrument van Giovanni Paolo Maggini uit 1620. Ze was geregeld in Het Concertgebouw te beluisteren, de laatste keer in de Grote Zaal in het Celloconcert in C groot van Haydn met de Jenaer Philharmonie in de zomerprogrammering van 2024.