Nog geen account of wachtwoord vergeten? Ga dan naar concertgebouw.nl

De ode ‘An die Freude’: van gedicht tot volkslied

door Martijn Voorvelt
27 november 2019

Schillers ode An die Freude en Beethovens Negende symfonie vormen een universeel verbond van vreugde en hoop. Preludium schetst de reis van ‘Alle Menschen werden Brüder’ vanaf zijn oorsprong als gedicht in woelige tijden tot zijn huidige hoedanigheid als volkslied, ringtone en ‘Daiku’.

Het begon als een verklaring van vriendschap, in de turbulente achttiende eeuw geschreven door een idealistische dichter. Een beroemd componist, jaren­lang gefascineerd door de tekst, verwerkte die decennia later in zijn laatste symfonie. Het resultaat sloeg aan en werd vervolgens op alle mogelijke manieren gebruikt – en misbruikt – in politiek, sport en kunst.

Zo bleef de finale van Ludwig van Beethovens Negende symfonie aan diepte winnen. Onderdrukking, revolutie, geweld, desillusie, vrijheid, schoonheid, idealisme, verbroedering, verdeeldheid en hereniging zijn erin samengebald. Dit amalgaam van muziek, poëzie en vreugde vertelt de Europese geschiedenis van de afgelopen 250 jaar.

Schillers gedicht

Tijdens het te korte leven van Friedrich Schiller (1759-1805) voltrokken zich in Europa grote veranderingen. Het ancien regime, dat kwijnende, in de Middeleeuwen gewortelde standensysteem, werd met veel revolutionair geweld de nek omgedraaid. Ook op de terreinen van wetenschap, filosofie en kunst maakte Europa een metamorfose door. De Verlichting stelde bevordering van wetenschap en intellectuele uitwisseling tegenover het aloude geloofs- en autoriteitsdenken.

Ode 'An die Freude'

illustratie: Olivia Ettema

Ode 'An die Freude'

illustratie: Olivia Ettema

Ode 'An die Freude'

illustratie: Olivia Ettema

Ode 'An die Freude'

illustratie: Olivia Ettema

Illustratie: Olivia Ettema

De Duitse rechten- en medicijnenstudent Schiller, die zich al vroeg ontpopte tot filosoof, toneelschrijver en dichter, nam kennis van de vele discussies, maar was geen meeloper. Toen Immanuel Kant met zijn Kritik der reinen Vernunft de Verlichting in 1781 definitief gelijk stelde aan rationaliteit, bewandelde Schiller al een andere weg – niet zozeer die van de rede, maar die van de schoonheid.

In 1785 schreef hij de ode An die Freude voor zijn vriend, de jonge jurist Christian Gottfried Körner, die het op muziek zette. Het lied schetst een utopie waarin alle mensen gelijk zijn en in vrede samenleven. Dit naïeve ideaal zou steeds de basis blijven vormen van Schillers latere, verder ontwikkelde ideeën.

Na publicatie werd de tekst – maar niet Körners melodie – razend populair. Tientallen componisten hebben het gedicht geheel of gedeeltelijk op muziek gezet. Sommige toonzettingen waren enige tijd populair bij onder meer vrijmetselaarsloges en als drinklied bij studentenverenigingen.

Terreur en Bildung

In 1789 grijpen burgers de macht tijdens de Franse Revolutie en wordt de eerste Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger aangenomen. Maar onder het mom van ‘vrijheid, gelijkheid en broederschap’ wordt vervolgens een regime geïnstalleerd dat niet minder wreed en onrechtvaardig is dan het vorige. La Terreur, het schrikbewind van 1792-94, belichaamde voor Schiller het falen van de Revolutie, maar ook van de Verlichting.

De gewelddadige gebeurtenissen contrasteren sterk met Schillers idealen. Juist het goede in de mens en aandacht voor esthetiek moeten er volgens hem toe leiden dat burgers hun lot in eigen handen nemen en een ideale rechtvaardige staat stichten. Schiller werd daarmee een van de centrale figuren van het Weimar-humanisme (ofwel de ‘Duitse Renaissance’).

Centraal stond de gedachte dat zelfbeschikking alleen kon worden bereikt door contemplatie en Bildung: kunstzinnige, politieke én natuurwetenschappelijke vorming – naar het voorbeeld van de Oude Grieken. ‘Politieke problemen zijn alleen op te lossen als ze worden benaderd via het probleem van de esthetiek, omdat alleen via schoonheid de vrijheid kan worden bereikt,’ aldus Schiller.

Friedrich Schiller draagt voor

Detail van het olieverfschilderij Der Weimarer Musenhof van Theobald von Oer (1860)

Friedrich Schiller draagt voor

Detail van het olieverfschilderij Der Weimarer Musenhof van Theobald von Oer (1860)

Friedrich Schiller draagt voor

Detail van het olieverfschilderij Der Weimarer Musenhof van Theobald von Oer (1860)

Friedrich Schiller draagt voor

Detail van het olieverfschilderij Der Weimarer Musenhof van Theobald von Oer (1860)

Als rechtgeaard humanist deelde Ludwig van Beethoven in toenemende mate Schillers ideeën. De strijd voor individuele vrijheid zien we terug in zijn enige opera Fidelio, in de slotscène waarvan Schiller geciteerd wordt. Zowel Schiller als Beethoven zagen vol afgrijzen hoe Napoleon, de bevrijder van het volk, zich tot keizer liet kronen en de kersverse mensenrechten met voeten trad. De geschiedenis herhaalde zich.

Tot overmaat van ramp werden Beethovens plannen om een carrière in Parijs op te bouwen gedwarsboomd door de verstoorde betrekkingen tussen Frankrijk en Oostenrijk. Uit pure woede kraste Beethoven de opdracht aan Bonaparte op het voorblad van zijn Derde symfonie, ‘Eroica’ door.

Worsteling

Hoe moest de burger zich dan van zijn ketenen bevrijden? Schillers vredelievende benadering sprak Beethoven aan, en diens An die Freude fascineerde hem al jaren. Zo citeerde hij op zijn negentiende al enkele regels uit het gedicht in zijn Cantate over de dood van keizer Jozef II, WoO 87. Er bevindt zich ook een fragment in zijn schetsen uit 1799, het jaar dat Napoleon de macht greep.

In 1808 wordt een door Schiller zelf vlak voor zijn dood nog gereviseerde versie van het gedicht postuum uitgegeven. Deze vindt in 1822 eindelijk zijn weg naar de Negende symfonie, waar Beethoven dan al drie jaar aan werkt. De eerste schetsen tonen alleen het begin van het gedicht, op een compleet andere melodie. Het zou ruim een jaar duren voordat de tekst zich zou vastklinken aan de uiteindelijke melodie.

Ludwig van Beethoven

Friedrich August von Kloeber, 1818

Ludwig van Beethoven

Friedrich August von Kloeber, 1818

Ludwig van Beethoven

Friedrich August von Kloeber, 1818

Ludwig van Beethoven

Friedrich August von Kloeber, 1818

Door een koor én vier solisten op te voeren verlegde Beethoven - opnieuw - de grenzen van het symfonische genre. Dat ging niet vanzelf. Het is bekend dat de componist vaak en lang worstelde met muzikale thema’s, maar de finale van de Negende was volgens zijn secretaris en biograaf Anton Schindler een extreem geval. ‘Het doel was een goede manier te vinden om Schillers ode te introduceren. Op een dag kwam hij de kamer in terwijl hij riep: ‘Ik heb het! Ik heb het!’ Daarbij toonde hij mij zijn schetsboek met de woorden ‘Laat ons het lied Freude van de onsterfelijke Schiller zingen’, direct gevolgd door een solostem die de hymne voor de vreugde zingt.’ De introductie van Schillers ode in de finale (door de bariton) zou uiteindelijk frivoler uitvallen (‘O, vrienden! Niet deze klanken!’).

Bij de première in 1824 zat de zaal stampvol, het was Beethovens eerste publieke optreden in twaalf jaar (de stokdove componist ‘dirigeerde’ naast dirigent Michael Umlauf) en de verwachtingen waren hooggespannen. Het werd een triomf, en naar verluidt moest de politie eraan te pas komen om het Weense ­Kärntnertheater te ontruimen.

Tegenstellingen

De uitbundige finale van Beethovens Negende nestelde zich alras in het collectieve geheugen, en bleek zich uitstekend te lenen voor allerlei politieke en niet-politieke doeleinden. Zo kreeg de utopische tekst op 19 april 1942 een heel andere lading – en raakte de muziek volgens sommigen voorgoed besmet – toen Wilhelm Furtwängler de Negende symfonie dirigeerde op de vooravond van Adolf Hitlers verjaardag.* Rehabilitatie volgde toen de finale tijdens de Olympische Spelen van 1956, 1960 en 1964 bij wijze van volkslied werd gespeeld voor het Duitse Eenheidsteam. Sport en kunst kunnen politieke tegenstellingen overbruggen.
In 1972 bestempelde de Raad van Europa (de voorloper van de Europese Unie) de finale van de Negende als officieus volkslied, in 1985 werd Beethovens muziek – zonder tekst – bevorderd tot officiële hymne van de EU.

Naar verluidt moest de politie eraan te pas komen om het Weense ­Kärntnertheater te ontruimen

De finale werd ook het krachtige muzikale symbool van volksopstanden in Chili (tegen generaal Pinochet) en China. Sommigen zullen het werk echter vooral associëren met A Clockwork Orange. In het boek van Anthony Burgess uit 1962 zet de muziek van ‘The Great Ludwig Van’ de hoofdpersoon aan tot ‘rape and ultra-violence’. Voor Stanley Kubricks verfilming uit 1971 maakte elektronicapionier Walter (later Wendy) Carlos een passend verwrongen versie. Er bestaan bewerkingen voor gitaar, blokfluit, koor en rockband, en uiteraard is de melodie downloadbaar als ringtone.

In Japan is het samen zingen en spelen van Daiku (‘Nummer negen’) een geliefde traditie die teruggaat tot de Eerste Wereldoorlog. Sinds de tsunami van 11 maart 2011 heeft die traditie vooral in Osaka extra betekenis gekregen. ‘De ramp leerde ons dat we elkaar moeten helpen,’ aldus een van de 10.000 Daiku-uitvoerenden in december 2011, ‘dat is wat dit lied voor mij oproept.’ De popularisering van ‘Alle Menschen werden Brüder’ mag sommigen een doorn in het oog zijn, de ode doet wat ze belooft: ze brengt iedereen bij elkaar.

Hereniging

Vermeldenswaard is ten slotte dat het manuscript van Beethovens Negende jarenlang verdeeld was over verschillende bibliotheken. Bij de aanvang van de Tweede Wereldoorlog werd het – om eventuele schade door bomaanvallen te beperken – ondergebracht op drie locaties, die na de oorlog door harde grenzen van elkaar werden gescheiden. Zo kan het dat de eerste drie delen jarenlang in Polen verstopt lagen en verloren gewaand werden, het begin van de finale zich in communistisch Oost-Berlijn bevond en het slot in West-Duitsland. Na de val van de Muur werd ook het verdeelde manuscript herenigd.

Een officieel statement van de Staatsbibliotheek in Berlijn verwoordde het treffend: ‘Dwars door de Negende symfonie liep de Berlijnse Muur als monument van de Koude Oorlog. Een beeld van werkelijk beklemmende symboliek: de snede ging dwars door de dubbelfuga van het slotdeel, het hoogtepunt, waar Beethoven juist de beide muzikale en ideële ­hoofdthema’s – vreugde en wereldwijde verbroedering – gelijktijdig laat klinken in contrapuntische vervlechting.’

* Hiervan circuleren opnamen op YouTube

wo 25 december | Grote Zaal
Koninklijk Concertgebouworkest
Kerstmatinee: Beethoven
Bekijk dit concertprogramma

Dit artikel wordt u gratis aangeboden door Preludium. Meer lezen? Abonneer dan nu.