Nog geen account of wachtwoord vergeten? Ga dan naar concertgebouw.nl
interview

Kevin John Edusei: 'Een dirigent moet één ding kunnen'

door Joost Galema
29 oktober 2019

Dirigent Kevin John Edusei staat deze maand voor de zesde keer in Het Concertgebouw, ditmaal met het Chineke! Orchestra. 'Ik wil de waardevolle kennis van het orkest gebruiken, niet negeren. Voor mij stuurt de dirigent een discussie.'

Sommige dirigenten zien, is al een belevenis op zich. Neem de scherpe driehoeken van Harnoncourts wenkbrauwen die zijn gezicht iets demonisch gaven of de manier waarop Blomstedts handen de muziek gul lijken uit de delen onder zijn orkestleden. Ook bij de Duitser Kevin John Edusei (43) vallen zijn bewegingen op, en dan met name hoe vloeiend ze zijn. 

‘Chineke! zet de status quo van de klassieke muziek op zijn kop’

‘Hij heeft mooie handen’, zegt de Neder­landse dirigent Jac van Steen, een belangrijke mentor voor Edusei. ‘Aan zijn gebaren kleeft niets stijfs of hoekigs, hij verbindt van nature een elegante souplesse met de precieze timing van de slagwerker die hij in het verleden was. Dit mengsel van flexibiliteit en helderheid is wezenlijk, want orkesten zijn nu eenmaal gevoelig voor de lichaamstaal van de dirigent. Die hoor je meteen in het klankbeeld terug.’

  • Kevin John Edusei

    illustratie: Daniel Roozendaal | cover Preludium november 2019

    Kevin John Edusei

    illustratie: Daniel Roozendaal | cover Preludium november 2019

  • Kevin John Edusei

    foto: Marco Borggreve

    Kevin John Edusei

    foto: Marco Borggreve

  • Kevin John Edusei

    illustratie: Daniel Roozendaal | cover Preludium november 2019

    Kevin John Edusei

    illustratie: Daniel Roozendaal | cover Preludium november 2019

  • Kevin John Edusei

    foto: Marco Borggreve

    Kevin John Edusei

    foto: Marco Borggreve

Ook om een andere reden vormt Edusei een markante verschijning op het klassieke toneel: als een van de weinige zwarte dirigenten in een witte wereld. Zelf maakt hij hier geen punt van. Hij praat er dan ook liever niet over.

De afgelopen vijf jaar was Edusei chef-dirigent van de Münchner Symphoniker en van het operahuis in Bern. Van het Zwitserse theater nam hij deze zomer afscheid. Naar Amsterdam komt hij met het Chineke! Orchestra, een gezelschap dat voor het merendeel bestaat uit zogenaamde BME-musici (Black and Minority Ethnic).

‘Chineke! herbergt mensen van uiteenlopende achtergronden: een Engelsman met een gedegen conservatoriumstudie oude muziek zit naast een Burundees die zichzelf viool heeft leren spelen met behulp van YouTube-video’s. En nog verdomd goed ook. Het is mooi om uit al die verschillende talenten één klank te smeden.’

Aanvankelijk had de dirigent zijn be­­den­kingen bij de noodzaak van Chineke!, maar hij merkte gaandeweg dat het orkest een grote inspiratiebron is voor jongeren. ‘Het stelt vooroordelen ter discussie door de status quo van de klassieke muziek op zijn kop te zetten. Het laat zien dat ook minderheden in die wereld hun plek kunnen vinden.’

Componisten als onzichtbare huisvrienden

Als kind van kunstminnende ouders leerde hij dat klassieke muziek iedereen omarmde. De ouderlijke woning in Bielefeld was er vol van. Mozart, Beethoven, Haydn, Brahms, Bach, ze waren hun onzichtbare huisvrienden. ‘Vooral mijn vader luisterde veel naar klassieke muziek in zijn vrije tijd.

De plaat van Vivaldi’s Vier Jaar­getijden met violiste Anne-Sophie Mutter en dirigent Herbert von Karajan heb ik voor mijn gevoel wel zo’n vierhonderd keer gehoord. Toen ik als dirigent Mutter later in München ontmoette, konden we er hard om lachen. Van die Jaargetijden-vloek wist ik me pas echt te bevrijden door het ontdekken van ­Vivaldi Re-Composed, de bewerking van componist Max Richter.’

Behalve muziekminnende ouders was er ook zijn oma van moederskant, Antonie Wingels, een voormalig operazangeres. ‘Ze bezat wat in het Duits een Naturstimme heet. Net twintig begon ze, rond 1930, met haar professionele loopbaan als mezzo in Münster en Bielefeld. Ze werkte onder andere met dirigent Kurt Eichhorn, die later Musikdirektor van de Semperoper in Dresden werd en ook chef van de Münchner Philharmoniker.

Op een dag bekeek ik een televisie-uitzending van Bruckners Achtste symfonie. Plotseling stormde mijn grootmoeder de keuken uit. ‘Kurtchen, mein Kurtchen!’ riep ze en brak in tranen uit. Met Eichhorn studeerde ze ook een van haar glansrollen in: die van de jonge minnaar Octavian uit Der Rosenkavalier van Richard Strauss.’

De Tweede Wereldoorlog betekende helaas een vroeg einde voor de zangcar­rière van Wingels. ‘Ik heb mijn oma nooit op het podium gehoord, maar ze zong thuis met haar mooie stem wel vele Duitse volksliedjes. Met haar charme en humor vormde ze een spil in onze familie.

Haar aanwezigheid heeft enorme invloed gehad op mijn besluit om musicus te worden. Helaas heeft zij niet meer meegemaakt dat ik uitgroeide tot dirigent, en ruim zeventig jaar na Kurt Eichhorn ook eerste kapelmeester werd in Bielefeld.’

De ontdekking van slagwerk

Zijn eerste liefde was de piano, maar met dat instrument boterde het niet echt. ‘In een jeugdige Sturm und Drang-fase koos ik vervolgens voor slagwerk. Later kwam daar nog klankregie bij’, vertelt Edusei. Die twee studies kregen onder meer gestalte aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, de stad waar hij geen concert van het Residentie Orkest miste.

In Amsterdam mocht hij invallen bij De Nationale Opera in Wagners Rheingold, uit de beroemde Ring-cyclus van regisseur Pierre Audi en dirigent Hartmut Haenchen. ‘Dat maakte grote indruk op me’, zegt Edusei. ‘Wat was dit voor heerlijk gekke en geweldige componist, die in één scene het lawaai van dertien aambeelden dacht nodig te hebben. Hier wilde ik meer van weten, dus ik ging naar alle Ring-avonden waar ik kaarten voor kon bemachtigen.’ 

Natuurlijk gezag

Nu, zo’n twee decennia later, dirigeerde hij van Wagner inmiddels Der fliegende HolländerTannhäuser en Tristan und Isolde en hopelijk kom daar ooit nog een Ring-cyclus bij. Want het orkest bleek zijn ultieme instrument. Edusei lijkt ervoor geboren, vindt dirigent Jac van Steen, die hem lesgaf in Den Haag en deels op zijn pad begeleidde.

‘Een dirigent moet één ding kunnen: ideeën en overtuigingen ontwikkelen, ook tegen de stroom in. En daaraan moet je vasthouden.'

‘Ik heb de gewoonte om talenten, in wie ik iets zie, mee te nemen naar mijn orkesten. Zo vergezelde Kevin John me eens naar Nürnberg, waar ik hem Stravinsky’s Petroesjka liet repeteren. Zo’n orkest bestaat uit verschillende karakters: lieve mensen, types die gewoon hun werk doen en ego’s.

Binnen vijf minuten begon de eerste hoornist te muiten. ‘Ik kan u niet volgen’, klaagde hij. Kevin John loste dat fantastisch op. ‘Speel maar op mijn slag – ik neem de verantwoordelijkheid’, zei hij. Aan zo’n directheid herken ik een dirigent. Hij bezit van nature een gezag dat zich wortelt in vruchtbare muzikale aarde.’

‘Een dirigent moet één ding kunnen’, vindt Edusei zelf. ‘Ideeën en overtuigingen ontwikkelen, ook tegen de stroom in. En daaraan moet je vasthouden. Dat is geen kwestie van macht, maar van het geloof dat een goede vertolking voortvloeit uit de kracht van de opvatting van de dirigent.

Wel moet ik mijn oren en ogen openhouden voor wat er leeft onder de musici. Vroeger zat ik als paukenist achterin het orkest en nu sta ik ervoor. Ik weet hoeveel waardevolle kennis en wonderbaarlijke energie zich bevindt tussen die twee polen. Die wil ik gebruiken, niet negeren. Voor mij stuurt de dirigent een discussie. Het zou dom zijn de ervaring en bezieling van de musici niet te benutten.’

Het Chineke! Orchestra is een goed voorbeeld van hoe dat werkt, zegt hij. ‘Dat orkest kent een kleine vaste kern, die bij elk nieuw project wordt aangevuld vanuit een grote groep musici, waarvan velen uit alle hoeken en continenten van de wereld komen. In zekere zin maak ik elke keer kennis met een ‘nieuw’ orkest. En na onze eerste muzikale handshake is mijn grootste opgave: het snel ontwikkelen van een gezamenlijke opvatting. En dat werkt verbazingwekkend goed wanneer je als dirigent openstaat voor wat de musici aanbieden.’

Op het programma van Chineke!

In de Grote Zaal speelt Edusei met het Chineke! Orchestra werken van Beethoven en Brahms en het Vioolconcert van de Britse componist en dirigent Samuel ­Coleridge-Taylor, die rond het begin van de twintigste eeuw de bijnaam Black Mahler verwierf.

‘Deze zoon van een arts uit Sierra Leone en een Engelse moeder bleek al jong een getalenteerd violist. Hij was een van de favoriete compositieleerlingen van de grote Charles Villiers Stanford. En diens vakgenoot Edward Elgar vond Coleridge-Taylor ‘met afstand de meest intelligente musicus van de jonge generatie’’, vertelt Edusei.

Het Vioolconcert kent een opmerkelijke geschiedenis. ‘Coleridge-Taylor schreef het stuk in 1912 voor de Amerikaanse violiste Maud Powell, in opdracht van het Norfolk Festival in Connecticut. Hij stuurde het manuscript vanuit Engeland met de boot naar de Verenigde Staten.

Helaas voor de componist heette dat schip de Titanic, dus al zijn werk belandde op de bodem van de oceaan. Hij moest het Vioolconcert opnieuw uit het hoofd reconstrueren. In datzelfde jaar – vlak voor de Britse ­première – stierf Coleridge-Taylor, nog maar 37 jaar oud, aan een longontsteking.’

‘Helaas voor de componist heette dat schip de Titanic, dus al zijn werk belandde op de bodem van de oceaan’

De witte Amerikanen noemden hem weliswaar Black Mahler, maar zijn stijl lijkt wat Edusei betreft meer op het idioom van Brahms en Dvořák, ‘met zijn natuurlijke en welsprekende instrumentatie. De vroege dood van Coleridge-Taylor maakte een einde aan de veelbelovende ontwikkeling van dit enorme talent. Wie weet welk stempel hij nog op het Europese muziekleven had kunnen drukken.’

Het is dan ook niet verwonderlijk dat na het Vioolconcert van Coleridge-Taylor de Tweede symfonie van Brahms op de lessenaars staat, een componist met wie Edusei altijd een hechte band heeft gevoeld.

‘Dat begon als kind met zijn pianomuziek, en daarna leerde ik in mijn jonge tienerjaren in jeugdorkesten zijn symfonieën kennen. Vooral de Eerste boeit me mateloos, omdat ik hoor welke hindernissen Brahms moest overwinnen op zijn weg naar de symfonie. En dan biedt hij ons die prachtige finale met zijn vage verwijzingen naar Beethoven.

In zijn Tweede symfonie regeert de opluchting: alles gaat eenvoudiger en vloeit. Er zit veel licht in de partituur. En Brahms zelf zag de ironie er wel van. Tegen zijn uitgever Simrock grapte hij nooit een droeviger werk te hebben geschreven. ‘De nieuwe symfonie is zo melancholiek, dat je haar niet kunt verdragen. Ik heb nog nimmer zoiets treurigs gemaakt, de partituur moet met een rouwrand verschijnen.’  

Track record 

Het concert met het -Chineke! Orchestra wordt Kevin John Eduseis zesde optreden in Het Concertgebouw. Met het orkest waarvan hij chef-dirigent is, de Münchner Symphoniker, debuteerde hij in de Grote Zaal in zomer 2016 en keerde hij de volgende zomer meteen al terug. In de NTR ZaterdagMatinee van 11 februari 2017 dirigeerde hij het Nationaal Jeugd Orkest en Cappella Amsterdam in John Adams’ opera Nixon in China.

In de serie Het Zondagochtend Concert stond Kevin John Edusei tweemaal op de bok, in 2017 bij de philharmonie zuidnederland en in 2018 bij het Radio Filharmonisch Orkest: ‘Wat mij toen trof was de warme, bijna gewijde sfeer, de mensen waren alert en enthou-siast. Misschien omdat de zintuigen op dat tijdstip fris zijn en nog niet zoveel prikkels hebben gehad, hetgeen de concentratie versterkt. Heel bijzonder, vond ik.’

do 14 november | Grote Zaal
Chineke! Orchestra, Kevin John Edusei en Elena Urioste (viool)
Bekijk dit concertprogramma

Dit artikel wordt u gratis aangeboden door Preludium. Meer lezen? Abonneer dan nu.