Kaleidoscope Chamber Collective in Mozart en Coleridge-Taylor
Kleine Zaal 21 februari 2026 20.15 uur
Kaleidoscope Chamber Collective:
Armand Djikoloum hobo
Matthew Hunt klarinet
Amy Harman fagot
Ben Goldscheider hoorn
Elena Urioste viool
Rosalind Ventris altviool
Laura van der Heijden cello
Dominic Seldis contrabas
Tom Poster piano
Dit concert maakt deel uit van de serie Kleine Zaal Melange.
Ook interessant:
- Het achtergrondverhaal over Hongaarse muziek
Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)
Fagotkwartet in Bes gr.t.
naar ‘Sonate voor fagot en cello in Bes gr.t., KV 292’ (1775;
bewerking Iain Farrington)
Allegro
Andante
Rondo: Allegro
Ernst von Dohnányi (1877-1960)
Sextet in C gr.t., op. 37 (1935)
voor klarinet, hoorn, viool, altviool, cello en piano
Allegro appassionato
Intermezzo. Adagio
Allegro con sentimento – Poco
adagio, Andante tranquillo
Finale. Allegro vivace, giocoso
pauze ± 21.00 uur
Samuel Coleridge-Taylor (1875-1912)
Nonet in f kl.t., op. 2 (1893)
‘Gradus ad Parnassum’
voor hobo, klarinet, fagot, hoorn, viool, altviool, cello, contrabas en piano
Allegro energico
Andante con moto
Scherzo: Allegro – Trio
Finale: Allegro vivace
George Gershwin (1898-1937)
Songs
bewerkingen voor nonet Tom Poster
Love Walked in (1937)
The Man I Love (1924)
A Foggy Day (1937)
They Can’t Take that Away
from Me (1937)
einde ± 22.15 uur
Kaleidoscope Chamber Collective:
Armand Djikoloum hobo
Matthew Hunt klarinet
Amy Harman fagot
Ben Goldscheider hoorn
Elena Urioste viool
Rosalind Ventris altviool
Laura van der Heijden cello
Dominic Seldis contrabas
Tom Poster piano
Dit concert maakt deel uit van de serie Kleine Zaal Melange.
Ook interessant:
- Het achtergrondverhaal over Hongaarse muziek
Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)
Fagotkwartet in Bes gr.t.
naar ‘Sonate voor fagot en cello in Bes gr.t., KV 292’ (1775;
bewerking Iain Farrington)
Allegro
Andante
Rondo: Allegro
Ernst von Dohnányi (1877-1960)
Sextet in C gr.t., op. 37 (1935)
voor klarinet, hoorn, viool, altviool, cello en piano
Allegro appassionato
Intermezzo. Adagio
Allegro con sentimento – Poco
adagio, Andante tranquillo
Finale. Allegro vivace, giocoso
pauze ± 21.00 uur
Samuel Coleridge-Taylor (1875-1912)
Nonet in f kl.t., op. 2 (1893)
‘Gradus ad Parnassum’
voor hobo, klarinet, fagot, hoorn, viool, altviool, cello, contrabas en piano
Allegro energico
Andante con moto
Scherzo: Allegro – Trio
Finale: Allegro vivace
George Gershwin (1898-1937)
Songs
bewerkingen voor nonet Tom Poster
Love Walked in (1937)
The Man I Love (1924)
A Foggy Day (1937)
They Can’t Take that Away
from Me (1937)
einde ± 22.15 uur
Toelichting
Toelichting
Het Kaleidoscope Chamber Collective warmt op met Mozart en stoomt door met drie componisten die meer met elkaar gemeen hebben dan het lijkt. Zowel Dohnányi als Coleridge-Taylor huldigen in hun muziek Brahms en Dvořák. Zowel Dvořák als Coleridge-Taylor hadden succes in Amerika. Dohnányi blikt in het slot van zijn sextet vooruit naar de jazz, en zo komen we tot slot bij Gershwin terecht.
Het Kaleidoscope Chamber Collective warmt op met Mozart en stoomt door met drie componisten die meer met elkaar gemeen hebben dan het lijkt. Zowel Dohnányi als Coleridge-Taylor huldigen in hun muziek Brahms en Dvořák. Zowel Dvořák als Coleridge-Taylor hadden succes in Amerika. Dohnányi blikt in het slot van zijn sextet vooruit naar de jazz, en zo komen we tot slot bij Gershwin terecht.
Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)
Fagotkwartet
De zeventienjarige Wolfgang Amadeus Mozart fêteerde de fagot met twee solowerken: een Fagotconcert (KV 191) en een Duo voor fagot en cello (KV 292). Opdrachtgever was in beide gevallen een amateurfagottist uit Duitsland, even oud als Mozart, maar met veel meer geld: Thaddäus Freiherr von Dürnitz. Hij ontmoette Mozart toen die in München verbleef en steunde hem financieel.
In het driedelige Duo voor fagot en cello demonstreert Mozart met veel liefde de lyrische mogelijkheden van een houtblazer die minder vaak een solistenrol krijgt. De fagotpartij is dankbaar zonder erg virtuoos te zijn, op het lijf geschreven dus van een gevorderde amateur. Thaddäus Freiherr von Dürnitz zou trouwens later ook zelf muziek voor fagot componeren. De Britse pianist/componist Iain Farrington (1977) vermoedt dat het Duo eigenlijk een triosonate was – de originele partijen zijn nooit teruggevonden. En dus voegde hij een viool- en altvioolpartij toe om de begeleiding harmonisch rijker te maken. Het resultaat is een kwartet voor fagot, viool, altviool en cello. Op zich geen uitzonderlijke combinatie: tijdgenoten van Mozart zoals Franz Danzi en François Devienne schreven ook voor die bezetting. Goeie bal, alleszins!
De zeventienjarige Wolfgang Amadeus Mozart fêteerde de fagot met twee solowerken: een Fagotconcert (KV 191) en een Duo voor fagot en cello (KV 292). Opdrachtgever was in beide gevallen een amateurfagottist uit Duitsland, even oud als Mozart, maar met veel meer geld: Thaddäus Freiherr von Dürnitz. Hij ontmoette Mozart toen die in München verbleef en steunde hem financieel.
In het driedelige Duo voor fagot en cello demonstreert Mozart met veel liefde de lyrische mogelijkheden van een houtblazer die minder vaak een solistenrol krijgt. De fagotpartij is dankbaar zonder erg virtuoos te zijn, op het lijf geschreven dus van een gevorderde amateur. Thaddäus Freiherr von Dürnitz zou trouwens later ook zelf muziek voor fagot componeren. De Britse pianist/componist Iain Farrington (1977) vermoedt dat het Duo eigenlijk een triosonate was – de originele partijen zijn nooit teruggevonden. En dus voegde hij een viool- en altvioolpartij toe om de begeleiding harmonisch rijker te maken. Het resultaat is een kwartet voor fagot, viool, altviool en cello. Op zich geen uitzonderlijke combinatie: tijdgenoten van Mozart zoals Franz Danzi en François Devienne schreven ook voor die bezetting. Goeie bal, alleszins!
Ernst von Dohnányi (1877-1960)
Sextet
De Hongaar Ernst von Dohnányi schreef een sextet voor een merkwaardige bezetting van klarinet, hoorn, strijktrio en piano. Hij componeerde het in 1935 tijdens een langdurig ziekbed na een trombose. En toch was die bezetting geen primeur. Mogelijk spiegelde Dohnányi zich aan een gelijkaardig sextet van Ludwig Thuille, nu vergeten maar toen erg in zwang. Met Thuille deelde hij bovendien de invloed van Johannes Brahms, die zo duidelijk naar voren komt in het uitgebreide eerste deel, Allegro appassionato. Het tweede deel opent langzaam, om dan te verschuiven naar een dreigende mars. De rust keert terug, met nog een laatste verwijzing naar de mars. Heel anders is het derde deel, een Adagio dat wordt gelanceerd met een zangerige klarinetsolo, maar al snel sneller en heftiger wordt voordat het weer kalmeert.
Dohnányi mocht dan wel zijn anker hebben uitgegooid bij de laatromantiek van Brahms, de Finale van dit sextet heeft ook eigentijdse trekken: het Allegro vivace doet bij aanvang jazzy aan, onder aanvoering van de klarinet. Met de terugkeer van een thema uit het openingsdeel is de cirkel rond en ronden we af met een uitbundig slot.
De Hongaar Ernst von Dohnányi schreef een sextet voor een merkwaardige bezetting van klarinet, hoorn, strijktrio en piano. Hij componeerde het in 1935 tijdens een langdurig ziekbed na een trombose. En toch was die bezetting geen primeur. Mogelijk spiegelde Dohnányi zich aan een gelijkaardig sextet van Ludwig Thuille, nu vergeten maar toen erg in zwang. Met Thuille deelde hij bovendien de invloed van Johannes Brahms, die zo duidelijk naar voren komt in het uitgebreide eerste deel, Allegro appassionato. Het tweede deel opent langzaam, om dan te verschuiven naar een dreigende mars. De rust keert terug, met nog een laatste verwijzing naar de mars. Heel anders is het derde deel, een Adagio dat wordt gelanceerd met een zangerige klarinetsolo, maar al snel sneller en heftiger wordt voordat het weer kalmeert.
Dohnányi mocht dan wel zijn anker hebben uitgegooid bij de laatromantiek van Brahms, de Finale van dit sextet heeft ook eigentijdse trekken: het Allegro vivace doet bij aanvang jazzy aan, onder aanvoering van de klarinet. Met de terugkeer van een thema uit het openingsdeel is de cirkel rond en ronden we af met een uitbundig slot.
Samuel Coleridge-Taylor (1875-1912)
Nonet
Geen dag te vroeg ontdekten we de voorbije jaren het oeuvre van de Brit Samuel Coleridge-Taylor, met onder meer een Vioolconcert, cantates en ook dit Nonet in f klein. Coleridge-Taylor schreef het als negentienjarige – hij was nog student aan het Royal College of Music in Londen. Daar werd ook de eerste en wellicht enige uitvoering gegeven tijdens het korte leven van de componist. De bijnaam ‘Gradus ad Parnassum’ – ‘een stap richting Parnassus’, zoals ook verscheidene pedagogische (piano)werken zijn getiteld – is bescheiden, maar dat hoefde helemaal niet. Dit Nonet is op geen enkele manier een academisch studiewerk, integendeel: het is een uitbundige proeve van vroegrijpe bekwaamheid.
Negen muzikanten op het podium, al lijken het er soms meer. Zeker in het statige eerste deel, waarin de klarinet het startschot geeft voor kamermuziek met orkestrale allures. Het tweede deel, Andante con moto, doet denken aan Coleridge-Taylors favoriete componist: Antonín Dvořák. Een warme dialoog tussen houtblazers en strijkers, de piano is minder prominent, de klank meer doorzichtig. Dat blijft zo in het luchtige Scherzo. Snelle loopjes in de blazers, pizzicato’s in de strijkers, een beetje weemoed in het middendeel. De Finale haakt weer aan met het energieke, monumentale karakter van het eerste deel.
Opvallend: de basistoonaard van het Nonet is het sombere, plechtige f klein, en toch klinkt het werk helemaal niet terneergeslagen. Coleridge-Taylor gebruikt de toonsoort op een zodanige manier dat ze vooral diepte geeft aan de muziek, zonder voortdurend in het drijfzand van een mineurtoonaard te belanden. Het klinkt allemaal kleurrijk, open en zangerig.
Geen dag te vroeg ontdekten we de voorbije jaren het oeuvre van de Brit Samuel Coleridge-Taylor, met onder meer een Vioolconcert, cantates en ook dit Nonet in f klein. Coleridge-Taylor schreef het als negentienjarige – hij was nog student aan het Royal College of Music in Londen. Daar werd ook de eerste en wellicht enige uitvoering gegeven tijdens het korte leven van de componist. De bijnaam ‘Gradus ad Parnassum’ – ‘een stap richting Parnassus’, zoals ook verscheidene pedagogische (piano)werken zijn getiteld – is bescheiden, maar dat hoefde helemaal niet. Dit Nonet is op geen enkele manier een academisch studiewerk, integendeel: het is een uitbundige proeve van vroegrijpe bekwaamheid.
Negen muzikanten op het podium, al lijken het er soms meer. Zeker in het statige eerste deel, waarin de klarinet het startschot geeft voor kamermuziek met orkestrale allures. Het tweede deel, Andante con moto, doet denken aan Coleridge-Taylors favoriete componist: Antonín Dvořák. Een warme dialoog tussen houtblazers en strijkers, de piano is minder prominent, de klank meer doorzichtig. Dat blijft zo in het luchtige Scherzo. Snelle loopjes in de blazers, pizzicato’s in de strijkers, een beetje weemoed in het middendeel. De Finale haakt weer aan met het energieke, monumentale karakter van het eerste deel.
Opvallend: de basistoonaard van het Nonet is het sombere, plechtige f klein, en toch klinkt het werk helemaal niet terneergeslagen. Coleridge-Taylor gebruikt de toonsoort op een zodanige manier dat ze vooral diepte geeft aan de muziek, zonder voortdurend in het drijfzand van een mineurtoonaard te belanden. Het klinkt allemaal kleurrijk, open en zangerig.
George Gershwin (1898-1937)
Songs
Pianist Tom Poster, medeoprichter van het Kaleidoscope Chamber Collective, bewerkte vier liederen van George Gershwin voor vier blazers, vier strijkers en piano. ‘Ik hield al van Gershwin toen ik een kind was’, zegt Poster. Ik begeleidde mezelf op piano terwijl ik ze zong, ook al was ik veel te jong om sommige van die liederen te begrijpen.’
Voor dit concert koos Poster vier favorieten die elk een andere kant van Gershwin tonen. ‘Bij Love Walked in stel ik me een dansband uit de jaren 1920 voor, bij The Man I Love een zwoele jazzbar. A Foggy Day is dan weer meer een klassieke, impressionistische klankwereld. They Can’t Take That Away from Me is echte bigband-
swing.’
Pianist Tom Poster, medeoprichter van het Kaleidoscope Chamber Collective, bewerkte vier liederen van George Gershwin voor vier blazers, vier strijkers en piano. ‘Ik hield al van Gershwin toen ik een kind was’, zegt Poster. Ik begeleidde mezelf op piano terwijl ik ze zong, ook al was ik veel te jong om sommige van die liederen te begrijpen.’
Voor dit concert koos Poster vier favorieten die elk een andere kant van Gershwin tonen. ‘Bij Love Walked in stel ik me een dansband uit de jaren 1920 voor, bij The Man I Love een zwoele jazzbar. A Foggy Day is dan weer meer een klassieke, impressionistische klankwereld. They Can’t Take That Away from Me is echte bigband-
swing.’
Toelichting
Het Kaleidoscope Chamber Collective warmt op met Mozart en stoomt door met drie componisten die meer met elkaar gemeen hebben dan het lijkt. Zowel Dohnányi als Coleridge-Taylor huldigen in hun muziek Brahms en Dvořák. Zowel Dvořák als Coleridge-Taylor hadden succes in Amerika. Dohnányi blikt in het slot van zijn sextet vooruit naar de jazz, en zo komen we tot slot bij Gershwin terecht.
Het Kaleidoscope Chamber Collective warmt op met Mozart en stoomt door met drie componisten die meer met elkaar gemeen hebben dan het lijkt. Zowel Dohnányi als Coleridge-Taylor huldigen in hun muziek Brahms en Dvořák. Zowel Dvořák als Coleridge-Taylor hadden succes in Amerika. Dohnányi blikt in het slot van zijn sextet vooruit naar de jazz, en zo komen we tot slot bij Gershwin terecht.
Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)
Fagotkwartet
De zeventienjarige Wolfgang Amadeus Mozart fêteerde de fagot met twee solowerken: een Fagotconcert (KV 191) en een Duo voor fagot en cello (KV 292). Opdrachtgever was in beide gevallen een amateurfagottist uit Duitsland, even oud als Mozart, maar met veel meer geld: Thaddäus Freiherr von Dürnitz. Hij ontmoette Mozart toen die in München verbleef en steunde hem financieel.
In het driedelige Duo voor fagot en cello demonstreert Mozart met veel liefde de lyrische mogelijkheden van een houtblazer die minder vaak een solistenrol krijgt. De fagotpartij is dankbaar zonder erg virtuoos te zijn, op het lijf geschreven dus van een gevorderde amateur. Thaddäus Freiherr von Dürnitz zou trouwens later ook zelf muziek voor fagot componeren. De Britse pianist/componist Iain Farrington (1977) vermoedt dat het Duo eigenlijk een triosonate was – de originele partijen zijn nooit teruggevonden. En dus voegde hij een viool- en altvioolpartij toe om de begeleiding harmonisch rijker te maken. Het resultaat is een kwartet voor fagot, viool, altviool en cello. Op zich geen uitzonderlijke combinatie: tijdgenoten van Mozart zoals Franz Danzi en François Devienne schreven ook voor die bezetting. Goeie bal, alleszins!
De zeventienjarige Wolfgang Amadeus Mozart fêteerde de fagot met twee solowerken: een Fagotconcert (KV 191) en een Duo voor fagot en cello (KV 292). Opdrachtgever was in beide gevallen een amateurfagottist uit Duitsland, even oud als Mozart, maar met veel meer geld: Thaddäus Freiherr von Dürnitz. Hij ontmoette Mozart toen die in München verbleef en steunde hem financieel.
In het driedelige Duo voor fagot en cello demonstreert Mozart met veel liefde de lyrische mogelijkheden van een houtblazer die minder vaak een solistenrol krijgt. De fagotpartij is dankbaar zonder erg virtuoos te zijn, op het lijf geschreven dus van een gevorderde amateur. Thaddäus Freiherr von Dürnitz zou trouwens later ook zelf muziek voor fagot componeren. De Britse pianist/componist Iain Farrington (1977) vermoedt dat het Duo eigenlijk een triosonate was – de originele partijen zijn nooit teruggevonden. En dus voegde hij een viool- en altvioolpartij toe om de begeleiding harmonisch rijker te maken. Het resultaat is een kwartet voor fagot, viool, altviool en cello. Op zich geen uitzonderlijke combinatie: tijdgenoten van Mozart zoals Franz Danzi en François Devienne schreven ook voor die bezetting. Goeie bal, alleszins!
Ernst von Dohnányi (1877-1960)
Sextet
De Hongaar Ernst von Dohnányi schreef een sextet voor een merkwaardige bezetting van klarinet, hoorn, strijktrio en piano. Hij componeerde het in 1935 tijdens een langdurig ziekbed na een trombose. En toch was die bezetting geen primeur. Mogelijk spiegelde Dohnányi zich aan een gelijkaardig sextet van Ludwig Thuille, nu vergeten maar toen erg in zwang. Met Thuille deelde hij bovendien de invloed van Johannes Brahms, die zo duidelijk naar voren komt in het uitgebreide eerste deel, Allegro appassionato. Het tweede deel opent langzaam, om dan te verschuiven naar een dreigende mars. De rust keert terug, met nog een laatste verwijzing naar de mars. Heel anders is het derde deel, een Adagio dat wordt gelanceerd met een zangerige klarinetsolo, maar al snel sneller en heftiger wordt voordat het weer kalmeert.
Dohnányi mocht dan wel zijn anker hebben uitgegooid bij de laatromantiek van Brahms, de Finale van dit sextet heeft ook eigentijdse trekken: het Allegro vivace doet bij aanvang jazzy aan, onder aanvoering van de klarinet. Met de terugkeer van een thema uit het openingsdeel is de cirkel rond en ronden we af met een uitbundig slot.
De Hongaar Ernst von Dohnányi schreef een sextet voor een merkwaardige bezetting van klarinet, hoorn, strijktrio en piano. Hij componeerde het in 1935 tijdens een langdurig ziekbed na een trombose. En toch was die bezetting geen primeur. Mogelijk spiegelde Dohnányi zich aan een gelijkaardig sextet van Ludwig Thuille, nu vergeten maar toen erg in zwang. Met Thuille deelde hij bovendien de invloed van Johannes Brahms, die zo duidelijk naar voren komt in het uitgebreide eerste deel, Allegro appassionato. Het tweede deel opent langzaam, om dan te verschuiven naar een dreigende mars. De rust keert terug, met nog een laatste verwijzing naar de mars. Heel anders is het derde deel, een Adagio dat wordt gelanceerd met een zangerige klarinetsolo, maar al snel sneller en heftiger wordt voordat het weer kalmeert.
Dohnányi mocht dan wel zijn anker hebben uitgegooid bij de laatromantiek van Brahms, de Finale van dit sextet heeft ook eigentijdse trekken: het Allegro vivace doet bij aanvang jazzy aan, onder aanvoering van de klarinet. Met de terugkeer van een thema uit het openingsdeel is de cirkel rond en ronden we af met een uitbundig slot.
Samuel Coleridge-Taylor (1875-1912)
Nonet
Geen dag te vroeg ontdekten we de voorbije jaren het oeuvre van de Brit Samuel Coleridge-Taylor, met onder meer een Vioolconcert, cantates en ook dit Nonet in f klein. Coleridge-Taylor schreef het als negentienjarige – hij was nog student aan het Royal College of Music in Londen. Daar werd ook de eerste en wellicht enige uitvoering gegeven tijdens het korte leven van de componist. De bijnaam ‘Gradus ad Parnassum’ – ‘een stap richting Parnassus’, zoals ook verscheidene pedagogische (piano)werken zijn getiteld – is bescheiden, maar dat hoefde helemaal niet. Dit Nonet is op geen enkele manier een academisch studiewerk, integendeel: het is een uitbundige proeve van vroegrijpe bekwaamheid.
Negen muzikanten op het podium, al lijken het er soms meer. Zeker in het statige eerste deel, waarin de klarinet het startschot geeft voor kamermuziek met orkestrale allures. Het tweede deel, Andante con moto, doet denken aan Coleridge-Taylors favoriete componist: Antonín Dvořák. Een warme dialoog tussen houtblazers en strijkers, de piano is minder prominent, de klank meer doorzichtig. Dat blijft zo in het luchtige Scherzo. Snelle loopjes in de blazers, pizzicato’s in de strijkers, een beetje weemoed in het middendeel. De Finale haakt weer aan met het energieke, monumentale karakter van het eerste deel.
Opvallend: de basistoonaard van het Nonet is het sombere, plechtige f klein, en toch klinkt het werk helemaal niet terneergeslagen. Coleridge-Taylor gebruikt de toonsoort op een zodanige manier dat ze vooral diepte geeft aan de muziek, zonder voortdurend in het drijfzand van een mineurtoonaard te belanden. Het klinkt allemaal kleurrijk, open en zangerig.
Geen dag te vroeg ontdekten we de voorbije jaren het oeuvre van de Brit Samuel Coleridge-Taylor, met onder meer een Vioolconcert, cantates en ook dit Nonet in f klein. Coleridge-Taylor schreef het als negentienjarige – hij was nog student aan het Royal College of Music in Londen. Daar werd ook de eerste en wellicht enige uitvoering gegeven tijdens het korte leven van de componist. De bijnaam ‘Gradus ad Parnassum’ – ‘een stap richting Parnassus’, zoals ook verscheidene pedagogische (piano)werken zijn getiteld – is bescheiden, maar dat hoefde helemaal niet. Dit Nonet is op geen enkele manier een academisch studiewerk, integendeel: het is een uitbundige proeve van vroegrijpe bekwaamheid.
Negen muzikanten op het podium, al lijken het er soms meer. Zeker in het statige eerste deel, waarin de klarinet het startschot geeft voor kamermuziek met orkestrale allures. Het tweede deel, Andante con moto, doet denken aan Coleridge-Taylors favoriete componist: Antonín Dvořák. Een warme dialoog tussen houtblazers en strijkers, de piano is minder prominent, de klank meer doorzichtig. Dat blijft zo in het luchtige Scherzo. Snelle loopjes in de blazers, pizzicato’s in de strijkers, een beetje weemoed in het middendeel. De Finale haakt weer aan met het energieke, monumentale karakter van het eerste deel.
Opvallend: de basistoonaard van het Nonet is het sombere, plechtige f klein, en toch klinkt het werk helemaal niet terneergeslagen. Coleridge-Taylor gebruikt de toonsoort op een zodanige manier dat ze vooral diepte geeft aan de muziek, zonder voortdurend in het drijfzand van een mineurtoonaard te belanden. Het klinkt allemaal kleurrijk, open en zangerig.
George Gershwin (1898-1937)
Songs
Pianist Tom Poster, medeoprichter van het Kaleidoscope Chamber Collective, bewerkte vier liederen van George Gershwin voor vier blazers, vier strijkers en piano. ‘Ik hield al van Gershwin toen ik een kind was’, zegt Poster. Ik begeleidde mezelf op piano terwijl ik ze zong, ook al was ik veel te jong om sommige van die liederen te begrijpen.’
Voor dit concert koos Poster vier favorieten die elk een andere kant van Gershwin tonen. ‘Bij Love Walked in stel ik me een dansband uit de jaren 1920 voor, bij The Man I Love een zwoele jazzbar. A Foggy Day is dan weer meer een klassieke, impressionistische klankwereld. They Can’t Take That Away from Me is echte bigband-
swing.’
Pianist Tom Poster, medeoprichter van het Kaleidoscope Chamber Collective, bewerkte vier liederen van George Gershwin voor vier blazers, vier strijkers en piano. ‘Ik hield al van Gershwin toen ik een kind was’, zegt Poster. Ik begeleidde mezelf op piano terwijl ik ze zong, ook al was ik veel te jong om sommige van die liederen te begrijpen.’
Voor dit concert koos Poster vier favorieten die elk een andere kant van Gershwin tonen. ‘Bij Love Walked in stel ik me een dansband uit de jaren 1920 voor, bij The Man I Love een zwoele jazzbar. A Foggy Day is dan weer meer een klassieke, impressionistische klankwereld. They Can’t Take That Away from Me is echte bigband-
swing.’
Biografie
Kaleidoscope Chamber Collective, Ensemble
Het Kaleidoscope Chamber Collective, dat voor het eerst optreedt in Het Concertgebouw, werd in 2017 opgericht door pianist Tom Poster en violiste Elena Urioste, die elkaar ontmoetten via het BBC New Generation Artists Scheme. Het collectief bestaat uit zowel instrumentalisten als zangers en treedt op in verschillende bezettingen.
Opvallend is de creatieve programmering van zowel beroemde kamermuziekwerken van componisten als Mozart, Dvořák en Brahms, als minder bekend repertoire van bijvoorbeeld Coleridge-Taylor, Korngold, Pejačević en Price.
Recente en aankomende wereldpremières omvatten werken van Gary Carpenter, Cheryl Frances-Hoad, Alex Ho, Robin Holloway, Nicola LeFanu, James MacMillan, Abel Selaocoe en Roderick Williams. Tom Poster maakte daarnaast eigen arrangementen voor het ensemble, van onder meer Engelse en Chinese volksliederen en klassiekers uit het Great American Songbook. In 2020 werd het Kaleidoscope Chamber Collective benoemd tot Associate Ensemble van Wigmore Hall in Londen.
Het gezelschap geeft regelmatig masterclasses, is vaak te horen op BBC Radio 3 en werkt nauw samen met het nieuwe Schwarzman Centre van de Universiteit van Oxford. Kaleidoscope maakte zijn debuut op de BBC Proms en was te horen in New York, Philadelphia en Dortmund (met Hilary Hahn) en op festivals in Aldeburgh, Cheltenham, Chipping Campden, Lammermuir en Ischia.
Het ensemble nam diverse cd’s op en werkt voor uitgever Schott Music aan nieuwe edities van zelden uitgevoerde werken. In 2024 werd Kaleidoscope genomineerd voor de Royal Philharmonic Society Ensemble Award.