Nog geen account of wachtwoord vergeten? Klik hier

Julian Rachlin & Friends: Bachs Goldberg-variaties

Julian Rachlin & Friends: Bachs Goldberg-variaties

Kleine Zaal
10 juni 2026
20.15 uur

Print dit programma

Julian Rachlin viool
Sarah McElravy altviool
Boris Andrianov cello

Dit programma maakt deel uit van de serie Grote Solisten in de Kleine Zaal.

Johann Sebastian Bach (1685-1750)

Goldberg-variaties, BWV 988 (1741)
oorspronkelijk voor klavier; bewerking voor strijktrio door Dmitri Sitkovetsky (1984/2009)
Aria
Variatie 1
Variatie 2
Variatie 3 – Canone all’unisono
Variatie 4
Variatie 5
Variatie 6 – Canone alla seconda
Variatie 7 – Al tempo di giga
Variatie 8
Variatie 9 – Canone alla terza
Variatie 10 – Fughetta
Variatie 11
Variatie 12 – Canone alla quarta
Variatie 13
Variatie 14
Variatie 15 – Canone alla quinta: 
Andante

Variatie 16 – Ouverture
Variatie 17
Variatie 18 – Canone alla sesta
Variatie 19
Variatie 20
Variatie 21 – Canone alla settima
Variatie 22 – Alla breve
Variatie 23
Variatie 24 – Canone all’ottava
Variatie 25 – Adagio
Variatie 26
Variatie 27 – Canone alla nona
Variatie 28
Variatie 29
Variatie 30 – Quodlibet
Aria da capo

er is geen pauze
einde ± 21.35 uur

Kleine Zaal 10 juni 2026 20.15 uur

Julian Rachlin viool
Sarah McElravy altviool
Boris Andrianov cello

Dit programma maakt deel uit van de serie Grote Solisten in de Kleine Zaal.

Johann Sebastian Bach (1685-1750)

Goldberg-variaties, BWV 988 (1741)
oorspronkelijk voor klavier; bewerking voor strijktrio door Dmitri Sitkovetsky (1984/2009)
Aria
Variatie 1
Variatie 2
Variatie 3 – Canone all’unisono
Variatie 4
Variatie 5
Variatie 6 – Canone alla seconda
Variatie 7 – Al tempo di giga
Variatie 8
Variatie 9 – Canone alla terza
Variatie 10 – Fughetta
Variatie 11
Variatie 12 – Canone alla quarta
Variatie 13
Variatie 14
Variatie 15 – Canone alla quinta: 
Andante

Variatie 16 – Ouverture
Variatie 17
Variatie 18 – Canone alla sesta
Variatie 19
Variatie 20
Variatie 21 – Canone alla settima
Variatie 22 – Alla breve
Variatie 23
Variatie 24 – Canone all’ottava
Variatie 25 – Adagio
Variatie 26
Variatie 27 – Canone alla nona
Variatie 28
Variatie 29
Variatie 30 – Quodlibet
Aria da capo

er is geen pauze
einde ± 21.35 uur

Toelichting

Johann Sebastian Bach (1685-1750)

Goldberg-variaties

door Dirk Luijmes

Sinds de negentiende eeuw gaan ze door het leven als de Goldberg-variaties, de Ar­ia mit 30 verschiedenen Veränderungen die Johann Sebastian Bach in 1741 in druk liet verschijnen. Bachs eerste biograaf, Johann Forkel, bracht in 1802 namelijk het verhaal de wereld in dat dit ­kunstige variatiewerk geschreven zou zijn op verzoek van een zekere Hermann Carl von Keyserlink, een Russische gezant in Dresden die Bach goed kende en die aan slapeloosheid leed. Keyserlink zou Bach gevraagd hebben klaviermuziek te schrijven voor zijn huisklavecinist Johann Gottlieb Goldberg ‘die zo zacht en tegelijkertijd levendig van aard zouden moeten zijn dat hij er zijn slapeloze nachten wat mee kon opvrolijken’.

Wanneer het verhaal klopt – wat de Bach-vorsers betwijfelen – zal de edelman vermoedelijk geen oog dicht hebben gedaan, want slaapverwekkend zijn de Goldberg-variaties allerminst. Uitgangspunt is de bas – en de bij­behorende harmonie – van een aria die Bach al eerder schreef. Deze baslijn ligt aan de basis van een zorgvuldig samengesteld bouwwerk van dertig variaties. Negen ervan – de nummers 3, 6, 9 et cetera – zijn canonisch: de eerste met een canon in de prime, de tweede in de secunde en de derde in de terts en zo verder. Deze knappe staaltjes contrapunt wisselt Bach af met tal van andersoortige variaties vol wisselende technieken en affecten. Zo horen we expressieve adagio’s, uiteenlopende dansvormen en virtuoze inventies. Halverwege de reeks staat een Franse ouverture (variatie 16). Wanneer je als luisteraar na 29 variaties de draad kwijt bent, krijg je nummer 30 voorgeschoteld, een Quodlibet (‘wat je maar wilt’) met twee volksliedjes met veelbetekenende teksten: Ich bin so lang nicht bei dir gewest en Kraut und Rüben haben mir vertrieben.

Sinds de negentiende eeuw gaan ze door het leven als de Goldberg-variaties, de Ar­ia mit 30 verschiedenen Veränderungen die Johann Sebastian Bach in 1741 in druk liet verschijnen. Bachs eerste biograaf, Johann Forkel, bracht in 1802 namelijk het verhaal de wereld in dat dit ­kunstige variatiewerk geschreven zou zijn op verzoek van een zekere Hermann Carl von Keyserlink, een Russische gezant in Dresden die Bach goed kende en die aan slapeloosheid leed. Keyserlink zou Bach gevraagd hebben klaviermuziek te schrijven voor zijn huisklavecinist Johann Gottlieb Goldberg ‘die zo zacht en tegelijkertijd levendig van aard zouden moeten zijn dat hij er zijn slapeloze nachten wat mee kon opvrolijken’.

Wanneer het verhaal klopt – wat de Bach-vorsers betwijfelen – zal de edelman vermoedelijk geen oog dicht hebben gedaan, want slaapverwekkend zijn de Goldberg-variaties allerminst. Uitgangspunt is de bas – en de bij­behorende harmonie – van een aria die Bach al eerder schreef. Deze baslijn ligt aan de basis van een zorgvuldig samengesteld bouwwerk van dertig variaties. Negen ervan – de nummers 3, 6, 9 et cetera – zijn canonisch: de eerste met een canon in de prime, de tweede in de secunde en de derde in de terts en zo verder. Deze knappe staaltjes contrapunt wisselt Bach af met tal van andersoortige variaties vol wisselende technieken en affecten. Zo horen we expressieve adagio’s, uiteenlopende dansvormen en virtuoze inventies. Halverwege de reeks staat een Franse ouverture (variatie 16). Wanneer je als luisteraar na 29 variaties de draad kwijt bent, krijg je nummer 30 voorgeschoteld, een Quodlibet (‘wat je maar wilt’) met twee volksliedjes met veelbetekenende teksten: Ich bin so lang nicht bei dir gewest en Kraut und Rüben haben mir vertrieben.

  • Partituur van Bachs Goldberg-variaties met aantekeningen van Glenn Gould

    Partituur van Bachs Goldberg-variaties met aantekeningen van Glenn Gould

  • Partituur van Bachs Goldberg-variaties met aantekeningen van Glenn Gould

    Partituur van Bachs Goldberg-variaties met aantekeningen van Glenn Gould

Bach schreef zijn Goldberg-variaties voor een klavecimbel met twee manua­len. Het werk geldt sindsdien als een van de hoogtepunten uit de barokke klavierliteratuur, maar is in de tussentijd niet uit handen van arrangeurs gebleven. Puristen die dat een gruwel vinden, weten diep in hun hart wel dat ze nauwelijks recht van spreken hebben – want ook Bach bewerkte eigen en andermans werken regelmatig voor andere bezettingen. In de jaren 1980 kwam de Russische violist en arrangeur ­Dmitri Sitkovetsky met een bewerking van de Goldberg-variaties voor strijktrio, die hij postuum opdroeg aan Glenn Gould (1932-1982), de Canadese pianist die met zijn eigenzinnige vertolkingen van Bach-werken wereldberoemd was geworden. Daarna maakte hij nog een versie voor strijkorkest.

Het is boeiend te horen dat door Sitkovetsky’s bewerking het werk in een nieuw licht komt te staan. In de polyfone en canonische variaties zijn de individuele stemmen uitstekend te volgen, met als mooi voorbeeld de driestemmige Fughetta, variatie 10. Sitkovetsky ging bij de verdeling over de drie strijkinstrumenten creatief te werk, zoals bijvoorbeeld te horen is in variatie 19 waar begeleidende zestiende noten in de verschillende stemmen ­pizzicato gespeeld worden. De langzame variatie 25 – een van de hoogtepunten van de cyclus – krijgt in de strijktrioversie een bijna romantische uitstraling. 

Bach schreef zijn Goldberg-variaties voor een klavecimbel met twee manua­len. Het werk geldt sindsdien als een van de hoogtepunten uit de barokke klavierliteratuur, maar is in de tussentijd niet uit handen van arrangeurs gebleven. Puristen die dat een gruwel vinden, weten diep in hun hart wel dat ze nauwelijks recht van spreken hebben – want ook Bach bewerkte eigen en andermans werken regelmatig voor andere bezettingen. In de jaren 1980 kwam de Russische violist en arrangeur ­Dmitri Sitkovetsky met een bewerking van de Goldberg-variaties voor strijktrio, die hij postuum opdroeg aan Glenn Gould (1932-1982), de Canadese pianist die met zijn eigenzinnige vertolkingen van Bach-werken wereldberoemd was geworden. Daarna maakte hij nog een versie voor strijkorkest.

Het is boeiend te horen dat door Sitkovetsky’s bewerking het werk in een nieuw licht komt te staan. In de polyfone en canonische variaties zijn de individuele stemmen uitstekend te volgen, met als mooi voorbeeld de driestemmige Fughetta, variatie 10. Sitkovetsky ging bij de verdeling over de drie strijkinstrumenten creatief te werk, zoals bijvoorbeeld te horen is in variatie 19 waar begeleidende zestiende noten in de verschillende stemmen ­pizzicato gespeeld worden. De langzame variatie 25 – een van de hoogtepunten van de cyclus – krijgt in de strijktrioversie een bijna romantische uitstraling. 

door Dirk Luijmes

Johann Sebastian Bach (1685-1750)

Goldberg-variaties

door Dirk Luijmes

Sinds de negentiende eeuw gaan ze door het leven als de Goldberg-variaties, de Ar­ia mit 30 verschiedenen Veränderungen die Johann Sebastian Bach in 1741 in druk liet verschijnen. Bachs eerste biograaf, Johann Forkel, bracht in 1802 namelijk het verhaal de wereld in dat dit ­kunstige variatiewerk geschreven zou zijn op verzoek van een zekere Hermann Carl von Keyserlink, een Russische gezant in Dresden die Bach goed kende en die aan slapeloosheid leed. Keyserlink zou Bach gevraagd hebben klaviermuziek te schrijven voor zijn huisklavecinist Johann Gottlieb Goldberg ‘die zo zacht en tegelijkertijd levendig van aard zouden moeten zijn dat hij er zijn slapeloze nachten wat mee kon opvrolijken’.

Wanneer het verhaal klopt – wat de Bach-vorsers betwijfelen – zal de edelman vermoedelijk geen oog dicht hebben gedaan, want slaapverwekkend zijn de Goldberg-variaties allerminst. Uitgangspunt is de bas – en de bij­behorende harmonie – van een aria die Bach al eerder schreef. Deze baslijn ligt aan de basis van een zorgvuldig samengesteld bouwwerk van dertig variaties. Negen ervan – de nummers 3, 6, 9 et cetera – zijn canonisch: de eerste met een canon in de prime, de tweede in de secunde en de derde in de terts en zo verder. Deze knappe staaltjes contrapunt wisselt Bach af met tal van andersoortige variaties vol wisselende technieken en affecten. Zo horen we expressieve adagio’s, uiteenlopende dansvormen en virtuoze inventies. Halverwege de reeks staat een Franse ouverture (variatie 16). Wanneer je als luisteraar na 29 variaties de draad kwijt bent, krijg je nummer 30 voorgeschoteld, een Quodlibet (‘wat je maar wilt’) met twee volksliedjes met veelbetekenende teksten: Ich bin so lang nicht bei dir gewest en Kraut und Rüben haben mir vertrieben.

Sinds de negentiende eeuw gaan ze door het leven als de Goldberg-variaties, de Ar­ia mit 30 verschiedenen Veränderungen die Johann Sebastian Bach in 1741 in druk liet verschijnen. Bachs eerste biograaf, Johann Forkel, bracht in 1802 namelijk het verhaal de wereld in dat dit ­kunstige variatiewerk geschreven zou zijn op verzoek van een zekere Hermann Carl von Keyserlink, een Russische gezant in Dresden die Bach goed kende en die aan slapeloosheid leed. Keyserlink zou Bach gevraagd hebben klaviermuziek te schrijven voor zijn huisklavecinist Johann Gottlieb Goldberg ‘die zo zacht en tegelijkertijd levendig van aard zouden moeten zijn dat hij er zijn slapeloze nachten wat mee kon opvrolijken’.

Wanneer het verhaal klopt – wat de Bach-vorsers betwijfelen – zal de edelman vermoedelijk geen oog dicht hebben gedaan, want slaapverwekkend zijn de Goldberg-variaties allerminst. Uitgangspunt is de bas – en de bij­behorende harmonie – van een aria die Bach al eerder schreef. Deze baslijn ligt aan de basis van een zorgvuldig samengesteld bouwwerk van dertig variaties. Negen ervan – de nummers 3, 6, 9 et cetera – zijn canonisch: de eerste met een canon in de prime, de tweede in de secunde en de derde in de terts en zo verder. Deze knappe staaltjes contrapunt wisselt Bach af met tal van andersoortige variaties vol wisselende technieken en affecten. Zo horen we expressieve adagio’s, uiteenlopende dansvormen en virtuoze inventies. Halverwege de reeks staat een Franse ouverture (variatie 16). Wanneer je als luisteraar na 29 variaties de draad kwijt bent, krijg je nummer 30 voorgeschoteld, een Quodlibet (‘wat je maar wilt’) met twee volksliedjes met veelbetekenende teksten: Ich bin so lang nicht bei dir gewest en Kraut und Rüben haben mir vertrieben.

  • Partituur van Bachs Goldberg-variaties met aantekeningen van Glenn Gould

    Partituur van Bachs Goldberg-variaties met aantekeningen van Glenn Gould

  • Partituur van Bachs Goldberg-variaties met aantekeningen van Glenn Gould

    Partituur van Bachs Goldberg-variaties met aantekeningen van Glenn Gould

Bach schreef zijn Goldberg-variaties voor een klavecimbel met twee manua­len. Het werk geldt sindsdien als een van de hoogtepunten uit de barokke klavierliteratuur, maar is in de tussentijd niet uit handen van arrangeurs gebleven. Puristen die dat een gruwel vinden, weten diep in hun hart wel dat ze nauwelijks recht van spreken hebben – want ook Bach bewerkte eigen en andermans werken regelmatig voor andere bezettingen. In de jaren 1980 kwam de Russische violist en arrangeur ­Dmitri Sitkovetsky met een bewerking van de Goldberg-variaties voor strijktrio, die hij postuum opdroeg aan Glenn Gould (1932-1982), de Canadese pianist die met zijn eigenzinnige vertolkingen van Bach-werken wereldberoemd was geworden. Daarna maakte hij nog een versie voor strijkorkest.

Het is boeiend te horen dat door Sitkovetsky’s bewerking het werk in een nieuw licht komt te staan. In de polyfone en canonische variaties zijn de individuele stemmen uitstekend te volgen, met als mooi voorbeeld de driestemmige Fughetta, variatie 10. Sitkovetsky ging bij de verdeling over de drie strijkinstrumenten creatief te werk, zoals bijvoorbeeld te horen is in variatie 19 waar begeleidende zestiende noten in de verschillende stemmen ­pizzicato gespeeld worden. De langzame variatie 25 – een van de hoogtepunten van de cyclus – krijgt in de strijktrioversie een bijna romantische uitstraling. 

Bach schreef zijn Goldberg-variaties voor een klavecimbel met twee manua­len. Het werk geldt sindsdien als een van de hoogtepunten uit de barokke klavierliteratuur, maar is in de tussentijd niet uit handen van arrangeurs gebleven. Puristen die dat een gruwel vinden, weten diep in hun hart wel dat ze nauwelijks recht van spreken hebben – want ook Bach bewerkte eigen en andermans werken regelmatig voor andere bezettingen. In de jaren 1980 kwam de Russische violist en arrangeur ­Dmitri Sitkovetsky met een bewerking van de Goldberg-variaties voor strijktrio, die hij postuum opdroeg aan Glenn Gould (1932-1982), de Canadese pianist die met zijn eigenzinnige vertolkingen van Bach-werken wereldberoemd was geworden. Daarna maakte hij nog een versie voor strijkorkest.

Het is boeiend te horen dat door Sitkovetsky’s bewerking het werk in een nieuw licht komt te staan. In de polyfone en canonische variaties zijn de individuele stemmen uitstekend te volgen, met als mooi voorbeeld de driestemmige Fughetta, variatie 10. Sitkovetsky ging bij de verdeling over de drie strijkinstrumenten creatief te werk, zoals bijvoorbeeld te horen is in variatie 19 waar begeleidende zestiende noten in de verschillende stemmen ­pizzicato gespeeld worden. De langzame variatie 25 – een van de hoogtepunten van de cyclus – krijgt in de strijktrioversie een bijna romantische uitstraling. 

door Dirk Luijmes

Biografie

Julian Rachlin, viool

Julian Rachlin werd geboren in Litouwen en groeide op in Wenen, waar hij viool studeerde bij Boris Kuschnir aan de Musik und Kunst Privatuniversität. Ook kreeg hij privélessen van Pinchas Zukerman in New York. Als dirigent ging hij in de leer bij zijn moeder Sophie Rachlin en bij Mariss Jansons; Daniele Gatti fungeerde als mentor.

Sinds 2023 is Julian Rachlin music director van het Jerusalem Symphony Orchestra en chef-dirigent van het Kristiansand Symf­onieorkest in Noorwegen. Als gastdirigent stond hij onder meer voor het Chicago Symphony Orchestra, het Chamber Orchestra of Europe en het Konzerthausorchester Berlin. Als violist en altviolist soleerde Julian Rachlin bij grote orkesten over de hele wereld.

Bij zijn debuut bij het Concertgebouworkest in 2008 speelde hij Brahms’ Vioolconcert onder leiding van Mariss Jansons. In maart 2025 soleerde hij bij hetzelfde orkest onder leiding van Klaus Mäkelä in Goebaidoelina’s Offertorium en in augustus 2019 was hij de solist in het Vioolconcert van Mendelssohn tijdens de eerste editie van Concertgebouworkest Young.

Julian Rachlin is de oprichter en leider van meerdere festivals en sinds 2021 is hij artistiek directeur van het Herbst­gold Festival in Eisenstadt. Onder zijn kamermuziekpartners vinden we Martha Argerich, Evgeny Kissin, Denis Matsuev, Janine Jansen en Mischa Maisky. Zijn vorige optredens in de Kleine Zaal waren recitals met pianist Itamar Golan in voorjaar 2013 en najaar 2015. Julian Rachlin bespeelt de ‘ex-Liebig’-Stradivarius uit 1704.

Sarah McElravy, altviool

De Canadese violiste en altvioliste Sarah McElravy combineert recitals en kamermuziekuitvoeringen met solo-optredens over de hele wereld. Na haar studie bij Paul Kantor en ­Stephen Rose aan het Cleveland Institute of Music studeerde ze twee jaar bij het Tokyo String Quartet aan de School of Music van Yale University.

Tijdens haar studie richtte zij het Linden String ­Quartet op, en van 2009 tot 2015 was ze van dit prijswinnende ensemble de primarius.

Als solist maakte Sarah McElravy recentelijk haar debuut bij de Deutsche Staatsphilharmonie Rheinland-Pfalz, het Orchestra Sinfonica di Milano en de Zagreb Soloists. Ook tourde ze met het Jerusalem Symphony Orchestra en Julian Rachlin door Polen en Litouwen. Kamermuziekpartners zijn onder anderen Janine Jansen, Julian Rachlin, Vilde Frang, Mischa Maisky, Andreas Ottensamer en Nicolas Altstaedt.

In 2014 richtte Sarah McElravy de Chamber Music Society Mexico op, een organisatie die zich inzet voor de bevordering van kamermuziek en de ontwikkeling van hoogwaardig muziekonderwijs voor jong Mexicaans talent. Sarah McElravy bespeelt een altviool van Lorenzo ­Storioni (1785) en maakt haar debuut in Het Concert­gebouw.

Boris Andrianov, cello

De Russische cellist Boris ­Andria­nov studeerde in Moskou aan het Gnessin Instituut en het Tsjai­kovski Conservatorium bij Vera Birina en Natalia Sjakovskaja en aan de Hochschule für Musik ‘Hanns Eisler’ in Berlijn bij David Geringas. Hij won diverse internationale cellowedstrijden, waaronder de Antonio Janigro Competitie in Zagreb en het Internationale Rostropovich Concours in Parijs. Ook was hij prijswinnaar van het Interna­tionale Tsjaikovski Concours in Moskou en werd hij in 2016 onderscheiden als ‘Verdienstelijk Kunstenaar van Rusland’.

De cellist trad op met toonaangevende orkesten wereldwijd en met dirigenten als Valery Gergiev, Krzysztof Penderecki en Gianandrea Noseda. In kamermuziek­verband werkte hij samen met onder anderen Yuri Bashmet, Menahem Pressler, Vadim Repin en Maxim Vengerov.

Boris Andrianov is de oprichter en leider van diverse festivals en muzikale projecten in Rusland en hij werkte nauw samen met componisten als Giya Kancheli, Krzysztof Penderecki en Giovanni Sollima. Sinds 2009 geeft hij les aan het Tsjaikovski Conservatorium in Moskou. Hij bespeelt een cello van Carlo Bergonzi, afkomstig uit de ‘Staatscollectie van Unieke Muziekinstrumenten’. In Nederland was Boris Andrianov onder andere te horen tijdens de Cello Biënnale Amsterdam, en in de Kleine Zaal trad hij eerder op met violiste Janine Jansen (2011) en met hoboïst Alexei Ogrintchouk (2012).