Nog geen account of wachtwoord vergeten? Klik hier

Jonge Nederlanders: pianist Shane van Neerden

Jonge Nederlanders: pianist Shane van Neerden

Kleine Zaal
08 mei 2026
20.15 uur

Print dit programma

Shane van Neerden piano
Agostinho Sequeira vibrafoon

Dit programma maakt deel uit van de serie Jonge Nederlanders.

Carl Maria von Weber (1786-1826)

Sonate nr. 1 in C gr.t., op. 24 (1812)
Allegro
Adagio
Menuetto: Allegro – Trio
Rondo: Perpetuum mobile

Ludwig van Beethoven (1770-1827)

Sonate nr. 27 in e kl.t., op. 90 (1814)
Mit Lebhaftigkeit und durchaus mit Empfindung und Ausdruck
Nicht zu geschwind und sehr singbar vorgetragen

pauze ± 21.00 uur

Charles Ives (1874-1954)

The Celestial Railroad, S. 116 (1925)

Three-Page Sonata, S. 89 (1905-10/1949 editie Henry Cowell) 
Allegro moderato – Andante
Allegro. March Time

Samuel Barber (1910-1981)

Sonate in es kl.t., op. 26 (1949)
Allegro energico
Allegro vivace e leggero
Adagio mesto
Fuga. Allegro con spirito

einde ± 22.15 uur

Met dank aan het Fonds Hemelbestormers.

Kleine Zaal 08 mei 2026 20.15 uur

Shane van Neerden piano
Agostinho Sequeira vibrafoon

Dit programma maakt deel uit van de serie Jonge Nederlanders.

Carl Maria von Weber (1786-1826)

Sonate nr. 1 in C gr.t., op. 24 (1812)
Allegro
Adagio
Menuetto: Allegro – Trio
Rondo: Perpetuum mobile

Ludwig van Beethoven (1770-1827)

Sonate nr. 27 in e kl.t., op. 90 (1814)
Mit Lebhaftigkeit und durchaus mit Empfindung und Ausdruck
Nicht zu geschwind und sehr singbar vorgetragen

pauze ± 21.00 uur

Charles Ives (1874-1954)

The Celestial Railroad, S. 116 (1925)

Three-Page Sonata, S. 89 (1905-10/1949 editie Henry Cowell) 
Allegro moderato – Andante
Allegro. March Time

Samuel Barber (1910-1981)

Sonate in es kl.t., op. 26 (1949)
Allegro energico
Allegro vivace e leggero
Adagio mesto
Fuga. Allegro con spirito

einde ± 22.15 uur

Met dank aan het Fonds Hemelbestormers.

Toelichting

Toelichting

door Henriëtte Posthuma de Boer

In februari 2025 maakte Shane van Neerden in Webers Konzertstück met het Radio Filharmonisch Orkest zijn debuut in de Grote Zaal, een optreden dat hij omschrijft als ‘een van fijnste ­ervaringen die ik ooit heb gehad’. En nu, ruim een jaar later, volgt zijn solorecital in de Kleine Zaal, waar hij als Jonge Nederlander wordt gepresenteerd – hoewel hij zijn ­Amerikaanse paspoort nog altijd niet voor een Nederlands heeft ingeruild.

Eerste lessen

Van Neerden is in 1999 geboren en tot zijn achttiende getogen in Delaware, aan Amerika’s oostkust, waar zijn Nederlandse grootouders zich na de Tweede Wereldoorlog gevestigd hadden en een gezin hadden gesticht. ‘Mijn ouders wonen nog altijd in Arden, bij Wilmington, zo’n twintig minuten van Philadelphia. Arden was genoemd naar de moeder van Shakespeare, dus mijn jeugd en die van mijn jongere zusje stond in het teken van Shakespeare. Niemand van mijn familie had iets met klassieke muziek, mijn moeder was kampioen cheerleader, mijn vader werkte in de internationale zwem­wereld. Ik heb ook tot mijn achttiende op hoog niveau gezwommen.’ Van Neerdens Amerikaanse afkomt is niet hoorbaar: hij spreekt accentloos Nederlands. Al was zelfs bij zijn Nederlandse oma, die zich bij afwezigheid van zijn ouders regelmatig over hem ontfermde, Engels altijd de voertaal. Haar muzikale interesse beperkte zich tot musicals als West Side Story en The Sound of Music, haar piano werd alleen bij feestelijke gelegenheden door een van de gasten bespeeld. 

De eerste lessen

Van Neerden was zes jaar toen hij een met oma bevriende trompet- en pianoleraar voor het eerst op die piano hoorde spelen. ‘Ik weet nog dat ik in een soort trance raakte van die klanken. Oma heeft die leraar toen gevraagd of hij mij les wilde geven. Hij vond me eigenlijk te jong, maar omdat zij aanhield, zou hij het proberen. Op de eerste les kon ik meteen alles spelen wat hij van me vroeg en begreep hij dat ik serieus les moest hebben. Techniek bleek geen probleem.’ Op zijn twaalfde kwam hij bij Carl Cranmer terecht, docent aan de West Chester University, die hem niet alleen vertrouwd maakte met klassieke muziek, maar ook zijn moeder zo ver kreeg dat zij een Yamaha-vleugel voor hem kocht.

‘Ik koos ervoor het publiek als het ware te omhelzen en ze een mooi cadeau te geven’

‘Om bij dr. Cranmer toegelaten te worden had ik iets voorbereid, een etude van Chopin, en het leek hem een goed idee als ik het complete opus 10 zou instuderen. Dat advies heb ik opgevolgd: tussen mijn twaalfde en mijn veertiende heb alle etudes opus 10 gespeeld, twaalf in totaal. Daarmee heb ik mijn techniek echt kunnen vormgeven.’

In februari 2025 maakte Shane van Neerden in Webers Konzertstück met het Radio Filharmonisch Orkest zijn debuut in de Grote Zaal, een optreden dat hij omschrijft als ‘een van fijnste ­ervaringen die ik ooit heb gehad’. En nu, ruim een jaar later, volgt zijn solorecital in de Kleine Zaal, waar hij als Jonge Nederlander wordt gepresenteerd – hoewel hij zijn ­Amerikaanse paspoort nog altijd niet voor een Nederlands heeft ingeruild.

Eerste lessen

Van Neerden is in 1999 geboren en tot zijn achttiende getogen in Delaware, aan Amerika’s oostkust, waar zijn Nederlandse grootouders zich na de Tweede Wereldoorlog gevestigd hadden en een gezin hadden gesticht. ‘Mijn ouders wonen nog altijd in Arden, bij Wilmington, zo’n twintig minuten van Philadelphia. Arden was genoemd naar de moeder van Shakespeare, dus mijn jeugd en die van mijn jongere zusje stond in het teken van Shakespeare. Niemand van mijn familie had iets met klassieke muziek, mijn moeder was kampioen cheerleader, mijn vader werkte in de internationale zwem­wereld. Ik heb ook tot mijn achttiende op hoog niveau gezwommen.’ Van Neerdens Amerikaanse afkomt is niet hoorbaar: hij spreekt accentloos Nederlands. Al was zelfs bij zijn Nederlandse oma, die zich bij afwezigheid van zijn ouders regelmatig over hem ontfermde, Engels altijd de voertaal. Haar muzikale interesse beperkte zich tot musicals als West Side Story en The Sound of Music, haar piano werd alleen bij feestelijke gelegenheden door een van de gasten bespeeld. 

De eerste lessen

Van Neerden was zes jaar toen hij een met oma bevriende trompet- en pianoleraar voor het eerst op die piano hoorde spelen. ‘Ik weet nog dat ik in een soort trance raakte van die klanken. Oma heeft die leraar toen gevraagd of hij mij les wilde geven. Hij vond me eigenlijk te jong, maar omdat zij aanhield, zou hij het proberen. Op de eerste les kon ik meteen alles spelen wat hij van me vroeg en begreep hij dat ik serieus les moest hebben. Techniek bleek geen probleem.’ Op zijn twaalfde kwam hij bij Carl Cranmer terecht, docent aan de West Chester University, die hem niet alleen vertrouwd maakte met klassieke muziek, maar ook zijn moeder zo ver kreeg dat zij een Yamaha-vleugel voor hem kocht.

‘Ik koos ervoor het publiek als het ware te omhelzen en ze een mooi cadeau te geven’

‘Om bij dr. Cranmer toegelaten te worden had ik iets voorbereid, een etude van Chopin, en het leek hem een goed idee als ik het complete opus 10 zou instuderen. Dat advies heb ik opgevolgd: tussen mijn twaalfde en mijn veertiende heb alle etudes opus 10 gespeeld, twaalf in totaal. Daarmee heb ik mijn techniek echt kunnen vormgeven.’

  • Samuel Barber

    Samuel Barber

  • Samuel Barber

    Samuel Barber

Op reis

‘Na de middelbare school – ik was zeventien – wist ik ­zeker dat ik van muziek mijn beroep wilde maken en ging ik op zoek naar mogelijkheden om verder te studeren. Ik deed auditie aan de ­Juilliard School of Music in New York, maar wilde ook graag ervaring opdoen in het buitenland. Carl had op een concours een fantastische Nederlandse pianist ontmoet: Frank Peters, misschien zou ik bij hem aan het Conservatorium van Amsterdam kunnen studeren. Hij gaf dat jaar een zomercursus in Toscane, dus daar ben ik in m’n eentje heen gereisd. Ik heb een grote drive: als ik iets wil, stop ik niet tot ik het bereikt heb. Vanaf de eerste seconde dat ik daar in Italië Frank Peters ontmoette, voelde ik een zielsverwantschap. We begrijpen elkaar zonder woorden.’ 

En zo belandde hij in Amsterdam, de tengere, goedlachse Amerikaan met Nederlandse roots. Aan het conservatorium studeerde hij in hoog tempo cum laude af en zeker sinds zijn succesvolle debuut in de Grote Zaal voelt hij zich helemaal thuis in onze hoofdstad. ‘Van dat concert in de Grote Zaal heb ik vooral genoten, zelfs in de voorafgaande weken ben ik niet zenuwachtig geweest. De avond ervoor leek het net Kerst. Het gevoel: morgenochtend ga ik een cadeau uitpakken! Ik realiseerde me vooral dat, áls ik zenuwachtig was geweest, het publiek dat zou voelen, waardoor de aandacht naar mij zou uitgaan. Terwijl het helemaal niet om mij gaat, maar om de muziek. Ik kon dus kiezen: heel zenuwachtig het podium opgaan en proberen alle noten zo goed mogelijk te raken, of rustig het publiek als het ware omhelzen en ze een mooi cadeau geven: de muziek. Voor die laatste optie heb ik gekozen, dat gaf me rust en zo zal ik het ook in de Kleine Zaal proberen te doen.’ 

Het programma

‘Ik speel het liefst muziek uit het begin van de twintigste eeuw: Barber, Ives, Ravel, Debussy, Rachmaninoff, Skrjabin, componisten die ontzettend naar iets op zoek waren. Dat herken ik goed. Ives is voor mij een held – ik heb net een cd opgenomen met zijn beruchte Concord Sonata, die ik ook op mijn eindexamen heb gespeeld. Ives is dwars, baldadig, geestig, de totale vrijheid. Schrijft hij atonaal? Of dacht hij: ik doe iets provocerends en bekommer me niet om tonaliteit. Barber is meer een academicus, werkt heel netjes, maar zijn muziek is beeldend en heeft veel en diepere lagen. Amerikaanse muziek uit betere tijden. Webers Eerste son­ate speel ik vanwege mijn debuut in de Grote Zaal, charmante, elegante muziek, prettig om mee te beginnen. Beethoven vind ik prachtig moeilijk, vooral om in te studeren. Het voelt als worstelen, omdat hij zelf zo worstelde met het materiaal. Voor mij moet alles heel simpel zijn.

Wat iemand tot een groot musicus maakt? Dat hij of zij gelooft in het desintegreren van het ego, open en integer is, en dienstbaar aan de muziek. En in staat is te geven, gulheid, daar gaat het om.’

Op reis

‘Na de middelbare school – ik was zeventien – wist ik ­zeker dat ik van muziek mijn beroep wilde maken en ging ik op zoek naar mogelijkheden om verder te studeren. Ik deed auditie aan de ­Juilliard School of Music in New York, maar wilde ook graag ervaring opdoen in het buitenland. Carl had op een concours een fantastische Nederlandse pianist ontmoet: Frank Peters, misschien zou ik bij hem aan het Conservatorium van Amsterdam kunnen studeren. Hij gaf dat jaar een zomercursus in Toscane, dus daar ben ik in m’n eentje heen gereisd. Ik heb een grote drive: als ik iets wil, stop ik niet tot ik het bereikt heb. Vanaf de eerste seconde dat ik daar in Italië Frank Peters ontmoette, voelde ik een zielsverwantschap. We begrijpen elkaar zonder woorden.’ 

En zo belandde hij in Amsterdam, de tengere, goedlachse Amerikaan met Nederlandse roots. Aan het conservatorium studeerde hij in hoog tempo cum laude af en zeker sinds zijn succesvolle debuut in de Grote Zaal voelt hij zich helemaal thuis in onze hoofdstad. ‘Van dat concert in de Grote Zaal heb ik vooral genoten, zelfs in de voorafgaande weken ben ik niet zenuwachtig geweest. De avond ervoor leek het net Kerst. Het gevoel: morgenochtend ga ik een cadeau uitpakken! Ik realiseerde me vooral dat, áls ik zenuwachtig was geweest, het publiek dat zou voelen, waardoor de aandacht naar mij zou uitgaan. Terwijl het helemaal niet om mij gaat, maar om de muziek. Ik kon dus kiezen: heel zenuwachtig het podium opgaan en proberen alle noten zo goed mogelijk te raken, of rustig het publiek als het ware omhelzen en ze een mooi cadeau geven: de muziek. Voor die laatste optie heb ik gekozen, dat gaf me rust en zo zal ik het ook in de Kleine Zaal proberen te doen.’ 

Het programma

‘Ik speel het liefst muziek uit het begin van de twintigste eeuw: Barber, Ives, Ravel, Debussy, Rachmaninoff, Skrjabin, componisten die ontzettend naar iets op zoek waren. Dat herken ik goed. Ives is voor mij een held – ik heb net een cd opgenomen met zijn beruchte Concord Sonata, die ik ook op mijn eindexamen heb gespeeld. Ives is dwars, baldadig, geestig, de totale vrijheid. Schrijft hij atonaal? Of dacht hij: ik doe iets provocerends en bekommer me niet om tonaliteit. Barber is meer een academicus, werkt heel netjes, maar zijn muziek is beeldend en heeft veel en diepere lagen. Amerikaanse muziek uit betere tijden. Webers Eerste son­ate speel ik vanwege mijn debuut in de Grote Zaal, charmante, elegante muziek, prettig om mee te beginnen. Beethoven vind ik prachtig moeilijk, vooral om in te studeren. Het voelt als worstelen, omdat hij zelf zo worstelde met het materiaal. Voor mij moet alles heel simpel zijn.

Wat iemand tot een groot musicus maakt? Dat hij of zij gelooft in het desintegreren van het ego, open en integer is, en dienstbaar aan de muziek. En in staat is te geven, gulheid, daar gaat het om.’

door Henriëtte Posthuma de Boer

Toelichting

door Henriëtte Posthuma de Boer

In februari 2025 maakte Shane van Neerden in Webers Konzertstück met het Radio Filharmonisch Orkest zijn debuut in de Grote Zaal, een optreden dat hij omschrijft als ‘een van fijnste ­ervaringen die ik ooit heb gehad’. En nu, ruim een jaar later, volgt zijn solorecital in de Kleine Zaal, waar hij als Jonge Nederlander wordt gepresenteerd – hoewel hij zijn ­Amerikaanse paspoort nog altijd niet voor een Nederlands heeft ingeruild.

Eerste lessen

Van Neerden is in 1999 geboren en tot zijn achttiende getogen in Delaware, aan Amerika’s oostkust, waar zijn Nederlandse grootouders zich na de Tweede Wereldoorlog gevestigd hadden en een gezin hadden gesticht. ‘Mijn ouders wonen nog altijd in Arden, bij Wilmington, zo’n twintig minuten van Philadelphia. Arden was genoemd naar de moeder van Shakespeare, dus mijn jeugd en die van mijn jongere zusje stond in het teken van Shakespeare. Niemand van mijn familie had iets met klassieke muziek, mijn moeder was kampioen cheerleader, mijn vader werkte in de internationale zwem­wereld. Ik heb ook tot mijn achttiende op hoog niveau gezwommen.’ Van Neerdens Amerikaanse afkomt is niet hoorbaar: hij spreekt accentloos Nederlands. Al was zelfs bij zijn Nederlandse oma, die zich bij afwezigheid van zijn ouders regelmatig over hem ontfermde, Engels altijd de voertaal. Haar muzikale interesse beperkte zich tot musicals als West Side Story en The Sound of Music, haar piano werd alleen bij feestelijke gelegenheden door een van de gasten bespeeld. 

De eerste lessen

Van Neerden was zes jaar toen hij een met oma bevriende trompet- en pianoleraar voor het eerst op die piano hoorde spelen. ‘Ik weet nog dat ik in een soort trance raakte van die klanken. Oma heeft die leraar toen gevraagd of hij mij les wilde geven. Hij vond me eigenlijk te jong, maar omdat zij aanhield, zou hij het proberen. Op de eerste les kon ik meteen alles spelen wat hij van me vroeg en begreep hij dat ik serieus les moest hebben. Techniek bleek geen probleem.’ Op zijn twaalfde kwam hij bij Carl Cranmer terecht, docent aan de West Chester University, die hem niet alleen vertrouwd maakte met klassieke muziek, maar ook zijn moeder zo ver kreeg dat zij een Yamaha-vleugel voor hem kocht.

‘Ik koos ervoor het publiek als het ware te omhelzen en ze een mooi cadeau te geven’

‘Om bij dr. Cranmer toegelaten te worden had ik iets voorbereid, een etude van Chopin, en het leek hem een goed idee als ik het complete opus 10 zou instuderen. Dat advies heb ik opgevolgd: tussen mijn twaalfde en mijn veertiende heb alle etudes opus 10 gespeeld, twaalf in totaal. Daarmee heb ik mijn techniek echt kunnen vormgeven.’

In februari 2025 maakte Shane van Neerden in Webers Konzertstück met het Radio Filharmonisch Orkest zijn debuut in de Grote Zaal, een optreden dat hij omschrijft als ‘een van fijnste ­ervaringen die ik ooit heb gehad’. En nu, ruim een jaar later, volgt zijn solorecital in de Kleine Zaal, waar hij als Jonge Nederlander wordt gepresenteerd – hoewel hij zijn ­Amerikaanse paspoort nog altijd niet voor een Nederlands heeft ingeruild.

Eerste lessen

Van Neerden is in 1999 geboren en tot zijn achttiende getogen in Delaware, aan Amerika’s oostkust, waar zijn Nederlandse grootouders zich na de Tweede Wereldoorlog gevestigd hadden en een gezin hadden gesticht. ‘Mijn ouders wonen nog altijd in Arden, bij Wilmington, zo’n twintig minuten van Philadelphia. Arden was genoemd naar de moeder van Shakespeare, dus mijn jeugd en die van mijn jongere zusje stond in het teken van Shakespeare. Niemand van mijn familie had iets met klassieke muziek, mijn moeder was kampioen cheerleader, mijn vader werkte in de internationale zwem­wereld. Ik heb ook tot mijn achttiende op hoog niveau gezwommen.’ Van Neerdens Amerikaanse afkomt is niet hoorbaar: hij spreekt accentloos Nederlands. Al was zelfs bij zijn Nederlandse oma, die zich bij afwezigheid van zijn ouders regelmatig over hem ontfermde, Engels altijd de voertaal. Haar muzikale interesse beperkte zich tot musicals als West Side Story en The Sound of Music, haar piano werd alleen bij feestelijke gelegenheden door een van de gasten bespeeld. 

De eerste lessen

Van Neerden was zes jaar toen hij een met oma bevriende trompet- en pianoleraar voor het eerst op die piano hoorde spelen. ‘Ik weet nog dat ik in een soort trance raakte van die klanken. Oma heeft die leraar toen gevraagd of hij mij les wilde geven. Hij vond me eigenlijk te jong, maar omdat zij aanhield, zou hij het proberen. Op de eerste les kon ik meteen alles spelen wat hij van me vroeg en begreep hij dat ik serieus les moest hebben. Techniek bleek geen probleem.’ Op zijn twaalfde kwam hij bij Carl Cranmer terecht, docent aan de West Chester University, die hem niet alleen vertrouwd maakte met klassieke muziek, maar ook zijn moeder zo ver kreeg dat zij een Yamaha-vleugel voor hem kocht.

‘Ik koos ervoor het publiek als het ware te omhelzen en ze een mooi cadeau te geven’

‘Om bij dr. Cranmer toegelaten te worden had ik iets voorbereid, een etude van Chopin, en het leek hem een goed idee als ik het complete opus 10 zou instuderen. Dat advies heb ik opgevolgd: tussen mijn twaalfde en mijn veertiende heb alle etudes opus 10 gespeeld, twaalf in totaal. Daarmee heb ik mijn techniek echt kunnen vormgeven.’

  • Samuel Barber

    Samuel Barber

  • Samuel Barber

    Samuel Barber

Op reis

‘Na de middelbare school – ik was zeventien – wist ik ­zeker dat ik van muziek mijn beroep wilde maken en ging ik op zoek naar mogelijkheden om verder te studeren. Ik deed auditie aan de ­Juilliard School of Music in New York, maar wilde ook graag ervaring opdoen in het buitenland. Carl had op een concours een fantastische Nederlandse pianist ontmoet: Frank Peters, misschien zou ik bij hem aan het Conservatorium van Amsterdam kunnen studeren. Hij gaf dat jaar een zomercursus in Toscane, dus daar ben ik in m’n eentje heen gereisd. Ik heb een grote drive: als ik iets wil, stop ik niet tot ik het bereikt heb. Vanaf de eerste seconde dat ik daar in Italië Frank Peters ontmoette, voelde ik een zielsverwantschap. We begrijpen elkaar zonder woorden.’ 

En zo belandde hij in Amsterdam, de tengere, goedlachse Amerikaan met Nederlandse roots. Aan het conservatorium studeerde hij in hoog tempo cum laude af en zeker sinds zijn succesvolle debuut in de Grote Zaal voelt hij zich helemaal thuis in onze hoofdstad. ‘Van dat concert in de Grote Zaal heb ik vooral genoten, zelfs in de voorafgaande weken ben ik niet zenuwachtig geweest. De avond ervoor leek het net Kerst. Het gevoel: morgenochtend ga ik een cadeau uitpakken! Ik realiseerde me vooral dat, áls ik zenuwachtig was geweest, het publiek dat zou voelen, waardoor de aandacht naar mij zou uitgaan. Terwijl het helemaal niet om mij gaat, maar om de muziek. Ik kon dus kiezen: heel zenuwachtig het podium opgaan en proberen alle noten zo goed mogelijk te raken, of rustig het publiek als het ware omhelzen en ze een mooi cadeau geven: de muziek. Voor die laatste optie heb ik gekozen, dat gaf me rust en zo zal ik het ook in de Kleine Zaal proberen te doen.’ 

Het programma

‘Ik speel het liefst muziek uit het begin van de twintigste eeuw: Barber, Ives, Ravel, Debussy, Rachmaninoff, Skrjabin, componisten die ontzettend naar iets op zoek waren. Dat herken ik goed. Ives is voor mij een held – ik heb net een cd opgenomen met zijn beruchte Concord Sonata, die ik ook op mijn eindexamen heb gespeeld. Ives is dwars, baldadig, geestig, de totale vrijheid. Schrijft hij atonaal? Of dacht hij: ik doe iets provocerends en bekommer me niet om tonaliteit. Barber is meer een academicus, werkt heel netjes, maar zijn muziek is beeldend en heeft veel en diepere lagen. Amerikaanse muziek uit betere tijden. Webers Eerste son­ate speel ik vanwege mijn debuut in de Grote Zaal, charmante, elegante muziek, prettig om mee te beginnen. Beethoven vind ik prachtig moeilijk, vooral om in te studeren. Het voelt als worstelen, omdat hij zelf zo worstelde met het materiaal. Voor mij moet alles heel simpel zijn.

Wat iemand tot een groot musicus maakt? Dat hij of zij gelooft in het desintegreren van het ego, open en integer is, en dienstbaar aan de muziek. En in staat is te geven, gulheid, daar gaat het om.’

Op reis

‘Na de middelbare school – ik was zeventien – wist ik ­zeker dat ik van muziek mijn beroep wilde maken en ging ik op zoek naar mogelijkheden om verder te studeren. Ik deed auditie aan de ­Juilliard School of Music in New York, maar wilde ook graag ervaring opdoen in het buitenland. Carl had op een concours een fantastische Nederlandse pianist ontmoet: Frank Peters, misschien zou ik bij hem aan het Conservatorium van Amsterdam kunnen studeren. Hij gaf dat jaar een zomercursus in Toscane, dus daar ben ik in m’n eentje heen gereisd. Ik heb een grote drive: als ik iets wil, stop ik niet tot ik het bereikt heb. Vanaf de eerste seconde dat ik daar in Italië Frank Peters ontmoette, voelde ik een zielsverwantschap. We begrijpen elkaar zonder woorden.’ 

En zo belandde hij in Amsterdam, de tengere, goedlachse Amerikaan met Nederlandse roots. Aan het conservatorium studeerde hij in hoog tempo cum laude af en zeker sinds zijn succesvolle debuut in de Grote Zaal voelt hij zich helemaal thuis in onze hoofdstad. ‘Van dat concert in de Grote Zaal heb ik vooral genoten, zelfs in de voorafgaande weken ben ik niet zenuwachtig geweest. De avond ervoor leek het net Kerst. Het gevoel: morgenochtend ga ik een cadeau uitpakken! Ik realiseerde me vooral dat, áls ik zenuwachtig was geweest, het publiek dat zou voelen, waardoor de aandacht naar mij zou uitgaan. Terwijl het helemaal niet om mij gaat, maar om de muziek. Ik kon dus kiezen: heel zenuwachtig het podium opgaan en proberen alle noten zo goed mogelijk te raken, of rustig het publiek als het ware omhelzen en ze een mooi cadeau geven: de muziek. Voor die laatste optie heb ik gekozen, dat gaf me rust en zo zal ik het ook in de Kleine Zaal proberen te doen.’ 

Het programma

‘Ik speel het liefst muziek uit het begin van de twintigste eeuw: Barber, Ives, Ravel, Debussy, Rachmaninoff, Skrjabin, componisten die ontzettend naar iets op zoek waren. Dat herken ik goed. Ives is voor mij een held – ik heb net een cd opgenomen met zijn beruchte Concord Sonata, die ik ook op mijn eindexamen heb gespeeld. Ives is dwars, baldadig, geestig, de totale vrijheid. Schrijft hij atonaal? Of dacht hij: ik doe iets provocerends en bekommer me niet om tonaliteit. Barber is meer een academicus, werkt heel netjes, maar zijn muziek is beeldend en heeft veel en diepere lagen. Amerikaanse muziek uit betere tijden. Webers Eerste son­ate speel ik vanwege mijn debuut in de Grote Zaal, charmante, elegante muziek, prettig om mee te beginnen. Beethoven vind ik prachtig moeilijk, vooral om in te studeren. Het voelt als worstelen, omdat hij zelf zo worstelde met het materiaal. Voor mij moet alles heel simpel zijn.

Wat iemand tot een groot musicus maakt? Dat hij of zij gelooft in het desintegreren van het ego, open en integer is, en dienstbaar aan de muziek. En in staat is te geven, gulheid, daar gaat het om.’

door Henriëtte Posthuma de Boer

Biografie

Shane van Neerden, piano

Shane van Neerden groeide op in de Verenigde Staten, waar hij op zijn zesde begon met pianospelen. Hij studeerde bij gerenommeerde pianisten zoals Jacques Rouvier, Robert Levin en Heinrich Schenk en won al op jonge leeftijd belangrijke concoursen.

Van zijn twaalfde tot zijn achttiende kreeg hij les van Carl Cranmer aan de West Chester University, en vervolgens behaalde hij cum laude zijn bachelor en master bij Frank Peters aan het Conservatorium van Amsterdam.

Daarnaast volgde hij lessen aan de Scuola di Musica di Fiesole bij Eliso Virsaladze. Shane van Neerden trad op als solist, in kamermuziekverband en met orkesten in Nederland, Duitsland, Italië, Portugal, Oostenrijk, Frankrijk, Engeland en de Verenigde Staten.

In seizoen 2022/2023 maakte hij deel uit van een bijzonder project waaruit het huidige ensemble Toonzetters ontstond: samen met pianist Ramon van Engelenhoven en slagwerkers Arjan Jongsma en Agostinho Sequeira voerde Shane van Neerden twintig nieuwe composities uit van jonge componisten. In mei 2024 won hij de Dutch Classical Talent Award en voltooide hij een tournee langs veertien Nederlandse podia met zijn programma Lantaarns, inclusief een nieuw werk van Rick van Veldhuizen.

Recente hoogtepunten zijn een tournee met Phion (Prokofjevs Eerste pianoconcert) en de release van zijn nieuwste solo-cd Each and All afgelopen februari. In Het Concertgebouw debuteerde Shane van Neerden in de Grote Zaal in Het Zondagochtend Concert van 9 februari 2025 met het Radio Filharmonisch Orkest.