Nog geen account of wachtwoord vergeten? Ga dan naar concertgebouw.nl
interview

Janine Jansen: ‘Mijn klank komt rechtstreeks voort uit mijn gevoel’

door Frederike Berntsen
12 mrt. 2021 12 maart 2021

Ondanks alle beperkingen en onvoorziene wendingen dit seizoen is Janine Jansen nog altijd artist in residence bij het Concertgebouworkest. Ze maakte een muzikaal verlanglijstje met nieuw en bekend werk.

  • Janine Jansen

    foto: Marco Borggreve

    Janine Jansen

    foto: Marco Borggreve

  • Janine Jansen

    foto: Marco Borggreve

    Janine Jansen

    foto: Marco Borggreve

  • Janine Jansen

    foto: Marco Borggreve

    Janine Jansen

    foto: Marco Borggreve

  • Janine Jansen

    foto: Marco Borggreve

    Janine Jansen

    foto: Marco Borggreve

  • Janine Jansen

    foto: Marco Borggreve

    Janine Jansen

    foto: Marco Borggreve

  • Janine Jansen

    foto: Marco Borggreve

    Janine Jansen

    foto: Marco Borggreve

Ze komt, speelt en overwint: als dat voor iemand geldt, is het wel voor Janine Jansen. De drieënveertigjarige ster­violiste houdt steevast de zaal in haar ban, van haar eerste tot en met haar laatste noot. Haar muzikale partners neemt ze mee in haar volledige overgave aan de muziek. Zo ook het Concertgebouworkest, waar ze sinds haar debuut in 2004 geregeld terugkeerde. Haar residency bij het orkest dit seizoen moest de kroon zijn op een langdurige en succesvolle samenwerking.

De corona-pandemie gooit roet in het eten – ook Janine Jansen werd getroffen door het virus – maar orkest en solist houden de moed erin. De violiste stelde een prikkelend seizoen samen. Met onder meer Brahms’ Vioolconcert, dat helaas afviel, maar ook een nieuw concert van Sally Beamish, deze maand op het programma.

De Britse componiste toog aan het werk voor Janine Jansen en klarinettist Martin Fröst. ‘Ik weet snel of iets me raakt’, vertelde Jansen eerder, ‘en dat heeft altijd te maken met klankkleuren, en hoe die mij emotioneel aanspreken. In de muziek moet een zeker spanningsveld zitten. Bij Beamish is dat heel sterk het geval.’

Ook Stravinsky’s Histoire du soldat - dat ze in mei zal uitvoeren met musici van het orkest – stond bovenaan haar lijstje: ‘Puur omdat het zo’n waanzinnige compositie is.’

Geschiedenis

Janine Jansen en het Concertgebouworkest kennen een lange geschiedenis samen. In 2004, het jaar nadat de violiste de Nederlandse Muziekprijs won – een van de vele onderscheidingen die haar ten deel vielen – ontmoetten ze elkaar voor het eerst.

Haar debuut bij het orkest zal ze nooit vergeten. ‘Dat waren twee heel bijzondere weken: eerst Brittens Vioolconcert onder leiding van Jonathan Nott, en daarna nog eens het Tweede vioolconcert van Prokofjev met Iván Fischer. Wie maakt nu zo’n machtig dubbeldebuut mee? Brittens concert heb ik in mijn hart gesloten. Dat ik mijn samenwerking met juist dit orkest daarmee kon aanvangen, was voor mij zeer speciaal.’

‘Dat ik mijn samenwerking met juist dit orkest met Brittens Vioolconcert kon aanvangen, was voor mij zeer speciaal’

Het Concertgebouworkest was altijd aanwezig in de muzikale ontwikkeling van de internationaal gevierde topvioliste. De traditie die het orkest ademt, de klank die het voorstaat, daar is ze mee opgegroeid. En opeens stond ze zelf in het klankuniversum van dat legendarische instituut, en herkende ze wat ze al zo goed had opgeslagen in haar gehoor. Ze roemt de inspirerende warme klank van het orkest, een klank met een fluwelen randje.

Die warmte komt overeen met die van haar eigen geluid, dat krachtig is en op natuurlijke wijze zelfverzekerd. Eerlijk ook. Tegenwoordig brengt ze de muziek tot leven op de ‘Shumsky-Rode’-Stradivarius uit 1715. Jansen is een podiumdier, maar in haar uitstraling zeer benaderbaar. Dat plaatst haar dicht bij haar publiek.

Groei

Met het Concertgebouworkest maakte Janine Jansen tournees door Spanje, de Verenigde Staten, China, Korea en Zuid-Afrika. Ook Berlijn was een gezamenlijke bestemming, tijdens een staatsbezoek. Tot de vioolconcerten die de revue passeerden behoren die van Mendelssohn, Sibelius, Berg, het Eerste van Sjostakovitsj... De lijst is omvangrijk. In Jansens eigen woorden: ‘De reeks aan prachtervaringen die we hebben gedeeld is lang. Als ik denk aan mijn band met het orkest is ‘vertrouwen’ het eerste woord dat in mij opkomt. De Grote Zaal van Het Concertgebouw behoort tot de mooiste ter wereld, en toch is het geen gemakkelijk te bespelen ruimte, je hoort elkaar niet altijd direct. Op die momenten moet je heel zeker zijn van elkaar en elkaar echt aanvoelen.’

Volgens de violiste is ze ‘gegroeid in hoe ik luister naar wat ik van het orkest toegespeeld krijg, en hoe ik moet mengen. Ik ben me bewuster geworden van wat er om me heen gebeurt. Mijn muzikale groei, daar heeft dit orkest in al die keren samenspelen aan bijgedragen’.

Liefde voor muziek

Die muzikale groei begon al vroeg, in huize Jansen was de muziek alom aanwezig. Eerst trok de cello de aandacht van de jonge Janine, het instrument dat haar oudere broer Maarten bespeelt. Maar, dachten haar ouders, iets anders is misschien juist wel leuk. ‘Wat als het geen viool was geworden, als ik niet bij mijn fantastische lerares Coosje Wijzen­beek terecht was gekomen?’, blikte Jansen niet lang geleden terug. Wijzen­beek was veeleisend, en dat werkte goed. Janine Jansen vraagt veel van zichzelf, dus ging ze gretig in op de lessen.

Ze heeft naar eigen zeggen veel geluk gehad. Niet alleen haar aangeboren talent heeft haar gebracht waar ze nu staat. Wat ze kan dankt ze aan hard werken, maar vooral ook aan de mensen om haar heen. Niet altijd is ze zo gedisciplineerd geweest als nu. De inspiratie en begeleiding die ze van kindsbeen af heeft ondervonden, noemt ze van bijzonder hoge kwaliteit - en alles ging met warmte en vanuit liefde voor de muziek.

Ze komt, speelt en overwint: als dat voor iemand geldt, is het wel voor Janine Jansen. De drieënveertigjarige ster­violiste houdt steevast de zaal in haar ban, van haar eerste tot en met haar laatste noot. Haar muzikale partners neemt ze mee in haar volledige overgave aan de muziek. Zo ook het Concertgebouworkest, waar ze sinds haar debuut in 2004 geregeld terugkeerde. Haar residency bij het orkest dit seizoen moest de kroon zijn op een langdurige en succesvolle samenwerking.

De corona-pandemie gooit roet in het eten – ook Janine Jansen werd getroffen door het virus – maar orkest en solist houden de moed erin. De violiste stelde een prikkelend seizoen samen. Met onder meer Brahms’ Vioolconcert, dat helaas afviel, maar ook een nieuw concert van Sally Beamish, deze maand op het programma.

De Britse componiste toog aan het werk voor Janine Jansen en klarinettist Martin Fröst. ‘Ik weet snel of iets me raakt’, vertelde Jansen eerder, ‘en dat heeft altijd te maken met klankkleuren, en hoe die mij emotioneel aanspreken. In de muziek moet een zeker spanningsveld zitten. Bij Beamish is dat heel sterk het geval.’

Ook Stravinsky’s Histoire du soldat - dat ze in mei zal uitvoeren met musici van het orkest – stond bovenaan haar lijstje: ‘Puur omdat het zo’n waanzinnige compositie is.’

Geschiedenis

Janine Jansen en het Concertgebouworkest kennen een lange geschiedenis samen. In 2004, het jaar nadat de violiste de Nederlandse Muziekprijs won – een van de vele onderscheidingen die haar ten deel vielen – ontmoetten ze elkaar voor het eerst.

Haar debuut bij het orkest zal ze nooit vergeten. ‘Dat waren twee heel bijzondere weken: eerst Brittens Vioolconcert onder leiding van Jonathan Nott, en daarna nog eens het Tweede vioolconcert van Prokofjev met Iván Fischer. Wie maakt nu zo’n machtig dubbeldebuut mee? Brittens concert heb ik in mijn hart gesloten. Dat ik mijn samenwerking met juist dit orkest daarmee kon aanvangen, was voor mij zeer speciaal.’

‘Dat ik mijn samenwerking met juist dit orkest met Brittens Vioolconcert kon aanvangen, was voor mij zeer speciaal’

Het Concertgebouworkest was altijd aanwezig in de muzikale ontwikkeling van de internationaal gevierde topvioliste. De traditie die het orkest ademt, de klank die het voorstaat, daar is ze mee opgegroeid. En opeens stond ze zelf in het klankuniversum van dat legendarische instituut, en herkende ze wat ze al zo goed had opgeslagen in haar gehoor. Ze roemt de inspirerende warme klank van het orkest, een klank met een fluwelen randje.

Die warmte komt overeen met die van haar eigen geluid, dat krachtig is en op natuurlijke wijze zelfverzekerd. Eerlijk ook. Tegenwoordig brengt ze de muziek tot leven op de ‘Shumsky-Rode’-Stradivarius uit 1715. Jansen is een podiumdier, maar in haar uitstraling zeer benaderbaar. Dat plaatst haar dicht bij haar publiek.

Groei

Met het Concertgebouworkest maakte Janine Jansen tournees door Spanje, de Verenigde Staten, China, Korea en Zuid-Afrika. Ook Berlijn was een gezamenlijke bestemming, tijdens een staatsbezoek. Tot de vioolconcerten die de revue passeerden behoren die van Mendelssohn, Sibelius, Berg, het Eerste van Sjostakovitsj... De lijst is omvangrijk. In Jansens eigen woorden: ‘De reeks aan prachtervaringen die we hebben gedeeld is lang. Als ik denk aan mijn band met het orkest is ‘vertrouwen’ het eerste woord dat in mij opkomt. De Grote Zaal van Het Concertgebouw behoort tot de mooiste ter wereld, en toch is het geen gemakkelijk te bespelen ruimte, je hoort elkaar niet altijd direct. Op die momenten moet je heel zeker zijn van elkaar en elkaar echt aanvoelen.’

Volgens de violiste is ze ‘gegroeid in hoe ik luister naar wat ik van het orkest toegespeeld krijg, en hoe ik moet mengen. Ik ben me bewuster geworden van wat er om me heen gebeurt. Mijn muzikale groei, daar heeft dit orkest in al die keren samenspelen aan bijgedragen’.

Liefde voor muziek

Die muzikale groei begon al vroeg, in huize Jansen was de muziek alom aanwezig. Eerst trok de cello de aandacht van de jonge Janine, het instrument dat haar oudere broer Maarten bespeelt. Maar, dachten haar ouders, iets anders is misschien juist wel leuk. ‘Wat als het geen viool was geworden, als ik niet bij mijn fantastische lerares Coosje Wijzen­beek terecht was gekomen?’, blikte Jansen niet lang geleden terug. Wijzen­beek was veeleisend, en dat werkte goed. Janine Jansen vraagt veel van zichzelf, dus ging ze gretig in op de lessen.

Ze heeft naar eigen zeggen veel geluk gehad. Niet alleen haar aangeboren talent heeft haar gebracht waar ze nu staat. Wat ze kan dankt ze aan hard werken, maar vooral ook aan de mensen om haar heen. Niet altijd is ze zo gedisciplineerd geweest als nu. De inspiratie en begeleiding die ze van kindsbeen af heeft ondervonden, noemt ze van bijzonder hoge kwaliteit - en alles ging met warmte en vanuit liefde voor de muziek.

  • Janine Jansen

    foto: Marco Borggreve

    Janine Jansen

    foto: Marco Borggreve

  • Janine Jansen

    foto: Marco Borggreve

    Janine Jansen

    foto: Marco Borggreve

  • Janine Jansen

    foto: Marco Borggreve

    Janine Jansen

    foto: Marco Borggreve

  • Janine Jansen

    foto: Marco Borggreve

    Janine Jansen

    foto: Marco Borggreve

Leren lesgeven

Sinds kort brengt de violiste haar kunst niet alleen over op het publiek, maar deelt ze haar betrokkenheid en vaardigheid ook met musici in spe. Ze slankte haar concertagenda welbewust af, en is nu verbonden aan het conservatorium van Sion, in Zwitserland. ‘Het geeft me energie om samen met een student op zoek te gaan naar hoe je klank vormt, te helpen bij de ontwikkeling van iemand, een stukje met iemand mee te groeien. Ik zou nooit voor een enkele ontmoeting gaan, zoals in een masterclass, dan bouw je geen band op.’

‘Ik heb zelf veel geleerd, maar ik wist niet hoe ik dat door moest geven aan de jongere generatie’

Naar het lesgeven is ze toegegroeid. ‘Ik heb er vroeger nooit op vertrouwd dat ik dat zou kunnen, lesgeven. Ik heb zelf veel geleerd, maar ik wist niet hoe ik dat door moest geven aan de jongere generatie, of ik wel duidelijk kon maken wat ik bedoelde. Muziek in woorden vatten voelde zo ­tegenstrijdig. En leraar, het woord alleen al, heel lastig. Zo van: ik weet het beter dan jij. Dat was niets voor mij.’

Ze hoopt de jonge musici vooral te leren luisteren. Echt luisteren is heel moeilijk. Goed spelen, iets in de vingers hebben is één, maar luisteren naar wat voor geluid je aan het maken bent, en hoe je dat kunt kleuren en betekenis kunt geven, is een volgende stap. Dat is de kern van muziek maken. ‘Omdat ik zelf een zeer intuïtief musicus ben, moet ik om les te kunnen geven heel bewust nadenken over wat ik doe als ik speel: waar komt mijn klank eigenlijk vandaan? Dat is ook beangstigend. Stel dat ik daar straks op het podium over na ga denken, dat ik niet meer vanuit mijn intuïtie speel, en vastloop. Mijn klank komt rechtstreeks voort uit mijn gevoel.’

Alleen het beste

Vormt het lesgeven een bron van energie, ook de kamermuziek is een speerpunt in het leven van Janine Jansen. Ze richtte het Internationaal Kamermuziek Festival Utrecht op, waarvan ze – na een adempauze van twee jaar – opnieuw de artistieke leiding heeft. Het festival, met vrienden en trouwe festivalbezoekers om zich heen, geeft haar vitaliteit. Jaarlijks ontvangt ze een keur aan musici in de Domstad. ­Kamermuziek klinkt ook tijdens Close-up-concerten met spelers uit het Concertgebouworkest. ‘Dichter bij elkaar kun je ­muzikaal nauwelijks komen’, daarvan is de violiste overtuigd.

Dit is coronatijd – het valt niet te ontkennen. Dat betekent ook voor de kosmopolitische Janine Jansen een ander leven, een ander ritme. Zelf koken, zelf voorbereidingen treffen voor de maaltijd: in zekere zin een verademing. Sinds kort heeft ze een hond, die moet ’s ochtends vroeg naar buiten, mét het baasje. Zo vormen de natuur, de vrije hemel en het bos bronnen van inspiratie, naast het stadse leven dat nu vrijwel stilligt.

De lat ligt hoog, Janine Jansen geeft alles. Het vak van musicus kun je niet zomaar een beetje uitoefenen. Er is niet alleen de podiumprestatie, maar ook zullen het reizen en het repeteren terugkeren. Iedere keer moet daar voldoende energie voor zijn. En telkens hoopt ze dat het komt, dat het lukt. ‘Op het moment dat ik begin te spelen wil ik het beste geven voor de muziek, voor de luisteraar. Dan is alles verdwenen waar ik me druk over heb gemaakt.’

Janine Jansen
Janine Jansen werd op 7 ­januari 1978 geboren in Soest. Vader Jan Jansen is klavecinist en organist: van 1987 tot 2011 was hij de ­organist van de Dom van Utrecht. Moeder Christine Jansen-Kooy is zangeres, broers David en Maarten zijn respectievelijk klavecinist en cellist. Janine begon al vroeg met vioolspelen; na haar lessen bij de bekende vioolpedagoge Coosje Wijzenbeek ging ze naar het Utrechts Conservatorium en studeerde ze bij Philipp Hirschhorn en Boris Belkin.

Gaandeweg werd duidelijk dat ze met haar charisma en haar expressieve spel bestemd was voor de top. Na haar debuut­optreden in Het Concertgebouw in 1997 kwam haar carrière in een stroomversnelling. Haar debuut bij het Londense Philharmonia Orchestra in 2002 markeerde haar internatio­nale doorbraak. Het jaar daarop verscheen haar ­debuut-cd, richtte ze het Internationaal Kamermuziek Festival Utrecht op én won ze de Nederlandse Muziekprijs. Concerten met het Concertgebouworkest, de New York Philharmonic en de Berliner Philharmoniker volgden.

Janine Jansen deelt graag het podium met muzikale vrienden als Leif Ove Andsnes, Martin Fröst, Itamar Golan, Mischa Maisky en Julian Rachlin. Ze won onder meer vier Edisons, viermaal een ECHO Klassik, de VSCD Klassieke Muziekprijs en de Concertgebouw Prijs. In 2012 trouwde ze met de Zweedse cellist en dirigent Daniel Blendulf, die ze had leren kennen tijdens concerten met het Mahler Chamber Orchestra.

Leren lesgeven

Sinds kort brengt de violiste haar kunst niet alleen over op het publiek, maar deelt ze haar betrokkenheid en vaardigheid ook met musici in spe. Ze slankte haar concertagenda welbewust af, en is nu verbonden aan het conservatorium van Sion, in Zwitserland. ‘Het geeft me energie om samen met een student op zoek te gaan naar hoe je klank vormt, te helpen bij de ontwikkeling van iemand, een stukje met iemand mee te groeien. Ik zou nooit voor een enkele ontmoeting gaan, zoals in een masterclass, dan bouw je geen band op.’

‘Ik heb zelf veel geleerd, maar ik wist niet hoe ik dat door moest geven aan de jongere generatie’

Naar het lesgeven is ze toegegroeid. ‘Ik heb er vroeger nooit op vertrouwd dat ik dat zou kunnen, lesgeven. Ik heb zelf veel geleerd, maar ik wist niet hoe ik dat door moest geven aan de jongere generatie, of ik wel duidelijk kon maken wat ik bedoelde. Muziek in woorden vatten voelde zo ­tegenstrijdig. En leraar, het woord alleen al, heel lastig. Zo van: ik weet het beter dan jij. Dat was niets voor mij.’

Ze hoopt de jonge musici vooral te leren luisteren. Echt luisteren is heel moeilijk. Goed spelen, iets in de vingers hebben is één, maar luisteren naar wat voor geluid je aan het maken bent, en hoe je dat kunt kleuren en betekenis kunt geven, is een volgende stap. Dat is de kern van muziek maken. ‘Omdat ik zelf een zeer intuïtief musicus ben, moet ik om les te kunnen geven heel bewust nadenken over wat ik doe als ik speel: waar komt mijn klank eigenlijk vandaan? Dat is ook beangstigend. Stel dat ik daar straks op het podium over na ga denken, dat ik niet meer vanuit mijn intuïtie speel, en vastloop. Mijn klank komt rechtstreeks voort uit mijn gevoel.’

Alleen het beste

Vormt het lesgeven een bron van energie, ook de kamermuziek is een speerpunt in het leven van Janine Jansen. Ze richtte het Internationaal Kamermuziek Festival Utrecht op, waarvan ze – na een adempauze van twee jaar – opnieuw de artistieke leiding heeft. Het festival, met vrienden en trouwe festivalbezoekers om zich heen, geeft haar vitaliteit. Jaarlijks ontvangt ze een keur aan musici in de Domstad. ­Kamermuziek klinkt ook tijdens Close-up-concerten met spelers uit het Concertgebouworkest. ‘Dichter bij elkaar kun je ­muzikaal nauwelijks komen’, daarvan is de violiste overtuigd.

Dit is coronatijd – het valt niet te ontkennen. Dat betekent ook voor de kosmopolitische Janine Jansen een ander leven, een ander ritme. Zelf koken, zelf voorbereidingen treffen voor de maaltijd: in zekere zin een verademing. Sinds kort heeft ze een hond, die moet ’s ochtends vroeg naar buiten, mét het baasje. Zo vormen de natuur, de vrije hemel en het bos bronnen van inspiratie, naast het stadse leven dat nu vrijwel stilligt.

De lat ligt hoog, Janine Jansen geeft alles. Het vak van musicus kun je niet zomaar een beetje uitoefenen. Er is niet alleen de podiumprestatie, maar ook zullen het reizen en het repeteren terugkeren. Iedere keer moet daar voldoende energie voor zijn. En telkens hoopt ze dat het komt, dat het lukt. ‘Op het moment dat ik begin te spelen wil ik het beste geven voor de muziek, voor de luisteraar. Dan is alles verdwenen waar ik me druk over heb gemaakt.’

Janine Jansen
Janine Jansen werd op 7 ­januari 1978 geboren in Soest. Vader Jan Jansen is klavecinist en organist: van 1987 tot 2011 was hij de ­organist van de Dom van Utrecht. Moeder Christine Jansen-Kooy is zangeres, broers David en Maarten zijn respectievelijk klavecinist en cellist. Janine begon al vroeg met vioolspelen; na haar lessen bij de bekende vioolpedagoge Coosje Wijzenbeek ging ze naar het Utrechts Conservatorium en studeerde ze bij Philipp Hirschhorn en Boris Belkin.

Gaandeweg werd duidelijk dat ze met haar charisma en haar expressieve spel bestemd was voor de top. Na haar debuut­optreden in Het Concertgebouw in 1997 kwam haar carrière in een stroomversnelling. Haar debuut bij het Londense Philharmonia Orchestra in 2002 markeerde haar internatio­nale doorbraak. Het jaar daarop verscheen haar ­debuut-cd, richtte ze het Internationaal Kamermuziek Festival Utrecht op én won ze de Nederlandse Muziekprijs. Concerten met het Concertgebouworkest, de New York Philharmonic en de Berliner Philharmoniker volgden.

Janine Jansen deelt graag het podium met muzikale vrienden als Leif Ove Andsnes, Martin Fröst, Itamar Golan, Mischa Maisky en Julian Rachlin. Ze won onder meer vier Edisons, viermaal een ECHO Klassik, de VSCD Klassieke Muziekprijs en de Concertgebouw Prijs. In 2012 trouwde ze met de Zweedse cellist en dirigent Daniel Blendulf, die ze had leren kennen tijdens concerten met het Mahler Chamber Orchestra.

Dit artikel wordt u gratis aangeboden door Preludium. Meer lezen? Abonneer dan nu.