Nog geen account of wachtwoord vergeten? Ga dan naar concertgebouw.nl
interview

Interview: Componist Joey Roukens

door Carine Alders
01 feb. 2017 01 februari 2017

Joey Roukens kreeg – net als Richard Rijnvos – de opdracht van het Koninklijk Concertgebouworkest om een nieuw werk te schrijven voor de viering van de Bernsteins eeuwfeest. ‘Ik dacht, als er één componist in Nederland is die een hommage aan Leonard Bernstein zou moeten schrijven, dan ben ik dat.’

Vanaf zijn achtste las Roukens alles wat hij kon vinden over componisten, zoals een ander kind misschien plaatjes van dinosaurussen verzamelt. In het boek 1000 vragen en antwoorden; dingen die je altijd al hebt willen weten las hij over ene Leonard Bernstein (1918-1990). ‘Ik weet niet meer precies wat daarna eerst kwam, de film West Side ­Story op tv of de cd met symfonieën van Bernstein. Ik leerde Bernstein dus kennen als componist. Zijn symfonie Jeremiah, daar vond ik in eerste instantie niet zo veel aan. De muziek zit vol vernuftige melodieën, maar je moet er een beetje inkomen. Het duurde wel even voordat ik dat ben gaan waarderen.’

Aan West Side Story daarentegen was hij meteen verslaafd. ‘Ik ging me meer in Bernstein verdiepen. Op mijn twaalfde was de ­Ouverture Candide een van mijn lievelingsstukken. Echt twintigste-eeuws, maar heel anders dan modernistische stukken. Aansprekende melodieën, opzwepende ritmes, Bernstein was een van mijn jeugdhelden. Hij is ook zo veelzijdig: componist, dirigent, maar ook een geweldige educator. Hij wist ook veel van pop en rock, zo iemand zouden we nu bij De Wereld Draait Door moeten hebben.’

Valse start

‘Ik moest deze opdracht dus wel aannemen. Maar toen begon de ellende. Ik herken veel van Bernstein in mijn eigen aanpak, zoals de ritmische puls en de eclectische benadering. Het gevaar was dat ik hem te dicht op de huid kwam. Het moest een hommage worden: ik wilde me het materiaal wel eigen maken, maar het mocht geen tweedehands Bernstein zijn.

Als ik iets geschreven had dacht ik soms: “Is dit nu Roukens of Bernstein?” Vervolgens probeerde ik een bredere oriëntatie op de Americana-­traditie met – voor de meeste mensen volslagen onbekende – componisten als William Schuman en David Diamond. Ook dit idee ging weer overboord. Ik heb zelden zoveel van een compositie weggegooid, het was een compleet valse start. Toen heb ik de gedachte dat het als Bernstein zou moeten klinken helemaal laten varen.’

Bernstein componeerde meerdere series korte pianowerken in de loop van zijn leven onder de titel Anniversaries. Hij ­gebruikte deze composities vaak als ruw materiaal voor grotere werken. ‘Uiteindelijk heb ik me daardoor laten inspireren, ik herinnerde me dat ik deze pianomuziek ook zelf gespeeld heb.’ Bernstein zelf verwerkte in zijn Serenade verschillende Anniversaries. Op ­vergelijkbare wijze baseerde Roukens het materiaal van zijn nieuwe werk op twee van deze muzikale verjaardagscadeautjes.

Bernstein on speed

In het eerste deel, Manically, staat het vijfde deel van de Anniversaries uit 1988 centraal, gecomponeerd voor de Amerikaanse componist Leo Smit (1921-1999). ‘Ik heb het motivische materiaal helemaal op mijn eigen manier verwerkt. Dit deel moet met overdreven veel energie en explosief gespeeld worden, als Bernstein “on speed”. Ik ben heel benieuwd hoe het werkt, ik heb echt ­een risico genomen met dit deel.’

Voor het tweede deel, Glacially, zocht Roukens inspiratie bij een andere muzikale held: Sibelius. ‘Ik heb ook rekening gehouden met het programma waarbinnen deze muziek gaat klinken. Bernstein heeft zich als dirigent ook ingezet voor Sibelius en diens Vierde symfonie staat op het programma. Als hedendaagse toondichter zie ik mezelf als een soort gelegenheidscomponist. Ik schrijf muziek voor heel specifieke situaties.’

In dit deel zit een heel concrete verwijzing naar Bernstein. Het dertiende werk onder de titel Anniversaries componeerde hij ter nagedachtenis aan Ellen Goetz, een fan die uiteindelijk een goede vriendin werd. ‘Het materiaal voor het tweede deel is afgeleid van Bernsteins allerlaatste Anniversary, een langzame wals. Dat is op het eerste gehoor bijna niet te horen, maar opeens is het alsof er een luikje opengaat en het oorspronkelijke walsje klinkt uit een muziekdoosje waarop een ballerina ronddraait.’

'Ik deel die grenzeloze muzikale belangstelling met Bernstein'

Het laatste deel, Propulsively, verwijst naar Bernsteins gebruik van populaire muziek in zijn composities voor de concertzaal. ‘Ik heb enorme bewondering voor de natuurlijke wijze waarop hij elementen uit verschillende stijlen tot een geheel smeedde. Vaak heeft eclecticisme een negatieve ondertoon. Ik denk dat alle componisten de klankwereld waarin ze leven verwerken in hun muziek, maar vooral de jongste generatie is opgegroeid met een enorme diversiteit aan stijlen. Denk maar aan Thomas Adès of Jörg Widmann.

Wat me het meest steekt, is wanneer mensen denken dat een eclectische stijl voortkomt uit gemakzucht, of wanneer mensen je oprechtheid in twijfel trekken. Ik voel me niet thuis in de modernistische klanktaal, ik deel die grenzeloze muzikale belangstelling met Bernstein. Vandaar de titel van het stuk: Boundless.’ Of, zoals Roukens het verwoordt in de partituur: ‘Leonard Bernstein was a man of boundless energy and bound­less musical interests. I have tried to write a piece which captures some of that “bound­lessness” (in a good way, I hope…).’

Dit artikel wordt u gratis aangeboden door Preludium. Meer lezen? Abonneer dan nu.