Nog geen account of wachtwoord vergeten? Klik hier
nieuws

In Memoriam: Krzysztof Penderecki 1933-2020

door de redactie
14 apr. 2020 14 april 2020

Op zondag 29 maart 2020 overleed Krzysztof Penderecki, een van de bekendste componisten van de naoorlogse avant-garde en een nationale held in zijn geboorteland Polen.

  • Krzysztof Penderecki

    foto: Marek Suchecki

    Krzysztof Penderecki

    foto: Marek Suchecki

  • Krzysztof Penderecki

    foto: Marek Suchecki

    Krzysztof Penderecki

    foto: Marek Suchecki

Penderecki groeide op in een land dat de littekens droeg van de Tweede Wereldoorlog en de holocaust – vanuit zijn ouderlijk huis, dat grensde aan een Joods getto, zag hij in 1943 hoe vriendjes werden doodgeschoten – en dat na de oorlog gebukt ging onder het stalinisme. Versoepeling van het regime leidde rond 1955 tot een bloeiende avant-gardecultuur.

In 1959 debuteerde Penderecki op het festival Warschauer Herbst. Wereldberoemd werd hij met werken als Threnos voor de slachtoffers van Hirosjima (1960, de titel voegde hij later toe), Polymorphia (1961) en Fluorescences (1962); muziek die zijn spectaculaire effect ontleent aan schurende toonclusters en percussieve ruisklanken, en die het goed bleek te doen ter verhoging van de suspense in de horrorfilm The Shining.

Vele regisseurs volgden Stanley Kubricks voorbeeld. Dat Penderecki die dissonante klanken bewust ging inzetten om leed en verschrikking mee te schetsen, beschouwden zijn avant-gardecollega’s als opportunistisch effectbejag. Rond 1970 was hij helemaal uit de gratie: voortaan greep hij terug op de Romantiek, de tonaliteit en vormen als de symfonie en de cantate. Het leverde hem vele prestigieuze opdrachten op en meer ridderorden en eredoctoraten dan welke twintigste-eeuwse componist ook.

Het katholieke geloof en het herdenken van misdaden jegens de mensheid zouden altijd de pijlers van ­Penderecki’s oeuvre blijven. Zo herdacht hij Ausch­witz met zijn oratorium Dies irae (1967) en droeg hij zijn Piano­concert op aan slachtoffers van 9/11. Een Lacrimosa (1980) voor overleden stakers in de scheepswerven van Gdansk groeide uit tot een grootschalig Pools requiem. De laatste toevoeging was de Ciaccona in memoriam Johannes Paulus II (2005).

Dit was ook het laatste werk dat het Concertgebouworkest van hem uitvoerde, op 15 juni 2018 onder leiding van Lahav Shani. Eerder stonden onder meer zijn Uit de psalmen Davids (in 1968), Fluorescences (in 1974), Threnos (in 1982) en zijn Tweede celloconcert (in 1990) bij het orkest op de lessenaar.

Recente uitvoeringen in de Kleine Zaal betreffen Penderecki’s ­Klarinetkwartet tijdens een Close-up-concert door musici van het Concertgebouworkest, en het Derde strijkkwartet op 10 oktober 2018 door het Meccore Kwartet. Datzelfde strijkkwartet zou ook hebben geklonken op 12 maart jongstleden, ware het niet dat juist die avond de ­coronamaatregelen van kracht werden.

Penderecki groeide op in een land dat de littekens droeg van de Tweede Wereldoorlog en de holocaust – vanuit zijn ouderlijk huis, dat grensde aan een Joods getto, zag hij in 1943 hoe vriendjes werden doodgeschoten – en dat na de oorlog gebukt ging onder het stalinisme. Versoepeling van het regime leidde rond 1955 tot een bloeiende avant-gardecultuur.

In 1959 debuteerde Penderecki op het festival Warschauer Herbst. Wereldberoemd werd hij met werken als Threnos voor de slachtoffers van Hirosjima (1960, de titel voegde hij later toe), Polymorphia (1961) en Fluorescences (1962); muziek die zijn spectaculaire effect ontleent aan schurende toonclusters en percussieve ruisklanken, en die het goed bleek te doen ter verhoging van de suspense in de horrorfilm The Shining.

Vele regisseurs volgden Stanley Kubricks voorbeeld. Dat Penderecki die dissonante klanken bewust ging inzetten om leed en verschrikking mee te schetsen, beschouwden zijn avant-gardecollega’s als opportunistisch effectbejag. Rond 1970 was hij helemaal uit de gratie: voortaan greep hij terug op de Romantiek, de tonaliteit en vormen als de symfonie en de cantate. Het leverde hem vele prestigieuze opdrachten op en meer ridderorden en eredoctoraten dan welke twintigste-eeuwse componist ook.

Het katholieke geloof en het herdenken van misdaden jegens de mensheid zouden altijd de pijlers van ­Penderecki’s oeuvre blijven. Zo herdacht hij Ausch­witz met zijn oratorium Dies irae (1967) en droeg hij zijn Piano­concert op aan slachtoffers van 9/11. Een Lacrimosa (1980) voor overleden stakers in de scheepswerven van Gdansk groeide uit tot een grootschalig Pools requiem. De laatste toevoeging was de Ciaccona in memoriam Johannes Paulus II (2005).

Dit was ook het laatste werk dat het Concertgebouworkest van hem uitvoerde, op 15 juni 2018 onder leiding van Lahav Shani. Eerder stonden onder meer zijn Uit de psalmen Davids (in 1968), Fluorescences (in 1974), Threnos (in 1982) en zijn Tweede celloconcert (in 1990) bij het orkest op de lessenaar.

Recente uitvoeringen in de Kleine Zaal betreffen Penderecki’s ­Klarinetkwartet tijdens een Close-up-concert door musici van het Concertgebouworkest, en het Derde strijkkwartet op 10 oktober 2018 door het Meccore Kwartet. Datzelfde strijkkwartet zou ook hebben geklonken op 12 maart jongstleden, ware het niet dat juist die avond de ­coronamaatregelen van kracht werden.

Dit artikel wordt u gratis aangeboden door Preludium. Meer lezen? Abonneer dan nu.