Nog geen account of wachtwoord vergeten? Ga dan naar concertgebouw.nl

Wat is een hoorn?

hoorn

De hoorn is een koperen blaasinstrument, traditioneel geassocieerd met de jacht.

Wat is een hoorn?

De hoorn is een koperen blaasinstrument, traditioneel geassocieerd met de jacht.

Franse kwaliteit

In de oertijd werden al dierenhoorns gebruikt als signaalinstrumenten. Metalen hoorns werden sinds de middeleeuwen gebruikt bij de jacht. Franse bouwers waren vermaard en gaven de jachthoorn zijn typische cirkelvorm. In Engeland wordt het instrument nog altijd ‘French horn’ genoemd.

In een orkest varieert het aantal hoornisten van twee (bij klassiek repertoire) tot vier of zelfs acht (bij romantisch repertoire). Uiteraard klinkt de hoorn vaak in opera’s of symfonische gedichten die jachttaferelen uitbeelden.

Natuurhoorn

Het instrument bestaat uit een lange, gedraaide buis die uitloopt in een wijde trechtervormige beker.  De lengte van de buis varieert van een kleine drie meter tot ruim vierenhalve meter. De bespeler kan op drie manieren de toonhoogte bepalen: met ventielen, door lipspanning en door variaties in blaaskracht.

Hoornsectie van de philharmonie zuidnederland

foto: Simon van Boxtel

Hoornsectie van de philharmonie zuidnederland

foto: Simon van Boxtel

Hoornsectie van de philharmonie zuidnederland

foto: Simon van Boxtel

Hoornsectie van de philharmonie zuidnederland

foto: Simon van Boxtel

Aanvankelijk hadden hoorns geen ventielen. Op deze natuurhoorns regelde men de toonhoogte door de hand in de beker te steken (het ‘stoppen’) of door middel van opzetbare beugels die de lengte van de buis, en daarmee het bereik, veranderen.

Een doorbraak was in 1818 de ventielhoorn, die chromatische toonladders kon spelen. De natuurhoorn bleef evenwel de favoriet van menige componist, waaronder Carl Maria von Weber en Johannes Brahms.

Twee hoorns, twee karakters

Er zijn hoorns in F en hoorns in Bes, beide met hun eigen karakter. F-hoorns klinken beter in lagere liggingen, Bes-hoorns juist in de hoogte. De dubbelhoorn, uitgevonden in 1897, combineert beide types in één instrument door middel van een switch die met de duim wordt bediend.

Omdat de beker van de hoorn naar achteren wijst is de klank in een orkest vaak gedempt, zeker vergeleken bij trompetten en trombones. Voor extra volume (en visueel effect) schrijven componisten soms expliciet in de partituur dat de beker in bepaalde passages opgericht moet worden.