Hoe ontstond koormuziek?
door Bart de Graaf 10 jan. 2026 10 januari 2026
Samen zingen is van alle tijden. Maar hoe ontstond de koormuziek zoals we die nu kennen? Zo gingen we van eenstemmig naar meerstemmig zingen.
Al in de Oudheid was er een eenstemmig ‘chorus’ (Latijn) of ‘khorós’ (Grieks) dat optrad in bijvoorbeeld toneelstukken. De zangers speelden dan vaak de rol van het volk en dat was eeuwen later in de Matthäus-Passion van Johann Sebastian Bach nog altijd zo.
In de Oudheid werd dus al wel in groepsverband gezongen, maar ‘echte’ koormuziek ontstond pas met de meerstemmige composities vanaf ongeveer de twaalfde eeuw. De Parijzenaars Leoninus en Perotinus waren verantwoordelijk voor de muziek in de Notre-Dame en brachten de meerstemmige vocale muziek een flinke stap verder. De Latijnse gezangen werden vierstemmig en daaruit kwamen ook wereldlijke werken in het Frans voort. In de Renaissance ontstonden onder meer lutherse gezangen in het Duits en madrigalen in het Italiaans. Madrigalen waren populair; de teksten gingen vaak over de liefde en uitvoeringen werden vaak instrumentaal begeleid. Claudio Monteverdi en Carlo Gesualdo waren twee belangrijke componisten binnen dit wereldlijke genre.
Met deze eeuwenoude muziek hebben we de belangrijkste vormen van koormuziek te pakken: religieus of wereldlijk, met instrumenten of juist a cappella. Er ontstonden koren die vandaag de dag nog steeds bestaan, zoals de Regensburger Domspatzen. Dit jongenskoor werd in 975 opgericht door bisschop Wolfgang van Regensburg. De hoge jongensstemmen waren nodig omdat vrouwen nog niet in het openbaar mochten zingen.
Vierstemmigheid werd de standaard voor het gemengde koor: de lage bassen en daarboven de tenoren zijn de mannenstemmen, de vrouwen zingen de alt- en sopraanpartijen; soms staan er ook countertenoren tussen de alten. Vaak zingen de sopranen de melodie, maar er kunnen ook mooie dialogen tussen verschillende stemmen klinken. Wat dat betreft kun je een vierstemmig koor vergelijken met een strijkkwartet. Een belangrijk verschil is dat je bij een koor meestal meer dan vier uitvoerders hebt.
Tot ongeveer twaalf zangers heb je een vocaal ensemble, een kamerkoor heeft er zo’n zestien tot vierentwintig en daarboven is the sky the limit. Messiah van Georg Friedrich Händel, met het beroemde Hallelujah, is in de Verenigde Staten eens door zo’n tienduizend mensen gezongen. Zie dat maar eens te dirigeren!
Meer dan vier zangpartijen in een stuk is ook mogelijk. Bij dubbelkorigheid kom je al gauw op acht stemmen uit. Zo schreef bijvoorbeeld Bach in zijn Matthäus-Passion twee koren voor; soms staan ze tegenover elkaar, soms trekken ze juist gezamenlijk op. Bach heeft overigens niet vermeld hoeveel zangers hij in die koren wilde. In theorie kun je iedere partij dus door slechts één zanger laten zingen, maar dat gebeurt zelden. Wie een echte uitdaging zoekt, kiest voor het Stabat Mater van Krzysztof Penderecki. De componist schrijft daarin drie koren voor van elk zestien stemmen: 48 zangers dus, en geen twee mensen zingen hetzelfde. Zie ook dat maar eens te dirigeren!
In de negentiende eeuw werd koorzang steeds populairder onder amateurzangers. Dat heeft geleid tot de oprichting van vele gemengde koren, zoals bijvoorbeeld in 1829 het Toonkunstkoor Amsterdam. Dit koor zingt onder meer jaarlijks op Goede Vrijdag de Matthäus-Passion in Het Concertgebouw – een traditie die in 1899 door Willem Mengelberg is ingezet.
Vandaag de dag zijn er koren in alle soorten en maten: popkoren, pop-up-koren, studentenkoren, smartlappenkoren en ga zo maar door. Ook zijn er volop kinderkoren, waaronder de vier Nationale Koren, waarin jong talent op hoog niveau muziekonderwijs krijgt en concerten geeft. Koormuziek is diverser dan ooit tevoren. Dankzij het grote aantal amateurkoren, koorcomponisten, koorfestivals en natuurlijk professionele topkoren, zoals alleen al in Nederland het Groot Omroepkor, het Nederlands Kamerkoor en Cappella Amsterdam, ziet de toekomst voor de koormuziek er rooskleurig uit.
De notenbalk
Wie heeft eigenlijk de notenbalk bedacht? De Italiaanse monnik Guido van Arezzo ontwierp rond het jaar 1000 een balk van vier lijnen en noteerde daar het gezang Ut quaeant laxis op. Iedere zin daarvan begon een toon hoger dan de vorige, en de eerste lettergrepen van die zinnen waren ut-re-mi-fa-sol-la. Ut veranderde later in do en de si werd toegevoegd; de toonladder was compleet!
Koren in opera's en symfonieën
Koormuziek in de opera? Dan moet je bij Giuseppe Verdi zijn. Denk aan het Slavenkoor in Nabucco en de schitterende koorpartijen in Don Carlos. Barokcomponist Georg Friedrich Händel had de gewoonte om zijn opera’s af te sluiten met een lieto fine, een ‘uiteindelijk-is-alles-goedgekomen-koor’.
Soms klinkt een koor ook in een symfonie. Ludwig van Beethoven brak de ban met de Ode an die Freude in zijn Negende symfonie en later deed Gustav Mahler daar – na de inzet van koorzangers in zijn Tweede en Derde symfonie – in zijn Achtste symfonie nog ’ns een flinke schep bovenop met maar liefst drie koren: een jongenskoor en twee gemengde koren.
Jongens countertenoren en castraten
In plaats van vrouwen zongen vroeger in de kerk jongens de bovenstemmen. Voor de moeilijke partijen waren er ook countertenoren: mannen die met hun kopstem op ongeveer dezelfde hoogte zingen als een vrouw met een altstem. Vooral in Italië waren ook castraten zeer populair: jongens die werden gecastreerd en zo hun ‘vrouwelijke’ stem hielden. Sommigen werden echte supersterren, zoals Senesino (artiestennaam van Francesco Bernardi, 1686-1758) en Farinelli (Carlo Broschi, 1705-1782). Veel anderen hielden geen mooie stem over aan de castratie of overleden zelfs. In 1870 werd castratie in Italië verboden.
di 10 februari | Grote Zaal
il Pomo d'Oro
Francesco Corti dirigent
Jakub Józef Orliński countertenor
Sandrine Piau sopraan
Yuriy Mynenko countertenor
Beth Taylor mezzosopraan
Rebecca Leggett mezzosopraan
Alex Rosen bas
Marco Saccardin bariton
Rémy Brès-Feuillet countertenor
Bestel hier kaarten
Bekijk het concertprogramma
di 17 februari | Grote Zaal
Nederlands Kamerkoor
Amsterdam Sinfonietta
Candida Thompson leiding/viool
Béni Csillag instudering koor
Bestel hier kaarten
Bekijk het concertprogramma
Al in de Oudheid was er een eenstemmig ‘chorus’ (Latijn) of ‘khorós’ (Grieks) dat optrad in bijvoorbeeld toneelstukken. De zangers speelden dan vaak de rol van het volk en dat was eeuwen later in de Matthäus-Passion van Johann Sebastian Bach nog altijd zo.
In de Oudheid werd dus al wel in groepsverband gezongen, maar ‘echte’ koormuziek ontstond pas met de meerstemmige composities vanaf ongeveer de twaalfde eeuw. De Parijzenaars Leoninus en Perotinus waren verantwoordelijk voor de muziek in de Notre-Dame en brachten de meerstemmige vocale muziek een flinke stap verder. De Latijnse gezangen werden vierstemmig en daaruit kwamen ook wereldlijke werken in het Frans voort. In de Renaissance ontstonden onder meer lutherse gezangen in het Duits en madrigalen in het Italiaans. Madrigalen waren populair; de teksten gingen vaak over de liefde en uitvoeringen werden vaak instrumentaal begeleid. Claudio Monteverdi en Carlo Gesualdo waren twee belangrijke componisten binnen dit wereldlijke genre.
Met deze eeuwenoude muziek hebben we de belangrijkste vormen van koormuziek te pakken: religieus of wereldlijk, met instrumenten of juist a cappella. Er ontstonden koren die vandaag de dag nog steeds bestaan, zoals de Regensburger Domspatzen. Dit jongenskoor werd in 975 opgericht door bisschop Wolfgang van Regensburg. De hoge jongensstemmen waren nodig omdat vrouwen nog niet in het openbaar mochten zingen.
Vierstemmigheid werd de standaard voor het gemengde koor: de lage bassen en daarboven de tenoren zijn de mannenstemmen, de vrouwen zingen de alt- en sopraanpartijen; soms staan er ook countertenoren tussen de alten. Vaak zingen de sopranen de melodie, maar er kunnen ook mooie dialogen tussen verschillende stemmen klinken. Wat dat betreft kun je een vierstemmig koor vergelijken met een strijkkwartet. Een belangrijk verschil is dat je bij een koor meestal meer dan vier uitvoerders hebt.
Tot ongeveer twaalf zangers heb je een vocaal ensemble, een kamerkoor heeft er zo’n zestien tot vierentwintig en daarboven is the sky the limit. Messiah van Georg Friedrich Händel, met het beroemde Hallelujah, is in de Verenigde Staten eens door zo’n tienduizend mensen gezongen. Zie dat maar eens te dirigeren!
Meer dan vier zangpartijen in een stuk is ook mogelijk. Bij dubbelkorigheid kom je al gauw op acht stemmen uit. Zo schreef bijvoorbeeld Bach in zijn Matthäus-Passion twee koren voor; soms staan ze tegenover elkaar, soms trekken ze juist gezamenlijk op. Bach heeft overigens niet vermeld hoeveel zangers hij in die koren wilde. In theorie kun je iedere partij dus door slechts één zanger laten zingen, maar dat gebeurt zelden. Wie een echte uitdaging zoekt, kiest voor het Stabat Mater van Krzysztof Penderecki. De componist schrijft daarin drie koren voor van elk zestien stemmen: 48 zangers dus, en geen twee mensen zingen hetzelfde. Zie ook dat maar eens te dirigeren!
In de negentiende eeuw werd koorzang steeds populairder onder amateurzangers. Dat heeft geleid tot de oprichting van vele gemengde koren, zoals bijvoorbeeld in 1829 het Toonkunstkoor Amsterdam. Dit koor zingt onder meer jaarlijks op Goede Vrijdag de Matthäus-Passion in Het Concertgebouw – een traditie die in 1899 door Willem Mengelberg is ingezet.
Vandaag de dag zijn er koren in alle soorten en maten: popkoren, pop-up-koren, studentenkoren, smartlappenkoren en ga zo maar door. Ook zijn er volop kinderkoren, waaronder de vier Nationale Koren, waarin jong talent op hoog niveau muziekonderwijs krijgt en concerten geeft. Koormuziek is diverser dan ooit tevoren. Dankzij het grote aantal amateurkoren, koorcomponisten, koorfestivals en natuurlijk professionele topkoren, zoals alleen al in Nederland het Groot Omroepkor, het Nederlands Kamerkoor en Cappella Amsterdam, ziet de toekomst voor de koormuziek er rooskleurig uit.
De notenbalk
Wie heeft eigenlijk de notenbalk bedacht? De Italiaanse monnik Guido van Arezzo ontwierp rond het jaar 1000 een balk van vier lijnen en noteerde daar het gezang Ut quaeant laxis op. Iedere zin daarvan begon een toon hoger dan de vorige, en de eerste lettergrepen van die zinnen waren ut-re-mi-fa-sol-la. Ut veranderde later in do en de si werd toegevoegd; de toonladder was compleet!
Koren in opera's en symfonieën
Koormuziek in de opera? Dan moet je bij Giuseppe Verdi zijn. Denk aan het Slavenkoor in Nabucco en de schitterende koorpartijen in Don Carlos. Barokcomponist Georg Friedrich Händel had de gewoonte om zijn opera’s af te sluiten met een lieto fine, een ‘uiteindelijk-is-alles-goedgekomen-koor’.
Soms klinkt een koor ook in een symfonie. Ludwig van Beethoven brak de ban met de Ode an die Freude in zijn Negende symfonie en later deed Gustav Mahler daar – na de inzet van koorzangers in zijn Tweede en Derde symfonie – in zijn Achtste symfonie nog ’ns een flinke schep bovenop met maar liefst drie koren: een jongenskoor en twee gemengde koren.
Jongens countertenoren en castraten
In plaats van vrouwen zongen vroeger in de kerk jongens de bovenstemmen. Voor de moeilijke partijen waren er ook countertenoren: mannen die met hun kopstem op ongeveer dezelfde hoogte zingen als een vrouw met een altstem. Vooral in Italië waren ook castraten zeer populair: jongens die werden gecastreerd en zo hun ‘vrouwelijke’ stem hielden. Sommigen werden echte supersterren, zoals Senesino (artiestennaam van Francesco Bernardi, 1686-1758) en Farinelli (Carlo Broschi, 1705-1782). Veel anderen hielden geen mooie stem over aan de castratie of overleden zelfs. In 1870 werd castratie in Italië verboden.
di 10 februari | Grote Zaal
il Pomo d'Oro
Francesco Corti dirigent
Jakub Józef Orliński countertenor
Sandrine Piau sopraan
Yuriy Mynenko countertenor
Beth Taylor mezzosopraan
Rebecca Leggett mezzosopraan
Alex Rosen bas
Marco Saccardin bariton
Rémy Brès-Feuillet countertenor
Bestel hier kaarten
Bekijk het concertprogramma
di 17 februari | Grote Zaal
Nederlands Kamerkoor
Amsterdam Sinfonietta
Candida Thompson leiding/viool
Béni Csillag instudering koor
Bestel hier kaarten
Bekijk het concertprogramma