Nog geen account of wachtwoord vergeten? Klik hier

Het Middagconcert: Théotime Langlois de Swarte & Holland Baroque

Het Middagconcert: Théotime Langlois de Swarte & Holland Baroque

Kleine Zaal
08 februari 2026
16.00 uur

Print dit programma

Théotime Langlois de Swarte viool

Holland Baroque:
Judith Steenbrink, Simone Pirri, Andrej Kapor viool 1
Katarina Aleksić, Chloe Prendergast, Jonas Krebs viool 2
Joseph Tan, Marta Jiménez altviool
Tomasz Pokrzywiński cello
Michał Bąk contrabas
Hugo Miguel de Rodas luit
Tineke Steenbrink klavecimbel
Matteo Rabolini slagwerk

Dit programma maakt deel uit van de serie Het Middagconcert.

Ook interessant:
- De koffer van Tineke Steenbrink

TARANTELLA!

Giovanni Battista Vitali (1632-1692)

Furlana

Giovanni Girolamo Kapsberger (1580-1651)

Sfessania

Alessandro Scarlatti (1660-1725)

Romanella & Tarantella

Antonio Vivaldi (1678-1741)

Vioolconcert in d kl.t., op. 4 nr. 8,
RV 249
‘La stravaganza’ 
Allegro
Adagio-Presto-Adagio
Allegro

Luigi Boccherini (1743-1805)

Fandango

Muzio Clementi (1752-1832)

Tarantella in a kl.t.

Antonio Vivaldi

Largo
uit ‘Concert in D gr.t.’, RV 95
‘La ­ ­pastorella’

Muzio Clementi

Montferrina nr. 3 in E gr.t.

Antonio Vivaldi

Allegro
uit ‘Concert in D gr.t.’, RV 95
‘La ­pastorella’

Muzio Clementi

Montferrina nr. 8 in Bes gr.t.

Francesco Geminiani (1687-1762)

Concerto grosso in d kl.t., H.143 
‘La folia’
[in 23 variaties]

Antonio Vivaldi

Vioolconcert in D gr.t., RV 231
Allegro
Adagio
Allegro

Traditioneel

Vecchie danze italiani (uitgave ­Gaspare Ungarelli)

Domenico Scarlatti (1685-1757)

Sonate in D gr.t., K 492

Francesco Durante (1684-1755)

Tarantella

er is geen pauze
einde ± 17.15 uur

repertoire en volgorde onder voor­behoud; arrangementen door Judith en Tineke Steenbrink

Kleine Zaal 08 februari 2026 16.00 uur

Théotime Langlois de Swarte viool

Holland Baroque:
Judith Steenbrink, Simone Pirri, Andrej Kapor viool 1
Katarina Aleksić, Chloe Prendergast, Jonas Krebs viool 2
Joseph Tan, Marta Jiménez altviool
Tomasz Pokrzywiński cello
Michał Bąk contrabas
Hugo Miguel de Rodas luit
Tineke Steenbrink klavecimbel
Matteo Rabolini slagwerk

Dit programma maakt deel uit van de serie Het Middagconcert.

Ook interessant:
- De koffer van Tineke Steenbrink

TARANTELLA!

Giovanni Battista Vitali (1632-1692)

Furlana

Giovanni Girolamo Kapsberger (1580-1651)

Sfessania

Alessandro Scarlatti (1660-1725)

Romanella & Tarantella

Antonio Vivaldi (1678-1741)

Vioolconcert in d kl.t., op. 4 nr. 8,
RV 249
‘La stravaganza’ 
Allegro
Adagio-Presto-Adagio
Allegro

Luigi Boccherini (1743-1805)

Fandango

Muzio Clementi (1752-1832)

Tarantella in a kl.t.

Antonio Vivaldi

Largo
uit ‘Concert in D gr.t.’, RV 95
‘La ­ ­pastorella’

Muzio Clementi

Montferrina nr. 3 in E gr.t.

Antonio Vivaldi

Allegro
uit ‘Concert in D gr.t.’, RV 95
‘La ­pastorella’

Muzio Clementi

Montferrina nr. 8 in Bes gr.t.

Francesco Geminiani (1687-1762)

Concerto grosso in d kl.t., H.143 
‘La folia’
[in 23 variaties]

Antonio Vivaldi

Vioolconcert in D gr.t., RV 231
Allegro
Adagio
Allegro

Traditioneel

Vecchie danze italiani (uitgave ­Gaspare Ungarelli)

Domenico Scarlatti (1685-1757)

Sonate in D gr.t., K 492

Francesco Durante (1684-1755)

Tarantella

er is geen pauze
einde ± 17.15 uur

repertoire en volgorde onder voor­behoud; arrangementen door Judith en Tineke Steenbrink

Toelichting

Toelichting

door René van Peer

Tarantella!

In Tarantella! klinkt muziek waarin de gelijknamige opwindende ­Italiaanse volksdans centraal staat. Deze dans heeft zijn sporen achter­gelaten in composities uit de Barok. Voor dit programma hebben ­violiste Judith Steenbrink en toetseniste Tineke Steenbrink, artistiek leiders van ­Holland Baroque, uitgebreid onderzoek gedaan.

De tarantella is gebaseerd op het eeuwenoude volksgeloof dat een extatische dans mensen zou genezen van de beet van de tarantula, een giftige wolfspin uit het zuiden van Italië. Het is een razendsnelle dans, doorgaans in 6/8 maat, die gewoonlijk wordt aangedreven door slagen op een tamboerijn. Het hoge tempo moet componisten geïnspireerd hebben om de dans als uitgangspunt te gebruiken voor eigen werk.
‘We hebben gekeken naar ­tarantella’s die eind zeventiende eeuw, begin achttiende eeuw gecomponeerd werden’, zegt Judith Steenbrink. ‘We hebben vooral gezocht naar werken van Italiaanse componisten uit die tijd. Daarnaast hebben we ons verdiept in het ‘tarantisme’, het verhaal rond het fenomeen van de tarantella. We hebben onderhand een groot repertoire opgebouwd, en als je de context van die muziek gaat onderzoeken, beginnen dingen op te vallen, zoals dansen die in bepaalde landen populair waren. Die zitten vaak op het snijvlak van kunstmuziek en wat je nu volksmuziek zou noemen, een term die vroeger helemaal niet bestond. Je merkt dat in Italië dansen voorkomen die je niet in Noord-Europa zult aantreffen, zoals de tarantella. Die dans komt vaak terug in Italiaanse composities, ook voor orgel trouwens. Met solist Théotime Langlois de Swarte zijn we vanuit de tarantella gaan kijken naar de viool­concerten van Antonio Vivaldi. Théotime heeft grote belangstelling voor barokmuziek en heeft zich in Vivaldi verdiept. Dat was eigenlijk de aanleiding. Het programma is ook rond hem bedacht. Het kwam heel mooi samen.’

‘Als je je in een bepaalde dans verdiept, zoals we ook gedaan hebben met Poolse dansen, ga je verbanden ontdekken’, vult tweelingzus Tineke aan. ‘Je kunt een vioolconcert linken aan cultuur van de straat, van de kroeg, van de kerk. Dat zijn verbanden die ons interesseren. Ik heb alle vioolconcerten van Vivaldi langs de lat van de tarantella gelegd, met een boek waarin al zijn instrumentale werken staan, met de thema’s uit de delen van die werken. Dat heb ik bladzijde voor bladzijde doorgenomen.’

Tarantella!

In Tarantella! klinkt muziek waarin de gelijknamige opwindende ­Italiaanse volksdans centraal staat. Deze dans heeft zijn sporen achter­gelaten in composities uit de Barok. Voor dit programma hebben ­violiste Judith Steenbrink en toetseniste Tineke Steenbrink, artistiek leiders van ­Holland Baroque, uitgebreid onderzoek gedaan.

De tarantella is gebaseerd op het eeuwenoude volksgeloof dat een extatische dans mensen zou genezen van de beet van de tarantula, een giftige wolfspin uit het zuiden van Italië. Het is een razendsnelle dans, doorgaans in 6/8 maat, die gewoonlijk wordt aangedreven door slagen op een tamboerijn. Het hoge tempo moet componisten geïnspireerd hebben om de dans als uitgangspunt te gebruiken voor eigen werk.
‘We hebben gekeken naar ­tarantella’s die eind zeventiende eeuw, begin achttiende eeuw gecomponeerd werden’, zegt Judith Steenbrink. ‘We hebben vooral gezocht naar werken van Italiaanse componisten uit die tijd. Daarnaast hebben we ons verdiept in het ‘tarantisme’, het verhaal rond het fenomeen van de tarantella. We hebben onderhand een groot repertoire opgebouwd, en als je de context van die muziek gaat onderzoeken, beginnen dingen op te vallen, zoals dansen die in bepaalde landen populair waren. Die zitten vaak op het snijvlak van kunstmuziek en wat je nu volksmuziek zou noemen, een term die vroeger helemaal niet bestond. Je merkt dat in Italië dansen voorkomen die je niet in Noord-Europa zult aantreffen, zoals de tarantella. Die dans komt vaak terug in Italiaanse composities, ook voor orgel trouwens. Met solist Théotime Langlois de Swarte zijn we vanuit de tarantella gaan kijken naar de viool­concerten van Antonio Vivaldi. Théotime heeft grote belangstelling voor barokmuziek en heeft zich in Vivaldi verdiept. Dat was eigenlijk de aanleiding. Het programma is ook rond hem bedacht. Het kwam heel mooi samen.’

‘Als je je in een bepaalde dans verdiept, zoals we ook gedaan hebben met Poolse dansen, ga je verbanden ontdekken’, vult tweelingzus Tineke aan. ‘Je kunt een vioolconcert linken aan cultuur van de straat, van de kroeg, van de kerk. Dat zijn verbanden die ons interesseren. Ik heb alle vioolconcerten van Vivaldi langs de lat van de tarantella gelegd, met een boek waarin al zijn instrumentale werken staan, met de thema’s uit de delen van die werken. Dat heb ik bladzijde voor bladzijde doorgenomen.’

  • Dansscène uit de tarantella door Gaetano Dura, 1833

    Door: Gaetano Dura

    Dansscène uit de tarantella door Gaetano Dura, 1833

    Door: Gaetano Dura

  • Dansscène uit de tarantella door Gaetano Dura, 1833

    Door: Gaetano Dura

    Dansscène uit de tarantella door Gaetano Dura, 1833

    Door: Gaetano Dura

Het onderzoek van Judith en ­Tineke Steenbrink heeft hen bij allerlei biblio­theken gebracht. Judith: ‘Het is dagen en dagen werk. We hebben er veel tijd in gestopt. We kunnen lang niet alles wat we gevonden hebben op het ­podium brengen. Er is ongelooflijk veel. Vioolboeken, bijvoorbeeld, waarin alleen melodieën voor de viool opgetekend zijn. We konden bij ons onderzoek ook terugvallen op leden van het ensemble. Met name onze percussionist Matteo Rabolini uit Genua. Dan hadden we een verwijzing gevonden naar de een of andere bibliotheek. We bellen hem, en een uur later stuurt hij wat we nodig hebben. Hij gaat voor ons naar zo’n bibliotheek. Het is niet altijd gemakkelijk, maar we beleven altijd veel plezier aan het onderzoek en aan het ontdekken van nieuwe dingen. Soms vind je ergens een melodie, die in een heel kleine oplage uitgebracht is door een uitgever in Duitsland. Het is vaak een kwestie van volhouden, en het spoor kan doodlopen. Of je vindt inderdaad iets, maar dat kan dan toch niet in het programma ingepast worden.’

Een en ander heeft geresulteerd in drie vioolconcerten van Vivaldi die voluit gespeeld worden (RV 249, 231 en 157) en delen uit RV 95. Die combineren de musici met dansen uit andere bronnen. ‘De ­luisteraars komen terecht in een web van tarantella’s, waarin ze al die verbindingen gaan zien’, zegt Judith. ‘Zo spelen we naast de vioolconcerten van Vivaldi La folia van Francesco Geminiani, een concerto grosso [naar Arcangelo Corelli, red.] dat we in zijn geheel uitvoeren.’

‘Mensen in Zuid-Italië geloofden dat de beet van de tarantula een staat van hysterie teweegbrengt. Daarvan zouden ze genezen worden door langdurig te dansen op snelle muziek. Dat werd in de achttiende eeuw vertaald naar een almaar herhalen van een patroon in een basso ostinato. Die herhaling diende twee doelen: het etaleren van virtuositeit en het oproepen van een staat van vervoering. Dat laatste heeft dus te maken met het tarantisme. De ­tarantella is nog steeds een belangrijk genre in de Italiaanse volksmuziek. ­Interessant is dat populaire hedendaagse tarantella’s niet veel anders zijn dan die uit de achttiende-eeuwse bronnen, qua ­harmonie en qua beleving. Dat verband is er dus nog steeds.’

‘We beginnen ons programma met het presenteren van de tarantella in haar oorspronkelijke vorm. Daarna belichten we de virtuositeit en de variaties, wat de componisten ermee gedaan hebben, en hoe wat er geschreven is zich verhoudt tot Vivaldi. We spelen dus veel tarantella’s. Het publiek moet ze ondergaan, in de juiste sfeer komen door de ­herhaling, zodat iedereen aan het eind wel gevoeld heeft wat het tegengif is, en hoe dat werkt’.

Het onderzoek van Judith en ­Tineke Steenbrink heeft hen bij allerlei biblio­theken gebracht. Judith: ‘Het is dagen en dagen werk. We hebben er veel tijd in gestopt. We kunnen lang niet alles wat we gevonden hebben op het ­podium brengen. Er is ongelooflijk veel. Vioolboeken, bijvoorbeeld, waarin alleen melodieën voor de viool opgetekend zijn. We konden bij ons onderzoek ook terugvallen op leden van het ensemble. Met name onze percussionist Matteo Rabolini uit Genua. Dan hadden we een verwijzing gevonden naar de een of andere bibliotheek. We bellen hem, en een uur later stuurt hij wat we nodig hebben. Hij gaat voor ons naar zo’n bibliotheek. Het is niet altijd gemakkelijk, maar we beleven altijd veel plezier aan het onderzoek en aan het ontdekken van nieuwe dingen. Soms vind je ergens een melodie, die in een heel kleine oplage uitgebracht is door een uitgever in Duitsland. Het is vaak een kwestie van volhouden, en het spoor kan doodlopen. Of je vindt inderdaad iets, maar dat kan dan toch niet in het programma ingepast worden.’

Een en ander heeft geresulteerd in drie vioolconcerten van Vivaldi die voluit gespeeld worden (RV 249, 231 en 157) en delen uit RV 95. Die combineren de musici met dansen uit andere bronnen. ‘De ­luisteraars komen terecht in een web van tarantella’s, waarin ze al die verbindingen gaan zien’, zegt Judith. ‘Zo spelen we naast de vioolconcerten van Vivaldi La folia van Francesco Geminiani, een concerto grosso [naar Arcangelo Corelli, red.] dat we in zijn geheel uitvoeren.’

‘Mensen in Zuid-Italië geloofden dat de beet van de tarantula een staat van hysterie teweegbrengt. Daarvan zouden ze genezen worden door langdurig te dansen op snelle muziek. Dat werd in de achttiende eeuw vertaald naar een almaar herhalen van een patroon in een basso ostinato. Die herhaling diende twee doelen: het etaleren van virtuositeit en het oproepen van een staat van vervoering. Dat laatste heeft dus te maken met het tarantisme. De ­tarantella is nog steeds een belangrijk genre in de Italiaanse volksmuziek. ­Interessant is dat populaire hedendaagse tarantella’s niet veel anders zijn dan die uit de achttiende-eeuwse bronnen, qua ­harmonie en qua beleving. Dat verband is er dus nog steeds.’

‘We beginnen ons programma met het presenteren van de tarantella in haar oorspronkelijke vorm. Daarna belichten we de virtuositeit en de variaties, wat de componisten ermee gedaan hebben, en hoe wat er geschreven is zich verhoudt tot Vivaldi. We spelen dus veel tarantella’s. Het publiek moet ze ondergaan, in de juiste sfeer komen door de ­herhaling, zodat iedereen aan het eind wel gevoeld heeft wat het tegengif is, en hoe dat werkt’.

door René van Peer

Toelichting

door René van Peer

Tarantella!

In Tarantella! klinkt muziek waarin de gelijknamige opwindende ­Italiaanse volksdans centraal staat. Deze dans heeft zijn sporen achter­gelaten in composities uit de Barok. Voor dit programma hebben ­violiste Judith Steenbrink en toetseniste Tineke Steenbrink, artistiek leiders van ­Holland Baroque, uitgebreid onderzoek gedaan.

De tarantella is gebaseerd op het eeuwenoude volksgeloof dat een extatische dans mensen zou genezen van de beet van de tarantula, een giftige wolfspin uit het zuiden van Italië. Het is een razendsnelle dans, doorgaans in 6/8 maat, die gewoonlijk wordt aangedreven door slagen op een tamboerijn. Het hoge tempo moet componisten geïnspireerd hebben om de dans als uitgangspunt te gebruiken voor eigen werk.
‘We hebben gekeken naar ­tarantella’s die eind zeventiende eeuw, begin achttiende eeuw gecomponeerd werden’, zegt Judith Steenbrink. ‘We hebben vooral gezocht naar werken van Italiaanse componisten uit die tijd. Daarnaast hebben we ons verdiept in het ‘tarantisme’, het verhaal rond het fenomeen van de tarantella. We hebben onderhand een groot repertoire opgebouwd, en als je de context van die muziek gaat onderzoeken, beginnen dingen op te vallen, zoals dansen die in bepaalde landen populair waren. Die zitten vaak op het snijvlak van kunstmuziek en wat je nu volksmuziek zou noemen, een term die vroeger helemaal niet bestond. Je merkt dat in Italië dansen voorkomen die je niet in Noord-Europa zult aantreffen, zoals de tarantella. Die dans komt vaak terug in Italiaanse composities, ook voor orgel trouwens. Met solist Théotime Langlois de Swarte zijn we vanuit de tarantella gaan kijken naar de viool­concerten van Antonio Vivaldi. Théotime heeft grote belangstelling voor barokmuziek en heeft zich in Vivaldi verdiept. Dat was eigenlijk de aanleiding. Het programma is ook rond hem bedacht. Het kwam heel mooi samen.’

‘Als je je in een bepaalde dans verdiept, zoals we ook gedaan hebben met Poolse dansen, ga je verbanden ontdekken’, vult tweelingzus Tineke aan. ‘Je kunt een vioolconcert linken aan cultuur van de straat, van de kroeg, van de kerk. Dat zijn verbanden die ons interesseren. Ik heb alle vioolconcerten van Vivaldi langs de lat van de tarantella gelegd, met een boek waarin al zijn instrumentale werken staan, met de thema’s uit de delen van die werken. Dat heb ik bladzijde voor bladzijde doorgenomen.’

Tarantella!

In Tarantella! klinkt muziek waarin de gelijknamige opwindende ­Italiaanse volksdans centraal staat. Deze dans heeft zijn sporen achter­gelaten in composities uit de Barok. Voor dit programma hebben ­violiste Judith Steenbrink en toetseniste Tineke Steenbrink, artistiek leiders van ­Holland Baroque, uitgebreid onderzoek gedaan.

De tarantella is gebaseerd op het eeuwenoude volksgeloof dat een extatische dans mensen zou genezen van de beet van de tarantula, een giftige wolfspin uit het zuiden van Italië. Het is een razendsnelle dans, doorgaans in 6/8 maat, die gewoonlijk wordt aangedreven door slagen op een tamboerijn. Het hoge tempo moet componisten geïnspireerd hebben om de dans als uitgangspunt te gebruiken voor eigen werk.
‘We hebben gekeken naar ­tarantella’s die eind zeventiende eeuw, begin achttiende eeuw gecomponeerd werden’, zegt Judith Steenbrink. ‘We hebben vooral gezocht naar werken van Italiaanse componisten uit die tijd. Daarnaast hebben we ons verdiept in het ‘tarantisme’, het verhaal rond het fenomeen van de tarantella. We hebben onderhand een groot repertoire opgebouwd, en als je de context van die muziek gaat onderzoeken, beginnen dingen op te vallen, zoals dansen die in bepaalde landen populair waren. Die zitten vaak op het snijvlak van kunstmuziek en wat je nu volksmuziek zou noemen, een term die vroeger helemaal niet bestond. Je merkt dat in Italië dansen voorkomen die je niet in Noord-Europa zult aantreffen, zoals de tarantella. Die dans komt vaak terug in Italiaanse composities, ook voor orgel trouwens. Met solist Théotime Langlois de Swarte zijn we vanuit de tarantella gaan kijken naar de viool­concerten van Antonio Vivaldi. Théotime heeft grote belangstelling voor barokmuziek en heeft zich in Vivaldi verdiept. Dat was eigenlijk de aanleiding. Het programma is ook rond hem bedacht. Het kwam heel mooi samen.’

‘Als je je in een bepaalde dans verdiept, zoals we ook gedaan hebben met Poolse dansen, ga je verbanden ontdekken’, vult tweelingzus Tineke aan. ‘Je kunt een vioolconcert linken aan cultuur van de straat, van de kroeg, van de kerk. Dat zijn verbanden die ons interesseren. Ik heb alle vioolconcerten van Vivaldi langs de lat van de tarantella gelegd, met een boek waarin al zijn instrumentale werken staan, met de thema’s uit de delen van die werken. Dat heb ik bladzijde voor bladzijde doorgenomen.’

  • Dansscène uit de tarantella door Gaetano Dura, 1833

    Door: Gaetano Dura

    Dansscène uit de tarantella door Gaetano Dura, 1833

    Door: Gaetano Dura

  • Dansscène uit de tarantella door Gaetano Dura, 1833

    Door: Gaetano Dura

    Dansscène uit de tarantella door Gaetano Dura, 1833

    Door: Gaetano Dura

Het onderzoek van Judith en ­Tineke Steenbrink heeft hen bij allerlei biblio­theken gebracht. Judith: ‘Het is dagen en dagen werk. We hebben er veel tijd in gestopt. We kunnen lang niet alles wat we gevonden hebben op het ­podium brengen. Er is ongelooflijk veel. Vioolboeken, bijvoorbeeld, waarin alleen melodieën voor de viool opgetekend zijn. We konden bij ons onderzoek ook terugvallen op leden van het ensemble. Met name onze percussionist Matteo Rabolini uit Genua. Dan hadden we een verwijzing gevonden naar de een of andere bibliotheek. We bellen hem, en een uur later stuurt hij wat we nodig hebben. Hij gaat voor ons naar zo’n bibliotheek. Het is niet altijd gemakkelijk, maar we beleven altijd veel plezier aan het onderzoek en aan het ontdekken van nieuwe dingen. Soms vind je ergens een melodie, die in een heel kleine oplage uitgebracht is door een uitgever in Duitsland. Het is vaak een kwestie van volhouden, en het spoor kan doodlopen. Of je vindt inderdaad iets, maar dat kan dan toch niet in het programma ingepast worden.’

Een en ander heeft geresulteerd in drie vioolconcerten van Vivaldi die voluit gespeeld worden (RV 249, 231 en 157) en delen uit RV 95. Die combineren de musici met dansen uit andere bronnen. ‘De ­luisteraars komen terecht in een web van tarantella’s, waarin ze al die verbindingen gaan zien’, zegt Judith. ‘Zo spelen we naast de vioolconcerten van Vivaldi La folia van Francesco Geminiani, een concerto grosso [naar Arcangelo Corelli, red.] dat we in zijn geheel uitvoeren.’

‘Mensen in Zuid-Italië geloofden dat de beet van de tarantula een staat van hysterie teweegbrengt. Daarvan zouden ze genezen worden door langdurig te dansen op snelle muziek. Dat werd in de achttiende eeuw vertaald naar een almaar herhalen van een patroon in een basso ostinato. Die herhaling diende twee doelen: het etaleren van virtuositeit en het oproepen van een staat van vervoering. Dat laatste heeft dus te maken met het tarantisme. De ­tarantella is nog steeds een belangrijk genre in de Italiaanse volksmuziek. ­Interessant is dat populaire hedendaagse tarantella’s niet veel anders zijn dan die uit de achttiende-eeuwse bronnen, qua ­harmonie en qua beleving. Dat verband is er dus nog steeds.’

‘We beginnen ons programma met het presenteren van de tarantella in haar oorspronkelijke vorm. Daarna belichten we de virtuositeit en de variaties, wat de componisten ermee gedaan hebben, en hoe wat er geschreven is zich verhoudt tot Vivaldi. We spelen dus veel tarantella’s. Het publiek moet ze ondergaan, in de juiste sfeer komen door de ­herhaling, zodat iedereen aan het eind wel gevoeld heeft wat het tegengif is, en hoe dat werkt’.

Het onderzoek van Judith en ­Tineke Steenbrink heeft hen bij allerlei biblio­theken gebracht. Judith: ‘Het is dagen en dagen werk. We hebben er veel tijd in gestopt. We kunnen lang niet alles wat we gevonden hebben op het ­podium brengen. Er is ongelooflijk veel. Vioolboeken, bijvoorbeeld, waarin alleen melodieën voor de viool opgetekend zijn. We konden bij ons onderzoek ook terugvallen op leden van het ensemble. Met name onze percussionist Matteo Rabolini uit Genua. Dan hadden we een verwijzing gevonden naar de een of andere bibliotheek. We bellen hem, en een uur later stuurt hij wat we nodig hebben. Hij gaat voor ons naar zo’n bibliotheek. Het is niet altijd gemakkelijk, maar we beleven altijd veel plezier aan het onderzoek en aan het ontdekken van nieuwe dingen. Soms vind je ergens een melodie, die in een heel kleine oplage uitgebracht is door een uitgever in Duitsland. Het is vaak een kwestie van volhouden, en het spoor kan doodlopen. Of je vindt inderdaad iets, maar dat kan dan toch niet in het programma ingepast worden.’

Een en ander heeft geresulteerd in drie vioolconcerten van Vivaldi die voluit gespeeld worden (RV 249, 231 en 157) en delen uit RV 95. Die combineren de musici met dansen uit andere bronnen. ‘De ­luisteraars komen terecht in een web van tarantella’s, waarin ze al die verbindingen gaan zien’, zegt Judith. ‘Zo spelen we naast de vioolconcerten van Vivaldi La folia van Francesco Geminiani, een concerto grosso [naar Arcangelo Corelli, red.] dat we in zijn geheel uitvoeren.’

‘Mensen in Zuid-Italië geloofden dat de beet van de tarantula een staat van hysterie teweegbrengt. Daarvan zouden ze genezen worden door langdurig te dansen op snelle muziek. Dat werd in de achttiende eeuw vertaald naar een almaar herhalen van een patroon in een basso ostinato. Die herhaling diende twee doelen: het etaleren van virtuositeit en het oproepen van een staat van vervoering. Dat laatste heeft dus te maken met het tarantisme. De ­tarantella is nog steeds een belangrijk genre in de Italiaanse volksmuziek. ­Interessant is dat populaire hedendaagse tarantella’s niet veel anders zijn dan die uit de achttiende-eeuwse bronnen, qua ­harmonie en qua beleving. Dat verband is er dus nog steeds.’

‘We beginnen ons programma met het presenteren van de tarantella in haar oorspronkelijke vorm. Daarna belichten we de virtuositeit en de variaties, wat de componisten ermee gedaan hebben, en hoe wat er geschreven is zich verhoudt tot Vivaldi. We spelen dus veel tarantella’s. Het publiek moet ze ondergaan, in de juiste sfeer komen door de ­herhaling, zodat iedereen aan het eind wel gevoeld heeft wat het tegengif is, en hoe dat werkt’.

door René van Peer

Biografie

Théotime Langlois de Swarte, viool

In 2022 won Théotime Langlois de Swarte een Diapason d’Or voor zijn opname van concerten van Vivaldi, Locatelli en Leclair met het ensemble Les Ombres, en werd hij Ambassadeur van het Jaar van het European Early Music Network.

De Franse violist, die zowel op moderne als historische instrumenten speelt, is veelgevraagd door oude­muziekensembles als Les Arts Florissants, Holland Baroque en The Australian Brandenburg Orchestra.

Als dirigent leidde hij twee producties bij de Opéra Comique in Parijs. Hij trad onder meer op in Carnegie Hall in New York, Wigmore Hall in Londen, de Philharmonie de Paris, de Wiener Musikverein, het Shanghai National Art Center en de Walt Disney Hall in Los Angeles.

Hij studeerde aan het conservatorium van Parijs bij Michael Hentz. Kort na zijn afstuderen richtte hij met klavecinist Justin Taylor het ensemble Le Consort op, dat samenwerkte met zangers als Véronique Gens en Mathias Vidal en prijzen won zoals de Choc Classica en de Diapason d’Or. Met dit gezelschap nam hij recent De vier jaargetijden van Vivaldi op, en de groep debuteerde in september 2024 in de Kleine Zaal met een Vivaldi-programma met mezzo­sopraan Adèle Charvet.

Ook werkt hij samen met luitspeler Thomas Dunford, met wie hij het veelgeprezen album The Mad Lover uitbracht; dat programma was op 16 oktober 2022 zijn Concertgebouwdebuut. Théotime Langlois de Swarte heeft een viool van Jacob Stainer uit 1665 in bruikleen.

Holland Baroque, ensemble

Holland Baroque, opgericht in 2006, is met zijn bijzondere programma’s een graag geziene gast op de (inter)nationale podia en is winnaar van onder andere de VSCD Klassieke Muziekprijs, twee Edisons en twee REMA Awards. De artistieke leiding ligt in handen van de tweelingzussen Judith en Tineke Steenbrink, die waar nodig repertoire herschrijven naar bezetting en aard van hun ensemble en hun gasten.

Zo ontstonden unieke projecten als Gospel Baroque met het London Community Gospel Choir, Love is Crazy met zanger/entertainer Sven Ratzke, Carrousel met (jazz)trompettist Eric Vloeimans en Silk Baroque met shengspeler Wu Wei.

Ook waren er samenwerkingen met ­singer-songwriter Daniël Lohues en met Cappella Amsterdam, Wishful Singing en Herman Finkers. Met dirigent Reinbert de Leeuw ondernam Holland Baroque in 2016 een ‘zoektocht naar de waarheid van Bachs Matthäus-Passion’ – door Cherry Duyns vervat in een registratie en een documentaire. Omvangrijk (archief-)onderzoek leidde tot de herontdekking van verloren gewaande muziek van de zeventiende-eeuwse Boxmeerse componist Benedictus à Sancto Josepho.

Holland Baroque zet zich in voor de toekomst van muziek: met schoolconcerten en workshops stimuleert het de creati­viteit bij kinderen en jongeren en via het Samama Fellowship kunnen young professionals een seizoen lang ervaring opdoen. Sinds 2024 werken de musici samen met verschillende organisaties uit het sociale domein en zetten ze bij repetities en concerten de deuren open voor doelgroepen met ­maatschappelijke uitdagingen.

Vorige optredens van ­Holland Baroque in de Kleine Zaal waren Forgotten Christmas in december 2017 en een Frans programma met sopraan Julie Roset in mei 2023; in maart 2024 volgde een Zondagochtend Concert vol Bach in de Grote Zaal.