Nog geen account of wachtwoord vergeten? Ga dan naar concertgebouw.nl
interview

Hebben we contact?

door Frederike Berntsen
28 mei 2019 28 mei 2019

Hopelijk buigt de luisteraar zich naar voren om zo dicht mogelijk in de klank van het Dudok Quartet Amsterdam te kruipen. Dat is de wens van de musici, ook als ze op 5 juni de Kleine Zaal bespelen met muziek van Beethoven en Keuris. 

‘Jâhtâhtieeeee’, zingt cellist David Faber van het Dudok Quartet Amsterdam voor aan zijn collega’s. ‘Ja, en deze maat doen we heel erg mooi, maar we zijn steeds iets te snel’, vult primarius Judith van Driel aan. Een strijdbaar geluid vult de repetitieruimte van Vondel­CS in het Amsterdamse Vondelpark waar de Dudoks onvermoeibaar op elke slak zout leggen. Op de lessenaars: Beethovens Strijkkwartet in Bes groot, opus 130.

De musici spelen dit kwartet in de Kleine Zaal op 5 juni, naast een vroege Beethoven en het Tweede strijkkwartet van Tristan Keuris. ‘Opus 130 is wel ons stuk van het jaar’, zegt Van Driel. ‘We duiken er helemaal in. Als je één werk van een componist uitputtend bestudeert, heb je daar enorm veel aan voor al het andere materiaal dat je van die componist nog gaat spelen. Je groeit in de toontaal.

Dudok Quartet Amsterdam

foto: Marco Borggreve

Dudok Quartet Amsterdam

foto: Marco Borggreve

Dudok Quartet Amsterdam

foto: Marco Borggreve

Dudok Quartet Amsterdam

foto: Marco Borggreve

Dat doen we jaarlijks. Volgend seizoen staat in het teken van Haydn, we zijn nu al aan het repeteren voor cd-opnames. Zijn kwartetten zijn veel korter, dus pakken we de zes stuks uit opus 20, fantastische muziek. Op het eerste gehoor heel makkelijk, zonder duidelijke emoties.

Bekijk het concertprogramma van 5 juni 2019: Du­dok Quartet Amsterdam in Beethovens Dertiende strijkkwartet

Aan ons de schone taak om zo diep mogelijk te graven en de luisteraar helemaal mee te nemen in die muziek. Dat is sowieso een speerpunt van ons: het publiek zo nauw mogelijk betrekken bij wat je doet op het podium. Klinkt logisch, je speelt voor de mensen in de zaal, maar echt contact leggen via de muziek is best ingewikkeld.’

Kwetsbaarheid

‘En dat raakt aan wat wij willen zijn als kwartet, aan ons karakter. We stellen ons buitengewoon kwetsbaar op tijdens een concert. Wat je net zag bij onze repetitie, alle mogelijkheden onderzoeken, dat is om uiteindelijk een zo breed mogelijk palet aan speelmogelijkheden te hebben en die op het moment van het concert in de muziek toe te kunnen passen.

We hebben een idee hoe de muziek moet klinken, maar laten permanent ruimte voor het moment waarop we haar uitvoeren. Dat is erg risicovol, maar voelt als de eerlijkste weg. Door die kwetsbaarheid sta je open voor de luisteraar, die dan hopelijk vooroverbuigt op zijn stoel om zo dicht mogelijk in onze klank te kunnen kruipen.’ 

Even later, stukje Haydn, opus 20: licht springen de strijkstokken over de snaren, delicaat geluid van vier musici die op zoek zijn naar een heel precieze manier van vertellen. De stokken zien er nieuw uit, het Dudok Quartet Amsterdam is met bouwer Luis Emilio Rodriguez in gesprek. Hij maakt stokken voor het kwartet, op maat, op de persoon, op het instrument. 

‘Hij kijkt en luistert’, zegt Faber, ‘en komt dan met een exemplaar dat jou past als een handschoen. Heel bijzonder. We experimenteren: zeker voor deze Haydn is een lichtere stok, een klassieke stok, zoveel fijner dan de zwaardere stokken die na 1850 in zwang raakten. Haydn schreef retorische muziek, je moet daarin glashelder kunnen articuleren om je verhaal te kunnen doen aan het publiek. Ook dat is weer een onderdeel van de directe communicatie die wij zoeken met onze luisteraars.’

Volgende slakje waar zout op gelegd wordt, een paar maten verder: ‘Nee, sorry, kan het niet iets meer dit zijn?’ Van Driel begint een streek wat venijniger. De mogelijkheden worden zorgvuldig gewikt en gewogen.

Expansiedrift

Faber: ‘Het is boeiend om binnen één concert eerst een vroege Beethoven te spelen en daarna een late. Je hoort in het late werk een componist die aan het einde van zijn leven met andere middelen dezelfde dingen communiceert. Het vroege strijkkwartet opus 18 nummer 1 lijkt wel een late Haydn, wat de taal, de verteltrant betreft.

Bij Haydn staat die taal op zichzelf. Beethoven wil hem laten uitdijen. Tegen het einde van zijn leven heeft hij zo’n grote muzikale wereld om zich heen geschapen; je snapt als je die late muziek van hem hoort, dat de hele muziekgeschiedenis door hem vooruit is geholpen. Zijn expansiedrift was gigantisch. En zelfs in opus 18 merk je: de aandrang is er al.’

Verrassing

Het Dudok Quartet Amsterdam zet Keuris’ Tweede strijkkwartet uit 1985 tussen de Beethovens. Typisch voor dit Nederlandse ensemble: niet de geijkte programmering, maar altijd een verrassing, een onbekend stuk of een bewerking van het een of ander. 

Van Driel: ‘Het is direct herkenbaar als muziek van Keuris, akkoordkleuringen uit zijn andere stukken komen erin terug. Zijn klanken ademen ruimte. De weidsheid van de muziek is typerend, net als de afwisseling van lyriek met passages in stevig tempo. De verhoudingen zijn erg goed.’

Faber: ‘Nu eens hoor je een muzikaal idee, dan weer is er een stukje om lekker naar te luisteren. Dat doet Beethoven ook heel duidelijk. Voor twintigste-eeuwse muziek is dat vrij zeldzaam. Hoe atonaler, hoe beter, in de tijd dat Keuris dit schreef.’

Van Driel: ‘Hij deed daar kennelijk niet aan mee, maar componeerde wat hij wilde. Xenakis, Boulez, dat is geen muziek die je mee kunt zingen. Wat Keuris deed zou je revolutionair kunnen noemen. Hij durfde een melodie te schrijven, gewoon iets moois om van te genieten.’ 

wo 5 juni | Kleine Zaal
Dudok Quartet Amsterdam
Bekijk dit concertprogramma 

Dit artikel wordt u gratis aangeboden door Preludium. Meer lezen? Abonneer dan nu.