Hagen Quartett speelt Haydn en Janáček
Kleine Zaal 24 mei 2025 20.15 uur
Hagen Quartett:
Lukas Hagen viool
Rainer Schmidt viool
Veronika Hagen altviool
Clemens Hagen cello
Dit concert maakt deel uit van de serie Wereldberoemde Strijkkwartetten.
Joseph Haydn (1732-1809)
Strijkkwartet in F gr.t., Hob. III:73, op. 74 nr. 2 (1793)
Allegro spirituoso
Andante grazioso
Menuet
Finale
Strijkkwartet in g kl.t., Hob. III:74, op. 74 nr. 3 (1793)
Allegro
Largo assai
Menuet. Allegretto
Finale. Allegro con brio
pauze ± 21.00 uur
Leoš Janáček (1854-1928)
Strijkkwartet nr. 2 ‘Intieme brieven’ (1928)
Andante — Con moto — Allegro
Adagio — Vivace
Moderato — Adagio — Allegro
Allegro — Andante — Adagio
einde ± 22.00 uur
Hagen Quartett:
Lukas Hagen viool
Rainer Schmidt viool
Veronika Hagen altviool
Clemens Hagen cello
Dit concert maakt deel uit van de serie Wereldberoemde Strijkkwartetten.
Joseph Haydn (1732-1809)
Strijkkwartet in F gr.t., Hob. III:73, op. 74 nr. 2 (1793)
Allegro spirituoso
Andante grazioso
Menuet
Finale
Strijkkwartet in g kl.t., Hob. III:74, op. 74 nr. 3 (1793)
Allegro
Largo assai
Menuet. Allegretto
Finale. Allegro con brio
pauze ± 21.00 uur
Leoš Janáček (1854-1928)
Strijkkwartet nr. 2 ‘Intieme brieven’ (1928)
Andante — Con moto — Allegro
Adagio — Vivace
Moderato — Adagio — Allegro
Allegro — Andante — Adagio
einde ± 22.00 uur
Toelichting
Joseph Haydn (1732-1809)
Strijkkwartetten opus 74
In de 67 strijkkwartetten van Joseph Haydn zijn vele echo’s te horen van de enorme hoeveelheid muziek die hij zijn leven lang om zich heen hoorde: Barok, de galante stijl, Rococo, Oostenrijks, Italiaans, Duits, Frans, Hongaars, Boheems, Kroatisch en de volksmuziek van de straat.
En uit die smeltkroes van Haydn putten op hun beurt weer vele andere componisten: Ignaz Pleyel, Wolfgang Amadeus Mozart, Ludwig van Beethoven, Franz Schubert, Felix Mendelssohn en Franz Liszt. De jonge Liszt groeide op met Haydns muziek, en Haydns Weense stadgenoot Schubert speelde diens symfonieën en kwartetten. Haydns goede vriend Mozart vond: ‘Keiner kann alles: schäkern, und erschüttern, Lachen machen, und tiefe Rührung - und alles gleich gut als Haydn.’
Het strijkkwartet was voor Haydn een laboratorium voor experimenten en een proeftuin voor zijn symfonieën
Het strijkkwartet was voor Haydn een laboratorium voor experimenten en een proeftuin voor zijn symfonieën. Dat is goed te horen in deze twee strijkkwartetten uit opus 74. Waren Haydns eerdere kwartetten meestal bestemd voor de intieme muzieksalon van zijn broodheer prins Esterházy in Eisenstadt of op kasteel Esterháza, opus 74 klonk tijdens Haydns tweede verblijf in Engeland in een concertzaal, de Hanover Square Room in Londen in 1794. Concertorganisator Johann Peter Salomon die Haydn had overgehaald naar Londen te komen, had hier een goedlopende concertserie opgezet waar behalve Haydns Londense symfonieën ook zijn nieuwste strijkkwartetten ten beste werden gegeven. Daarbij speelden de vier strijkers met Salomon als primarius uit Haydns eigen manuscript, zo stond in de concertaankondigingen te lezen. Vanwege de ruimere akoestiek had Haydn zijn opus 74 met bredere penseelstreken geschreven dan voorheen. De contrasten tussen de delen zijn groter, en ook de dynamische verschillen, alsof Haydn invloeden uit zijn symfonieën in deze nieuwe kwartetten binnenliet om een omvangrijker publiek te bedienen.
De kwartetten waren besteld door een vroegere broodheer en vriend van Haydn, Anton Georg, graaf von Apponyi (1751-1817). Normaal zou de graaf het exclusieve gebruiksrecht van de kwartetten hebben verworven, maar in dit geval mochten ze ook klinken in de Londense concertzaal. Daarmee was Haydn de eerste van de Weense klassieke componisten die gericht kwartetten schreef voor de openbare concertzaal.
Om de oren van de luisteraars op scherp te zetten liet Haydn zijn kwartetten goed hoorbaar binnenkomen, zoals hij dat in zijn Londense symfonieën deed met een roffel of een slag op de pauken. In het Strijkkwartet in F groot, opus 74 nr. 2 is het een soort fanfare in octaven gevolgd door een opvallende rust. Pas dan gaat het verhaal van het kwartet van start met de fanfare als enige hoofdthema. Na een zangerig liedachtig tweede deel met fraaie variaties en een menuet vol esprit en avontuurlijkheid, besluit een flitsende rondedans dit kwartet.
Bij het Strijkwartet in g klein, opus 74 nr. 3 houden de toonsoort g klein en het springerige thema met zijn voorslagen in driekwartsmaat elkaar in evenwicht tussen duister en licht. Ook hier weer een goed gemikte pauze eer het eerste deel losbrandt. En dat is gewijd aan een democratisch geven en nemen tussen de vier spelers die qua techniek allen op het puntje van hun stoel moeten zitten. Het fenomenale langzame deel in de ver verwijderde toonsoort E groot heeft Haydn gevuld met de grootste expressiviteit uit zijn pen. De vlagen melancholie uit het eerste deel weergalmen in het Trio van het Menuet. Het laatste deel is een heerlijke mix van vurige ‘Sturm und Drang’ en speelse uitgelatenheid.
In de 67 strijkkwartetten van Joseph Haydn zijn vele echo’s te horen van de enorme hoeveelheid muziek die hij zijn leven lang om zich heen hoorde: Barok, de galante stijl, Rococo, Oostenrijks, Italiaans, Duits, Frans, Hongaars, Boheems, Kroatisch en de volksmuziek van de straat.
En uit die smeltkroes van Haydn putten op hun beurt weer vele andere componisten: Ignaz Pleyel, Wolfgang Amadeus Mozart, Ludwig van Beethoven, Franz Schubert, Felix Mendelssohn en Franz Liszt. De jonge Liszt groeide op met Haydns muziek, en Haydns Weense stadgenoot Schubert speelde diens symfonieën en kwartetten. Haydns goede vriend Mozart vond: ‘Keiner kann alles: schäkern, und erschüttern, Lachen machen, und tiefe Rührung - und alles gleich gut als Haydn.’
Het strijkkwartet was voor Haydn een laboratorium voor experimenten en een proeftuin voor zijn symfonieën
Het strijkkwartet was voor Haydn een laboratorium voor experimenten en een proeftuin voor zijn symfonieën. Dat is goed te horen in deze twee strijkkwartetten uit opus 74. Waren Haydns eerdere kwartetten meestal bestemd voor de intieme muzieksalon van zijn broodheer prins Esterházy in Eisenstadt of op kasteel Esterháza, opus 74 klonk tijdens Haydns tweede verblijf in Engeland in een concertzaal, de Hanover Square Room in Londen in 1794. Concertorganisator Johann Peter Salomon die Haydn had overgehaald naar Londen te komen, had hier een goedlopende concertserie opgezet waar behalve Haydns Londense symfonieën ook zijn nieuwste strijkkwartetten ten beste werden gegeven. Daarbij speelden de vier strijkers met Salomon als primarius uit Haydns eigen manuscript, zo stond in de concertaankondigingen te lezen. Vanwege de ruimere akoestiek had Haydn zijn opus 74 met bredere penseelstreken geschreven dan voorheen. De contrasten tussen de delen zijn groter, en ook de dynamische verschillen, alsof Haydn invloeden uit zijn symfonieën in deze nieuwe kwartetten binnenliet om een omvangrijker publiek te bedienen.
De kwartetten waren besteld door een vroegere broodheer en vriend van Haydn, Anton Georg, graaf von Apponyi (1751-1817). Normaal zou de graaf het exclusieve gebruiksrecht van de kwartetten hebben verworven, maar in dit geval mochten ze ook klinken in de Londense concertzaal. Daarmee was Haydn de eerste van de Weense klassieke componisten die gericht kwartetten schreef voor de openbare concertzaal.
Om de oren van de luisteraars op scherp te zetten liet Haydn zijn kwartetten goed hoorbaar binnenkomen, zoals hij dat in zijn Londense symfonieën deed met een roffel of een slag op de pauken. In het Strijkkwartet in F groot, opus 74 nr. 2 is het een soort fanfare in octaven gevolgd door een opvallende rust. Pas dan gaat het verhaal van het kwartet van start met de fanfare als enige hoofdthema. Na een zangerig liedachtig tweede deel met fraaie variaties en een menuet vol esprit en avontuurlijkheid, besluit een flitsende rondedans dit kwartet.
Bij het Strijkwartet in g klein, opus 74 nr. 3 houden de toonsoort g klein en het springerige thema met zijn voorslagen in driekwartsmaat elkaar in evenwicht tussen duister en licht. Ook hier weer een goed gemikte pauze eer het eerste deel losbrandt. En dat is gewijd aan een democratisch geven en nemen tussen de vier spelers die qua techniek allen op het puntje van hun stoel moeten zitten. Het fenomenale langzame deel in de ver verwijderde toonsoort E groot heeft Haydn gevuld met de grootste expressiviteit uit zijn pen. De vlagen melancholie uit het eerste deel weergalmen in het Trio van het Menuet. Het laatste deel is een heerlijke mix van vurige ‘Sturm und Drang’ en speelse uitgelatenheid.
Leoš Janáček (1854-1928)
Tweede strijkkwartet
Wie ooit de prachtige film The Unbearable Lightness of Being (1988) van Philip Kaufman heeft gezien, heeft bewust of onbewust geluisterd naar muziek van Leoš Janáček. Pregnante thema’s, intiem gefluister en heftige uitroepen in Janáčeks muziek begeleiden dromerige maar indringende beelden van vreugde en pijn in de liefde. Met zijn muziekstijl geïnspireerd door natuurgeluiden en de menselijke spraak zit Janáček zijn luisteraars voortdurend op de huid en knaagt hij aan hun ziel.
Zo ook met zijn autobiografische Tweede strijkkwartet ‘Intieme brieven’, dat is opgedragen aan de achtendertig jaar jongere Kamila Stösslová, de grote liefde van zijn laatste jaren. De componist noemde het werk een muzikaal portret van haar. Kamila Stösslová was getrouwd en had al twee kinderen toen zij in 1917 Janáček voor het eerst ontmoette. Janáček stortte zijn hartstocht uit in een vloedstroom van meer dan zevenhonderd brieven, de ‘intieme brieven’ aan Kamila. Werd de zich snel ontwikkelende industriestad Brno hem te druk, dan trok Janáček zich graag terug in zijn buitenverblijf in Hukvaldy. In juli 1928 kwamen Kamila en haar zoon hem daar voor het eerst opzoeken. Kamila’s echtgenoot was erbij, voelde de vonken en trok zich besmuikt terug. Niets wees op het einde van de gelukkige componist, maar het noodlot sloeg toe. Kamila’s zoontje bleek te zijn weggelopen. Aan zijn bezorgde zoektocht door de buitenlucht hield Janáček een longontsteking over. Het jongetje kwam terecht, maar Janáček bezweek op 12 augustus 1928. Het Tweede strijkkwartet ging kort na zijn dood in première.
Wie ooit de prachtige film The Unbearable Lightness of Being (1988) van Philip Kaufman heeft gezien, heeft bewust of onbewust geluisterd naar muziek van Leoš Janáček. Pregnante thema’s, intiem gefluister en heftige uitroepen in Janáčeks muziek begeleiden dromerige maar indringende beelden van vreugde en pijn in de liefde. Met zijn muziekstijl geïnspireerd door natuurgeluiden en de menselijke spraak zit Janáček zijn luisteraars voortdurend op de huid en knaagt hij aan hun ziel.
Zo ook met zijn autobiografische Tweede strijkkwartet ‘Intieme brieven’, dat is opgedragen aan de achtendertig jaar jongere Kamila Stösslová, de grote liefde van zijn laatste jaren. De componist noemde het werk een muzikaal portret van haar. Kamila Stösslová was getrouwd en had al twee kinderen toen zij in 1917 Janáček voor het eerst ontmoette. Janáček stortte zijn hartstocht uit in een vloedstroom van meer dan zevenhonderd brieven, de ‘intieme brieven’ aan Kamila. Werd de zich snel ontwikkelende industriestad Brno hem te druk, dan trok Janáček zich graag terug in zijn buitenverblijf in Hukvaldy. In juli 1928 kwamen Kamila en haar zoon hem daar voor het eerst opzoeken. Kamila’s echtgenoot was erbij, voelde de vonken en trok zich besmuikt terug. Niets wees op het einde van de gelukkige componist, maar het noodlot sloeg toe. Kamila’s zoontje bleek te zijn weggelopen. Aan zijn bezorgde zoektocht door de buitenlucht hield Janáček een longontsteking over. Het jongetje kwam terecht, maar Janáček bezweek op 12 augustus 1928. Het Tweede strijkkwartet ging kort na zijn dood in première.
Joseph Haydn (1732-1809)
Strijkkwartetten opus 74
In de 67 strijkkwartetten van Joseph Haydn zijn vele echo’s te horen van de enorme hoeveelheid muziek die hij zijn leven lang om zich heen hoorde: Barok, de galante stijl, Rococo, Oostenrijks, Italiaans, Duits, Frans, Hongaars, Boheems, Kroatisch en de volksmuziek van de straat.
En uit die smeltkroes van Haydn putten op hun beurt weer vele andere componisten: Ignaz Pleyel, Wolfgang Amadeus Mozart, Ludwig van Beethoven, Franz Schubert, Felix Mendelssohn en Franz Liszt. De jonge Liszt groeide op met Haydns muziek, en Haydns Weense stadgenoot Schubert speelde diens symfonieën en kwartetten. Haydns goede vriend Mozart vond: ‘Keiner kann alles: schäkern, und erschüttern, Lachen machen, und tiefe Rührung - und alles gleich gut als Haydn.’
Het strijkkwartet was voor Haydn een laboratorium voor experimenten en een proeftuin voor zijn symfonieën
Het strijkkwartet was voor Haydn een laboratorium voor experimenten en een proeftuin voor zijn symfonieën. Dat is goed te horen in deze twee strijkkwartetten uit opus 74. Waren Haydns eerdere kwartetten meestal bestemd voor de intieme muzieksalon van zijn broodheer prins Esterházy in Eisenstadt of op kasteel Esterháza, opus 74 klonk tijdens Haydns tweede verblijf in Engeland in een concertzaal, de Hanover Square Room in Londen in 1794. Concertorganisator Johann Peter Salomon die Haydn had overgehaald naar Londen te komen, had hier een goedlopende concertserie opgezet waar behalve Haydns Londense symfonieën ook zijn nieuwste strijkkwartetten ten beste werden gegeven. Daarbij speelden de vier strijkers met Salomon als primarius uit Haydns eigen manuscript, zo stond in de concertaankondigingen te lezen. Vanwege de ruimere akoestiek had Haydn zijn opus 74 met bredere penseelstreken geschreven dan voorheen. De contrasten tussen de delen zijn groter, en ook de dynamische verschillen, alsof Haydn invloeden uit zijn symfonieën in deze nieuwe kwartetten binnenliet om een omvangrijker publiek te bedienen.
De kwartetten waren besteld door een vroegere broodheer en vriend van Haydn, Anton Georg, graaf von Apponyi (1751-1817). Normaal zou de graaf het exclusieve gebruiksrecht van de kwartetten hebben verworven, maar in dit geval mochten ze ook klinken in de Londense concertzaal. Daarmee was Haydn de eerste van de Weense klassieke componisten die gericht kwartetten schreef voor de openbare concertzaal.
Om de oren van de luisteraars op scherp te zetten liet Haydn zijn kwartetten goed hoorbaar binnenkomen, zoals hij dat in zijn Londense symfonieën deed met een roffel of een slag op de pauken. In het Strijkkwartet in F groot, opus 74 nr. 2 is het een soort fanfare in octaven gevolgd door een opvallende rust. Pas dan gaat het verhaal van het kwartet van start met de fanfare als enige hoofdthema. Na een zangerig liedachtig tweede deel met fraaie variaties en een menuet vol esprit en avontuurlijkheid, besluit een flitsende rondedans dit kwartet.
Bij het Strijkwartet in g klein, opus 74 nr. 3 houden de toonsoort g klein en het springerige thema met zijn voorslagen in driekwartsmaat elkaar in evenwicht tussen duister en licht. Ook hier weer een goed gemikte pauze eer het eerste deel losbrandt. En dat is gewijd aan een democratisch geven en nemen tussen de vier spelers die qua techniek allen op het puntje van hun stoel moeten zitten. Het fenomenale langzame deel in de ver verwijderde toonsoort E groot heeft Haydn gevuld met de grootste expressiviteit uit zijn pen. De vlagen melancholie uit het eerste deel weergalmen in het Trio van het Menuet. Het laatste deel is een heerlijke mix van vurige ‘Sturm und Drang’ en speelse uitgelatenheid.
In de 67 strijkkwartetten van Joseph Haydn zijn vele echo’s te horen van de enorme hoeveelheid muziek die hij zijn leven lang om zich heen hoorde: Barok, de galante stijl, Rococo, Oostenrijks, Italiaans, Duits, Frans, Hongaars, Boheems, Kroatisch en de volksmuziek van de straat.
En uit die smeltkroes van Haydn putten op hun beurt weer vele andere componisten: Ignaz Pleyel, Wolfgang Amadeus Mozart, Ludwig van Beethoven, Franz Schubert, Felix Mendelssohn en Franz Liszt. De jonge Liszt groeide op met Haydns muziek, en Haydns Weense stadgenoot Schubert speelde diens symfonieën en kwartetten. Haydns goede vriend Mozart vond: ‘Keiner kann alles: schäkern, und erschüttern, Lachen machen, und tiefe Rührung - und alles gleich gut als Haydn.’
Het strijkkwartet was voor Haydn een laboratorium voor experimenten en een proeftuin voor zijn symfonieën
Het strijkkwartet was voor Haydn een laboratorium voor experimenten en een proeftuin voor zijn symfonieën. Dat is goed te horen in deze twee strijkkwartetten uit opus 74. Waren Haydns eerdere kwartetten meestal bestemd voor de intieme muzieksalon van zijn broodheer prins Esterházy in Eisenstadt of op kasteel Esterháza, opus 74 klonk tijdens Haydns tweede verblijf in Engeland in een concertzaal, de Hanover Square Room in Londen in 1794. Concertorganisator Johann Peter Salomon die Haydn had overgehaald naar Londen te komen, had hier een goedlopende concertserie opgezet waar behalve Haydns Londense symfonieën ook zijn nieuwste strijkkwartetten ten beste werden gegeven. Daarbij speelden de vier strijkers met Salomon als primarius uit Haydns eigen manuscript, zo stond in de concertaankondigingen te lezen. Vanwege de ruimere akoestiek had Haydn zijn opus 74 met bredere penseelstreken geschreven dan voorheen. De contrasten tussen de delen zijn groter, en ook de dynamische verschillen, alsof Haydn invloeden uit zijn symfonieën in deze nieuwe kwartetten binnenliet om een omvangrijker publiek te bedienen.
De kwartetten waren besteld door een vroegere broodheer en vriend van Haydn, Anton Georg, graaf von Apponyi (1751-1817). Normaal zou de graaf het exclusieve gebruiksrecht van de kwartetten hebben verworven, maar in dit geval mochten ze ook klinken in de Londense concertzaal. Daarmee was Haydn de eerste van de Weense klassieke componisten die gericht kwartetten schreef voor de openbare concertzaal.
Om de oren van de luisteraars op scherp te zetten liet Haydn zijn kwartetten goed hoorbaar binnenkomen, zoals hij dat in zijn Londense symfonieën deed met een roffel of een slag op de pauken. In het Strijkkwartet in F groot, opus 74 nr. 2 is het een soort fanfare in octaven gevolgd door een opvallende rust. Pas dan gaat het verhaal van het kwartet van start met de fanfare als enige hoofdthema. Na een zangerig liedachtig tweede deel met fraaie variaties en een menuet vol esprit en avontuurlijkheid, besluit een flitsende rondedans dit kwartet.
Bij het Strijkwartet in g klein, opus 74 nr. 3 houden de toonsoort g klein en het springerige thema met zijn voorslagen in driekwartsmaat elkaar in evenwicht tussen duister en licht. Ook hier weer een goed gemikte pauze eer het eerste deel losbrandt. En dat is gewijd aan een democratisch geven en nemen tussen de vier spelers die qua techniek allen op het puntje van hun stoel moeten zitten. Het fenomenale langzame deel in de ver verwijderde toonsoort E groot heeft Haydn gevuld met de grootste expressiviteit uit zijn pen. De vlagen melancholie uit het eerste deel weergalmen in het Trio van het Menuet. Het laatste deel is een heerlijke mix van vurige ‘Sturm und Drang’ en speelse uitgelatenheid.
Leoš Janáček (1854-1928)
Tweede strijkkwartet
Wie ooit de prachtige film The Unbearable Lightness of Being (1988) van Philip Kaufman heeft gezien, heeft bewust of onbewust geluisterd naar muziek van Leoš Janáček. Pregnante thema’s, intiem gefluister en heftige uitroepen in Janáčeks muziek begeleiden dromerige maar indringende beelden van vreugde en pijn in de liefde. Met zijn muziekstijl geïnspireerd door natuurgeluiden en de menselijke spraak zit Janáček zijn luisteraars voortdurend op de huid en knaagt hij aan hun ziel.
Zo ook met zijn autobiografische Tweede strijkkwartet ‘Intieme brieven’, dat is opgedragen aan de achtendertig jaar jongere Kamila Stösslová, de grote liefde van zijn laatste jaren. De componist noemde het werk een muzikaal portret van haar. Kamila Stösslová was getrouwd en had al twee kinderen toen zij in 1917 Janáček voor het eerst ontmoette. Janáček stortte zijn hartstocht uit in een vloedstroom van meer dan zevenhonderd brieven, de ‘intieme brieven’ aan Kamila. Werd de zich snel ontwikkelende industriestad Brno hem te druk, dan trok Janáček zich graag terug in zijn buitenverblijf in Hukvaldy. In juli 1928 kwamen Kamila en haar zoon hem daar voor het eerst opzoeken. Kamila’s echtgenoot was erbij, voelde de vonken en trok zich besmuikt terug. Niets wees op het einde van de gelukkige componist, maar het noodlot sloeg toe. Kamila’s zoontje bleek te zijn weggelopen. Aan zijn bezorgde zoektocht door de buitenlucht hield Janáček een longontsteking over. Het jongetje kwam terecht, maar Janáček bezweek op 12 augustus 1928. Het Tweede strijkkwartet ging kort na zijn dood in première.
Wie ooit de prachtige film The Unbearable Lightness of Being (1988) van Philip Kaufman heeft gezien, heeft bewust of onbewust geluisterd naar muziek van Leoš Janáček. Pregnante thema’s, intiem gefluister en heftige uitroepen in Janáčeks muziek begeleiden dromerige maar indringende beelden van vreugde en pijn in de liefde. Met zijn muziekstijl geïnspireerd door natuurgeluiden en de menselijke spraak zit Janáček zijn luisteraars voortdurend op de huid en knaagt hij aan hun ziel.
Zo ook met zijn autobiografische Tweede strijkkwartet ‘Intieme brieven’, dat is opgedragen aan de achtendertig jaar jongere Kamila Stösslová, de grote liefde van zijn laatste jaren. De componist noemde het werk een muzikaal portret van haar. Kamila Stösslová was getrouwd en had al twee kinderen toen zij in 1917 Janáček voor het eerst ontmoette. Janáček stortte zijn hartstocht uit in een vloedstroom van meer dan zevenhonderd brieven, de ‘intieme brieven’ aan Kamila. Werd de zich snel ontwikkelende industriestad Brno hem te druk, dan trok Janáček zich graag terug in zijn buitenverblijf in Hukvaldy. In juli 1928 kwamen Kamila en haar zoon hem daar voor het eerst opzoeken. Kamila’s echtgenoot was erbij, voelde de vonken en trok zich besmuikt terug. Niets wees op het einde van de gelukkige componist, maar het noodlot sloeg toe. Kamila’s zoontje bleek te zijn weggelopen. Aan zijn bezorgde zoektocht door de buitenlucht hield Janáček een longontsteking over. Het jongetje kwam terecht, maar Janáček bezweek op 12 augustus 1928. Het Tweede strijkkwartet ging kort na zijn dood in première.
Biografie
Hagen Quartett, kwartet
In januari 1984 maakte het Hagen Quartett – na concoursprijzen te hebben gewonnen in Lockenhaus, Evian, Portsmouth, Bordeaux en Banff – zijn Kleine Zaal-debuut en in 2019 kreeg het de Concertgebouw Prijs. Al ruim vier decennia komen de strijkers geregeld naar Amsterdam; meestal speelden ze in de Kleine Zaal, maar bijvoorbeeld ook in coronatijd voor een klein publiek in de Grote Zaal.
In seizoen 2020/2021 vierde het ensemble – twee broers en een zus uit Salzburg, sinds 1987 aangevuld met de Duitse violist Rainer Schmidt – zijn veertigjarig jubileum, en nu is het bezig met zijn afscheidsseizoen.
Het Hagen Quartett is sinds 2012 erelid van het Wiener Konzerthaus en was vaste gast van de bekende zalen van Wenen, Berlijn, Hamburg, München, Londen, Barcelona, Madrid, Milaan, Rome, Parijs en Brussel en van onder meer de Salzburger Festspiele (debuut 1984), het Lucerne Festival en de Schubertiade Schwarzenberg.
De musici tourden meermaals in Azië, Australië en Noord- en Zuid-Amerika, brachten nieuwe (opdracht-)composities in première van György Kurtág en vele anderen, en realiseerden sinds 1985 een discografie van zo’n vijftig titels. In 2011 waren ze Ensemble van het Jaar bij Echo Klassik.
Ze musiceerden met pianisten als Maurizio Pollini, Mitsuko Uchida, Krystian Zimerman en Kirill Gerstein, met de klarinettisten Sabine Meyer en Jörg Widmann en met cellisten als Heinrich Schiff, Julia Hagen (dochter van kwartetlid Clemens Hagen) en Gautier Capuçon.
Het Hagen Quartett verzorgde wereldwijd masterclasses en geeft les aan de Musikhochschule in Basel en – al sinds 1988 – het Mozarteum in thuisstad Salzburg. De vorige optredens in de Kleine Zaal waren op 22 en 24 mei 2025, met strijkkwartetten van Haydn en Janáček.