Nog geen account of wachtwoord vergeten? Klik hier

Hagen Quartett neemt afscheid: Beethovens 'Serioso' en Schuberts 'Rosamunde'

Hagen Quartett neemt afscheid: Beethovens 'Serioso' en Schuberts 'Rosamunde'

Kleine Zaal
26 februari 2026
20.15 uur

Print dit programma

Hagen Quartett:
Lukas Hagen viool
Rainer Schmidt viool
Veronika Hagen altviool
Clemens Hagen cello

Ook interessant:
- 7 x Hagen Quartett
- Het afscheidsinterview met het Hagen Quartett

Ludwig van Beethoven (1770-1827)

Strijkkwartet in f kl.t., op. 95 (1810)
‘Serioso’
Allegro con brio
Allegretto ma non troppo
Allegro assai vivace, ma serioso
Larghetto espressivo – Allegretto agitato

Anton Webern (1883-1945)

Strijkkwartet (1905)
Düster und schwer, Mit grossem Schwung, Sehr breit
Langsam, Sehr langsam, Schnell, Mit grösster Macht, Sehr breit
Mit innigstem und ganz zartem Ausdruck, Zart bewegt, Sehr langsam

pauze ± 20.55 uur

Franz Schubert (1797-1828)

Strijkkwartet in a kl.t., D 804 (1824)
‘Rosamunde’
Allegro ma non troppo
Andante
Menuetto: Allegretto
Allegro moderato

einde ± 22.00 uur

Kleine Zaal 26 februari 2026 20.15 uur

Hagen Quartett:
Lukas Hagen viool
Rainer Schmidt viool
Veronika Hagen altviool
Clemens Hagen cello

Ook interessant:
- 7 x Hagen Quartett
- Het afscheidsinterview met het Hagen Quartett

Ludwig van Beethoven (1770-1827)

Strijkkwartet in f kl.t., op. 95 (1810)
‘Serioso’
Allegro con brio
Allegretto ma non troppo
Allegro assai vivace, ma serioso
Larghetto espressivo – Allegretto agitato

Anton Webern (1883-1945)

Strijkkwartet (1905)
Düster und schwer, Mit grossem Schwung, Sehr breit
Langsam, Sehr langsam, Schnell, Mit grösster Macht, Sehr breit
Mit innigstem und ganz zartem Ausdruck, Zart bewegt, Sehr langsam

pauze ± 20.55 uur

Franz Schubert (1797-1828)

Strijkkwartet in a kl.t., D 804 (1824)
‘Rosamunde’
Allegro ma non troppo
Andante
Menuetto: Allegretto
Allegro moderato

einde ± 22.00 uur

Toelichting

Ludwig van Beethoven (1770-1827)

‘Serioso’

door Lies Wiersema

Ludwig van Beethovens ­Strijkkwartet in f klein is een monumentale compositie, maar als het aan de componist had gelegen was het alleen in een kleine kring van kenners uitgevoerd. Voor een ­openbare uitvoering wilde hij wel iets anders componeren. Pas vier jaar later volgde de première en zes jaar later de publicatie. Was Beethoven bang dat hij zijn tijd te ver vooruit was en te veel van het publiek zou vragen? Het kwartet onderscheidt zich inderdaad van zijn voorgangers. Zo gecomprimeerd waren zijn kwartetten niet eerder. In een ­korte tijdsspanne is er een voortdurende afwisseling van onstuimige intensiteit, uiterste concentratie, dramatische expressie en introversie. Het werk kreeg niet voor niets als ondertitel ‘Quartetto serioso’: ernst bepaalt alle vier delen.

In het eerste deel valt Beethoven abrupt met de deur in huis met een onstuimig hoofdmotief. In nog geen vijf minuten vinden, bijna zonder overgangen, allerlei veranderingen plaats in muzikale ideeën, stemmingen, harmonie, ritme en dynamiek. Een introverte, mysterieuze stemming kleurt het tweede deel, dat door de cello met een chromatisch dalend motief wordt geopend. Een tweede thema in fugastijl vermengt zich met het cellomotief. Het laatste zachte akkoord vormt de verbinding met het direct volgende derde deel, een scherzo waarin woest­heid en tederheid elkaar afwisselen. ‘Vivace ma ­serioso’ schrijft Beethoven er boven. De geestdrift moest wel voldoende ernst bevatten. De finale begint met een expressief, melancholisch ­Larghetto, als inleiding tot een geagiteerd ­Allegretto. Het is een en al nerveuze onrust, maar onverhoeds zorgt de coda voor een verrassende wending in ­majeur, waardoor alles toch met uitbundige vrolijkheid afsluit.

Ludwig van Beethovens ­Strijkkwartet in f klein is een monumentale compositie, maar als het aan de componist had gelegen was het alleen in een kleine kring van kenners uitgevoerd. Voor een ­openbare uitvoering wilde hij wel iets anders componeren. Pas vier jaar later volgde de première en zes jaar later de publicatie. Was Beethoven bang dat hij zijn tijd te ver vooruit was en te veel van het publiek zou vragen? Het kwartet onderscheidt zich inderdaad van zijn voorgangers. Zo gecomprimeerd waren zijn kwartetten niet eerder. In een ­korte tijdsspanne is er een voortdurende afwisseling van onstuimige intensiteit, uiterste concentratie, dramatische expressie en introversie. Het werk kreeg niet voor niets als ondertitel ‘Quartetto serioso’: ernst bepaalt alle vier delen.

In het eerste deel valt Beethoven abrupt met de deur in huis met een onstuimig hoofdmotief. In nog geen vijf minuten vinden, bijna zonder overgangen, allerlei veranderingen plaats in muzikale ideeën, stemmingen, harmonie, ritme en dynamiek. Een introverte, mysterieuze stemming kleurt het tweede deel, dat door de cello met een chromatisch dalend motief wordt geopend. Een tweede thema in fugastijl vermengt zich met het cellomotief. Het laatste zachte akkoord vormt de verbinding met het direct volgende derde deel, een scherzo waarin woest­heid en tederheid elkaar afwisselen. ‘Vivace ma ­serioso’ schrijft Beethoven er boven. De geestdrift moest wel voldoende ernst bevatten. De finale begint met een expressief, melancholisch ­Larghetto, als inleiding tot een geagiteerd ­Allegretto. Het is een en al nerveuze onrust, maar onverhoeds zorgt de coda voor een verrassende wending in ­majeur, waardoor alles toch met uitbundige vrolijkheid afsluit.

door Lies Wiersema

Anton Webern (1883-1945)

’Düster und schwer’

door Lies Wiersema

Zo’n honderd jaar na Beethovens ‘Serioso’-kwartet begon de tonaliteit te kantelen. Experimenten en vernieuwingen leidden tot steeds grotere abstractie en de overgang naar de zogenaamde Tweede Weense School die ontstond ro­ndom Arnold Schönberg en zijn leerlingen Anton Webern en Alban Berg. De jonge Webern was diep onder de indruk van Beethoven. Na een uitvoering van diens Derde symfonie, ‘Eroica’ schreef hij: ‘Het genie van Beethoven openbaart zich steeds duidelijker aan mij … Ik verlang naar een kunstenaar in de muziek zoals Segantini dat was in de schilderkunst … muziek die een man in eenzaamheid schrijft, …. Die man zou dan de Beethoven van onze tijd zijn.’

Zo’n honderd jaar na Beethovens ‘Serioso’-kwartet begon de tonaliteit te kantelen. Experimenten en vernieuwingen leidden tot steeds grotere abstractie en de overgang naar de zogenaamde Tweede Weense School die ontstond ro­ndom Arnold Schönberg en zijn leerlingen Anton Webern en Alban Berg. De jonge Webern was diep onder de indruk van Beethoven. Na een uitvoering van diens Derde symfonie, ‘Eroica’ schreef hij: ‘Het genie van Beethoven openbaart zich steeds duidelijker aan mij … Ik verlang naar een kunstenaar in de muziek zoals Segantini dat was in de schilderkunst … muziek die een man in eenzaamheid schrijft, …. Die man zou dan de Beethoven van onze tijd zijn.’

  • La natura; uit het drieluik La vita – La natura – La morte door Giovanni Segantini, 1896-99

    Door: Giovanni Segantini

    La natura; uit het drieluik La vita – La natura – La morte door Giovanni Segantini, 1896-99

    Door: Giovanni Segantini

  • La natura; uit het drieluik La vita – La natura – La morte door Giovanni Segantini, 1896-99

    Door: Giovanni Segantini

    La natura; uit het drieluik La vita – La natura – La morte door Giovanni Segantini, 1896-99

    Door: Giovanni Segantini

Die man werd hij zelf, geïnspireerd door het drieluik La vita – La natura – La morte van de Italiaanse kunstenaar Giovanni Segantini, die gefascineerd was door de schoonheid van het alpenlandschap. Webern ontdekte het werk in een museum en was diep geraakt. Het inspireerde hem in de zomer van 1905 tot zijn Strijkkwartet ‘Düster und schwer’, in de partituur voorafgegaan door een motto van de mysticus Jacob Böhme: ‘Het gevoel van tri­omf dat in mijn geest heerste, kan ik niet beschrijven of vertellen; Het kan met niets vergeleken worden, behalve waar te midden van de dood het leven geboren wordt […].’ Het was een van zijn vroege composities, nog in laatromantische stijl. Er is een overmaat aan chromatiek, maar de tonaliteit heeft Webern nog niet losgelaten. Het kwartet heeft drie delen naar de vorm van Segantini’s drieluik, die zonder pauze in elkaar overgaan. Webern gebruikte Duitse titels: Düster und schwer, Langsam, Mit innigstem und ganz zartem Ausdruck. Het lange eerste segment opent met een peinzende figuur en doet denken aan het ‘Muss es sein’-motief waarmee Beethoven zijn laatste strijkkwartet, opus 135, opent. Het drienotenmotief is in het hele werk te horen, als een verbindend element. Het voert ‘mit grossem Schwung’ naar het tweede onderdeel, Langsam. Een tri­omfantelijke finale sluit het werk af. Pas na de dood van Webern werd dit vroege kwartet van hem ontdekt. In september 1945 kwam hij door een tragisch misverstand om het leven, neergeschoten door een Amerikaanse soldaat van de bezettingsmacht. Zijn laatste woorden waren: ‘Het is voorbij.’

Die man werd hij zelf, geïnspireerd door het drieluik La vita – La natura – La morte van de Italiaanse kunstenaar Giovanni Segantini, die gefascineerd was door de schoonheid van het alpenlandschap. Webern ontdekte het werk in een museum en was diep geraakt. Het inspireerde hem in de zomer van 1905 tot zijn Strijkkwartet ‘Düster und schwer’, in de partituur voorafgegaan door een motto van de mysticus Jacob Böhme: ‘Het gevoel van tri­omf dat in mijn geest heerste, kan ik niet beschrijven of vertellen; Het kan met niets vergeleken worden, behalve waar te midden van de dood het leven geboren wordt […].’ Het was een van zijn vroege composities, nog in laatromantische stijl. Er is een overmaat aan chromatiek, maar de tonaliteit heeft Webern nog niet losgelaten. Het kwartet heeft drie delen naar de vorm van Segantini’s drieluik, die zonder pauze in elkaar overgaan. Webern gebruikte Duitse titels: Düster und schwer, Langsam, Mit innigstem und ganz zartem Ausdruck. Het lange eerste segment opent met een peinzende figuur en doet denken aan het ‘Muss es sein’-motief waarmee Beethoven zijn laatste strijkkwartet, opus 135, opent. Het drienotenmotief is in het hele werk te horen, als een verbindend element. Het voert ‘mit grossem Schwung’ naar het tweede onderdeel, Langsam. Een tri­omfantelijke finale sluit het werk af. Pas na de dood van Webern werd dit vroege kwartet van hem ontdekt. In september 1945 kwam hij door een tragisch misverstand om het leven, neergeschoten door een Amerikaanse soldaat van de bezettingsmacht. Zijn laatste woorden waren: ‘Het is voorbij.’

door Lies Wiersema

Franz Schubert (1797-1828)

‘Rosamunde’

door Lies Wiersema

Ook Franz Schubert had een mateloze bewondering voor Beethoven, zijn 25 jaar oudere tijdgenoot, voorbeeld en inspiratiebron. Hij woonde alle premières bij van Beethovens late kwartetten en droeg werken aan hem op. Door hem geïnspireerd wilde Schubert, in zijn tijd vooral gezien als liedcomponist, zich wagen aan het grotere werk, instrumentale stukken, een grote symfonie. En daartoe wilde hij oefenen met strijkkwartetten. In een brief aan zijn vriend Leopold Kupelwieser in maart 1824 schreef hij dat hij net als Beet­hoven een concert met een nieuw werk wilde geven: ‘Wat betreft liederen heb ik niet veel nieuws geschreven, maar ik heb me wel gewaagd aan verschillende instrumentale werken, want ik heb twee kwartetten geschreven […] en ik wil nog een kwartet schrijven, op deze manier wil ik mijn weg naar de grote symfonie plaveien…’ Een van die kwartetten was het Strijkkwartet in a klein, het ‘Rosamunde’-kwartet, waarin hij ruimschoots gebruik maakt van lied­achtige thema’s uit vroeger werk. Het werd een van zijn meest aangrijpende bijdragen aan het genre, vooral populair geworden door het Andante. Alle delen beginnen pianissimo. Het lange eerste deel opent na een korte inleiding met een melancholisch thema, contrasterend begeleid door rusteloze figuren in de andere instrumenten. In het ­Andante laat vooral de liedcomponist zich horen met een melodie die hij ontleende aan zijn Entr’acte voor het toneelstuk Rosamunde. De gelijknamige prinses, voorbestemd om over Cyprus te regeren, koos voor terugkeer naar haar vroegere beschutte omgeving. Het thema wordt gevolgd door een reeks variaties met af en toe stormachtige episodes. Ook het Menuet grijpt terug op een vroegere melodie: een weemoedig klagend motief uit een lied dat Schubert eerder schreef op een strofe uit Friedrich Schillers Die Götter­ ­Griechenlands, een gedicht vol nostalgisch verlangen naar het verloren paradijs van de Griekse oudheid: ‘Schone wereld, waar ben je?’. Een vrolijke rondo-finale met een dansend hoofdthema, contrasterend met de sombere voorgaande delen, sluit het werk luchtig af. Schubert droeg het kwartet op aan zijn vriend Ignaz Schuppanzigh, eerste violist van het Schuppanzigh Quartett, dat ook de première verzorgde op 14 maart 1824.

Ook Franz Schubert had een mateloze bewondering voor Beethoven, zijn 25 jaar oudere tijdgenoot, voorbeeld en inspiratiebron. Hij woonde alle premières bij van Beethovens late kwartetten en droeg werken aan hem op. Door hem geïnspireerd wilde Schubert, in zijn tijd vooral gezien als liedcomponist, zich wagen aan het grotere werk, instrumentale stukken, een grote symfonie. En daartoe wilde hij oefenen met strijkkwartetten. In een brief aan zijn vriend Leopold Kupelwieser in maart 1824 schreef hij dat hij net als Beet­hoven een concert met een nieuw werk wilde geven: ‘Wat betreft liederen heb ik niet veel nieuws geschreven, maar ik heb me wel gewaagd aan verschillende instrumentale werken, want ik heb twee kwartetten geschreven […] en ik wil nog een kwartet schrijven, op deze manier wil ik mijn weg naar de grote symfonie plaveien…’ Een van die kwartetten was het Strijkkwartet in a klein, het ‘Rosamunde’-kwartet, waarin hij ruimschoots gebruik maakt van lied­achtige thema’s uit vroeger werk. Het werd een van zijn meest aangrijpende bijdragen aan het genre, vooral populair geworden door het Andante. Alle delen beginnen pianissimo. Het lange eerste deel opent na een korte inleiding met een melancholisch thema, contrasterend begeleid door rusteloze figuren in de andere instrumenten. In het ­Andante laat vooral de liedcomponist zich horen met een melodie die hij ontleende aan zijn Entr’acte voor het toneelstuk Rosamunde. De gelijknamige prinses, voorbestemd om over Cyprus te regeren, koos voor terugkeer naar haar vroegere beschutte omgeving. Het thema wordt gevolgd door een reeks variaties met af en toe stormachtige episodes. Ook het Menuet grijpt terug op een vroegere melodie: een weemoedig klagend motief uit een lied dat Schubert eerder schreef op een strofe uit Friedrich Schillers Die Götter­ ­Griechenlands, een gedicht vol nostalgisch verlangen naar het verloren paradijs van de Griekse oudheid: ‘Schone wereld, waar ben je?’. Een vrolijke rondo-finale met een dansend hoofdthema, contrasterend met de sombere voorgaande delen, sluit het werk luchtig af. Schubert droeg het kwartet op aan zijn vriend Ignaz Schuppanzigh, eerste violist van het Schuppanzigh Quartett, dat ook de première verzorgde op 14 maart 1824.

door Lies Wiersema

Ludwig van Beethoven (1770-1827)

‘Serioso’

door Lies Wiersema

Ludwig van Beethovens ­Strijkkwartet in f klein is een monumentale compositie, maar als het aan de componist had gelegen was het alleen in een kleine kring van kenners uitgevoerd. Voor een ­openbare uitvoering wilde hij wel iets anders componeren. Pas vier jaar later volgde de première en zes jaar later de publicatie. Was Beethoven bang dat hij zijn tijd te ver vooruit was en te veel van het publiek zou vragen? Het kwartet onderscheidt zich inderdaad van zijn voorgangers. Zo gecomprimeerd waren zijn kwartetten niet eerder. In een ­korte tijdsspanne is er een voortdurende afwisseling van onstuimige intensiteit, uiterste concentratie, dramatische expressie en introversie. Het werk kreeg niet voor niets als ondertitel ‘Quartetto serioso’: ernst bepaalt alle vier delen.

In het eerste deel valt Beethoven abrupt met de deur in huis met een onstuimig hoofdmotief. In nog geen vijf minuten vinden, bijna zonder overgangen, allerlei veranderingen plaats in muzikale ideeën, stemmingen, harmonie, ritme en dynamiek. Een introverte, mysterieuze stemming kleurt het tweede deel, dat door de cello met een chromatisch dalend motief wordt geopend. Een tweede thema in fugastijl vermengt zich met het cellomotief. Het laatste zachte akkoord vormt de verbinding met het direct volgende derde deel, een scherzo waarin woest­heid en tederheid elkaar afwisselen. ‘Vivace ma ­serioso’ schrijft Beethoven er boven. De geestdrift moest wel voldoende ernst bevatten. De finale begint met een expressief, melancholisch ­Larghetto, als inleiding tot een geagiteerd ­Allegretto. Het is een en al nerveuze onrust, maar onverhoeds zorgt de coda voor een verrassende wending in ­majeur, waardoor alles toch met uitbundige vrolijkheid afsluit.

Ludwig van Beethovens ­Strijkkwartet in f klein is een monumentale compositie, maar als het aan de componist had gelegen was het alleen in een kleine kring van kenners uitgevoerd. Voor een ­openbare uitvoering wilde hij wel iets anders componeren. Pas vier jaar later volgde de première en zes jaar later de publicatie. Was Beethoven bang dat hij zijn tijd te ver vooruit was en te veel van het publiek zou vragen? Het kwartet onderscheidt zich inderdaad van zijn voorgangers. Zo gecomprimeerd waren zijn kwartetten niet eerder. In een ­korte tijdsspanne is er een voortdurende afwisseling van onstuimige intensiteit, uiterste concentratie, dramatische expressie en introversie. Het werk kreeg niet voor niets als ondertitel ‘Quartetto serioso’: ernst bepaalt alle vier delen.

In het eerste deel valt Beethoven abrupt met de deur in huis met een onstuimig hoofdmotief. In nog geen vijf minuten vinden, bijna zonder overgangen, allerlei veranderingen plaats in muzikale ideeën, stemmingen, harmonie, ritme en dynamiek. Een introverte, mysterieuze stemming kleurt het tweede deel, dat door de cello met een chromatisch dalend motief wordt geopend. Een tweede thema in fugastijl vermengt zich met het cellomotief. Het laatste zachte akkoord vormt de verbinding met het direct volgende derde deel, een scherzo waarin woest­heid en tederheid elkaar afwisselen. ‘Vivace ma ­serioso’ schrijft Beethoven er boven. De geestdrift moest wel voldoende ernst bevatten. De finale begint met een expressief, melancholisch ­Larghetto, als inleiding tot een geagiteerd ­Allegretto. Het is een en al nerveuze onrust, maar onverhoeds zorgt de coda voor een verrassende wending in ­majeur, waardoor alles toch met uitbundige vrolijkheid afsluit.

door Lies Wiersema

Anton Webern (1883-1945)

’Düster und schwer’

door Lies Wiersema

Zo’n honderd jaar na Beethovens ‘Serioso’-kwartet begon de tonaliteit te kantelen. Experimenten en vernieuwingen leidden tot steeds grotere abstractie en de overgang naar de zogenaamde Tweede Weense School die ontstond ro­ndom Arnold Schönberg en zijn leerlingen Anton Webern en Alban Berg. De jonge Webern was diep onder de indruk van Beethoven. Na een uitvoering van diens Derde symfonie, ‘Eroica’ schreef hij: ‘Het genie van Beethoven openbaart zich steeds duidelijker aan mij … Ik verlang naar een kunstenaar in de muziek zoals Segantini dat was in de schilderkunst … muziek die een man in eenzaamheid schrijft, …. Die man zou dan de Beethoven van onze tijd zijn.’

Zo’n honderd jaar na Beethovens ‘Serioso’-kwartet begon de tonaliteit te kantelen. Experimenten en vernieuwingen leidden tot steeds grotere abstractie en de overgang naar de zogenaamde Tweede Weense School die ontstond ro­ndom Arnold Schönberg en zijn leerlingen Anton Webern en Alban Berg. De jonge Webern was diep onder de indruk van Beethoven. Na een uitvoering van diens Derde symfonie, ‘Eroica’ schreef hij: ‘Het genie van Beethoven openbaart zich steeds duidelijker aan mij … Ik verlang naar een kunstenaar in de muziek zoals Segantini dat was in de schilderkunst … muziek die een man in eenzaamheid schrijft, …. Die man zou dan de Beethoven van onze tijd zijn.’

  • La natura; uit het drieluik La vita – La natura – La morte door Giovanni Segantini, 1896-99

    Door: Giovanni Segantini

    La natura; uit het drieluik La vita – La natura – La morte door Giovanni Segantini, 1896-99

    Door: Giovanni Segantini

  • La natura; uit het drieluik La vita – La natura – La morte door Giovanni Segantini, 1896-99

    Door: Giovanni Segantini

    La natura; uit het drieluik La vita – La natura – La morte door Giovanni Segantini, 1896-99

    Door: Giovanni Segantini

Die man werd hij zelf, geïnspireerd door het drieluik La vita – La natura – La morte van de Italiaanse kunstenaar Giovanni Segantini, die gefascineerd was door de schoonheid van het alpenlandschap. Webern ontdekte het werk in een museum en was diep geraakt. Het inspireerde hem in de zomer van 1905 tot zijn Strijkkwartet ‘Düster und schwer’, in de partituur voorafgegaan door een motto van de mysticus Jacob Böhme: ‘Het gevoel van tri­omf dat in mijn geest heerste, kan ik niet beschrijven of vertellen; Het kan met niets vergeleken worden, behalve waar te midden van de dood het leven geboren wordt […].’ Het was een van zijn vroege composities, nog in laatromantische stijl. Er is een overmaat aan chromatiek, maar de tonaliteit heeft Webern nog niet losgelaten. Het kwartet heeft drie delen naar de vorm van Segantini’s drieluik, die zonder pauze in elkaar overgaan. Webern gebruikte Duitse titels: Düster und schwer, Langsam, Mit innigstem und ganz zartem Ausdruck. Het lange eerste segment opent met een peinzende figuur en doet denken aan het ‘Muss es sein’-motief waarmee Beethoven zijn laatste strijkkwartet, opus 135, opent. Het drienotenmotief is in het hele werk te horen, als een verbindend element. Het voert ‘mit grossem Schwung’ naar het tweede onderdeel, Langsam. Een tri­omfantelijke finale sluit het werk af. Pas na de dood van Webern werd dit vroege kwartet van hem ontdekt. In september 1945 kwam hij door een tragisch misverstand om het leven, neergeschoten door een Amerikaanse soldaat van de bezettingsmacht. Zijn laatste woorden waren: ‘Het is voorbij.’

Die man werd hij zelf, geïnspireerd door het drieluik La vita – La natura – La morte van de Italiaanse kunstenaar Giovanni Segantini, die gefascineerd was door de schoonheid van het alpenlandschap. Webern ontdekte het werk in een museum en was diep geraakt. Het inspireerde hem in de zomer van 1905 tot zijn Strijkkwartet ‘Düster und schwer’, in de partituur voorafgegaan door een motto van de mysticus Jacob Böhme: ‘Het gevoel van tri­omf dat in mijn geest heerste, kan ik niet beschrijven of vertellen; Het kan met niets vergeleken worden, behalve waar te midden van de dood het leven geboren wordt […].’ Het was een van zijn vroege composities, nog in laatromantische stijl. Er is een overmaat aan chromatiek, maar de tonaliteit heeft Webern nog niet losgelaten. Het kwartet heeft drie delen naar de vorm van Segantini’s drieluik, die zonder pauze in elkaar overgaan. Webern gebruikte Duitse titels: Düster und schwer, Langsam, Mit innigstem und ganz zartem Ausdruck. Het lange eerste segment opent met een peinzende figuur en doet denken aan het ‘Muss es sein’-motief waarmee Beethoven zijn laatste strijkkwartet, opus 135, opent. Het drienotenmotief is in het hele werk te horen, als een verbindend element. Het voert ‘mit grossem Schwung’ naar het tweede onderdeel, Langsam. Een tri­omfantelijke finale sluit het werk af. Pas na de dood van Webern werd dit vroege kwartet van hem ontdekt. In september 1945 kwam hij door een tragisch misverstand om het leven, neergeschoten door een Amerikaanse soldaat van de bezettingsmacht. Zijn laatste woorden waren: ‘Het is voorbij.’

door Lies Wiersema

Franz Schubert (1797-1828)

‘Rosamunde’

door Lies Wiersema

Ook Franz Schubert had een mateloze bewondering voor Beethoven, zijn 25 jaar oudere tijdgenoot, voorbeeld en inspiratiebron. Hij woonde alle premières bij van Beethovens late kwartetten en droeg werken aan hem op. Door hem geïnspireerd wilde Schubert, in zijn tijd vooral gezien als liedcomponist, zich wagen aan het grotere werk, instrumentale stukken, een grote symfonie. En daartoe wilde hij oefenen met strijkkwartetten. In een brief aan zijn vriend Leopold Kupelwieser in maart 1824 schreef hij dat hij net als Beet­hoven een concert met een nieuw werk wilde geven: ‘Wat betreft liederen heb ik niet veel nieuws geschreven, maar ik heb me wel gewaagd aan verschillende instrumentale werken, want ik heb twee kwartetten geschreven […] en ik wil nog een kwartet schrijven, op deze manier wil ik mijn weg naar de grote symfonie plaveien…’ Een van die kwartetten was het Strijkkwartet in a klein, het ‘Rosamunde’-kwartet, waarin hij ruimschoots gebruik maakt van lied­achtige thema’s uit vroeger werk. Het werd een van zijn meest aangrijpende bijdragen aan het genre, vooral populair geworden door het Andante. Alle delen beginnen pianissimo. Het lange eerste deel opent na een korte inleiding met een melancholisch thema, contrasterend begeleid door rusteloze figuren in de andere instrumenten. In het ­Andante laat vooral de liedcomponist zich horen met een melodie die hij ontleende aan zijn Entr’acte voor het toneelstuk Rosamunde. De gelijknamige prinses, voorbestemd om over Cyprus te regeren, koos voor terugkeer naar haar vroegere beschutte omgeving. Het thema wordt gevolgd door een reeks variaties met af en toe stormachtige episodes. Ook het Menuet grijpt terug op een vroegere melodie: een weemoedig klagend motief uit een lied dat Schubert eerder schreef op een strofe uit Friedrich Schillers Die Götter­ ­Griechenlands, een gedicht vol nostalgisch verlangen naar het verloren paradijs van de Griekse oudheid: ‘Schone wereld, waar ben je?’. Een vrolijke rondo-finale met een dansend hoofdthema, contrasterend met de sombere voorgaande delen, sluit het werk luchtig af. Schubert droeg het kwartet op aan zijn vriend Ignaz Schuppanzigh, eerste violist van het Schuppanzigh Quartett, dat ook de première verzorgde op 14 maart 1824.

Ook Franz Schubert had een mateloze bewondering voor Beethoven, zijn 25 jaar oudere tijdgenoot, voorbeeld en inspiratiebron. Hij woonde alle premières bij van Beethovens late kwartetten en droeg werken aan hem op. Door hem geïnspireerd wilde Schubert, in zijn tijd vooral gezien als liedcomponist, zich wagen aan het grotere werk, instrumentale stukken, een grote symfonie. En daartoe wilde hij oefenen met strijkkwartetten. In een brief aan zijn vriend Leopold Kupelwieser in maart 1824 schreef hij dat hij net als Beet­hoven een concert met een nieuw werk wilde geven: ‘Wat betreft liederen heb ik niet veel nieuws geschreven, maar ik heb me wel gewaagd aan verschillende instrumentale werken, want ik heb twee kwartetten geschreven […] en ik wil nog een kwartet schrijven, op deze manier wil ik mijn weg naar de grote symfonie plaveien…’ Een van die kwartetten was het Strijkkwartet in a klein, het ‘Rosamunde’-kwartet, waarin hij ruimschoots gebruik maakt van lied­achtige thema’s uit vroeger werk. Het werd een van zijn meest aangrijpende bijdragen aan het genre, vooral populair geworden door het Andante. Alle delen beginnen pianissimo. Het lange eerste deel opent na een korte inleiding met een melancholisch thema, contrasterend begeleid door rusteloze figuren in de andere instrumenten. In het ­Andante laat vooral de liedcomponist zich horen met een melodie die hij ontleende aan zijn Entr’acte voor het toneelstuk Rosamunde. De gelijknamige prinses, voorbestemd om over Cyprus te regeren, koos voor terugkeer naar haar vroegere beschutte omgeving. Het thema wordt gevolgd door een reeks variaties met af en toe stormachtige episodes. Ook het Menuet grijpt terug op een vroegere melodie: een weemoedig klagend motief uit een lied dat Schubert eerder schreef op een strofe uit Friedrich Schillers Die Götter­ ­Griechenlands, een gedicht vol nostalgisch verlangen naar het verloren paradijs van de Griekse oudheid: ‘Schone wereld, waar ben je?’. Een vrolijke rondo-finale met een dansend hoofdthema, contrasterend met de sombere voorgaande delen, sluit het werk luchtig af. Schubert droeg het kwartet op aan zijn vriend Ignaz Schuppanzigh, eerste violist van het Schuppanzigh Quartett, dat ook de première verzorgde op 14 maart 1824.

door Lies Wiersema

Biografie

Hagen Quartett, kwartet

In januari 1984 maakte het Hagen Quartett – na concoursprijzen te hebben gewonnen in Lockenhaus, Evian, Portsmouth, Bordeaux en Banff – zijn Kleine Zaal-debuut en in 2019 kreeg het de Concertgebouw Prijs. Al ruim vier decennia komen de strijkers geregeld naar Amsterdam; meestal speelden ze in de Kleine Zaal, maar bijvoorbeeld ook in coronatijd voor een klein publiek in de Grote Zaal.

In seizoen 2020/2021 vierde het ensemble – twee broers en een zus uit Salzburg, sinds 1987 aangevuld met de Duitse violist Rainer Schmidt – zijn veertigjarig jubileum, en nu is het bezig met zijn afscheidsseizoen.

Het Hagen Quartett is sinds 2012 erelid van het Wiener Konzerthaus en was vaste gast van de bekende zalen van Wenen, Berlijn, Hamburg, München, Londen, Barcelona, Madrid, Milaan, Rome, Parijs en Brussel en van onder meer de Salzburger Festspiele (debuut 1984), het Lucerne Festival en de Schub­ertiade Schwarzenberg.

De musici tourden meermaals in Azië, Australië en Noord- en Zuid-Amerika, brachten nieuwe (opdracht-)composities in première van György Kurtág en vele anderen, en realiseerden sinds 1985 een discografie van zo’n vijftig titels. In 2011 waren ze Ensemble van het Jaar bij Echo Klassik.

Ze musiceerden met pianisten als Maurizio Pollini, Mitsuko Uchida, ­Krystian Zimerman en Kirill Gerstein, met de klarinettisten Sabine Meyer en Jörg Widmann en met cellisten als Heinrich Schiff, Julia Hagen (dochter van kwartetlid ­Clemens Hagen) en Gautier Capuçon.

Het Hagen Quartett verzorgde wereldwijd masterclasses en geeft les aan de Musikhochschule in Basel en – al sinds 1988 – het Moz­arteum in thuisstad ­Salzburg. De vorige optredens in de Kleine Zaal waren op 22 en 24 mei 2025, met strijkkwartetten van Haydn en Janáček.