Nog geen account of wachtwoord vergeten? Klik hier

Concertprogramma

Concertprogramma

Grote Pianisten in de Kleine Zaal: Daniel Ciobanu

Grote Pianisten in de Kleine Zaal: Daniel Ciobanu

Kleine Zaal
26 november 2021
20.15 uur

Print dit programma

Dit concert maakt deel uit van de serie Grote Pianisten in de Kleine Zaal.

Daniel Ciobanu piano

Met dank aan de begunstigers van het Fonds Hemelbestormers

Carlo Gesualdo (1561-1613)

Moro, lasso, al mio duolo (1611) (arr. D. Ciobanu)

Robert Schumann (1810-1856)

Kreisleriana, op. 16 (1838)
Ausserst bewegt, in d kl.t.
Sehr innig, in Bes gr.t.
Sehr aufgeregt, in g kl.t.
Sehr langsam, in Bes gr.t.
Sehr lebhaft, in g kl.t.
Sehr langsam, in Es gr.t.
Sehr rasch, in c kl.t./Es gr.t.
Schnell und spielend, in g kl.t.

Heinrich Ignaz Franz von Biber (1644-1704)

Mystery Sonata (1676) (arr. D. Ciobanu)

Dan Dediu (1967)

Le vent du Transylvanie
uit ‘Levantiques’, op. 64 (1997)

Franz Liszt (1811-1886)

Hongaarse rapsodie nr. 12 in cis kl.t. (1847)

er is geen pauze
het concert duurt ongeveer een uur

Kleine Zaal 26 november 2021 20.15 uur

Dit concert maakt deel uit van de serie Grote Pianisten in de Kleine Zaal.

Daniel Ciobanu piano

Met dank aan de begunstigers van het Fonds Hemelbestormers

Carlo Gesualdo (1561-1613)

Moro, lasso, al mio duolo (1611) (arr. D. Ciobanu)

Robert Schumann (1810-1856)

Kreisleriana, op. 16 (1838)
Ausserst bewegt, in d kl.t.
Sehr innig, in Bes gr.t.
Sehr aufgeregt, in g kl.t.
Sehr langsam, in Bes gr.t.
Sehr lebhaft, in g kl.t.
Sehr langsam, in Es gr.t.
Sehr rasch, in c kl.t./Es gr.t.
Schnell und spielend, in g kl.t.

Heinrich Ignaz Franz von Biber (1644-1704)

Mystery Sonata (1676) (arr. D. Ciobanu)

Dan Dediu (1967)

Le vent du Transylvanie
uit ‘Levantiques’, op. 64 (1997)

Franz Liszt (1811-1886)

Hongaarse rapsodie nr. 12 in cis kl.t. (1847)

er is geen pauze
het concert duurt ongeveer een uur

Toelichting

Carlo Gesualdo (1561-1613)

Gesualdo: Moro, lasso, al mio duolo

door Frits de Haen

  • Carlo Gesualdo

    Carlo Gesualdo

  • Carlo Gesualdo

    Carlo Gesualdo

Carlo Gesualdo, Prince of Venosa: Musician and Murderer. De publicatie met deze titel zoomt in op een biografisch aspect van deze laat-zestiende-eeuwer dat sindsdien in elke beschouwing aan bod komt. Maar veel belangrijker dan zijn getroubleerde levensloop is Gesualdo’s grote muziekhistorische betekenis. Hij behoorde tot een generatie toondichters die de tekst lieten domineren. In het madrigaal Moro, lasso schrijft hij extravagante dissonanten op sleutelwoorden zoals ‘Moro, lasso’ (Ik sterf, helaas), de uitroep ‘Ahi’, op ‘sorte’ (noodlot) en ‘morte’ (dood). Niets contrapunt volgens de canonieke regels, maar illustratie van de tekst. Die is ‘padrona della musica’, zoals tijdgenoot Claudio Monteverdi het verwoordt. Pianist Daniel Ciobanu benadert deze oorspronkelijk vocale compositie improvisatorisch, ‘ont-componerend’ in zijn eigen formulering. Hij werd geïnspireerd door een album waarop pianist Keith Jarrett muziek van George Gurdjieff interpreteert. Zo gaat Ciobanu op zoek naar de ware essentie van de muziek: ‘Het heeft geen zin om te pogen een historische uitvoering te geven van Gesualdo’s madrigalen, dus ben ik naar het tegenovergestelde extreme gegaan: een exotische aromatherapeutische sessie.’

Carlo Gesualdo, Prince of Venosa: Musician and Murderer. De publicatie met deze titel zoomt in op een biografisch aspect van deze laat-zestiende-eeuwer dat sindsdien in elke beschouwing aan bod komt. Maar veel belangrijker dan zijn getroubleerde levensloop is Gesualdo’s grote muziekhistorische betekenis. Hij behoorde tot een generatie toondichters die de tekst lieten domineren. In het madrigaal Moro, lasso schrijft hij extravagante dissonanten op sleutelwoorden zoals ‘Moro, lasso’ (Ik sterf, helaas), de uitroep ‘Ahi’, op ‘sorte’ (noodlot) en ‘morte’ (dood). Niets contrapunt volgens de canonieke regels, maar illustratie van de tekst. Die is ‘padrona della musica’, zoals tijdgenoot Claudio Monteverdi het verwoordt. Pianist Daniel Ciobanu benadert deze oorspronkelijk vocale compositie improvisatorisch, ‘ont-componerend’ in zijn eigen formulering. Hij werd geïnspireerd door een album waarop pianist Keith Jarrett muziek van George Gurdjieff interpreteert. Zo gaat Ciobanu op zoek naar de ware essentie van de muziek: ‘Het heeft geen zin om te pogen een historische uitvoering te geven van Gesualdo’s madrigalen, dus ben ik naar het tegenovergestelde extreme gegaan: een exotische aromatherapeutische sessie.’

door Frits de Haen

Heinrich Ignaz Franz von Biber (1644-1704)

Biber: Mystery Sonata

door Frits de Haen

  • Heinrich Ignaz Franz von Biber

    Heinrich Ignaz Franz von Biber

  • Heinrich Ignaz Franz von Biber

    Heinrich Ignaz Franz von Biber

Wat Ciobanu aantrekt in Biber is zijn ‘constante paniek voor innovaties en wat daaruit voortgekomen is.’ En ook al kan een piano niet zo ‘getraumatiseerd’ worden als een viool (waarvoor Biber het oorspronkelijk schreef) met veelvuldige omstemmingen, Ciobanu wil de essentie van Biber treffen. ‘Decomposing’, ‘ont-componeren’, luidt wederom het devies. Bibers Rozenkrans-Sonaten zijn (ook bekend als Mystery Sonatas) vormen, ondanks hun ­buitenmuzikale context, puur instrumentale werken voor viool met klavierbegeleiding. De ontstaansgrond van deze cyclus blijft onzeker, maar ze lijkt bestemd voor het Feest van de Engelbewaarders; hoewel waarschijnlijk voltooid in 1676 werd ze pas in 1905 gepubliceerd.

Wat Ciobanu aantrekt in Biber is zijn ‘constante paniek voor innovaties en wat daaruit voortgekomen is.’ En ook al kan een piano niet zo ‘getraumatiseerd’ worden als een viool (waarvoor Biber het oorspronkelijk schreef) met veelvuldige omstemmingen, Ciobanu wil de essentie van Biber treffen. ‘Decomposing’, ‘ont-componeren’, luidt wederom het devies. Bibers Rozenkrans-Sonaten zijn (ook bekend als Mystery Sonatas) vormen, ondanks hun ­buitenmuzikale context, puur instrumentale werken voor viool met klavierbegeleiding. De ontstaansgrond van deze cyclus blijft onzeker, maar ze lijkt bestemd voor het Feest van de Engelbewaarders; hoewel waarschijnlijk voltooid in 1676 werd ze pas in 1905 gepubliceerd.

door Frits de Haen

Robert Schumann (1810-1856)

Schumann: Kreisleriana

door Frits de Haen

  • Robert Schumann

    Lithografie door Josef Kriehuber (1839)

    Robert Schumann

    Lithografie door Josef Kriehuber (1839)

  • Robert Schumann

    Lithografie door Josef Kriehuber (1839)

    Robert Schumann

    Lithografie door Josef Kriehuber (1839)

Zetten Gesualdo en Biber Cio­banu aan tot ‘ont-componeren’ in hun geest, de muziek van Robert Schumann komt in dit recital letterlijker tot klinken. In de jaren voordat hij trouwde met zijn grote liefde Clara Wieck schreef Schumann pianocycli die tot op de dag van vandaag zeer geliefd zijn: de Davidsbündlertänze, Carnaval, Kinderszenen. Met de Kreisleriana had hij een speciale band. Hij noemde de achtdelige suite zelfs zijn favoriete werk: ‘Maar Clara, die muziek die nu in mij zit!, wat voor mooie melodieën steeds! Weet dat ik sinds mijn laatste brief weer een deel, een heel nieuw deel voltooid heb. ‘Kreisleriana’ wil ik het noemen, waarin jij en gedachten aan jou de hoofdrol spelen, en ik wil ze aan jou opdragen!’ De titel verwijst naar violist Kreisler – Johannes, wel te verstaan, niet Fritz. Deze Johannes is de hoofdpersoon en alter ego van literator, musicus, jurist, kapelmeester en karikaturist E.T.A. Hoffman, die zijn teksten getiteld Kreisleriana tussen 1810 en 1814 publiceerde in de Allgemeine musikalische Zeitung.

Deze denkbeeldige Kreisler, een hypersensitieve violist, personifieerde voor Schumann de romantische kunst. Iemand die continu gedreven werd door zijn visioenen en dromen en vruchteloos op zee rondtolt, op zoek naar een haven om er rust te vinden. Iemand met een enorme virtuositeit, gemodelleerd naar Niccolò Paganini, maar ook iemand die de verste krochten van zijn creativiteit opzoekt. Zelf dacht Schumann dat Hoffmann zijn fictieve personage gebaseerd had op Johann Ludwig Böhner, een excentrieke Duitse componist en pianist (1787-1860). Schumann hoort hem in 1834 spelen: ‘Je weet dat hij in zijn tijd even beroemd was als Beethoven […] Eergisteren improviseerde hij een aantal uren bij mij; de oude bliksemschichten schoten hier en daar nog voorbij. […] Hij heeft met vrijpostigheid en trots de spot gedreven met mensen.’ Schumanns bundel stamt uit 1838. De contrasten waarnaar hij ook zo op zoek was, vinden we overduidelijk terug in de cyclus, waarin vurigheid, koortsachtigheid en woede moeiteloos afwisselen met lyrische passages. Maar ook zijn tomeloze bewondering voor Johann Sebastian Bach klinkt door, zoals de fugatische elementen in bijvoorbeeld het zevende deel. De bundel zelf werd – in een ongekende energie-­uitbarsting – geschreven in slechts vier dagen.

Zetten Gesualdo en Biber Cio­banu aan tot ‘ont-componeren’ in hun geest, de muziek van Robert Schumann komt in dit recital letterlijker tot klinken. In de jaren voordat hij trouwde met zijn grote liefde Clara Wieck schreef Schumann pianocycli die tot op de dag van vandaag zeer geliefd zijn: de Davidsbündlertänze, Carnaval, Kinderszenen. Met de Kreisleriana had hij een speciale band. Hij noemde de achtdelige suite zelfs zijn favoriete werk: ‘Maar Clara, die muziek die nu in mij zit!, wat voor mooie melodieën steeds! Weet dat ik sinds mijn laatste brief weer een deel, een heel nieuw deel voltooid heb. ‘Kreisleriana’ wil ik het noemen, waarin jij en gedachten aan jou de hoofdrol spelen, en ik wil ze aan jou opdragen!’ De titel verwijst naar violist Kreisler – Johannes, wel te verstaan, niet Fritz. Deze Johannes is de hoofdpersoon en alter ego van literator, musicus, jurist, kapelmeester en karikaturist E.T.A. Hoffman, die zijn teksten getiteld Kreisleriana tussen 1810 en 1814 publiceerde in de Allgemeine musikalische Zeitung.

Deze denkbeeldige Kreisler, een hypersensitieve violist, personifieerde voor Schumann de romantische kunst. Iemand die continu gedreven werd door zijn visioenen en dromen en vruchteloos op zee rondtolt, op zoek naar een haven om er rust te vinden. Iemand met een enorme virtuositeit, gemodelleerd naar Niccolò Paganini, maar ook iemand die de verste krochten van zijn creativiteit opzoekt. Zelf dacht Schumann dat Hoffmann zijn fictieve personage gebaseerd had op Johann Ludwig Böhner, een excentrieke Duitse componist en pianist (1787-1860). Schumann hoort hem in 1834 spelen: ‘Je weet dat hij in zijn tijd even beroemd was als Beethoven […] Eergisteren improviseerde hij een aantal uren bij mij; de oude bliksemschichten schoten hier en daar nog voorbij. […] Hij heeft met vrijpostigheid en trots de spot gedreven met mensen.’ Schumanns bundel stamt uit 1838. De contrasten waarnaar hij ook zo op zoek was, vinden we overduidelijk terug in de cyclus, waarin vurigheid, koortsachtigheid en woede moeiteloos afwisselen met lyrische passages. Maar ook zijn tomeloze bewondering voor Johann Sebastian Bach klinkt door, zoals de fugatische elementen in bijvoorbeeld het zevende deel. De bundel zelf werd – in een ongekende energie-­uitbarsting – geschreven in slechts vier dagen.

door Frits de Haen

Dan Dediu (1967)

Dediu: Le vent du Transylvanie

door Frits de Haen

  • Dan Dediu

    Dan Dediu

  • Dan Dediu

    Dan Dediu

De Roemeen Dan Dediu componeerde zijn Levantiques, 12 Pièces pour piano toen hij ongeveer even oud was als Schumann bij het componeren van de Kreisleriana. Dediu studeerde aan de Muziekacademie van Boekarest en is tegenwoordig rector van de Universiteit van Boekarest. Dediu staat zowel in de traditie als in de moderne tijd. Zo vinden we in het Lamento uit zijn Levantiques verwijzingen naar het Bach-thema (BACH in Duitse notennamen, dus Bes-A-C-B), en ook een passacaglia op een orthodoxe hymne. In Le vent de Transylvanie schildert de componist het landschap. De wind dient zich direct aan met een schumanneske ­uitbarsting en blaast je vervolgens verder: je hoort bigbandsaxofoons, flarden van feestgewoel en onverwachte percussie-­elementen.

De Roemeen Dan Dediu componeerde zijn Levantiques, 12 Pièces pour piano toen hij ongeveer even oud was als Schumann bij het componeren van de Kreisleriana. Dediu studeerde aan de Muziekacademie van Boekarest en is tegenwoordig rector van de Universiteit van Boekarest. Dediu staat zowel in de traditie als in de moderne tijd. Zo vinden we in het Lamento uit zijn Levantiques verwijzingen naar het Bach-thema (BACH in Duitse notennamen, dus Bes-A-C-B), en ook een passacaglia op een orthodoxe hymne. In Le vent de Transylvanie schildert de componist het landschap. De wind dient zich direct aan met een schumanneske ­uitbarsting en blaast je vervolgens verder: je hoort bigbandsaxofoons, flarden van feestgewoel en onverwachte percussie-­elementen.

door Frits de Haen

Franz Liszt (1811-1886)

Liszt: Hongaarse rapsodie

door Frits de Haen

  • Franz Liszt

    Door hoffotograaf Louis Held (1884)

    Franz Liszt

    Door hoffotograaf Louis Held (1884)

  • Franz Liszt

    Door hoffotograaf Louis Held (1884)

    Franz Liszt

    Door hoffotograaf Louis Held (1884)

Ook Franz Liszt ­probeerde muzikaal beelden op te roepen, maar dan van de Hongaarse muziekcultuur. Afkomstig uit de Oostenrijkse grensstreek met Hongarije legde hij een grote belangstelling aan de dag voor de Hongaarse zigeunermuziek. In zijn Des bohémiens et de leur musique en Hongrie droeg hij zelfs het geloof uit dat de Hongaarse muziek afkomstig was van de Roma. Pas later zouden Bartók en Kodály aantonen dat, juist omgekeerd, de Roma die originele melodieën uit de Balkan kleurden met hun karakteristieke coloriet. Van zijn negentien Hongaarse rapsodieën bewerkte Liszt er zes voor orkest. Zo ook de twaalfde, die daarnaast trouwens ook een nieuwe bestemming kreeg als werk voor piano vierhandig.

Ook Franz Liszt ­probeerde muzikaal beelden op te roepen, maar dan van de Hongaarse muziekcultuur. Afkomstig uit de Oostenrijkse grensstreek met Hongarije legde hij een grote belangstelling aan de dag voor de Hongaarse zigeunermuziek. In zijn Des bohémiens et de leur musique en Hongrie droeg hij zelfs het geloof uit dat de Hongaarse muziek afkomstig was van de Roma. Pas later zouden Bartók en Kodály aantonen dat, juist omgekeerd, de Roma die originele melodieën uit de Balkan kleurden met hun karakteristieke coloriet. Van zijn negentien Hongaarse rapsodieën bewerkte Liszt er zes voor orkest. Zo ook de twaalfde, die daarnaast trouwens ook een nieuwe bestemming kreeg als werk voor piano vierhandig.

door Frits de Haen

Carlo Gesualdo (1561-1613)

Gesualdo: Moro, lasso, al mio duolo

door Frits de Haen

  • Carlo Gesualdo

    Carlo Gesualdo

  • Carlo Gesualdo

    Carlo Gesualdo

Carlo Gesualdo, Prince of Venosa: Musician and Murderer. De publicatie met deze titel zoomt in op een biografisch aspect van deze laat-zestiende-eeuwer dat sindsdien in elke beschouwing aan bod komt. Maar veel belangrijker dan zijn getroubleerde levensloop is Gesualdo’s grote muziekhistorische betekenis. Hij behoorde tot een generatie toondichters die de tekst lieten domineren. In het madrigaal Moro, lasso schrijft hij extravagante dissonanten op sleutelwoorden zoals ‘Moro, lasso’ (Ik sterf, helaas), de uitroep ‘Ahi’, op ‘sorte’ (noodlot) en ‘morte’ (dood). Niets contrapunt volgens de canonieke regels, maar illustratie van de tekst. Die is ‘padrona della musica’, zoals tijdgenoot Claudio Monteverdi het verwoordt. Pianist Daniel Ciobanu benadert deze oorspronkelijk vocale compositie improvisatorisch, ‘ont-componerend’ in zijn eigen formulering. Hij werd geïnspireerd door een album waarop pianist Keith Jarrett muziek van George Gurdjieff interpreteert. Zo gaat Ciobanu op zoek naar de ware essentie van de muziek: ‘Het heeft geen zin om te pogen een historische uitvoering te geven van Gesualdo’s madrigalen, dus ben ik naar het tegenovergestelde extreme gegaan: een exotische aromatherapeutische sessie.’

Carlo Gesualdo, Prince of Venosa: Musician and Murderer. De publicatie met deze titel zoomt in op een biografisch aspect van deze laat-zestiende-eeuwer dat sindsdien in elke beschouwing aan bod komt. Maar veel belangrijker dan zijn getroubleerde levensloop is Gesualdo’s grote muziekhistorische betekenis. Hij behoorde tot een generatie toondichters die de tekst lieten domineren. In het madrigaal Moro, lasso schrijft hij extravagante dissonanten op sleutelwoorden zoals ‘Moro, lasso’ (Ik sterf, helaas), de uitroep ‘Ahi’, op ‘sorte’ (noodlot) en ‘morte’ (dood). Niets contrapunt volgens de canonieke regels, maar illustratie van de tekst. Die is ‘padrona della musica’, zoals tijdgenoot Claudio Monteverdi het verwoordt. Pianist Daniel Ciobanu benadert deze oorspronkelijk vocale compositie improvisatorisch, ‘ont-componerend’ in zijn eigen formulering. Hij werd geïnspireerd door een album waarop pianist Keith Jarrett muziek van George Gurdjieff interpreteert. Zo gaat Ciobanu op zoek naar de ware essentie van de muziek: ‘Het heeft geen zin om te pogen een historische uitvoering te geven van Gesualdo’s madrigalen, dus ben ik naar het tegenovergestelde extreme gegaan: een exotische aromatherapeutische sessie.’

door Frits de Haen

Heinrich Ignaz Franz von Biber (1644-1704)

Biber: Mystery Sonata

door Frits de Haen

  • Heinrich Ignaz Franz von Biber

    Heinrich Ignaz Franz von Biber

  • Heinrich Ignaz Franz von Biber

    Heinrich Ignaz Franz von Biber

Wat Ciobanu aantrekt in Biber is zijn ‘constante paniek voor innovaties en wat daaruit voortgekomen is.’ En ook al kan een piano niet zo ‘getraumatiseerd’ worden als een viool (waarvoor Biber het oorspronkelijk schreef) met veelvuldige omstemmingen, Ciobanu wil de essentie van Biber treffen. ‘Decomposing’, ‘ont-componeren’, luidt wederom het devies. Bibers Rozenkrans-Sonaten zijn (ook bekend als Mystery Sonatas) vormen, ondanks hun ­buitenmuzikale context, puur instrumentale werken voor viool met klavierbegeleiding. De ontstaansgrond van deze cyclus blijft onzeker, maar ze lijkt bestemd voor het Feest van de Engelbewaarders; hoewel waarschijnlijk voltooid in 1676 werd ze pas in 1905 gepubliceerd.

Wat Ciobanu aantrekt in Biber is zijn ‘constante paniek voor innovaties en wat daaruit voortgekomen is.’ En ook al kan een piano niet zo ‘getraumatiseerd’ worden als een viool (waarvoor Biber het oorspronkelijk schreef) met veelvuldige omstemmingen, Ciobanu wil de essentie van Biber treffen. ‘Decomposing’, ‘ont-componeren’, luidt wederom het devies. Bibers Rozenkrans-Sonaten zijn (ook bekend als Mystery Sonatas) vormen, ondanks hun ­buitenmuzikale context, puur instrumentale werken voor viool met klavierbegeleiding. De ontstaansgrond van deze cyclus blijft onzeker, maar ze lijkt bestemd voor het Feest van de Engelbewaarders; hoewel waarschijnlijk voltooid in 1676 werd ze pas in 1905 gepubliceerd.

door Frits de Haen

Robert Schumann (1810-1856)

Schumann: Kreisleriana

door Frits de Haen

  • Robert Schumann

    Lithografie door Josef Kriehuber (1839)

    Robert Schumann

    Lithografie door Josef Kriehuber (1839)

  • Robert Schumann

    Lithografie door Josef Kriehuber (1839)

    Robert Schumann

    Lithografie door Josef Kriehuber (1839)

Zetten Gesualdo en Biber Cio­banu aan tot ‘ont-componeren’ in hun geest, de muziek van Robert Schumann komt in dit recital letterlijker tot klinken. In de jaren voordat hij trouwde met zijn grote liefde Clara Wieck schreef Schumann pianocycli die tot op de dag van vandaag zeer geliefd zijn: de Davidsbündlertänze, Carnaval, Kinderszenen. Met de Kreisleriana had hij een speciale band. Hij noemde de achtdelige suite zelfs zijn favoriete werk: ‘Maar Clara, die muziek die nu in mij zit!, wat voor mooie melodieën steeds! Weet dat ik sinds mijn laatste brief weer een deel, een heel nieuw deel voltooid heb. ‘Kreisleriana’ wil ik het noemen, waarin jij en gedachten aan jou de hoofdrol spelen, en ik wil ze aan jou opdragen!’ De titel verwijst naar violist Kreisler – Johannes, wel te verstaan, niet Fritz. Deze Johannes is de hoofdpersoon en alter ego van literator, musicus, jurist, kapelmeester en karikaturist E.T.A. Hoffman, die zijn teksten getiteld Kreisleriana tussen 1810 en 1814 publiceerde in de Allgemeine musikalische Zeitung.

Deze denkbeeldige Kreisler, een hypersensitieve violist, personifieerde voor Schumann de romantische kunst. Iemand die continu gedreven werd door zijn visioenen en dromen en vruchteloos op zee rondtolt, op zoek naar een haven om er rust te vinden. Iemand met een enorme virtuositeit, gemodelleerd naar Niccolò Paganini, maar ook iemand die de verste krochten van zijn creativiteit opzoekt. Zelf dacht Schumann dat Hoffmann zijn fictieve personage gebaseerd had op Johann Ludwig Böhner, een excentrieke Duitse componist en pianist (1787-1860). Schumann hoort hem in 1834 spelen: ‘Je weet dat hij in zijn tijd even beroemd was als Beethoven […] Eergisteren improviseerde hij een aantal uren bij mij; de oude bliksemschichten schoten hier en daar nog voorbij. […] Hij heeft met vrijpostigheid en trots de spot gedreven met mensen.’ Schumanns bundel stamt uit 1838. De contrasten waarnaar hij ook zo op zoek was, vinden we overduidelijk terug in de cyclus, waarin vurigheid, koortsachtigheid en woede moeiteloos afwisselen met lyrische passages. Maar ook zijn tomeloze bewondering voor Johann Sebastian Bach klinkt door, zoals de fugatische elementen in bijvoorbeeld het zevende deel. De bundel zelf werd – in een ongekende energie-­uitbarsting – geschreven in slechts vier dagen.

Zetten Gesualdo en Biber Cio­banu aan tot ‘ont-componeren’ in hun geest, de muziek van Robert Schumann komt in dit recital letterlijker tot klinken. In de jaren voordat hij trouwde met zijn grote liefde Clara Wieck schreef Schumann pianocycli die tot op de dag van vandaag zeer geliefd zijn: de Davidsbündlertänze, Carnaval, Kinderszenen. Met de Kreisleriana had hij een speciale band. Hij noemde de achtdelige suite zelfs zijn favoriete werk: ‘Maar Clara, die muziek die nu in mij zit!, wat voor mooie melodieën steeds! Weet dat ik sinds mijn laatste brief weer een deel, een heel nieuw deel voltooid heb. ‘Kreisleriana’ wil ik het noemen, waarin jij en gedachten aan jou de hoofdrol spelen, en ik wil ze aan jou opdragen!’ De titel verwijst naar violist Kreisler – Johannes, wel te verstaan, niet Fritz. Deze Johannes is de hoofdpersoon en alter ego van literator, musicus, jurist, kapelmeester en karikaturist E.T.A. Hoffman, die zijn teksten getiteld Kreisleriana tussen 1810 en 1814 publiceerde in de Allgemeine musikalische Zeitung.

Deze denkbeeldige Kreisler, een hypersensitieve violist, personifieerde voor Schumann de romantische kunst. Iemand die continu gedreven werd door zijn visioenen en dromen en vruchteloos op zee rondtolt, op zoek naar een haven om er rust te vinden. Iemand met een enorme virtuositeit, gemodelleerd naar Niccolò Paganini, maar ook iemand die de verste krochten van zijn creativiteit opzoekt. Zelf dacht Schumann dat Hoffmann zijn fictieve personage gebaseerd had op Johann Ludwig Böhner, een excentrieke Duitse componist en pianist (1787-1860). Schumann hoort hem in 1834 spelen: ‘Je weet dat hij in zijn tijd even beroemd was als Beethoven […] Eergisteren improviseerde hij een aantal uren bij mij; de oude bliksemschichten schoten hier en daar nog voorbij. […] Hij heeft met vrijpostigheid en trots de spot gedreven met mensen.’ Schumanns bundel stamt uit 1838. De contrasten waarnaar hij ook zo op zoek was, vinden we overduidelijk terug in de cyclus, waarin vurigheid, koortsachtigheid en woede moeiteloos afwisselen met lyrische passages. Maar ook zijn tomeloze bewondering voor Johann Sebastian Bach klinkt door, zoals de fugatische elementen in bijvoorbeeld het zevende deel. De bundel zelf werd – in een ongekende energie-­uitbarsting – geschreven in slechts vier dagen.

door Frits de Haen

Dan Dediu (1967)

Dediu: Le vent du Transylvanie

door Frits de Haen

  • Dan Dediu

    Dan Dediu

  • Dan Dediu

    Dan Dediu

De Roemeen Dan Dediu componeerde zijn Levantiques, 12 Pièces pour piano toen hij ongeveer even oud was als Schumann bij het componeren van de Kreisleriana. Dediu studeerde aan de Muziekacademie van Boekarest en is tegenwoordig rector van de Universiteit van Boekarest. Dediu staat zowel in de traditie als in de moderne tijd. Zo vinden we in het Lamento uit zijn Levantiques verwijzingen naar het Bach-thema (BACH in Duitse notennamen, dus Bes-A-C-B), en ook een passacaglia op een orthodoxe hymne. In Le vent de Transylvanie schildert de componist het landschap. De wind dient zich direct aan met een schumanneske ­uitbarsting en blaast je vervolgens verder: je hoort bigbandsaxofoons, flarden van feestgewoel en onverwachte percussie-­elementen.

De Roemeen Dan Dediu componeerde zijn Levantiques, 12 Pièces pour piano toen hij ongeveer even oud was als Schumann bij het componeren van de Kreisleriana. Dediu studeerde aan de Muziekacademie van Boekarest en is tegenwoordig rector van de Universiteit van Boekarest. Dediu staat zowel in de traditie als in de moderne tijd. Zo vinden we in het Lamento uit zijn Levantiques verwijzingen naar het Bach-thema (BACH in Duitse notennamen, dus Bes-A-C-B), en ook een passacaglia op een orthodoxe hymne. In Le vent de Transylvanie schildert de componist het landschap. De wind dient zich direct aan met een schumanneske ­uitbarsting en blaast je vervolgens verder: je hoort bigbandsaxofoons, flarden van feestgewoel en onverwachte percussie-­elementen.

door Frits de Haen

Franz Liszt (1811-1886)

Liszt: Hongaarse rapsodie

door Frits de Haen

  • Franz Liszt

    Door hoffotograaf Louis Held (1884)

    Franz Liszt

    Door hoffotograaf Louis Held (1884)

  • Franz Liszt

    Door hoffotograaf Louis Held (1884)

    Franz Liszt

    Door hoffotograaf Louis Held (1884)

Ook Franz Liszt ­probeerde muzikaal beelden op te roepen, maar dan van de Hongaarse muziekcultuur. Afkomstig uit de Oostenrijkse grensstreek met Hongarije legde hij een grote belangstelling aan de dag voor de Hongaarse zigeunermuziek. In zijn Des bohémiens et de leur musique en Hongrie droeg hij zelfs het geloof uit dat de Hongaarse muziek afkomstig was van de Roma. Pas later zouden Bartók en Kodály aantonen dat, juist omgekeerd, de Roma die originele melodieën uit de Balkan kleurden met hun karakteristieke coloriet. Van zijn negentien Hongaarse rapsodieën bewerkte Liszt er zes voor orkest. Zo ook de twaalfde, die daarnaast trouwens ook een nieuwe bestemming kreeg als werk voor piano vierhandig.

Ook Franz Liszt ­probeerde muzikaal beelden op te roepen, maar dan van de Hongaarse muziekcultuur. Afkomstig uit de Oostenrijkse grensstreek met Hongarije legde hij een grote belangstelling aan de dag voor de Hongaarse zigeunermuziek. In zijn Des bohémiens et de leur musique en Hongrie droeg hij zelfs het geloof uit dat de Hongaarse muziek afkomstig was van de Roma. Pas later zouden Bartók en Kodály aantonen dat, juist omgekeerd, de Roma die originele melodieën uit de Balkan kleurden met hun karakteristieke coloriet. Van zijn negentien Hongaarse rapsodieën bewerkte Liszt er zes voor orkest. Zo ook de twaalfde, die daarnaast trouwens ook een nieuwe bestemming kreeg als werk voor piano vierhandig.

door Frits de Haen

Biografie

Daniel Ciobanu, piano

Daniel Ciobanu maakte zijn internationale doorbaak toen hij in 2017 de Zilveren ­Medaille en de publieksprijs won op het ­Arthur Rubinstein Concours in Tel Aviv. De Roemeense pianist begon zijn opleiding in zijn geboorteland, en met steun van verschillende beurzen kon hij zijn pianostudie vervolgen in het buitenland.

Zo kreeg hij in Schotland lessen van Graeme McNaught, in Parijs van Marian Rybicki en in Berlijn van Markus Groh en Pascal Devoyon. Inmiddels ontving Daniel Ciobanu uitnodigingen om te komen soleren bij onder meer het George Enescu Filharmonisch Orkest, het Israël Filharmonisch Orkest en het Royal Scottish National Orchestra. Bij de Deutsche Kammerphilharmonie Bremen viel hij in voor zijn befaamde landgenoot Radu Lupu, en in februari 2020 maakte hij zijn debuut bij het Gewandhausorchester Leipzig.

Solorecitals gaf Daniel Ciobanu op een aantal bekende Europese festivals en podia, maar ook in Japan, China, Taiwan, Zuid-Afrika en Brazilië. In 2018 maakte hij ook zijn Amerikaanse debuut, in de Weill Hall van Carnegie Hall in New York. Een jaar eerder had Daniel Ciobanu in zijn geboortestreek in de Karpaten het Neamt Muziekfestival opgericht: een internationaal platform voor jonge musici in klassieke muziek, jazz en experimentele muziek.

In Het Concertgebouw was hij nog niet eerder te beluisteren.