Nog geen account of wachtwoord vergeten? Klik hier

Grote Pianisten: Grigory Sokolov

Grote Pianisten: Grigory Sokolov

Grote Zaal
07 juni 2026
20.15 uur

Print dit programma

Grigory Sokolov piano

Dit concert maakt deel uit van de serie Grote Pianisten.

Ludwig van Beethoven (1770-1827)

Sonate nr. 4 in Es gr.t., op. 7 (1796-97) 
Allegro molto e con brio
Largo, con gran espressione
Allegro
Rondo. Poco allegretto e grazioso

Sechs Bagatellen, op. 126 (1824) 
Andante con moto
Allegro
Andante
Presto
Quasi allegretto
Presto – Andante amabile e con moto

pauze ± 21.00 uur

Franz Schubert (1797-1828)

Sonate in Bes gr.t., D 960 (1828)
Molto moderato
Andante sostenuto
Scherzo: Allegro vivace con delicatezza – Trio
Allegro ma non troppo

einde ± 22.10 uur

Grote Zaal 07 juni 2026 20.15 uur

Grigory Sokolov piano

Dit concert maakt deel uit van de serie Grote Pianisten.

Ludwig van Beethoven (1770-1827)

Sonate nr. 4 in Es gr.t., op. 7 (1796-97) 
Allegro molto e con brio
Largo, con gran espressione
Allegro
Rondo. Poco allegretto e grazioso

Sechs Bagatellen, op. 126 (1824) 
Andante con moto
Allegro
Andante
Presto
Quasi allegretto
Presto – Andante amabile e con moto

pauze ± 21.00 uur

Franz Schubert (1797-1828)

Sonate in Bes gr.t., D 960 (1828)
Molto moderato
Andante sostenuto
Scherzo: Allegro vivace con delicatezza – Trio
Allegro ma non troppo

einde ± 22.10 uur

Toelichting

Toelichting

door Christo Lelie

De twee invloedrijkste ­protagonisten van de vroeg-­romantische ­muziek in Wenen, Ludwig van ­Beethoven en Franz Schubert, waren in hun composities nauw aan elkaar verwant. Althans, voor zover het gaat om de vormen waarin zij voornamelijk componeerden, zoals bijvoorbeeld de sonate, de symfonie, variatiereeksen en het strijkkwartet. Hun karakters, en daarmee ook de inhoud van hun muziek, verschilden echter radicaal van elkaar. Beethoven wortelde in vormtechnische zin nog in de klassieke, laat-achttiende-­eeuwse traditie, maar tegelijk was hij compositorisch dé grootste ­vernieuwer van zijn tijd en had hij als zodanig veel invloed op ­Schubert. Deze componeerde het meest expliciet in de romantische stijl, bijvoorbeeld doordat hij vrijere vormen ging gebruiken zoals fantasie, impromptu en moment musical, en hij als grondlegger van de negentiende-­eeuwse liedkunst dé schepper was van onovertroffen zangrijke melodieën.

De twee componisten stierven slechts anderhalf jaar na elkaar, hoewel ­Schubert 27 jaar de jongere van Beethoven was. Grigory Sokolov spiegelt in zijn recital het eindpunt van beider muzikale ontwikkeling, wanneer hij het programma voor de pauze afsluit met Beethovens laatste pianowerk en na de pauze ­Schuberts zwanenzang speelt.

De twee invloedrijkste ­protagonisten van de vroeg-­romantische ­muziek in Wenen, Ludwig van ­Beethoven en Franz Schubert, waren in hun composities nauw aan elkaar verwant. Althans, voor zover het gaat om de vormen waarin zij voornamelijk componeerden, zoals bijvoorbeeld de sonate, de symfonie, variatiereeksen en het strijkkwartet. Hun karakters, en daarmee ook de inhoud van hun muziek, verschilden echter radicaal van elkaar. Beethoven wortelde in vormtechnische zin nog in de klassieke, laat-achttiende-­eeuwse traditie, maar tegelijk was hij compositorisch dé grootste ­vernieuwer van zijn tijd en had hij als zodanig veel invloed op ­Schubert. Deze componeerde het meest expliciet in de romantische stijl, bijvoorbeeld doordat hij vrijere vormen ging gebruiken zoals fantasie, impromptu en moment musical, en hij als grondlegger van de negentiende-­eeuwse liedkunst dé schepper was van onovertroffen zangrijke melodieën.

De twee componisten stierven slechts anderhalf jaar na elkaar, hoewel ­Schubert 27 jaar de jongere van Beethoven was. Grigory Sokolov spiegelt in zijn recital het eindpunt van beider muzikale ontwikkeling, wanneer hij het programma voor de pauze afsluit met Beethovens laatste pianowerk en na de pauze ­Schuberts zwanenzang speelt.

door Christo Lelie

Ludwig van Beethoven (1770-1827)

Vierde sonate

  • Ludwig van Beethoven

    Door: Louis Létronne

    Ludwig van Beethoven

    Door: Louis Létronne

  • Ludwig van Beethoven

    Door: Louis Létronne

    Ludwig van Beethoven

    Door: Louis Létronne

Beethovens ‘Grand Sonate’ in Es groot, opus 7 heeft een ­speciale plaats binnen zijn vroege ­sonates, omdat hij met een speeltijd van een half uur voor zijn tijd uitzonderlijk lang was en in lengte later alleen nog overtroffen werd door de reusachtige ‘Hammerklavier’-sonate (1818). Ook Beethovens andere vroege sonates zijn aanzienlijk grootschaliger dan die van eerder Wolfgang Amadeus Mozart en Joseph Haydn, mede doordat hij als eerste in de vanouds driedelige ­klaviersonate een extra deel invoegde: het elegante menuet of het veel snellere en technisch briljantere scherzo. 

Beethovens oeuvre wordt vanouds in drie scheppingsperiodes ingedeeld: de vroege, de midden- en de late periode. De eerste periode (1792-1802) wordt ook wel de ‘Klassieke’ genoemd, omdat de componist zich in die jaren nog aan de vormprincipes hield zoals die in het laatste kwart van de achttiende eeuw in het oeuvre van Haydn en Mozart waren uitgekristalliseerd. In de ‘heroïsche’ middenperiode (1802-1812) schiep hij grotere, expressievere werken waarmee hij de basis legde voor de muziek van de Romantiek. In zijn late scheppingsperiode (1812-1827) experimenteerde Beethoven met complexe structuren, diepgaande expressie en vernieuwende harmonieën. Zijn laatste composities waren voor hun tijd ongekend modern.

In zekere zin geldt dat echter ook al voor de Vierde sonate. Feitelijk staat dit werk uit Beethovens eerste scheppingsperiode dichter bij Schuberts laatste drie sonates uit 1828 dan bij de laatste sonates van Mozart uit 1788. Beethovens vierdelige sonate heeft een sterk persoonlijk, overwegend liefelijk karakter. Vandaar dat hij later, overigens niet van Beethoven, de bijnaam ‘die Liebliche’ kreeg. Vooral het opgewekte en levendige eerste deel toont Beethovens vernieuwende benadering van vorm en expressie. Deel 2, Largo con espressione, is statig en qua schrijfwijze veel orkestraler dan de langzame delen uit zijn eerdere sonates. Deel 3 houdt het midden tussen een menuet en een scherzo; daarom gaf Beethoven het simpelweg de tempoaanduiding Allegro. Mede door de mineurtoonsoort vormen de door beide handen synchroon gespeelde in tr­iolen gebroken akkoorden in de middensectie een dramatisch hoogtepunt. Beethoven besluit de sonate met een speels Rondo.

Beethovens ‘Grand Sonate’ in Es groot, opus 7 heeft een ­speciale plaats binnen zijn vroege ­sonates, omdat hij met een speeltijd van een half uur voor zijn tijd uitzonderlijk lang was en in lengte later alleen nog overtroffen werd door de reusachtige ‘Hammerklavier’-sonate (1818). Ook Beethovens andere vroege sonates zijn aanzienlijk grootschaliger dan die van eerder Wolfgang Amadeus Mozart en Joseph Haydn, mede doordat hij als eerste in de vanouds driedelige ­klaviersonate een extra deel invoegde: het elegante menuet of het veel snellere en technisch briljantere scherzo. 

Beethovens oeuvre wordt vanouds in drie scheppingsperiodes ingedeeld: de vroege, de midden- en de late periode. De eerste periode (1792-1802) wordt ook wel de ‘Klassieke’ genoemd, omdat de componist zich in die jaren nog aan de vormprincipes hield zoals die in het laatste kwart van de achttiende eeuw in het oeuvre van Haydn en Mozart waren uitgekristalliseerd. In de ‘heroïsche’ middenperiode (1802-1812) schiep hij grotere, expressievere werken waarmee hij de basis legde voor de muziek van de Romantiek. In zijn late scheppingsperiode (1812-1827) experimenteerde Beethoven met complexe structuren, diepgaande expressie en vernieuwende harmonieën. Zijn laatste composities waren voor hun tijd ongekend modern.

In zekere zin geldt dat echter ook al voor de Vierde sonate. Feitelijk staat dit werk uit Beethovens eerste scheppingsperiode dichter bij Schuberts laatste drie sonates uit 1828 dan bij de laatste sonates van Mozart uit 1788. Beethovens vierdelige sonate heeft een sterk persoonlijk, overwegend liefelijk karakter. Vandaar dat hij later, overigens niet van Beethoven, de bijnaam ‘die Liebliche’ kreeg. Vooral het opgewekte en levendige eerste deel toont Beethovens vernieuwende benadering van vorm en expressie. Deel 2, Largo con espressione, is statig en qua schrijfwijze veel orkestraler dan de langzame delen uit zijn eerdere sonates. Deel 3 houdt het midden tussen een menuet en een scherzo; daarom gaf Beethoven het simpelweg de tempoaanduiding Allegro. Mede door de mineurtoonsoort vormen de door beide handen synchroon gespeelde in tr­iolen gebroken akkoorden in de middensectie een dramatisch hoogtepunt. Beethoven besluit de sonate met een speels Rondo.

Ludwig van Beethoven (1770-1827)

Sechs Bagatellen

  • Ontmoeting tussen Schubert en Beethoven voor de Burgtor in Wenen; ansichtkaart, maker onbekend, ca. 1930

    Ontmoeting tussen Schubert en Beethoven voor de Burgtor in Wenen; ansichtkaart, maker onbekend, ca. 1930

  • Ontmoeting tussen Schubert en Beethoven voor de Burgtor in Wenen; ansichtkaart, maker onbekend, ca. 1930

    Ontmoeting tussen Schubert en Beethoven voor de Burgtor in Wenen; ansichtkaart, maker onbekend, ca. 1930

Naast grote sonates componeerde Beethoven ook werken in de allerkleinste vorm: de bagatelle. Hij schreef door de jaren heen drie sets van zulke miniaturen: de Sieben Bagatellen, opus 33 (1802), de elf korte Bagatellen, opus 119 (1820-21) en in 1824 de Sechs Bagatellen, opus 126, die Beethoven als de meest geslaagde set in dit genre bestempelde. 

Betekent ‘bagatel’ letterlijk ‘niemendalletje’, de Sechs Bagatellen zijn dat uitdrukkelijk niet: ze laten een indrukwekkende variatierijkdom en diepgang zien binnen de ultrakorte karakterstukken, wat kenmerkend is voor Beet­hovens late stijl. De oneven nummers zijn langzaam, de even nummers zijn snel en hebben meer dramatiek. Door de harmonisch logische opeenvolging van verschillende toonsoorten (G groot, g klein, Es groot, b klein en B groot, G groot, c klein) en de afwisseling in expressie – van vrolijk en lichtvoetig tot pastoraal, melancholiek en reflectief – is opus 126 één doorgaande compositie.

Naast grote sonates componeerde Beethoven ook werken in de allerkleinste vorm: de bagatelle. Hij schreef door de jaren heen drie sets van zulke miniaturen: de Sieben Bagatellen, opus 33 (1802), de elf korte Bagatellen, opus 119 (1820-21) en in 1824 de Sechs Bagatellen, opus 126, die Beethoven als de meest geslaagde set in dit genre bestempelde. 

Betekent ‘bagatel’ letterlijk ‘niemendalletje’, de Sechs Bagatellen zijn dat uitdrukkelijk niet: ze laten een indrukwekkende variatierijkdom en diepgang zien binnen de ultrakorte karakterstukken, wat kenmerkend is voor Beet­hovens late stijl. De oneven nummers zijn langzaam, de even nummers zijn snel en hebben meer dramatiek. Door de harmonisch logische opeenvolging van verschillende toonsoorten (G groot, g klein, Es groot, b klein en B groot, G groot, c klein) en de afwisseling in expressie – van vrolijk en lichtvoetig tot pastoraal, melancholiek en reflectief – is opus 126 één doorgaande compositie.

Franz Schubert (1797-1828)

Sonate

  • Franz Schubert

    Door W. A. Rieder

    Franz Schubert

    Door W. A. Rieder

  • Franz Schubert

    Door W. A. Rieder

    Franz Schubert

    Door W. A. Rieder

Franz Schubert woonde zijn leven lang in dezelfde stad als Beethoven, maar er zijn geen aanwijzingen dat ze elkaar ooit hebben ontmoet. Dat kwam stellig doordat de jonge Schubert het niet aandurfde om de fameuze en grillige, 27 jaar oudere en eenkennige Beethoven op te zoeken of aan te spreken. Beide componisten leefden bovendien in een eigen bubbel. Niettemin was Schuberts bewondering voor de grootste componist van zijn tijd enorm, ook al schreef hij dat hij hem diens ‘neiging tot bizarrerieën kwalijk nam’. 

Die kritiek weerhield Schubert er niet van om zichzelf als de troonopvolger van Beethoven te zien. De Sonate in Bes groot, D 960, verreweg zijn langste pianosonate, voltooide hij in september 1828, nog geen twee maanden voor zijn overlijden. 

Hieraan voorafgaand schreef Schubert nog twee sonates in respectievelijk c klein (D 956) en A groot (D 959). Samen vormt dit iconische drietal, dat wel gezien wordt als Schuberts emo­tionele autobiografie, de kroon op zijn piano-oeuvre.

Het eerste deel heeft een voor een sonate-opening uitzonderlijk gematigd tempo. De zangerige frases laten horen wat een groot liedcomponist Schubert was. Markant zijn de trillers in de bas. In het contemplatieve tweede deel is de toonsoort cis klein opmerkelijk ver verwijderd van de grondtoonsoort Bes groot. In het Scherzo maakt de muzikale geladenheid van de eerste twee delen plaats voor onbekommerde speelvreugde, waarbij alleen het Trio in bes klein kortstondig de muziek verduistert. De finale is overwegend zonnig en allerminst een voorafschaduwing van Schuberts spoedige en veel te vroege dood.

Franz Schubert woonde zijn leven lang in dezelfde stad als Beethoven, maar er zijn geen aanwijzingen dat ze elkaar ooit hebben ontmoet. Dat kwam stellig doordat de jonge Schubert het niet aandurfde om de fameuze en grillige, 27 jaar oudere en eenkennige Beethoven op te zoeken of aan te spreken. Beide componisten leefden bovendien in een eigen bubbel. Niettemin was Schuberts bewondering voor de grootste componist van zijn tijd enorm, ook al schreef hij dat hij hem diens ‘neiging tot bizarrerieën kwalijk nam’. 

Die kritiek weerhield Schubert er niet van om zichzelf als de troonopvolger van Beethoven te zien. De Sonate in Bes groot, D 960, verreweg zijn langste pianosonate, voltooide hij in september 1828, nog geen twee maanden voor zijn overlijden. 

Hieraan voorafgaand schreef Schubert nog twee sonates in respectievelijk c klein (D 956) en A groot (D 959). Samen vormt dit iconische drietal, dat wel gezien wordt als Schuberts emo­tionele autobiografie, de kroon op zijn piano-oeuvre.

Het eerste deel heeft een voor een sonate-opening uitzonderlijk gematigd tempo. De zangerige frases laten horen wat een groot liedcomponist Schubert was. Markant zijn de trillers in de bas. In het contemplatieve tweede deel is de toonsoort cis klein opmerkelijk ver verwijderd van de grondtoonsoort Bes groot. In het Scherzo maakt de muzikale geladenheid van de eerste twee delen plaats voor onbekommerde speelvreugde, waarbij alleen het Trio in bes klein kortstondig de muziek verduistert. De finale is overwegend zonnig en allerminst een voorafschaduwing van Schuberts spoedige en veel te vroege dood.

Toelichting

door Christo Lelie

De twee invloedrijkste ­protagonisten van de vroeg-­romantische ­muziek in Wenen, Ludwig van ­Beethoven en Franz Schubert, waren in hun composities nauw aan elkaar verwant. Althans, voor zover het gaat om de vormen waarin zij voornamelijk componeerden, zoals bijvoorbeeld de sonate, de symfonie, variatiereeksen en het strijkkwartet. Hun karakters, en daarmee ook de inhoud van hun muziek, verschilden echter radicaal van elkaar. Beethoven wortelde in vormtechnische zin nog in de klassieke, laat-achttiende-­eeuwse traditie, maar tegelijk was hij compositorisch dé grootste ­vernieuwer van zijn tijd en had hij als zodanig veel invloed op ­Schubert. Deze componeerde het meest expliciet in de romantische stijl, bijvoorbeeld doordat hij vrijere vormen ging gebruiken zoals fantasie, impromptu en moment musical, en hij als grondlegger van de negentiende-­eeuwse liedkunst dé schepper was van onovertroffen zangrijke melodieën.

De twee componisten stierven slechts anderhalf jaar na elkaar, hoewel ­Schubert 27 jaar de jongere van Beethoven was. Grigory Sokolov spiegelt in zijn recital het eindpunt van beider muzikale ontwikkeling, wanneer hij het programma voor de pauze afsluit met Beethovens laatste pianowerk en na de pauze ­Schuberts zwanenzang speelt.

De twee invloedrijkste ­protagonisten van de vroeg-­romantische ­muziek in Wenen, Ludwig van ­Beethoven en Franz Schubert, waren in hun composities nauw aan elkaar verwant. Althans, voor zover het gaat om de vormen waarin zij voornamelijk componeerden, zoals bijvoorbeeld de sonate, de symfonie, variatiereeksen en het strijkkwartet. Hun karakters, en daarmee ook de inhoud van hun muziek, verschilden echter radicaal van elkaar. Beethoven wortelde in vormtechnische zin nog in de klassieke, laat-achttiende-­eeuwse traditie, maar tegelijk was hij compositorisch dé grootste ­vernieuwer van zijn tijd en had hij als zodanig veel invloed op ­Schubert. Deze componeerde het meest expliciet in de romantische stijl, bijvoorbeeld doordat hij vrijere vormen ging gebruiken zoals fantasie, impromptu en moment musical, en hij als grondlegger van de negentiende-­eeuwse liedkunst dé schepper was van onovertroffen zangrijke melodieën.

De twee componisten stierven slechts anderhalf jaar na elkaar, hoewel ­Schubert 27 jaar de jongere van Beethoven was. Grigory Sokolov spiegelt in zijn recital het eindpunt van beider muzikale ontwikkeling, wanneer hij het programma voor de pauze afsluit met Beethovens laatste pianowerk en na de pauze ­Schuberts zwanenzang speelt.

door Christo Lelie

Ludwig van Beethoven (1770-1827)

Vierde sonate

  • Ludwig van Beethoven

    Door: Louis Létronne

    Ludwig van Beethoven

    Door: Louis Létronne

  • Ludwig van Beethoven

    Door: Louis Létronne

    Ludwig van Beethoven

    Door: Louis Létronne

Beethovens ‘Grand Sonate’ in Es groot, opus 7 heeft een ­speciale plaats binnen zijn vroege ­sonates, omdat hij met een speeltijd van een half uur voor zijn tijd uitzonderlijk lang was en in lengte later alleen nog overtroffen werd door de reusachtige ‘Hammerklavier’-sonate (1818). Ook Beethovens andere vroege sonates zijn aanzienlijk grootschaliger dan die van eerder Wolfgang Amadeus Mozart en Joseph Haydn, mede doordat hij als eerste in de vanouds driedelige ­klaviersonate een extra deel invoegde: het elegante menuet of het veel snellere en technisch briljantere scherzo. 

Beethovens oeuvre wordt vanouds in drie scheppingsperiodes ingedeeld: de vroege, de midden- en de late periode. De eerste periode (1792-1802) wordt ook wel de ‘Klassieke’ genoemd, omdat de componist zich in die jaren nog aan de vormprincipes hield zoals die in het laatste kwart van de achttiende eeuw in het oeuvre van Haydn en Mozart waren uitgekristalliseerd. In de ‘heroïsche’ middenperiode (1802-1812) schiep hij grotere, expressievere werken waarmee hij de basis legde voor de muziek van de Romantiek. In zijn late scheppingsperiode (1812-1827) experimenteerde Beethoven met complexe structuren, diepgaande expressie en vernieuwende harmonieën. Zijn laatste composities waren voor hun tijd ongekend modern.

In zekere zin geldt dat echter ook al voor de Vierde sonate. Feitelijk staat dit werk uit Beethovens eerste scheppingsperiode dichter bij Schuberts laatste drie sonates uit 1828 dan bij de laatste sonates van Mozart uit 1788. Beethovens vierdelige sonate heeft een sterk persoonlijk, overwegend liefelijk karakter. Vandaar dat hij later, overigens niet van Beethoven, de bijnaam ‘die Liebliche’ kreeg. Vooral het opgewekte en levendige eerste deel toont Beethovens vernieuwende benadering van vorm en expressie. Deel 2, Largo con espressione, is statig en qua schrijfwijze veel orkestraler dan de langzame delen uit zijn eerdere sonates. Deel 3 houdt het midden tussen een menuet en een scherzo; daarom gaf Beethoven het simpelweg de tempoaanduiding Allegro. Mede door de mineurtoonsoort vormen de door beide handen synchroon gespeelde in tr­iolen gebroken akkoorden in de middensectie een dramatisch hoogtepunt. Beethoven besluit de sonate met een speels Rondo.

Beethovens ‘Grand Sonate’ in Es groot, opus 7 heeft een ­speciale plaats binnen zijn vroege ­sonates, omdat hij met een speeltijd van een half uur voor zijn tijd uitzonderlijk lang was en in lengte later alleen nog overtroffen werd door de reusachtige ‘Hammerklavier’-sonate (1818). Ook Beethovens andere vroege sonates zijn aanzienlijk grootschaliger dan die van eerder Wolfgang Amadeus Mozart en Joseph Haydn, mede doordat hij als eerste in de vanouds driedelige ­klaviersonate een extra deel invoegde: het elegante menuet of het veel snellere en technisch briljantere scherzo. 

Beethovens oeuvre wordt vanouds in drie scheppingsperiodes ingedeeld: de vroege, de midden- en de late periode. De eerste periode (1792-1802) wordt ook wel de ‘Klassieke’ genoemd, omdat de componist zich in die jaren nog aan de vormprincipes hield zoals die in het laatste kwart van de achttiende eeuw in het oeuvre van Haydn en Mozart waren uitgekristalliseerd. In de ‘heroïsche’ middenperiode (1802-1812) schiep hij grotere, expressievere werken waarmee hij de basis legde voor de muziek van de Romantiek. In zijn late scheppingsperiode (1812-1827) experimenteerde Beethoven met complexe structuren, diepgaande expressie en vernieuwende harmonieën. Zijn laatste composities waren voor hun tijd ongekend modern.

In zekere zin geldt dat echter ook al voor de Vierde sonate. Feitelijk staat dit werk uit Beethovens eerste scheppingsperiode dichter bij Schuberts laatste drie sonates uit 1828 dan bij de laatste sonates van Mozart uit 1788. Beethovens vierdelige sonate heeft een sterk persoonlijk, overwegend liefelijk karakter. Vandaar dat hij later, overigens niet van Beethoven, de bijnaam ‘die Liebliche’ kreeg. Vooral het opgewekte en levendige eerste deel toont Beethovens vernieuwende benadering van vorm en expressie. Deel 2, Largo con espressione, is statig en qua schrijfwijze veel orkestraler dan de langzame delen uit zijn eerdere sonates. Deel 3 houdt het midden tussen een menuet en een scherzo; daarom gaf Beethoven het simpelweg de tempoaanduiding Allegro. Mede door de mineurtoonsoort vormen de door beide handen synchroon gespeelde in tr­iolen gebroken akkoorden in de middensectie een dramatisch hoogtepunt. Beethoven besluit de sonate met een speels Rondo.

Ludwig van Beethoven (1770-1827)

Sechs Bagatellen

  • Ontmoeting tussen Schubert en Beethoven voor de Burgtor in Wenen; ansichtkaart, maker onbekend, ca. 1930

    Ontmoeting tussen Schubert en Beethoven voor de Burgtor in Wenen; ansichtkaart, maker onbekend, ca. 1930

  • Ontmoeting tussen Schubert en Beethoven voor de Burgtor in Wenen; ansichtkaart, maker onbekend, ca. 1930

    Ontmoeting tussen Schubert en Beethoven voor de Burgtor in Wenen; ansichtkaart, maker onbekend, ca. 1930

Naast grote sonates componeerde Beethoven ook werken in de allerkleinste vorm: de bagatelle. Hij schreef door de jaren heen drie sets van zulke miniaturen: de Sieben Bagatellen, opus 33 (1802), de elf korte Bagatellen, opus 119 (1820-21) en in 1824 de Sechs Bagatellen, opus 126, die Beethoven als de meest geslaagde set in dit genre bestempelde. 

Betekent ‘bagatel’ letterlijk ‘niemendalletje’, de Sechs Bagatellen zijn dat uitdrukkelijk niet: ze laten een indrukwekkende variatierijkdom en diepgang zien binnen de ultrakorte karakterstukken, wat kenmerkend is voor Beet­hovens late stijl. De oneven nummers zijn langzaam, de even nummers zijn snel en hebben meer dramatiek. Door de harmonisch logische opeenvolging van verschillende toonsoorten (G groot, g klein, Es groot, b klein en B groot, G groot, c klein) en de afwisseling in expressie – van vrolijk en lichtvoetig tot pastoraal, melancholiek en reflectief – is opus 126 één doorgaande compositie.

Naast grote sonates componeerde Beethoven ook werken in de allerkleinste vorm: de bagatelle. Hij schreef door de jaren heen drie sets van zulke miniaturen: de Sieben Bagatellen, opus 33 (1802), de elf korte Bagatellen, opus 119 (1820-21) en in 1824 de Sechs Bagatellen, opus 126, die Beethoven als de meest geslaagde set in dit genre bestempelde. 

Betekent ‘bagatel’ letterlijk ‘niemendalletje’, de Sechs Bagatellen zijn dat uitdrukkelijk niet: ze laten een indrukwekkende variatierijkdom en diepgang zien binnen de ultrakorte karakterstukken, wat kenmerkend is voor Beet­hovens late stijl. De oneven nummers zijn langzaam, de even nummers zijn snel en hebben meer dramatiek. Door de harmonisch logische opeenvolging van verschillende toonsoorten (G groot, g klein, Es groot, b klein en B groot, G groot, c klein) en de afwisseling in expressie – van vrolijk en lichtvoetig tot pastoraal, melancholiek en reflectief – is opus 126 één doorgaande compositie.

Franz Schubert (1797-1828)

Sonate

  • Franz Schubert

    Door W. A. Rieder

    Franz Schubert

    Door W. A. Rieder

  • Franz Schubert

    Door W. A. Rieder

    Franz Schubert

    Door W. A. Rieder

Franz Schubert woonde zijn leven lang in dezelfde stad als Beethoven, maar er zijn geen aanwijzingen dat ze elkaar ooit hebben ontmoet. Dat kwam stellig doordat de jonge Schubert het niet aandurfde om de fameuze en grillige, 27 jaar oudere en eenkennige Beethoven op te zoeken of aan te spreken. Beide componisten leefden bovendien in een eigen bubbel. Niettemin was Schuberts bewondering voor de grootste componist van zijn tijd enorm, ook al schreef hij dat hij hem diens ‘neiging tot bizarrerieën kwalijk nam’. 

Die kritiek weerhield Schubert er niet van om zichzelf als de troonopvolger van Beethoven te zien. De Sonate in Bes groot, D 960, verreweg zijn langste pianosonate, voltooide hij in september 1828, nog geen twee maanden voor zijn overlijden. 

Hieraan voorafgaand schreef Schubert nog twee sonates in respectievelijk c klein (D 956) en A groot (D 959). Samen vormt dit iconische drietal, dat wel gezien wordt als Schuberts emo­tionele autobiografie, de kroon op zijn piano-oeuvre.

Het eerste deel heeft een voor een sonate-opening uitzonderlijk gematigd tempo. De zangerige frases laten horen wat een groot liedcomponist Schubert was. Markant zijn de trillers in de bas. In het contemplatieve tweede deel is de toonsoort cis klein opmerkelijk ver verwijderd van de grondtoonsoort Bes groot. In het Scherzo maakt de muzikale geladenheid van de eerste twee delen plaats voor onbekommerde speelvreugde, waarbij alleen het Trio in bes klein kortstondig de muziek verduistert. De finale is overwegend zonnig en allerminst een voorafschaduwing van Schuberts spoedige en veel te vroege dood.

Franz Schubert woonde zijn leven lang in dezelfde stad als Beethoven, maar er zijn geen aanwijzingen dat ze elkaar ooit hebben ontmoet. Dat kwam stellig doordat de jonge Schubert het niet aandurfde om de fameuze en grillige, 27 jaar oudere en eenkennige Beethoven op te zoeken of aan te spreken. Beide componisten leefden bovendien in een eigen bubbel. Niettemin was Schuberts bewondering voor de grootste componist van zijn tijd enorm, ook al schreef hij dat hij hem diens ‘neiging tot bizarrerieën kwalijk nam’. 

Die kritiek weerhield Schubert er niet van om zichzelf als de troonopvolger van Beethoven te zien. De Sonate in Bes groot, D 960, verreweg zijn langste pianosonate, voltooide hij in september 1828, nog geen twee maanden voor zijn overlijden. 

Hieraan voorafgaand schreef Schubert nog twee sonates in respectievelijk c klein (D 956) en A groot (D 959). Samen vormt dit iconische drietal, dat wel gezien wordt als Schuberts emo­tionele autobiografie, de kroon op zijn piano-oeuvre.

Het eerste deel heeft een voor een sonate-opening uitzonderlijk gematigd tempo. De zangerige frases laten horen wat een groot liedcomponist Schubert was. Markant zijn de trillers in de bas. In het contemplatieve tweede deel is de toonsoort cis klein opmerkelijk ver verwijderd van de grondtoonsoort Bes groot. In het Scherzo maakt de muzikale geladenheid van de eerste twee delen plaats voor onbekommerde speelvreugde, waarbij alleen het Trio in bes klein kortstondig de muziek verduistert. De finale is overwegend zonnig en allerminst een voorafschaduwing van Schuberts spoedige en veel te vroege dood.

Biografie

Grigory Sokolov, piano

Grigory Sokolov werd geboren in Leningrad, waar hij al op zijn zevende werd toegelaten aan het conservatorium voor lessen eerst bij Leah Zelikhman en later bij Moisey Khalfin. In 1966 won hij als tiener de Gouden Medaille van het Tsjaikovski Concours in Moskou, waarna juryvoorzitter Emil Gilels zich opwierp als zijn pleitbezorger.

In de jaren 1970 ging de jonge pianist op tournee naar de Verenigde Staten en Japan, en zijn live-opnames uit de ­sovjettijd verwierven in het Westen een bijna mythische status. Na de ontbinding van de Sovjet-Unie drong de musicus die zo sterk was geworteld in de Russische ­pianoschool al snel door tot de belangrijkste Europese podia. Hij werd geëngageerd door het Concert­gebouworkest (1968 en 1994), de New York Philharmonic, het Symphonie­orchester des Bayerischen Rundfunks, het Philharmonia Orchestra en de Münchner Philharmoniker – totdat hij besloot zich voortaan alleen nog te wijden aan het solospel.

Tegenwoordig geeft Grigory Sokolov zo’n zeventig recitals per seizoen door heel Europa. Zijn solorepertoire reikt van transcripties van middeleeuwse polyfonie en klavierstukken van Bach, Couperin, Rameau en Froberger via de Klassieke Periode en de Romantiek tot in de twintigste eeuw met Prokofjev, Ravel, Skrjabin, Rachmaninoff, Schönberg en Stravinsky.

Zijn laatste album, uit 2024, bevat live-opnames van Purcell en Mozart en toegiften van Rameau, Bach en Chopin. Sinds 1992 verzorgde de pianist al zo’n twintig solorecitals in de Grote Zaal – de eerste keer viel hij in voor een zieke Alfred Brendel. Bij zijn vorige optreden, op 1 juni 2025, speelde hij muziek van William Byrd en Johannes Brahms. Grigory Sokolov geeft geen interviews; sinds 2022 heeft hij de Spaanse nationaliteit, en hij woont al geruime tijd in Verona.

Bij zijn recital op 12 juni 2022 publiceerde Preludium een uitgebreid portret, lees het hier.