Grote Pianisten: Alexander Malofeev speelt Rachmaninoff en Grieg
Grote Zaal 10 mei 2026 20.15 uur
Alexander Malofeev piano
Dit concert maakt deel uit van de serie Grote Pianisten.
Franz Schubert (1797-1828)
Drei Klavierstücke, D 946 (1828)
Nr. 1 in es kl.t.: Allegro assai —
Andante — Andantino
Nr. 2 in Es gr.t.: Allegretto —
L’istesso tempo
Nr. 3 in C gr.t.: Allegro
Edvard Grieg (1843-1907)
Fra Holbergs tid, op. 40 (1885)
‘Holbergsuite’
Prelude: Allegro vivace
Sarabande: Andante
Gavotte: Allegretto
Air: Andante religioso
Rigaudon: Allegro con brio
pauze ± 21.00 uur
Jean Sibelius (1865-1957)
Vijf stukken, op. 75 (1914)
‘De bomen’
Wanneer de lijsterbes bloeit
De eenzame den
De esp
De berk
De spar
Aleksandr Skrjabin (1871-1915)
Wals in As gr.t., op. 38 (1903)
Arthur Lourié (1891-1966)
Cinq Préludes fragiles, op. 1 (1908-10)
Serge Rachmaninoff (1873-1943)
Sonate nr. 2 in bes kl.t., op. 36 (1913/1931)
Allegro agitato
Non allegro
L’istesso tempo: Allegro molto
einde ± 22.10 uur
Alexander Malofeev piano
Dit concert maakt deel uit van de serie Grote Pianisten.
Franz Schubert (1797-1828)
Drei Klavierstücke, D 946 (1828)
Nr. 1 in es kl.t.: Allegro assai —
Andante — Andantino
Nr. 2 in Es gr.t.: Allegretto —
L’istesso tempo
Nr. 3 in C gr.t.: Allegro
Edvard Grieg (1843-1907)
Fra Holbergs tid, op. 40 (1885)
‘Holbergsuite’
Prelude: Allegro vivace
Sarabande: Andante
Gavotte: Allegretto
Air: Andante religioso
Rigaudon: Allegro con brio
pauze ± 21.00 uur
Jean Sibelius (1865-1957)
Vijf stukken, op. 75 (1914)
‘De bomen’
Wanneer de lijsterbes bloeit
De eenzame den
De esp
De berk
De spar
Aleksandr Skrjabin (1871-1915)
Wals in As gr.t., op. 38 (1903)
Arthur Lourié (1891-1966)
Cinq Préludes fragiles, op. 1 (1908-10)
Serge Rachmaninoff (1873-1943)
Sonate nr. 2 in bes kl.t., op. 36 (1913/1931)
Allegro agitato
Non allegro
L’istesso tempo: Allegro molto
einde ± 22.10 uur
Toelichting
Franz Schubert (1797-1828)
Drie klavierstukken
Het mag een wonder heten dat Franz Schubert in zijn korte leven tot zo’n duizend werken is gekomen. Tot aan zijn vroege dood heeft hij als een bezetene gecomponeerd. Misschien kon hij het zelf niet eens bijhouden en liet hij daarom veel stukken onvoltooid. Zo zijn ook de Drei Klavierstücke in zekere zin onvoltooid: het plan was vermoedelijk om een set van vier werken te componeren, zoals hij eerder al twee sets van vier Impromptu’s had geschreven. Het eerste stuk van het drieluik begint nerveus in de toonsoort es mineur. Vervolgens herhaalt Schubert het thema in Es majeur, zoals hij ook in veel andere werken majeur en mineur afwisselt. Het meditatieve middendeel zorgt voor een oase van rust, alvorens het onrustige begin terugkeert.
In het tweede klavierstuk is het juist andersom: een wiegend begin met in de middensecties een stormachtig karakter. Opnieuw wisselt Schubert majeur- en mineurtoonsoorten met elkaar af. Het derde stuk begint wat volks, met een melodie die zich telkens tussen de tellen in de maat beweegt in plaats van óp de tellen. Met meer ritme dan melodie heeft de bijzondere middensectie een introspectief, haast hypnotiserend karakter.
Het mag een wonder heten dat Franz Schubert in zijn korte leven tot zo’n duizend werken is gekomen. Tot aan zijn vroege dood heeft hij als een bezetene gecomponeerd. Misschien kon hij het zelf niet eens bijhouden en liet hij daarom veel stukken onvoltooid. Zo zijn ook de Drei Klavierstücke in zekere zin onvoltooid: het plan was vermoedelijk om een set van vier werken te componeren, zoals hij eerder al twee sets van vier Impromptu’s had geschreven. Het eerste stuk van het drieluik begint nerveus in de toonsoort es mineur. Vervolgens herhaalt Schubert het thema in Es majeur, zoals hij ook in veel andere werken majeur en mineur afwisselt. Het meditatieve middendeel zorgt voor een oase van rust, alvorens het onrustige begin terugkeert.
In het tweede klavierstuk is het juist andersom: een wiegend begin met in de middensecties een stormachtig karakter. Opnieuw wisselt Schubert majeur- en mineurtoonsoorten met elkaar af. Het derde stuk begint wat volks, met een melodie die zich telkens tussen de tellen in de maat beweegt in plaats van óp de tellen. Met meer ritme dan melodie heeft de bijzondere middensectie een introspectief, haast hypnotiserend karakter.
Edvard Grieg (1843-1907)
Holbergsuite
De volledige Noorse titel van de Holbergsuite luidt: Fra Holbergs tid, suite i gammel stil, oftewel: Uit Holbergs tijd, suite in oude stijl. De titel verwijst naar de Noorse humanist en schrijver Ludvig Holberg: Edvard Grieg componeerde de suite ter gelegenheid van diens tweehonderdste geboortedag. De première, in de zaal van een Noorse arbeidersvereniging en met de componist achter de piano, was geen succes. De versie voor strijkorkest van een jaar later werd dat wél. Later gold dat alsnog voor de oorspronkelijke pianoversie.
De volledige Noorse titel van de Holbergsuite luidt: Fra Holbergs tid, suite i gammel stil, oftewel: Uit Holbergs tijd, suite in oude stijl. De titel verwijst naar de Noorse humanist en schrijver Ludvig Holberg: Edvard Grieg componeerde de suite ter gelegenheid van diens tweehonderdste geboortedag. De première, in de zaal van een Noorse arbeidersvereniging en met de componist achter de piano, was geen succes. De versie voor strijkorkest van een jaar later werd dat wél. Later gold dat alsnog voor de oorspronkelijke pianoversie.
Holberg zelf is de enige verwijzing naar Griegs thuisland Noorwegen. Zoals de volledige titel van het werk aangeeft, verwijst de muziek juist naar de periode waarin Holberg leefde: de Barok.
Na een uiterst energieke Prelude volgt, geheel naar barok model, een langzame Sarabande. In de Gavotte is goed de sprong op de eerste tel en landing op de tweede tel van de oorspronkelijke barokdans te horen. In het middendeel van deze dans, een musette, verklankt de open kwint in de linkerhand een doedelzak. Na een droevige aria sluit Grieg zijn suite af met een Rigaudon, een levendige volksdans uit de Franse Provence.
Holberg zelf is de enige verwijzing naar Griegs thuisland Noorwegen. Zoals de volledige titel van het werk aangeeft, verwijst de muziek juist naar de periode waarin Holberg leefde: de Barok.
Na een uiterst energieke Prelude volgt, geheel naar barok model, een langzame Sarabande. In de Gavotte is goed de sprong op de eerste tel en landing op de tweede tel van de oorspronkelijke barokdans te horen. In het middendeel van deze dans, een musette, verklankt de open kwint in de linkerhand een doedelzak. Na een droevige aria sluit Grieg zijn suite af met een Rigaudon, een levendige volksdans uit de Franse Provence.
Jean Sibelius (1865-1957)
Vijf stukken
De Vijf stukken van Jean Sibelius worden ook wel ‘De bomen’ genoemd. Bomen betekenden veel voor de componist: hij ervoer de emotionele en spirituele kwaliteit ervan. In een tijd van persoonlijke en politieke spanningen vond hij rust en inspiratie in zijn afgelegen huis in de Finse natuur. Na boswandelingen componeerde hij de stukken, improviserend achter de piano.
Het eerste stuk, ‘Wanneer de lijsterbes bloeit’, gaat over de boom die in de Finse folklore symbool staat voor vernieuwing. Zachte arpeggio’s en toonladders verklanken de voorzichtige beweging van de bloesem. ‘De eenzame den’ heeft het donkere karakter dat veel stukken van Sibelius kenmerkt. In ‘De esp’ laten trillende motieven de bewegende bladeren in de wind klinken. ‘De berk’ begint met trillers en andere versieringen, die de boomschors voorstellen. Even later neuriet de berk, het Finse symbool voor zuiverheid en sierlijkheid, een vrolijk volksliedje. Het hoogtepunt van de vijfdelige pianocyclus is ‘De spar’. De tempowisselingen geven aan dat de spar in wisselende winden stevig op zijn plaats blijft.
De Vijf stukken van Jean Sibelius worden ook wel ‘De bomen’ genoemd. Bomen betekenden veel voor de componist: hij ervoer de emotionele en spirituele kwaliteit ervan. In een tijd van persoonlijke en politieke spanningen vond hij rust en inspiratie in zijn afgelegen huis in de Finse natuur. Na boswandelingen componeerde hij de stukken, improviserend achter de piano.
Het eerste stuk, ‘Wanneer de lijsterbes bloeit’, gaat over de boom die in de Finse folklore symbool staat voor vernieuwing. Zachte arpeggio’s en toonladders verklanken de voorzichtige beweging van de bloesem. ‘De eenzame den’ heeft het donkere karakter dat veel stukken van Sibelius kenmerkt. In ‘De esp’ laten trillende motieven de bewegende bladeren in de wind klinken. ‘De berk’ begint met trillers en andere versieringen, die de boomschors voorstellen. Even later neuriet de berk, het Finse symbool voor zuiverheid en sierlijkheid, een vrolijk volksliedje. Het hoogtepunt van de vijfdelige pianocyclus is ‘De spar’. De tempowisselingen geven aan dat de spar in wisselende winden stevig op zijn plaats blijft.
Aleksandr Skrjabin (1871-1915)
Wals
Aleksandr Skrjabin wordt wel de Russische Chopin genoemd; ook Skrjabin componeerde doorgaans voor piano en schreef mazurka’s, nocturnes, preludes, etudes en walsen. Vlak voordat hij Frédéric Chopins voetspoor zou verlaten en zijn eigen mystieke muziek verder zou ontwikkelen, componeerde Skrjabin de Wals in As groot. Het begin en einde hebben een subtiel karakter, maar de middensectie bezit een sterkere dynamiek met noten over het hele bereik van het klavier.
Aleksandr Skrjabin wordt wel de Russische Chopin genoemd; ook Skrjabin componeerde doorgaans voor piano en schreef mazurka’s, nocturnes, preludes, etudes en walsen. Vlak voordat hij Frédéric Chopins voetspoor zou verlaten en zijn eigen mystieke muziek verder zou ontwikkelen, componeerde Skrjabin de Wals in As groot. Het begin en einde hebben een subtiel karakter, maar de middensectie bezit een sterkere dynamiek met noten over het hele bereik van het klavier.
Arthur Lourié (1891-1966)
Vijf preludes
Net als veel andere componisten keerde Arthur Vincent Lourié na de Russische Revolutie van 1917 zijn geboortestreek (in wat tegenwoordig Belarus is) de rug toe. Hij emigreerde naar Parijs, om zeventien jaar later naar de Verenigde Staten te trekken. Hij bewoog zich in kringen van avant-garde kunstenaars, was naast musicus ook schilder en verdiepte zich grondig in de filosofie. Vanwege die twee grote interesses veranderde hij zijn oorspronkelijke voornamen Naoem Israilevitsj in Arthur Vincent: een verwijziging naar Arthur Schopenhauer en Vincent van Gogh. De Franse schrijfwijze van zijn oorspronkelijke achternaam Loerja paste goed bij de jaren dat hij in Parijs woonde.
Lourié werd geprezen om zijn vermogen filosofie tot klinken te brengen. Dat deed hij al in zijn vroege werken, waarin de invloed van Rachmaninoff en Skrjabin nog sterk klinkt. Onder deze werken zijn de Cinq Préludes fragiles, die hij als tiener componeerde. De titel verwijst naar het mijmerende, meditatieve karakter van de preludes.
Net als veel andere componisten keerde Arthur Vincent Lourié na de Russische Revolutie van 1917 zijn geboortestreek (in wat tegenwoordig Belarus is) de rug toe. Hij emigreerde naar Parijs, om zeventien jaar later naar de Verenigde Staten te trekken. Hij bewoog zich in kringen van avant-garde kunstenaars, was naast musicus ook schilder en verdiepte zich grondig in de filosofie. Vanwege die twee grote interesses veranderde hij zijn oorspronkelijke voornamen Naoem Israilevitsj in Arthur Vincent: een verwijziging naar Arthur Schopenhauer en Vincent van Gogh. De Franse schrijfwijze van zijn oorspronkelijke achternaam Loerja paste goed bij de jaren dat hij in Parijs woonde.
Lourié werd geprezen om zijn vermogen filosofie tot klinken te brengen. Dat deed hij al in zijn vroege werken, waarin de invloed van Rachmaninoff en Skrjabin nog sterk klinkt. Onder deze werken zijn de Cinq Préludes fragiles, die hij als tiener componeerde. De titel verwijst naar het mijmerende, meditatieve karakter van de preludes.
Serge Rachmaninoff (1873-1943)
Tweede sonate
Toen Serge Rachmaninoff zijn Tweede pianosonate voor het eerst in Moskou uitvoerde, bleek het stuk toch niet helemaal wat hij ervan had verwacht: ‘te veel noten zijn overbodig en de sonate is te lang.’ Achttien jaar na de première kortte Rachmaninoff vooral de middensecties van het tweede en derde deel stevig in en maakte hij de klank in het gehele stuk transparanter. Alexander Malofeev zal in dit concert de herziene versie uit 1931 spelen.
De duistere sfeer is in de revisie niet verloren gegaan en is vanaf de eerste maten van het stuk te horen: een snel arpeggio naar de op één na laagste noot van de piano, gevolgd door twee mineurakkoorden, waarmee Rachmaninoff de sonate met een wanhoopskreet laat beginnen. Een chromatisch dalend motief van vier noten komt daarna verschillende keren terug en versterkt de onheilspellende sfeer van het begin. Het tweede thema is minder gejaagd dan het eerste, maar het dalende, duistere motief klinkt nog altijd veelvuldig. Het tweede deel begint met een kort voorspel. Aan het einde van het deel keert deze passage in een andere toonsoort terug als brug tussen de laatste twee delen.
Toen Serge Rachmaninoff zijn Tweede pianosonate voor het eerst in Moskou uitvoerde, bleek het stuk toch niet helemaal wat hij ervan had verwacht: ‘te veel noten zijn overbodig en de sonate is te lang.’ Achttien jaar na de première kortte Rachmaninoff vooral de middensecties van het tweede en derde deel stevig in en maakte hij de klank in het gehele stuk transparanter. Alexander Malofeev zal in dit concert de herziene versie uit 1931 spelen.
De duistere sfeer is in de revisie niet verloren gegaan en is vanaf de eerste maten van het stuk te horen: een snel arpeggio naar de op één na laagste noot van de piano, gevolgd door twee mineurakkoorden, waarmee Rachmaninoff de sonate met een wanhoopskreet laat beginnen. Een chromatisch dalend motief van vier noten komt daarna verschillende keren terug en versterkt de onheilspellende sfeer van het begin. Het tweede thema is minder gejaagd dan het eerste, maar het dalende, duistere motief klinkt nog altijd veelvuldig. Het tweede deel begint met een kort voorspel. Aan het einde van het deel keert deze passage in een andere toonsoort terug als brug tussen de laatste twee delen.
Franz Schubert (1797-1828)
Drie klavierstukken
Het mag een wonder heten dat Franz Schubert in zijn korte leven tot zo’n duizend werken is gekomen. Tot aan zijn vroege dood heeft hij als een bezetene gecomponeerd. Misschien kon hij het zelf niet eens bijhouden en liet hij daarom veel stukken onvoltooid. Zo zijn ook de Drei Klavierstücke in zekere zin onvoltooid: het plan was vermoedelijk om een set van vier werken te componeren, zoals hij eerder al twee sets van vier Impromptu’s had geschreven. Het eerste stuk van het drieluik begint nerveus in de toonsoort es mineur. Vervolgens herhaalt Schubert het thema in Es majeur, zoals hij ook in veel andere werken majeur en mineur afwisselt. Het meditatieve middendeel zorgt voor een oase van rust, alvorens het onrustige begin terugkeert.
In het tweede klavierstuk is het juist andersom: een wiegend begin met in de middensecties een stormachtig karakter. Opnieuw wisselt Schubert majeur- en mineurtoonsoorten met elkaar af. Het derde stuk begint wat volks, met een melodie die zich telkens tussen de tellen in de maat beweegt in plaats van óp de tellen. Met meer ritme dan melodie heeft de bijzondere middensectie een introspectief, haast hypnotiserend karakter.
Het mag een wonder heten dat Franz Schubert in zijn korte leven tot zo’n duizend werken is gekomen. Tot aan zijn vroege dood heeft hij als een bezetene gecomponeerd. Misschien kon hij het zelf niet eens bijhouden en liet hij daarom veel stukken onvoltooid. Zo zijn ook de Drei Klavierstücke in zekere zin onvoltooid: het plan was vermoedelijk om een set van vier werken te componeren, zoals hij eerder al twee sets van vier Impromptu’s had geschreven. Het eerste stuk van het drieluik begint nerveus in de toonsoort es mineur. Vervolgens herhaalt Schubert het thema in Es majeur, zoals hij ook in veel andere werken majeur en mineur afwisselt. Het meditatieve middendeel zorgt voor een oase van rust, alvorens het onrustige begin terugkeert.
In het tweede klavierstuk is het juist andersom: een wiegend begin met in de middensecties een stormachtig karakter. Opnieuw wisselt Schubert majeur- en mineurtoonsoorten met elkaar af. Het derde stuk begint wat volks, met een melodie die zich telkens tussen de tellen in de maat beweegt in plaats van óp de tellen. Met meer ritme dan melodie heeft de bijzondere middensectie een introspectief, haast hypnotiserend karakter.
Edvard Grieg (1843-1907)
Holbergsuite
De volledige Noorse titel van de Holbergsuite luidt: Fra Holbergs tid, suite i gammel stil, oftewel: Uit Holbergs tijd, suite in oude stijl. De titel verwijst naar de Noorse humanist en schrijver Ludvig Holberg: Edvard Grieg componeerde de suite ter gelegenheid van diens tweehonderdste geboortedag. De première, in de zaal van een Noorse arbeidersvereniging en met de componist achter de piano, was geen succes. De versie voor strijkorkest van een jaar later werd dat wél. Later gold dat alsnog voor de oorspronkelijke pianoversie.
De volledige Noorse titel van de Holbergsuite luidt: Fra Holbergs tid, suite i gammel stil, oftewel: Uit Holbergs tijd, suite in oude stijl. De titel verwijst naar de Noorse humanist en schrijver Ludvig Holberg: Edvard Grieg componeerde de suite ter gelegenheid van diens tweehonderdste geboortedag. De première, in de zaal van een Noorse arbeidersvereniging en met de componist achter de piano, was geen succes. De versie voor strijkorkest van een jaar later werd dat wél. Later gold dat alsnog voor de oorspronkelijke pianoversie.
Holberg zelf is de enige verwijzing naar Griegs thuisland Noorwegen. Zoals de volledige titel van het werk aangeeft, verwijst de muziek juist naar de periode waarin Holberg leefde: de Barok.
Na een uiterst energieke Prelude volgt, geheel naar barok model, een langzame Sarabande. In de Gavotte is goed de sprong op de eerste tel en landing op de tweede tel van de oorspronkelijke barokdans te horen. In het middendeel van deze dans, een musette, verklankt de open kwint in de linkerhand een doedelzak. Na een droevige aria sluit Grieg zijn suite af met een Rigaudon, een levendige volksdans uit de Franse Provence.
Holberg zelf is de enige verwijzing naar Griegs thuisland Noorwegen. Zoals de volledige titel van het werk aangeeft, verwijst de muziek juist naar de periode waarin Holberg leefde: de Barok.
Na een uiterst energieke Prelude volgt, geheel naar barok model, een langzame Sarabande. In de Gavotte is goed de sprong op de eerste tel en landing op de tweede tel van de oorspronkelijke barokdans te horen. In het middendeel van deze dans, een musette, verklankt de open kwint in de linkerhand een doedelzak. Na een droevige aria sluit Grieg zijn suite af met een Rigaudon, een levendige volksdans uit de Franse Provence.
Jean Sibelius (1865-1957)
Vijf stukken
De Vijf stukken van Jean Sibelius worden ook wel ‘De bomen’ genoemd. Bomen betekenden veel voor de componist: hij ervoer de emotionele en spirituele kwaliteit ervan. In een tijd van persoonlijke en politieke spanningen vond hij rust en inspiratie in zijn afgelegen huis in de Finse natuur. Na boswandelingen componeerde hij de stukken, improviserend achter de piano.
Het eerste stuk, ‘Wanneer de lijsterbes bloeit’, gaat over de boom die in de Finse folklore symbool staat voor vernieuwing. Zachte arpeggio’s en toonladders verklanken de voorzichtige beweging van de bloesem. ‘De eenzame den’ heeft het donkere karakter dat veel stukken van Sibelius kenmerkt. In ‘De esp’ laten trillende motieven de bewegende bladeren in de wind klinken. ‘De berk’ begint met trillers en andere versieringen, die de boomschors voorstellen. Even later neuriet de berk, het Finse symbool voor zuiverheid en sierlijkheid, een vrolijk volksliedje. Het hoogtepunt van de vijfdelige pianocyclus is ‘De spar’. De tempowisselingen geven aan dat de spar in wisselende winden stevig op zijn plaats blijft.
De Vijf stukken van Jean Sibelius worden ook wel ‘De bomen’ genoemd. Bomen betekenden veel voor de componist: hij ervoer de emotionele en spirituele kwaliteit ervan. In een tijd van persoonlijke en politieke spanningen vond hij rust en inspiratie in zijn afgelegen huis in de Finse natuur. Na boswandelingen componeerde hij de stukken, improviserend achter de piano.
Het eerste stuk, ‘Wanneer de lijsterbes bloeit’, gaat over de boom die in de Finse folklore symbool staat voor vernieuwing. Zachte arpeggio’s en toonladders verklanken de voorzichtige beweging van de bloesem. ‘De eenzame den’ heeft het donkere karakter dat veel stukken van Sibelius kenmerkt. In ‘De esp’ laten trillende motieven de bewegende bladeren in de wind klinken. ‘De berk’ begint met trillers en andere versieringen, die de boomschors voorstellen. Even later neuriet de berk, het Finse symbool voor zuiverheid en sierlijkheid, een vrolijk volksliedje. Het hoogtepunt van de vijfdelige pianocyclus is ‘De spar’. De tempowisselingen geven aan dat de spar in wisselende winden stevig op zijn plaats blijft.
Aleksandr Skrjabin (1871-1915)
Wals
Aleksandr Skrjabin wordt wel de Russische Chopin genoemd; ook Skrjabin componeerde doorgaans voor piano en schreef mazurka’s, nocturnes, preludes, etudes en walsen. Vlak voordat hij Frédéric Chopins voetspoor zou verlaten en zijn eigen mystieke muziek verder zou ontwikkelen, componeerde Skrjabin de Wals in As groot. Het begin en einde hebben een subtiel karakter, maar de middensectie bezit een sterkere dynamiek met noten over het hele bereik van het klavier.
Aleksandr Skrjabin wordt wel de Russische Chopin genoemd; ook Skrjabin componeerde doorgaans voor piano en schreef mazurka’s, nocturnes, preludes, etudes en walsen. Vlak voordat hij Frédéric Chopins voetspoor zou verlaten en zijn eigen mystieke muziek verder zou ontwikkelen, componeerde Skrjabin de Wals in As groot. Het begin en einde hebben een subtiel karakter, maar de middensectie bezit een sterkere dynamiek met noten over het hele bereik van het klavier.
Arthur Lourié (1891-1966)
Vijf preludes
Net als veel andere componisten keerde Arthur Vincent Lourié na de Russische Revolutie van 1917 zijn geboortestreek (in wat tegenwoordig Belarus is) de rug toe. Hij emigreerde naar Parijs, om zeventien jaar later naar de Verenigde Staten te trekken. Hij bewoog zich in kringen van avant-garde kunstenaars, was naast musicus ook schilder en verdiepte zich grondig in de filosofie. Vanwege die twee grote interesses veranderde hij zijn oorspronkelijke voornamen Naoem Israilevitsj in Arthur Vincent: een verwijziging naar Arthur Schopenhauer en Vincent van Gogh. De Franse schrijfwijze van zijn oorspronkelijke achternaam Loerja paste goed bij de jaren dat hij in Parijs woonde.
Lourié werd geprezen om zijn vermogen filosofie tot klinken te brengen. Dat deed hij al in zijn vroege werken, waarin de invloed van Rachmaninoff en Skrjabin nog sterk klinkt. Onder deze werken zijn de Cinq Préludes fragiles, die hij als tiener componeerde. De titel verwijst naar het mijmerende, meditatieve karakter van de preludes.
Net als veel andere componisten keerde Arthur Vincent Lourié na de Russische Revolutie van 1917 zijn geboortestreek (in wat tegenwoordig Belarus is) de rug toe. Hij emigreerde naar Parijs, om zeventien jaar later naar de Verenigde Staten te trekken. Hij bewoog zich in kringen van avant-garde kunstenaars, was naast musicus ook schilder en verdiepte zich grondig in de filosofie. Vanwege die twee grote interesses veranderde hij zijn oorspronkelijke voornamen Naoem Israilevitsj in Arthur Vincent: een verwijziging naar Arthur Schopenhauer en Vincent van Gogh. De Franse schrijfwijze van zijn oorspronkelijke achternaam Loerja paste goed bij de jaren dat hij in Parijs woonde.
Lourié werd geprezen om zijn vermogen filosofie tot klinken te brengen. Dat deed hij al in zijn vroege werken, waarin de invloed van Rachmaninoff en Skrjabin nog sterk klinkt. Onder deze werken zijn de Cinq Préludes fragiles, die hij als tiener componeerde. De titel verwijst naar het mijmerende, meditatieve karakter van de preludes.
Serge Rachmaninoff (1873-1943)
Tweede sonate
Toen Serge Rachmaninoff zijn Tweede pianosonate voor het eerst in Moskou uitvoerde, bleek het stuk toch niet helemaal wat hij ervan had verwacht: ‘te veel noten zijn overbodig en de sonate is te lang.’ Achttien jaar na de première kortte Rachmaninoff vooral de middensecties van het tweede en derde deel stevig in en maakte hij de klank in het gehele stuk transparanter. Alexander Malofeev zal in dit concert de herziene versie uit 1931 spelen.
De duistere sfeer is in de revisie niet verloren gegaan en is vanaf de eerste maten van het stuk te horen: een snel arpeggio naar de op één na laagste noot van de piano, gevolgd door twee mineurakkoorden, waarmee Rachmaninoff de sonate met een wanhoopskreet laat beginnen. Een chromatisch dalend motief van vier noten komt daarna verschillende keren terug en versterkt de onheilspellende sfeer van het begin. Het tweede thema is minder gejaagd dan het eerste, maar het dalende, duistere motief klinkt nog altijd veelvuldig. Het tweede deel begint met een kort voorspel. Aan het einde van het deel keert deze passage in een andere toonsoort terug als brug tussen de laatste twee delen.
Toen Serge Rachmaninoff zijn Tweede pianosonate voor het eerst in Moskou uitvoerde, bleek het stuk toch niet helemaal wat hij ervan had verwacht: ‘te veel noten zijn overbodig en de sonate is te lang.’ Achttien jaar na de première kortte Rachmaninoff vooral de middensecties van het tweede en derde deel stevig in en maakte hij de klank in het gehele stuk transparanter. Alexander Malofeev zal in dit concert de herziene versie uit 1931 spelen.
De duistere sfeer is in de revisie niet verloren gegaan en is vanaf de eerste maten van het stuk te horen: een snel arpeggio naar de op één na laagste noot van de piano, gevolgd door twee mineurakkoorden, waarmee Rachmaninoff de sonate met een wanhoopskreet laat beginnen. Een chromatisch dalend motief van vier noten komt daarna verschillende keren terug en versterkt de onheilspellende sfeer van het begin. Het tweede thema is minder gejaagd dan het eerste, maar het dalende, duistere motief klinkt nog altijd veelvuldig. Het tweede deel begint met een kort voorspel. Aan het einde van het deel keert deze passage in een andere toonsoort terug als brug tussen de laatste twee delen.
Biografie
Alexander Malofeev, piano
Alexander Malofeev won in 2014 op zijn dertiende de International Tchaikovsky Competition for Young Musicians. Sindsdien heeft hij zich ontwikkeld tot een veelgevraagd pianist op de grote internationale podia. Hij soleerde bij het Orchestra dell’Accademia Nazionale di Santa Cecilia in Rome, het Lucerne Festival Orchestra en het BBC Symphony Orchestra en de orkesten van Boston, Philadelphia, Washington en Seoul.
Ook werkte hij met vele gerenommeerde dirigenten, onder wie Riccardo Chailly, Yannick Nézet-Séguin, Myung-whun Chung en Karina Canellakis. Alexander Malofeev gaf solorecitals in prestigieuze zalen wereldwijd, en is geregeld te gast op de internationale festivals in bijvoorbeeld Verbier, Rheingau, La Roque d’Antheron, Aspen en Tanglewood.
Hoogtepunten van seizoen 2025/2026 zijn optredens met het Nederlands Philharmonisch (afgelopen oktober), het London Philharmonic Orchestra en de Wiener Symphoniker, recitals in Europa en de Verenigde Staten en een duotournee met violiste María Dueñas. Zijn opleiding begon Alexander Malofeev bij Elena Berezkina aan de Gnessin Muziekschool in zijn geboorteplaats Moskou. In 2019 ging hij in diezelfde stad naar het Tsjaikovski Staatsconservatorium, waar hij studeerde bij Sergei Dorensky en Pavel Nersessian.
Tegenwoordig is hij gevestigd in Berlijn, en zijn eerste solo-album, Forgotten Melodies, verscheen eerder dit jaar. Alexander Malofeev maakte zijn Concertgebouwdebuut in de Grote Zaal tijdens het dertigjarige jubileumfeest van de serie Meesterpianisten in mei 2017, en op 1 oktober 2022 trad hij voor het eerst op in de Kleine Zaal.