Nog geen account of wachtwoord vergeten? Klik hier

Concertprogramma

Concertprogramma

Grosvenor / Park / Ridout / Soltani met Mahler, Schumann en Strauss

Grosvenor / Park / Ridout / Soltani met Mahler, Schumann en Strauss

Kleine Zaal
08 oktober 2021
20.45 uur

Print dit programma

Dit concert maakt deel uit van de serie Kamermuziek.

Benjamin Grosvenor piano
Hyeyoon Park viool
Timothy Ridout altviool
Kian Soltani cello

Lees ook het artikel over Mahlers Pianokwartet.

 

Gustav Mahler (1860-1911)

Pianokwartet in a kl.t. (1876)
Nicht zu schnell

Robert Schumann (1810-1856)

Pianokwartet in Es gr.t., op. 47 (1842)
Sostenuto assai – Allegro ma non troppo
Molto vivace
Andante cantabile
Vivace

Richard Strauss (1864-1949)

Pianokwartet in c kl.t., op. 13 (1883-84)
Allegro
Scherzo
Andante
Finale

er is geen pauze
het concert duurt ongeveer een uur

Kleine Zaal 08 oktober 2021 20.45 uur

Dit concert maakt deel uit van de serie Kamermuziek.

Benjamin Grosvenor piano
Hyeyoon Park viool
Timothy Ridout altviool
Kian Soltani cello

Lees ook het artikel over Mahlers Pianokwartet.

 

Gustav Mahler (1860-1911)

Pianokwartet in a kl.t. (1876)
Nicht zu schnell

Robert Schumann (1810-1856)

Pianokwartet in Es gr.t., op. 47 (1842)
Sostenuto assai – Allegro ma non troppo
Molto vivace
Andante cantabile
Vivace

Richard Strauss (1864-1949)

Pianokwartet in c kl.t., op. 13 (1883-84)
Allegro
Scherzo
Andante
Finale

er is geen pauze
het concert duurt ongeveer een uur

Toelichting

Gustav Mahler (1860-1911)

Mahler: Pianokwartet in a klein

door Christiane Schima

  • Gustav Mahler

    In een boek van Adolph Kohut (1900)

    Gustav Mahler

    In een boek van Adolph Kohut (1900)

  • Gustav Mahler

    In een boek van Adolph Kohut (1900)

    Gustav Mahler

    In een boek van Adolph Kohut (1900)

Gustav Mahlers Pianokwartet in a klein dateert uit zijn studietijd aan het Weense conservatorium en is het enige jeugdwerk dat de componist niet vernietigd heeft. Ofschoon het werk van de zestien­jarige Mahler uit 1875 slechts uit een openingsdeel bestaat wint hij hiermee een prijs. Een paar jaar later ontstaan onder andere Das klagende Lied en de Lieder eines fahrenden Gesellen. Vooral met zijn grandioze symfonieën zou Mahler tot aan zijn dood in 1911 muziekgeschiedenis schrijven.

Het kwartet vertoont reeds karakteristieke kenmerken van Mahlers latere oeuvre, wijst bijna profetisch vooruit naar zijn grote liederencycli en symfonieën. Tussen het weemoedige begin en de verloren laatste pianoakkoorden wisselen stormachtige en lyrisch-contemplatieve gedeeltes elkaar af. Het van melancholie doordrenkte kwartet is typisch een werk van Mahler, in wiens oeuvre het lot van het eenzame individu centraal staat. Het pianokwartet herinnert aan Schubert: vanwege de sfeer en de emotionele turbulenties, maar ook - meer specifiek - vanwege het noodlottige schubertiaanse ‘wandelaars’-ritme in een tussenepisode van het werk.

De Engelsman Colin Matthews, die in 2009 in opdracht van het Concertgebouworkest een orkestversie van Mahlers Pianokwartet maakte, meent: ‘De compositie is duidelijk opgebouwd als sonatedeel met expositie, doorwerking, reprise en coda. Mahler heeft kennelijk geprobeerd om een werk in klassieke stijl te schrijven. Voorts ontbreken in het stuk tempovoorschriften en de anders voor Mahlers partituren karakteristieke, voortdurend wisselende voordrachtsaanwijzingen. Maar anderzijds vertoont het stuk toch ook Mahlers fingerprints. In zijn melodieën bijvoorbeeld, en in de doorwerkingspassage, waarin hij zeer ongewone harmonieën gebruikt. Hierin wijst het werk vooruit naar zijn reeds twee jaar later ontstane Das klagende Lied – en dat is Mahler, zoals we hem kennen, ten voeten uit.’

Gustav Mahlers Pianokwartet in a klein dateert uit zijn studietijd aan het Weense conservatorium en is het enige jeugdwerk dat de componist niet vernietigd heeft. Ofschoon het werk van de zestien­jarige Mahler uit 1875 slechts uit een openingsdeel bestaat wint hij hiermee een prijs. Een paar jaar later ontstaan onder andere Das klagende Lied en de Lieder eines fahrenden Gesellen. Vooral met zijn grandioze symfonieën zou Mahler tot aan zijn dood in 1911 muziekgeschiedenis schrijven.

Het kwartet vertoont reeds karakteristieke kenmerken van Mahlers latere oeuvre, wijst bijna profetisch vooruit naar zijn grote liederencycli en symfonieën. Tussen het weemoedige begin en de verloren laatste pianoakkoorden wisselen stormachtige en lyrisch-contemplatieve gedeeltes elkaar af. Het van melancholie doordrenkte kwartet is typisch een werk van Mahler, in wiens oeuvre het lot van het eenzame individu centraal staat. Het pianokwartet herinnert aan Schubert: vanwege de sfeer en de emotionele turbulenties, maar ook - meer specifiek - vanwege het noodlottige schubertiaanse ‘wandelaars’-ritme in een tussenepisode van het werk.

De Engelsman Colin Matthews, die in 2009 in opdracht van het Concertgebouworkest een orkestversie van Mahlers Pianokwartet maakte, meent: ‘De compositie is duidelijk opgebouwd als sonatedeel met expositie, doorwerking, reprise en coda. Mahler heeft kennelijk geprobeerd om een werk in klassieke stijl te schrijven. Voorts ontbreken in het stuk tempovoorschriften en de anders voor Mahlers partituren karakteristieke, voortdurend wisselende voordrachtsaanwijzingen. Maar anderzijds vertoont het stuk toch ook Mahlers fingerprints. In zijn melodieën bijvoorbeeld, en in de doorwerkingspassage, waarin hij zeer ongewone harmonieën gebruikt. Hierin wijst het werk vooruit naar zijn reeds twee jaar later ontstane Das klagende Lied – en dat is Mahler, zoals we hem kennen, ten voeten uit.’

door Christiane Schima

Robert Schumann (1810-1856)

Schumann: Pianokwartet in Es groot

door Christiane Schima

  • Robert Schumann

    Lithografie door Josef Kriehuber (1839)

    Robert Schumann

    Lithografie door Josef Kriehuber (1839)

  • Robert Schumann

    Lithografie door Josef Kriehuber (1839)

    Robert Schumann

    Lithografie door Josef Kriehuber (1839)

Robert Schumann is het toonbeeld van de Duitse muzikale Romantiek. Hij leeft vooral voort in zijn poëtische miniaturen voor piano (Kinder-/Waldszenen, Kreisleriana, Carnaval e.a.), gebaseerd op literaire en sprookjesachtige fantasieën, en in zijn liederen en ballades. Maar zijn oeuvre bevat ook werken met neutrale klassieke titels, kamermuziek en vier symfonieën.

Het waren ambitieuze voornemens die Schumann in de tweede helft van zijn creatieve leven opvatte, twee jaar na zijn lang uitgestelde huwelijk met de gelauwerde jonge pianiste Clara Wieck in 1840. Waarschijnlijk nam hij ook een advies van Liszt ter harte (brief uit 1839), dat hij zich als componist op den duur toch ook met grotere instrumentale werken moest profileren. Ondanks Clara’s bedenkingen (‘Kwartetten wil je schrijven? Ken je de instrumenten überhaupt?’) wijdt Schumann, die tot dusver hoofdzakelijk pianomuziek had geschreven, zich in 1842 aan de bestudering van de kwartetliteratuur uit het verleden, van Mozart en Beethoven. Dit resulteerde in de Drie strijkkwartetten, op. 41, het Pianokwintet, op. 44 en het Pianokwartet in Es groot, op. 47, dat vandaag klinkt.

Er zijn vier delen: een openingsdeel met een langzame tragische introductie, een uitbundig scherzo met twee contrasterende trio’s, een somber langzaam deel en een briljante rondofinale. Formeel bekeken vertoont het werk een traditionele klassieke opbouw. Minder schematisch beschouwd gaat het in het werk om het uitleven van tegenstrijdige gevoelens, is het een emotioneel verhaal met contrasterende episoden. Het zijn niet Mozart en Beethoven die hier spreken, en het is ook niet Bach die in de finale in de vorm van polyfone verwikkelingen van de thema’s om de hoek komt kijken. Dit pianokwartet draagt onmiskenbaar het handschrift van de romantische klankdichter Robert Schumann. En van de pianist Robert Schumann, waarvan de ambitieuze pianopartij getuigt.

Robert Schumann is het toonbeeld van de Duitse muzikale Romantiek. Hij leeft vooral voort in zijn poëtische miniaturen voor piano (Kinder-/Waldszenen, Kreisleriana, Carnaval e.a.), gebaseerd op literaire en sprookjesachtige fantasieën, en in zijn liederen en ballades. Maar zijn oeuvre bevat ook werken met neutrale klassieke titels, kamermuziek en vier symfonieën.

Het waren ambitieuze voornemens die Schumann in de tweede helft van zijn creatieve leven opvatte, twee jaar na zijn lang uitgestelde huwelijk met de gelauwerde jonge pianiste Clara Wieck in 1840. Waarschijnlijk nam hij ook een advies van Liszt ter harte (brief uit 1839), dat hij zich als componist op den duur toch ook met grotere instrumentale werken moest profileren. Ondanks Clara’s bedenkingen (‘Kwartetten wil je schrijven? Ken je de instrumenten überhaupt?’) wijdt Schumann, die tot dusver hoofdzakelijk pianomuziek had geschreven, zich in 1842 aan de bestudering van de kwartetliteratuur uit het verleden, van Mozart en Beethoven. Dit resulteerde in de Drie strijkkwartetten, op. 41, het Pianokwintet, op. 44 en het Pianokwartet in Es groot, op. 47, dat vandaag klinkt.

Er zijn vier delen: een openingsdeel met een langzame tragische introductie, een uitbundig scherzo met twee contrasterende trio’s, een somber langzaam deel en een briljante rondofinale. Formeel bekeken vertoont het werk een traditionele klassieke opbouw. Minder schematisch beschouwd gaat het in het werk om het uitleven van tegenstrijdige gevoelens, is het een emotioneel verhaal met contrasterende episoden. Het zijn niet Mozart en Beethoven die hier spreken, en het is ook niet Bach die in de finale in de vorm van polyfone verwikkelingen van de thema’s om de hoek komt kijken. Dit pianokwartet draagt onmiskenbaar het handschrift van de romantische klankdichter Robert Schumann. En van de pianist Robert Schumann, waarvan de ambitieuze pianopartij getuigt.

door Christiane Schima

Richard Strauss (1864-1949)

Strauss: Pianokwartet in c klein

door Christiane Schima

  • Richard Strauss

    Richard Strauss

  • Richard Strauss

    Richard Strauss

Het Pianokwartet in c klein is een van Richard Strauss’ eerste officiële composities. De componist was toentertijd twintig jaar oud. Toch vertoont het werk reeds alle kenmerken van Strauss’ latere kunnen. De formidabele orkestrator die hij zou worden – denk aan zijn grote orkestwerken en opera’s als Elektra, Salome en Der Rosenkavalier – wordt in het Pianokwartet al aangekondigd. Het wonderkind uit München dat vanaf zijn zesde componeerde en op zijn twaalfde zijn opus 1 (Festmarsch für Orchester) publiceerde, kwam al vroeg onder de hoede van de dirigent Hans von Bülow en maakte een snelle opzienbarende carrière.

Door de weelderige stijl en telkens anders uitgesponnen thema’s doet het pianokwartet aan Brahms denken. Net als Brahms zou ook Strauss zich tot een meester van de ‘thematische variatie’ ontwikkelen. Zo ondergaat het langzame beginmotief in het dramatische eerste deel allerlei transformaties en is in verschillende gedaantes (onderscheiden door tempo, toonsoort, timbre, stemming) permanent aanwezig. Ook in het sprankelende Scherzo keert na een lyrisch trio het hoofdgedeelte niet in de oorspronkelijke, maar in een gevarieerde vorm terug. De sfeer van het werk blijft overwegend donker-melancholiek. De optimistische opening van de rondo-finale is bedrieglijk. Zowel het vastberaden begin als een fugato-passage in het midden wekken associaties met Schumann. Strauss’ pianokwartet is een zeer professioneel geschreven werk. Na de door Bülow in 1885 georganiseerde succesvolle première in Weimar – met Strauss achter de piano – won de componist met zijn kwartet een prijs, uitgereikt door de Berliner Tonkünstlerverein.

Het Pianokwartet in c klein is een van Richard Strauss’ eerste officiële composities. De componist was toentertijd twintig jaar oud. Toch vertoont het werk reeds alle kenmerken van Strauss’ latere kunnen. De formidabele orkestrator die hij zou worden – denk aan zijn grote orkestwerken en opera’s als Elektra, Salome en Der Rosenkavalier – wordt in het Pianokwartet al aangekondigd. Het wonderkind uit München dat vanaf zijn zesde componeerde en op zijn twaalfde zijn opus 1 (Festmarsch für Orchester) publiceerde, kwam al vroeg onder de hoede van de dirigent Hans von Bülow en maakte een snelle opzienbarende carrière.

Door de weelderige stijl en telkens anders uitgesponnen thema’s doet het pianokwartet aan Brahms denken. Net als Brahms zou ook Strauss zich tot een meester van de ‘thematische variatie’ ontwikkelen. Zo ondergaat het langzame beginmotief in het dramatische eerste deel allerlei transformaties en is in verschillende gedaantes (onderscheiden door tempo, toonsoort, timbre, stemming) permanent aanwezig. Ook in het sprankelende Scherzo keert na een lyrisch trio het hoofdgedeelte niet in de oorspronkelijke, maar in een gevarieerde vorm terug. De sfeer van het werk blijft overwegend donker-melancholiek. De optimistische opening van de rondo-finale is bedrieglijk. Zowel het vastberaden begin als een fugato-passage in het midden wekken associaties met Schumann. Strauss’ pianokwartet is een zeer professioneel geschreven werk. Na de door Bülow in 1885 georganiseerde succesvolle première in Weimar – met Strauss achter de piano – won de componist met zijn kwartet een prijs, uitgereikt door de Berliner Tonkünstlerverein.

door Christiane Schima

Gustav Mahler (1860-1911)

Mahler: Pianokwartet in a klein

door Christiane Schima

  • Gustav Mahler

    In een boek van Adolph Kohut (1900)

    Gustav Mahler

    In een boek van Adolph Kohut (1900)

  • Gustav Mahler

    In een boek van Adolph Kohut (1900)

    Gustav Mahler

    In een boek van Adolph Kohut (1900)

Gustav Mahlers Pianokwartet in a klein dateert uit zijn studietijd aan het Weense conservatorium en is het enige jeugdwerk dat de componist niet vernietigd heeft. Ofschoon het werk van de zestien­jarige Mahler uit 1875 slechts uit een openingsdeel bestaat wint hij hiermee een prijs. Een paar jaar later ontstaan onder andere Das klagende Lied en de Lieder eines fahrenden Gesellen. Vooral met zijn grandioze symfonieën zou Mahler tot aan zijn dood in 1911 muziekgeschiedenis schrijven.

Het kwartet vertoont reeds karakteristieke kenmerken van Mahlers latere oeuvre, wijst bijna profetisch vooruit naar zijn grote liederencycli en symfonieën. Tussen het weemoedige begin en de verloren laatste pianoakkoorden wisselen stormachtige en lyrisch-contemplatieve gedeeltes elkaar af. Het van melancholie doordrenkte kwartet is typisch een werk van Mahler, in wiens oeuvre het lot van het eenzame individu centraal staat. Het pianokwartet herinnert aan Schubert: vanwege de sfeer en de emotionele turbulenties, maar ook - meer specifiek - vanwege het noodlottige schubertiaanse ‘wandelaars’-ritme in een tussenepisode van het werk.

De Engelsman Colin Matthews, die in 2009 in opdracht van het Concertgebouworkest een orkestversie van Mahlers Pianokwartet maakte, meent: ‘De compositie is duidelijk opgebouwd als sonatedeel met expositie, doorwerking, reprise en coda. Mahler heeft kennelijk geprobeerd om een werk in klassieke stijl te schrijven. Voorts ontbreken in het stuk tempovoorschriften en de anders voor Mahlers partituren karakteristieke, voortdurend wisselende voordrachtsaanwijzingen. Maar anderzijds vertoont het stuk toch ook Mahlers fingerprints. In zijn melodieën bijvoorbeeld, en in de doorwerkingspassage, waarin hij zeer ongewone harmonieën gebruikt. Hierin wijst het werk vooruit naar zijn reeds twee jaar later ontstane Das klagende Lied – en dat is Mahler, zoals we hem kennen, ten voeten uit.’

Gustav Mahlers Pianokwartet in a klein dateert uit zijn studietijd aan het Weense conservatorium en is het enige jeugdwerk dat de componist niet vernietigd heeft. Ofschoon het werk van de zestien­jarige Mahler uit 1875 slechts uit een openingsdeel bestaat wint hij hiermee een prijs. Een paar jaar later ontstaan onder andere Das klagende Lied en de Lieder eines fahrenden Gesellen. Vooral met zijn grandioze symfonieën zou Mahler tot aan zijn dood in 1911 muziekgeschiedenis schrijven.

Het kwartet vertoont reeds karakteristieke kenmerken van Mahlers latere oeuvre, wijst bijna profetisch vooruit naar zijn grote liederencycli en symfonieën. Tussen het weemoedige begin en de verloren laatste pianoakkoorden wisselen stormachtige en lyrisch-contemplatieve gedeeltes elkaar af. Het van melancholie doordrenkte kwartet is typisch een werk van Mahler, in wiens oeuvre het lot van het eenzame individu centraal staat. Het pianokwartet herinnert aan Schubert: vanwege de sfeer en de emotionele turbulenties, maar ook - meer specifiek - vanwege het noodlottige schubertiaanse ‘wandelaars’-ritme in een tussenepisode van het werk.

De Engelsman Colin Matthews, die in 2009 in opdracht van het Concertgebouworkest een orkestversie van Mahlers Pianokwartet maakte, meent: ‘De compositie is duidelijk opgebouwd als sonatedeel met expositie, doorwerking, reprise en coda. Mahler heeft kennelijk geprobeerd om een werk in klassieke stijl te schrijven. Voorts ontbreken in het stuk tempovoorschriften en de anders voor Mahlers partituren karakteristieke, voortdurend wisselende voordrachtsaanwijzingen. Maar anderzijds vertoont het stuk toch ook Mahlers fingerprints. In zijn melodieën bijvoorbeeld, en in de doorwerkingspassage, waarin hij zeer ongewone harmonieën gebruikt. Hierin wijst het werk vooruit naar zijn reeds twee jaar later ontstane Das klagende Lied – en dat is Mahler, zoals we hem kennen, ten voeten uit.’

door Christiane Schima

Robert Schumann (1810-1856)

Schumann: Pianokwartet in Es groot

door Christiane Schima

  • Robert Schumann

    Lithografie door Josef Kriehuber (1839)

    Robert Schumann

    Lithografie door Josef Kriehuber (1839)

  • Robert Schumann

    Lithografie door Josef Kriehuber (1839)

    Robert Schumann

    Lithografie door Josef Kriehuber (1839)

Robert Schumann is het toonbeeld van de Duitse muzikale Romantiek. Hij leeft vooral voort in zijn poëtische miniaturen voor piano (Kinder-/Waldszenen, Kreisleriana, Carnaval e.a.), gebaseerd op literaire en sprookjesachtige fantasieën, en in zijn liederen en ballades. Maar zijn oeuvre bevat ook werken met neutrale klassieke titels, kamermuziek en vier symfonieën.

Het waren ambitieuze voornemens die Schumann in de tweede helft van zijn creatieve leven opvatte, twee jaar na zijn lang uitgestelde huwelijk met de gelauwerde jonge pianiste Clara Wieck in 1840. Waarschijnlijk nam hij ook een advies van Liszt ter harte (brief uit 1839), dat hij zich als componist op den duur toch ook met grotere instrumentale werken moest profileren. Ondanks Clara’s bedenkingen (‘Kwartetten wil je schrijven? Ken je de instrumenten überhaupt?’) wijdt Schumann, die tot dusver hoofdzakelijk pianomuziek had geschreven, zich in 1842 aan de bestudering van de kwartetliteratuur uit het verleden, van Mozart en Beethoven. Dit resulteerde in de Drie strijkkwartetten, op. 41, het Pianokwintet, op. 44 en het Pianokwartet in Es groot, op. 47, dat vandaag klinkt.

Er zijn vier delen: een openingsdeel met een langzame tragische introductie, een uitbundig scherzo met twee contrasterende trio’s, een somber langzaam deel en een briljante rondofinale. Formeel bekeken vertoont het werk een traditionele klassieke opbouw. Minder schematisch beschouwd gaat het in het werk om het uitleven van tegenstrijdige gevoelens, is het een emotioneel verhaal met contrasterende episoden. Het zijn niet Mozart en Beethoven die hier spreken, en het is ook niet Bach die in de finale in de vorm van polyfone verwikkelingen van de thema’s om de hoek komt kijken. Dit pianokwartet draagt onmiskenbaar het handschrift van de romantische klankdichter Robert Schumann. En van de pianist Robert Schumann, waarvan de ambitieuze pianopartij getuigt.

Robert Schumann is het toonbeeld van de Duitse muzikale Romantiek. Hij leeft vooral voort in zijn poëtische miniaturen voor piano (Kinder-/Waldszenen, Kreisleriana, Carnaval e.a.), gebaseerd op literaire en sprookjesachtige fantasieën, en in zijn liederen en ballades. Maar zijn oeuvre bevat ook werken met neutrale klassieke titels, kamermuziek en vier symfonieën.

Het waren ambitieuze voornemens die Schumann in de tweede helft van zijn creatieve leven opvatte, twee jaar na zijn lang uitgestelde huwelijk met de gelauwerde jonge pianiste Clara Wieck in 1840. Waarschijnlijk nam hij ook een advies van Liszt ter harte (brief uit 1839), dat hij zich als componist op den duur toch ook met grotere instrumentale werken moest profileren. Ondanks Clara’s bedenkingen (‘Kwartetten wil je schrijven? Ken je de instrumenten überhaupt?’) wijdt Schumann, die tot dusver hoofdzakelijk pianomuziek had geschreven, zich in 1842 aan de bestudering van de kwartetliteratuur uit het verleden, van Mozart en Beethoven. Dit resulteerde in de Drie strijkkwartetten, op. 41, het Pianokwintet, op. 44 en het Pianokwartet in Es groot, op. 47, dat vandaag klinkt.

Er zijn vier delen: een openingsdeel met een langzame tragische introductie, een uitbundig scherzo met twee contrasterende trio’s, een somber langzaam deel en een briljante rondofinale. Formeel bekeken vertoont het werk een traditionele klassieke opbouw. Minder schematisch beschouwd gaat het in het werk om het uitleven van tegenstrijdige gevoelens, is het een emotioneel verhaal met contrasterende episoden. Het zijn niet Mozart en Beethoven die hier spreken, en het is ook niet Bach die in de finale in de vorm van polyfone verwikkelingen van de thema’s om de hoek komt kijken. Dit pianokwartet draagt onmiskenbaar het handschrift van de romantische klankdichter Robert Schumann. En van de pianist Robert Schumann, waarvan de ambitieuze pianopartij getuigt.

door Christiane Schima

Richard Strauss (1864-1949)

Strauss: Pianokwartet in c klein

door Christiane Schima

  • Richard Strauss

    Richard Strauss

  • Richard Strauss

    Richard Strauss

Het Pianokwartet in c klein is een van Richard Strauss’ eerste officiële composities. De componist was toentertijd twintig jaar oud. Toch vertoont het werk reeds alle kenmerken van Strauss’ latere kunnen. De formidabele orkestrator die hij zou worden – denk aan zijn grote orkestwerken en opera’s als Elektra, Salome en Der Rosenkavalier – wordt in het Pianokwartet al aangekondigd. Het wonderkind uit München dat vanaf zijn zesde componeerde en op zijn twaalfde zijn opus 1 (Festmarsch für Orchester) publiceerde, kwam al vroeg onder de hoede van de dirigent Hans von Bülow en maakte een snelle opzienbarende carrière.

Door de weelderige stijl en telkens anders uitgesponnen thema’s doet het pianokwartet aan Brahms denken. Net als Brahms zou ook Strauss zich tot een meester van de ‘thematische variatie’ ontwikkelen. Zo ondergaat het langzame beginmotief in het dramatische eerste deel allerlei transformaties en is in verschillende gedaantes (onderscheiden door tempo, toonsoort, timbre, stemming) permanent aanwezig. Ook in het sprankelende Scherzo keert na een lyrisch trio het hoofdgedeelte niet in de oorspronkelijke, maar in een gevarieerde vorm terug. De sfeer van het werk blijft overwegend donker-melancholiek. De optimistische opening van de rondo-finale is bedrieglijk. Zowel het vastberaden begin als een fugato-passage in het midden wekken associaties met Schumann. Strauss’ pianokwartet is een zeer professioneel geschreven werk. Na de door Bülow in 1885 georganiseerde succesvolle première in Weimar – met Strauss achter de piano – won de componist met zijn kwartet een prijs, uitgereikt door de Berliner Tonkünstlerverein.

Het Pianokwartet in c klein is een van Richard Strauss’ eerste officiële composities. De componist was toentertijd twintig jaar oud. Toch vertoont het werk reeds alle kenmerken van Strauss’ latere kunnen. De formidabele orkestrator die hij zou worden – denk aan zijn grote orkestwerken en opera’s als Elektra, Salome en Der Rosenkavalier – wordt in het Pianokwartet al aangekondigd. Het wonderkind uit München dat vanaf zijn zesde componeerde en op zijn twaalfde zijn opus 1 (Festmarsch für Orchester) publiceerde, kwam al vroeg onder de hoede van de dirigent Hans von Bülow en maakte een snelle opzienbarende carrière.

Door de weelderige stijl en telkens anders uitgesponnen thema’s doet het pianokwartet aan Brahms denken. Net als Brahms zou ook Strauss zich tot een meester van de ‘thematische variatie’ ontwikkelen. Zo ondergaat het langzame beginmotief in het dramatische eerste deel allerlei transformaties en is in verschillende gedaantes (onderscheiden door tempo, toonsoort, timbre, stemming) permanent aanwezig. Ook in het sprankelende Scherzo keert na een lyrisch trio het hoofdgedeelte niet in de oorspronkelijke, maar in een gevarieerde vorm terug. De sfeer van het werk blijft overwegend donker-melancholiek. De optimistische opening van de rondo-finale is bedrieglijk. Zowel het vastberaden begin als een fugato-passage in het midden wekken associaties met Schumann. Strauss’ pianokwartet is een zeer professioneel geschreven werk. Na de door Bülow in 1885 georganiseerde succesvolle première in Weimar – met Strauss achter de piano – won de componist met zijn kwartet een prijs, uitgereikt door de Berliner Tonkünstlerverein.

door Christiane Schima

Biografie

Benjamin Grosvenor, piano

Benjamin Grosvenor won al op zijn elfde de pianofinale van de BBC Young Musician Competition, en op zijn negentiende soleerde hij voor het eerst in de BBC Proms.

Hoogtepunten in zijn huidige seizoen zijn debuten bij DSO Berlin en het Iceland ­Symphony Orchestra in Busoni’s Pianoconcert en optredens met het Gürzenich-Orchester en Elim Chan, het Scottish Chamber Orchestra en Maxim Emelyanychev en de orkesten van Washington, Indianapolis en Pittsburgh.

Afgelopen zomer ­tourde Benjamin Grosvenor met het European Union Youth Orchestra en eerder werkte hij ook met de orkesten van Boston, Chicago en San Francisco, het London Philharmonic Orchestra en de Filarmonica della Scala; met Britten Sinfonia tourde hij door China. Hij debuteerde in oktober 2012 solo in de Kleine Zaal.

Op 8 oktober 2021 keerde Benjamin Grosvenor terug in dezelfde kwartetformatie als vandaag, toen met werken van Mahler, Robert Schumann en Richard Strauss.

Hyeyoon Park, viool

De Koreaanse ­Hyeyoon Park studeerde aan de University of Cincinnati, bij Antje Weithaas aan de Hochschule für Musik ‘Hanns Eisler’ in Berlijn en bij Christian Tetzlaff aan de Kronberg Academy. In 2009 won ze het ARD Concours, in 2011 kreeg ze een Borletti-­Buitoni Trust Award en in 2012 de London Music Masters Award.

Al op haar negende debuteerde ze bij de Seoul Philharmonic, en in later jaren soleerde ze bij het Symphonieorches­ter des Bayerischen Rund­funks, het hr-Sinfonieorchester Frankfurt, het London Philharmonic Orchestra, het Mariinski Orkest in Sint-Petersburg, het Orchestre Symphonique de Montreal en het NHK Symphony ­Orchestra Tokyo.

Met Benjamin Grosvenor en cellist Sheku Kanneh-Mason voerde ze Beethovens Tripelconcert uit met het Hallé Orchestra en Royal Northern Sinfonia. Met Ben Goldscheider en Fiachra Garvey vormt ze een hoorntrio. Hyeyoon Park bespeelt een instrument van de Duitse bouwer Stefan-Peter Greiner.

Timothy Ridout, altviool

Timothy Ridout studeerde aan de Royal Academy of Music in zijn geboorteplaats Londen en behaalde in 2019 zijn master aan de Kronberg Academy bij Nobuko Imai. De Brit was BBC New Generation ­Artist, kreeg een Borletti-Buitoni Trust Fellowship 2020 en won de Royal Philharmonic Society Young Artist Award 2023.

De afgelopen seizoenen was hij te gast bij het BBC Symphony en het BBC Philharmonic Orchestra, het Tokyo Metropolitan Symphony Orchestra, het Nederlands Kamer­orkest, het hr-Sinfonieorchester, het Tonhalle-­Orchester Zürich, het Chamber Orchestra of Europe, de Camerata Salzburg en het Orchestre de Chambre de Lausanne. 

Hij trad ook op in Zuid-Amerika en Australië en werd in 2021 in New York lid van de Chamber Music Society van het Lincoln Center’s Bowers Program. Kamermuziek vertolkt Timothy Ridout op tal van festivals in Europa en Japan met partners als Janine Jansen, Daniel Blendulf, Denis Kozhukhin, Nicolas Altstaedt, Joshua Bell, Isabelle Faust en Steven Isserlis.

De altviolist vormt met Tim Posner en Tim Crawford het Teyber Trio en geeft recitals met de pianisten Frank Dupree, Jonathan Ware en James Baillieu. Op 2 december jongstleden speelde hij in de ­Kleine Zaal pianokwartetten van Bridge, Fauré en Brahms met ­Benjamin Grosvenor, Hyeyoon Park en Kian Soltani. Timothy Ridout bespeelt een instrument van Peregrino di Zanetto (ca. 1565-75).

Kian Soltani, cello

Kian Soltani werd geboren in Bregenz, in een familie van Perzische musici. Na zijn studie bij Ivan Monighetti aan de Musik­akademie Basel – vanaf zijn twaalfde – en later aan de Kronberg Academy en de International Music Academy Liechtenstein won hij in 2013 de Paulo Cello Competition in Helsinki.

In 2017 schreef hij zowel de Leonard Bernstein Award als de Credit Suisse Young Artist Award op zijn naam. 

De cellist is focus artist van het Tonhalle-Orchester Zürich, tourt dit seizoen met de Camerata Salzburg en het Mahler Chamber Orchestra en deelt het podium met de Wiener Symphoniker, het Orchestre de Chambre de Lausanne, het Konzerthausorchester Berlin en het NHK Symphony Orchestra, Tokyo. Eerder soleerde hij bij de Wiener en de Münchner Philharmoniker, het West Eastern Divan Orchestra, het Radio Filharmonisch Orkest, Amsterdam Sinfonietta en de orkesten van Boston, Chicago, Detroit en Pittsburgh. Recitals gaf de cellist in Berlijn, Bonn, Dortmund, Wenen, New York en Londen en tijdens de festivals van Salzburg en Luzern.

Kamermuziek nam hij onder meer op in een pianotrio met Lahav Shani en Renaud Capuçon (live in Aix-en-Provence), en voor zijn solo-album Cello Unlimited won hij in 2022 een Opus Klassik Preis. In 2020 kwam het Celloconcert van Dvořák uit met de Staatskapelle Berlin en Daniel Barenboim.

Kian Soltani bespeelt de ‘London, ex-Boccherini’-Stradivarius (1694) en geeft sinds oktober les aan de Universität für Musik und darstellende Kunst in Wenen.

In 2018 debuteerde hij in de Grote Zaal en in 2019 in de Kleine Zaal in de Rising Stars-serie.