Nog geen account of wachtwoord vergeten? Klik hier

Festival Mind the Gap! African Pianism met Rebeca Omordia

Festival Mind the Gap! African Pianism met Rebeca Omordia

Kleine Zaal
17 juni 2026
20.15 uur

Print dit programma

Rebeca Omordia piano

Dit concert maakt deel uit van het festival Mind the Gap!

Ook interessant:
- Pianiste Rebeca Omordia: ‘Mijn zoektocht voerde over het hele continent’

AFRICAN PIANISM

Ayo Bankole (1935-1976)

Sonate nr. 2 in C gr.t. (1956-59)
‘The Passion’ 
And They Sought About For to Kill 
    Him

And He was Crucified
Mary’s Song 

Christian Onyeji (1967)

Ufie (Igbo Dance) (2008) 
​Moderately Fast
​Slow
Fast 

Nabil Benabdeljalil (1972)

Nocturne nr. 4 (2005)

Nocturne nr. 6 (2020)
‘La Montagne d’Imsfrane’ 

Florence Price (1887-1953)

Fantasie Nègre (1929)

Majoie Hajary (1921-2017)

Surinaamse rapsodie (1949/60) 

pauze ± 21.15 uur 

Ayo Bankole

Egun Variations (ca. 1970)

Salim Dada (1975)

Danse Zaydan
Soirée au Hoggar
uit ‘Miniatures Algériennes’ (2009)

Girma Yifrashewa (1967)

Elilta (2005)

Mokale Koapeng (1963)

Prelude in Des gr.t. (2009)

Grant McLachlan (1956)

Senzeni Na? (traditional, bewerking 2023)

Margaret Bonds (1913-1972)

Troubled Water
uit ‘Spiritual Suite’ (1967)

Fred Onovwerosuoke (1960)

Udje
Ayevwiomo Dance No. 1
Ayevwiomo Dance No. 2
uit ‘24 Studies in African ­Rhythms: IV Study No. 8 (1999/2007) 

Pende
Sanza
Raging River Dance No. 2
uit ‘24 Studies in African ­Rhythms’ (2007)

einde ± 22.20 uur

Kleine Zaal 17 juni 2026 20.15 uur

Rebeca Omordia piano

Dit concert maakt deel uit van het festival Mind the Gap!

Ook interessant:
- Pianiste Rebeca Omordia: ‘Mijn zoektocht voerde over het hele continent’

AFRICAN PIANISM

Ayo Bankole (1935-1976)

Sonate nr. 2 in C gr.t. (1956-59)
‘The Passion’ 
And They Sought About For to Kill 
    Him

And He was Crucified
Mary’s Song 

Christian Onyeji (1967)

Ufie (Igbo Dance) (2008) 
​Moderately Fast
​Slow
Fast 

Nabil Benabdeljalil (1972)

Nocturne nr. 4 (2005)

Nocturne nr. 6 (2020)
‘La Montagne d’Imsfrane’ 

Florence Price (1887-1953)

Fantasie Nègre (1929)

Majoie Hajary (1921-2017)

Surinaamse rapsodie (1949/60) 

pauze ± 21.15 uur 

Ayo Bankole

Egun Variations (ca. 1970)

Salim Dada (1975)

Danse Zaydan
Soirée au Hoggar
uit ‘Miniatures Algériennes’ (2009)

Girma Yifrashewa (1967)

Elilta (2005)

Mokale Koapeng (1963)

Prelude in Des gr.t. (2009)

Grant McLachlan (1956)

Senzeni Na? (traditional, bewerking 2023)

Margaret Bonds (1913-1972)

Troubled Water
uit ‘Spiritual Suite’ (1967)

Fred Onovwerosuoke (1960)

Udje
Ayevwiomo Dance No. 1
Ayevwiomo Dance No. 2
uit ‘24 Studies in African ­Rhythms: IV Study No. 8 (1999/2007) 

Pende
Sanza
Raging River Dance No. 2
uit ‘24 Studies in African ­Rhythms’ (2007)

einde ± 22.20 uur

Toelichting

Toelichting

door Anthony Fiumara

African Pianism

Het programma dat Rebeca Omordia presenteert, is niets minder dan een rondreis over het Afrikaanse continent en langs de Afrikaanse diaspora. Van Nigeriaanse pianosonates tot Marokkaanse nocturnes, van Ethiopische vreugdemuziek tot Zuid-Afrikaanse protestliederen en, dichter bij huis, een rapsodie van een Surinaams-Nederlandse componiste.

African Pianism is de naam van een genre dat opbloeide in West-Afrika en zich sindsdien over het hele continent verspreidde. Het is een pianotaal die eigen Afrikaanse muziek met al haar ritmes, melodieën en culturele gelaagdheid een podium geeft.

Nigeria: Bankole en Onyegi

Ayo Bankole is een sleutelfiguur in de moderne Afrikaanse kunstmuziek, maar bovenal een tragische. Hij werd in 1976 op 41-jarige leeftijd samen met zijn vrouw vermoord. Ondanks zijn veel te korte leven liet Bankole een indrukwekkend oeuvre na. De pianosonate ‘The Passion’ is daarvan het meest indringende werk. Zijn wetenschappelijke studie over de moderne Nigeriaanse muziek vormde de intellectuele voedingsbodem voor deze Tweede son­ate, waarin ­Afrikaanse traditie en christelijk geloof elkaar ontmoeten. Sinds de Fransman Olivier Messiaen (1908-1992) hebben maar weinig componisten hun christelijke inspiratie zo overtuigend in pianomuziek verankerd – terwijl Bankole tegelijker­tijd trouw bleef aan zijn muzikale wortels. Muziek die stroomt, zoals Bankole schreef, ‘uit het overlopende hart van de moeder van Jezus’. Later in het programma keert Bankole terug met de Egun Variations. Gebaseerd op een Egun-thema uit het Yoruba-land ­bezingt hij hier de kleurrijke ceremonie­cultuur van zijn volk.

Bankoles landgenoot Christian Onyeji schreef Ufie (Igbo Dance) als hommage aan de percussie-ensembles van de Igbo in de Anambra-regio van Oost-Nigeria. De titel verwijst naar een eretitel voor Igbo-mannen van aanzien en naar de houten ufie-spleettrom die daarbij hoort. Onyeji noemt zijn pianostijl zelf ‘drummistisch’: het ritme is geen begeleiding maar de ziel van het werk. De drie delen gebruiken de stemming van traditionele ukom-trommen. Het resultaat is ritmisch verfijnd, dansant, gecontroleerd en toch vrij.

Noord-Afrika: Benabdeljalil en Dada

Het mediterrane Afrika is vertegenwoordigd door twee componisten. De Marokkaanse pianist en componist Nabil Benabdel­jalil studeerde in Kyiv, maar zijn muzikale taal is diep geworteld in Arabische zanglijnen en de maqam (modi) van de Noord-Afrikaanse muziektraditie. Zijn Nocturne nr. 4 bestaat uit één ononderbroken melodische lijn, van begin tot eind, vol zachtheid en nostalgie. De melodie, ontwikkeld in de Koerdische modus, was oorspronkelijk geschreven als toonzetting van een gedicht van een Arabische dichter uit het moslim-­Andalusië, voor ze haar definitieve thuis vond in dit pianowerk.

De Nocturne nr. 6 ‘La montagne d’Imsfrane’ ontstond na een reis naar de Midden-Atlas in Marokko, vlak na de zwaarste fase van de coronalockdown. Het is een zoektocht naar vrijheid in de natuur en tegelijk een spirituele queeste. God, schrijft Benabdeljalil, is te vinden in zijn schitterendste tempel, de natuur zelf. In die gedachte klinkt dezelfde bezieling door die Bankole dreef.

Van de Algerijnse componist Salim Dada speelt Omordia delen uit zijn ­Miniatures Algériennes, een cyclus die de veelgelaagde muzikale cultuur van zijn geboorteland verkent – van de woestijnklanken van de Ahaggar-­bergen tot de stadse levenssfeer van Algiers. Dada’s muziek is doordrongen van Berber- en Arabische invloeden, die hij in een eigentijdse pianotaal giet.

Zuid-Afrika: Koapeng en McLachlan

Twee Zuid-Afrikaanse componisten brengen elk een totaal ander aspect van hun land mee. ­Mokale Koapeng groeide op in de townships van Soweto, en zijn Prelude in Des groot weerspiegelt dat: de muziek is doordrenkt van de danstradities die hij daar als kind dagelijks zag en hoorde, uitgewerkt in de zogenoemde interlocking-techniek van de ­idiofonen: het ineengrijpen van ritmische ­patronen zoals die in Afrikaanse percussietradities voorkomen.

Een heel andere toon slaat het arrangement van de protestsong Senzeni Na? (‘Wat hebben wij gedaan?’) aan, bewerkt voor piano door de in Kaapstad geboren Grant McLachlan. Het traditionele Zulu-lied was onlosmakelijk verbonden met de anti-apartheidsstrijd: het klonk bij begrafenissen en demonstraties door het hele land. De tekst stelt de pijnlijke, retorische vraag ‘Is onze zonde dat we zwart zijn?’ McLachlans pianoverwerking is sober en gedragen, met een stille woede die onder het oppervlak smeult.

De Afrikaanse diaspora: Price, Bonds en Onovwerosuoke

Omordia verbreedde haar programma bewust naar de Afrikaanse diaspora. Florence Price was de eerste Afro-Amerikaanse vrouw wier symfonie door een Amerikaans orkest werd uitgevoerd (in 1933, door het Chicago Symphony Orchestra). Haar Fantasie Nègre verbindt het spiritualrepertoire van de zwarte gemeenschap in Amerika met de pianotradities van de Romantiek. Price creëerde hiermee een nieuw genre dat de rijkdom van African-American folk songs en hymnen tot concertmuziek verhief.

Nauw verwant aan Price’ erfenis is het werk van haar vriendin en leerlinge Margaret Bonds. Troubled Water is het bekendste deel uit haar Spiritual Su­ite, gebaseerd op de spiritual Wade in the Water – een lied dat in de slaventijd diende als gecodeerde boodschap op de ‘Underground Railroad’ (een geheim netwerk van abolitionisten in de VS en Canada, dat ontsnapte slaafgemaakten hielp via veilige routes en onderduik­adressen de vrije staten te bereiken, red.). Bonds verweeft de oerkrachtige melodie met jazz­harmonieën en syncopische texturen, en brengt zo een werk voort dat zowel het historische gewicht van de slavernij draagt als de vitaliteit van de zwarte muziektraditie viert.

Het recital van vandaag sluit af met een selectie uit de Studies in African Rhythms van Fred Onovwerosuoke, geboren in Ghana uit Nigeriaanse ouders, gevestigd in de Verenigde Staten en voor zijn doorlopende onderzoek al in meer dan dertig Afrikaanse landen geweest. Onovwerosuokes studies zijn encyclopedisch van opzet: elk stuk verkent een andere ritmische traditie van het continent, van de Pende- en Sanza-klanken van Centraal-Afrika tot de razendsnel bruisende Raging River Dance. 

Een kosmopoliet: Hajary

Een bijzonder persoonlijke noot klinkt door in de Surinaamse rapsodie van Majoie Hajary. Geboren in Paramaribo als dochter van een Hindoestaanse vader en een Afro-Chinese moeder, verliet Hajary als vijftienjarig meisje Suriname om piano te studeren in Amsterdam. In 1944 trad ze op in Het Concertgebouw, met het Concertgebouworkest. Later vertrok ze naar Zuid-Amerika, studeerde compositie bij Nadia ­Boulanger in ­Parijs en woonde op meerdere continenten – meereizend met de internationale loopbaan van haar man bij A­ir France. Haar composities weerspiegelen dat kosmopolitische bestaan: Afrikaanse, Aziatische en Surinaamse klanken versmelten daarin met klassieke muziek en jazz.

De Surinaamse rapsodie ontstond toen Hajary op tournee was in haar geboorteland en een arrangement maakte van het Surinaamse volksliedje Peroen, peroen, mi patron – een kinderliedje met een tekst uit de slaventijd. Ondanks haar indrukwekkende loopbaan bleef Hajary tijdens haar leven goeddeels onbekend. Pas na haar dood op 96-jarige leeftijd begon haar werk de aandacht te krijgen die het verdient.

Oost-Afrika: Yifrashewa

De Ethiopische pianist en componist Girma Yifrashewa vertegenwoordigt Oost-Afrika met Elilta – een woord dat de vreugdevolle kreten beschrijft waarmee Ethiopiërs feestelijke gelegenheden begroeten. De muziek is doordesemd van tinkelende trillerpassages die dat geluid nabootsen. Het pianostuk combineert Ethiopische toonladders met een stijl die doet denken aan het Franse impressionisme.

African Pianism

Het programma dat Rebeca Omordia presenteert, is niets minder dan een rondreis over het Afrikaanse continent en langs de Afrikaanse diaspora. Van Nigeriaanse pianosonates tot Marokkaanse nocturnes, van Ethiopische vreugdemuziek tot Zuid-Afrikaanse protestliederen en, dichter bij huis, een rapsodie van een Surinaams-Nederlandse componiste.

African Pianism is de naam van een genre dat opbloeide in West-Afrika en zich sindsdien over het hele continent verspreidde. Het is een pianotaal die eigen Afrikaanse muziek met al haar ritmes, melodieën en culturele gelaagdheid een podium geeft.

Nigeria: Bankole en Onyegi

Ayo Bankole is een sleutelfiguur in de moderne Afrikaanse kunstmuziek, maar bovenal een tragische. Hij werd in 1976 op 41-jarige leeftijd samen met zijn vrouw vermoord. Ondanks zijn veel te korte leven liet Bankole een indrukwekkend oeuvre na. De pianosonate ‘The Passion’ is daarvan het meest indringende werk. Zijn wetenschappelijke studie over de moderne Nigeriaanse muziek vormde de intellectuele voedingsbodem voor deze Tweede son­ate, waarin ­Afrikaanse traditie en christelijk geloof elkaar ontmoeten. Sinds de Fransman Olivier Messiaen (1908-1992) hebben maar weinig componisten hun christelijke inspiratie zo overtuigend in pianomuziek verankerd – terwijl Bankole tegelijker­tijd trouw bleef aan zijn muzikale wortels. Muziek die stroomt, zoals Bankole schreef, ‘uit het overlopende hart van de moeder van Jezus’. Later in het programma keert Bankole terug met de Egun Variations. Gebaseerd op een Egun-thema uit het Yoruba-land ­bezingt hij hier de kleurrijke ceremonie­cultuur van zijn volk.

Bankoles landgenoot Christian Onyeji schreef Ufie (Igbo Dance) als hommage aan de percussie-ensembles van de Igbo in de Anambra-regio van Oost-Nigeria. De titel verwijst naar een eretitel voor Igbo-mannen van aanzien en naar de houten ufie-spleettrom die daarbij hoort. Onyeji noemt zijn pianostijl zelf ‘drummistisch’: het ritme is geen begeleiding maar de ziel van het werk. De drie delen gebruiken de stemming van traditionele ukom-trommen. Het resultaat is ritmisch verfijnd, dansant, gecontroleerd en toch vrij.

Noord-Afrika: Benabdeljalil en Dada

Het mediterrane Afrika is vertegenwoordigd door twee componisten. De Marokkaanse pianist en componist Nabil Benabdel­jalil studeerde in Kyiv, maar zijn muzikale taal is diep geworteld in Arabische zanglijnen en de maqam (modi) van de Noord-Afrikaanse muziektraditie. Zijn Nocturne nr. 4 bestaat uit één ononderbroken melodische lijn, van begin tot eind, vol zachtheid en nostalgie. De melodie, ontwikkeld in de Koerdische modus, was oorspronkelijk geschreven als toonzetting van een gedicht van een Arabische dichter uit het moslim-­Andalusië, voor ze haar definitieve thuis vond in dit pianowerk.

De Nocturne nr. 6 ‘La montagne d’Imsfrane’ ontstond na een reis naar de Midden-Atlas in Marokko, vlak na de zwaarste fase van de coronalockdown. Het is een zoektocht naar vrijheid in de natuur en tegelijk een spirituele queeste. God, schrijft Benabdeljalil, is te vinden in zijn schitterendste tempel, de natuur zelf. In die gedachte klinkt dezelfde bezieling door die Bankole dreef.

Van de Algerijnse componist Salim Dada speelt Omordia delen uit zijn ­Miniatures Algériennes, een cyclus die de veelgelaagde muzikale cultuur van zijn geboorteland verkent – van de woestijnklanken van de Ahaggar-­bergen tot de stadse levenssfeer van Algiers. Dada’s muziek is doordrongen van Berber- en Arabische invloeden, die hij in een eigentijdse pianotaal giet.

Zuid-Afrika: Koapeng en McLachlan

Twee Zuid-Afrikaanse componisten brengen elk een totaal ander aspect van hun land mee. ­Mokale Koapeng groeide op in de townships van Soweto, en zijn Prelude in Des groot weerspiegelt dat: de muziek is doordrenkt van de danstradities die hij daar als kind dagelijks zag en hoorde, uitgewerkt in de zogenoemde interlocking-techniek van de ­idiofonen: het ineengrijpen van ritmische ­patronen zoals die in Afrikaanse percussietradities voorkomen.

Een heel andere toon slaat het arrangement van de protestsong Senzeni Na? (‘Wat hebben wij gedaan?’) aan, bewerkt voor piano door de in Kaapstad geboren Grant McLachlan. Het traditionele Zulu-lied was onlosmakelijk verbonden met de anti-apartheidsstrijd: het klonk bij begrafenissen en demonstraties door het hele land. De tekst stelt de pijnlijke, retorische vraag ‘Is onze zonde dat we zwart zijn?’ McLachlans pianoverwerking is sober en gedragen, met een stille woede die onder het oppervlak smeult.

De Afrikaanse diaspora: Price, Bonds en Onovwerosuoke

Omordia verbreedde haar programma bewust naar de Afrikaanse diaspora. Florence Price was de eerste Afro-Amerikaanse vrouw wier symfonie door een Amerikaans orkest werd uitgevoerd (in 1933, door het Chicago Symphony Orchestra). Haar Fantasie Nègre verbindt het spiritualrepertoire van de zwarte gemeenschap in Amerika met de pianotradities van de Romantiek. Price creëerde hiermee een nieuw genre dat de rijkdom van African-American folk songs en hymnen tot concertmuziek verhief.

Nauw verwant aan Price’ erfenis is het werk van haar vriendin en leerlinge Margaret Bonds. Troubled Water is het bekendste deel uit haar Spiritual Su­ite, gebaseerd op de spiritual Wade in the Water – een lied dat in de slaventijd diende als gecodeerde boodschap op de ‘Underground Railroad’ (een geheim netwerk van abolitionisten in de VS en Canada, dat ontsnapte slaafgemaakten hielp via veilige routes en onderduik­adressen de vrije staten te bereiken, red.). Bonds verweeft de oerkrachtige melodie met jazz­harmonieën en syncopische texturen, en brengt zo een werk voort dat zowel het historische gewicht van de slavernij draagt als de vitaliteit van de zwarte muziektraditie viert.

Het recital van vandaag sluit af met een selectie uit de Studies in African Rhythms van Fred Onovwerosuoke, geboren in Ghana uit Nigeriaanse ouders, gevestigd in de Verenigde Staten en voor zijn doorlopende onderzoek al in meer dan dertig Afrikaanse landen geweest. Onovwerosuokes studies zijn encyclopedisch van opzet: elk stuk verkent een andere ritmische traditie van het continent, van de Pende- en Sanza-klanken van Centraal-Afrika tot de razendsnel bruisende Raging River Dance. 

Een kosmopoliet: Hajary

Een bijzonder persoonlijke noot klinkt door in de Surinaamse rapsodie van Majoie Hajary. Geboren in Paramaribo als dochter van een Hindoestaanse vader en een Afro-Chinese moeder, verliet Hajary als vijftienjarig meisje Suriname om piano te studeren in Amsterdam. In 1944 trad ze op in Het Concertgebouw, met het Concertgebouworkest. Later vertrok ze naar Zuid-Amerika, studeerde compositie bij Nadia ­Boulanger in ­Parijs en woonde op meerdere continenten – meereizend met de internationale loopbaan van haar man bij A­ir France. Haar composities weerspiegelen dat kosmopolitische bestaan: Afrikaanse, Aziatische en Surinaamse klanken versmelten daarin met klassieke muziek en jazz.

De Surinaamse rapsodie ontstond toen Hajary op tournee was in haar geboorteland en een arrangement maakte van het Surinaamse volksliedje Peroen, peroen, mi patron – een kinderliedje met een tekst uit de slaventijd. Ondanks haar indrukwekkende loopbaan bleef Hajary tijdens haar leven goeddeels onbekend. Pas na haar dood op 96-jarige leeftijd begon haar werk de aandacht te krijgen die het verdient.

Oost-Afrika: Yifrashewa

De Ethiopische pianist en componist Girma Yifrashewa vertegenwoordigt Oost-Afrika met Elilta – een woord dat de vreugdevolle kreten beschrijft waarmee Ethiopiërs feestelijke gelegenheden begroeten. De muziek is doordesemd van tinkelende trillerpassages die dat geluid nabootsen. Het pianostuk combineert Ethiopische toonladders met een stijl die doet denken aan het Franse impressionisme.

door Anthony Fiumara

Toelichting

door Anthony Fiumara

African Pianism

Het programma dat Rebeca Omordia presenteert, is niets minder dan een rondreis over het Afrikaanse continent en langs de Afrikaanse diaspora. Van Nigeriaanse pianosonates tot Marokkaanse nocturnes, van Ethiopische vreugdemuziek tot Zuid-Afrikaanse protestliederen en, dichter bij huis, een rapsodie van een Surinaams-Nederlandse componiste.

African Pianism is de naam van een genre dat opbloeide in West-Afrika en zich sindsdien over het hele continent verspreidde. Het is een pianotaal die eigen Afrikaanse muziek met al haar ritmes, melodieën en culturele gelaagdheid een podium geeft.

Nigeria: Bankole en Onyegi

Ayo Bankole is een sleutelfiguur in de moderne Afrikaanse kunstmuziek, maar bovenal een tragische. Hij werd in 1976 op 41-jarige leeftijd samen met zijn vrouw vermoord. Ondanks zijn veel te korte leven liet Bankole een indrukwekkend oeuvre na. De pianosonate ‘The Passion’ is daarvan het meest indringende werk. Zijn wetenschappelijke studie over de moderne Nigeriaanse muziek vormde de intellectuele voedingsbodem voor deze Tweede son­ate, waarin ­Afrikaanse traditie en christelijk geloof elkaar ontmoeten. Sinds de Fransman Olivier Messiaen (1908-1992) hebben maar weinig componisten hun christelijke inspiratie zo overtuigend in pianomuziek verankerd – terwijl Bankole tegelijker­tijd trouw bleef aan zijn muzikale wortels. Muziek die stroomt, zoals Bankole schreef, ‘uit het overlopende hart van de moeder van Jezus’. Later in het programma keert Bankole terug met de Egun Variations. Gebaseerd op een Egun-thema uit het Yoruba-land ­bezingt hij hier de kleurrijke ceremonie­cultuur van zijn volk.

Bankoles landgenoot Christian Onyeji schreef Ufie (Igbo Dance) als hommage aan de percussie-ensembles van de Igbo in de Anambra-regio van Oost-Nigeria. De titel verwijst naar een eretitel voor Igbo-mannen van aanzien en naar de houten ufie-spleettrom die daarbij hoort. Onyeji noemt zijn pianostijl zelf ‘drummistisch’: het ritme is geen begeleiding maar de ziel van het werk. De drie delen gebruiken de stemming van traditionele ukom-trommen. Het resultaat is ritmisch verfijnd, dansant, gecontroleerd en toch vrij.

Noord-Afrika: Benabdeljalil en Dada

Het mediterrane Afrika is vertegenwoordigd door twee componisten. De Marokkaanse pianist en componist Nabil Benabdel­jalil studeerde in Kyiv, maar zijn muzikale taal is diep geworteld in Arabische zanglijnen en de maqam (modi) van de Noord-Afrikaanse muziektraditie. Zijn Nocturne nr. 4 bestaat uit één ononderbroken melodische lijn, van begin tot eind, vol zachtheid en nostalgie. De melodie, ontwikkeld in de Koerdische modus, was oorspronkelijk geschreven als toonzetting van een gedicht van een Arabische dichter uit het moslim-­Andalusië, voor ze haar definitieve thuis vond in dit pianowerk.

De Nocturne nr. 6 ‘La montagne d’Imsfrane’ ontstond na een reis naar de Midden-Atlas in Marokko, vlak na de zwaarste fase van de coronalockdown. Het is een zoektocht naar vrijheid in de natuur en tegelijk een spirituele queeste. God, schrijft Benabdeljalil, is te vinden in zijn schitterendste tempel, de natuur zelf. In die gedachte klinkt dezelfde bezieling door die Bankole dreef.

Van de Algerijnse componist Salim Dada speelt Omordia delen uit zijn ­Miniatures Algériennes, een cyclus die de veelgelaagde muzikale cultuur van zijn geboorteland verkent – van de woestijnklanken van de Ahaggar-­bergen tot de stadse levenssfeer van Algiers. Dada’s muziek is doordrongen van Berber- en Arabische invloeden, die hij in een eigentijdse pianotaal giet.

Zuid-Afrika: Koapeng en McLachlan

Twee Zuid-Afrikaanse componisten brengen elk een totaal ander aspect van hun land mee. ­Mokale Koapeng groeide op in de townships van Soweto, en zijn Prelude in Des groot weerspiegelt dat: de muziek is doordrenkt van de danstradities die hij daar als kind dagelijks zag en hoorde, uitgewerkt in de zogenoemde interlocking-techniek van de ­idiofonen: het ineengrijpen van ritmische ­patronen zoals die in Afrikaanse percussietradities voorkomen.

Een heel andere toon slaat het arrangement van de protestsong Senzeni Na? (‘Wat hebben wij gedaan?’) aan, bewerkt voor piano door de in Kaapstad geboren Grant McLachlan. Het traditionele Zulu-lied was onlosmakelijk verbonden met de anti-apartheidsstrijd: het klonk bij begrafenissen en demonstraties door het hele land. De tekst stelt de pijnlijke, retorische vraag ‘Is onze zonde dat we zwart zijn?’ McLachlans pianoverwerking is sober en gedragen, met een stille woede die onder het oppervlak smeult.

De Afrikaanse diaspora: Price, Bonds en Onovwerosuoke

Omordia verbreedde haar programma bewust naar de Afrikaanse diaspora. Florence Price was de eerste Afro-Amerikaanse vrouw wier symfonie door een Amerikaans orkest werd uitgevoerd (in 1933, door het Chicago Symphony Orchestra). Haar Fantasie Nègre verbindt het spiritualrepertoire van de zwarte gemeenschap in Amerika met de pianotradities van de Romantiek. Price creëerde hiermee een nieuw genre dat de rijkdom van African-American folk songs en hymnen tot concertmuziek verhief.

Nauw verwant aan Price’ erfenis is het werk van haar vriendin en leerlinge Margaret Bonds. Troubled Water is het bekendste deel uit haar Spiritual Su­ite, gebaseerd op de spiritual Wade in the Water – een lied dat in de slaventijd diende als gecodeerde boodschap op de ‘Underground Railroad’ (een geheim netwerk van abolitionisten in de VS en Canada, dat ontsnapte slaafgemaakten hielp via veilige routes en onderduik­adressen de vrije staten te bereiken, red.). Bonds verweeft de oerkrachtige melodie met jazz­harmonieën en syncopische texturen, en brengt zo een werk voort dat zowel het historische gewicht van de slavernij draagt als de vitaliteit van de zwarte muziektraditie viert.

Het recital van vandaag sluit af met een selectie uit de Studies in African Rhythms van Fred Onovwerosuoke, geboren in Ghana uit Nigeriaanse ouders, gevestigd in de Verenigde Staten en voor zijn doorlopende onderzoek al in meer dan dertig Afrikaanse landen geweest. Onovwerosuokes studies zijn encyclopedisch van opzet: elk stuk verkent een andere ritmische traditie van het continent, van de Pende- en Sanza-klanken van Centraal-Afrika tot de razendsnel bruisende Raging River Dance. 

Een kosmopoliet: Hajary

Een bijzonder persoonlijke noot klinkt door in de Surinaamse rapsodie van Majoie Hajary. Geboren in Paramaribo als dochter van een Hindoestaanse vader en een Afro-Chinese moeder, verliet Hajary als vijftienjarig meisje Suriname om piano te studeren in Amsterdam. In 1944 trad ze op in Het Concertgebouw, met het Concertgebouworkest. Later vertrok ze naar Zuid-Amerika, studeerde compositie bij Nadia ­Boulanger in ­Parijs en woonde op meerdere continenten – meereizend met de internationale loopbaan van haar man bij A­ir France. Haar composities weerspiegelen dat kosmopolitische bestaan: Afrikaanse, Aziatische en Surinaamse klanken versmelten daarin met klassieke muziek en jazz.

De Surinaamse rapsodie ontstond toen Hajary op tournee was in haar geboorteland en een arrangement maakte van het Surinaamse volksliedje Peroen, peroen, mi patron – een kinderliedje met een tekst uit de slaventijd. Ondanks haar indrukwekkende loopbaan bleef Hajary tijdens haar leven goeddeels onbekend. Pas na haar dood op 96-jarige leeftijd begon haar werk de aandacht te krijgen die het verdient.

Oost-Afrika: Yifrashewa

De Ethiopische pianist en componist Girma Yifrashewa vertegenwoordigt Oost-Afrika met Elilta – een woord dat de vreugdevolle kreten beschrijft waarmee Ethiopiërs feestelijke gelegenheden begroeten. De muziek is doordesemd van tinkelende trillerpassages die dat geluid nabootsen. Het pianostuk combineert Ethiopische toonladders met een stijl die doet denken aan het Franse impressionisme.

African Pianism

Het programma dat Rebeca Omordia presenteert, is niets minder dan een rondreis over het Afrikaanse continent en langs de Afrikaanse diaspora. Van Nigeriaanse pianosonates tot Marokkaanse nocturnes, van Ethiopische vreugdemuziek tot Zuid-Afrikaanse protestliederen en, dichter bij huis, een rapsodie van een Surinaams-Nederlandse componiste.

African Pianism is de naam van een genre dat opbloeide in West-Afrika en zich sindsdien over het hele continent verspreidde. Het is een pianotaal die eigen Afrikaanse muziek met al haar ritmes, melodieën en culturele gelaagdheid een podium geeft.

Nigeria: Bankole en Onyegi

Ayo Bankole is een sleutelfiguur in de moderne Afrikaanse kunstmuziek, maar bovenal een tragische. Hij werd in 1976 op 41-jarige leeftijd samen met zijn vrouw vermoord. Ondanks zijn veel te korte leven liet Bankole een indrukwekkend oeuvre na. De pianosonate ‘The Passion’ is daarvan het meest indringende werk. Zijn wetenschappelijke studie over de moderne Nigeriaanse muziek vormde de intellectuele voedingsbodem voor deze Tweede son­ate, waarin ­Afrikaanse traditie en christelijk geloof elkaar ontmoeten. Sinds de Fransman Olivier Messiaen (1908-1992) hebben maar weinig componisten hun christelijke inspiratie zo overtuigend in pianomuziek verankerd – terwijl Bankole tegelijker­tijd trouw bleef aan zijn muzikale wortels. Muziek die stroomt, zoals Bankole schreef, ‘uit het overlopende hart van de moeder van Jezus’. Later in het programma keert Bankole terug met de Egun Variations. Gebaseerd op een Egun-thema uit het Yoruba-land ­bezingt hij hier de kleurrijke ceremonie­cultuur van zijn volk.

Bankoles landgenoot Christian Onyeji schreef Ufie (Igbo Dance) als hommage aan de percussie-ensembles van de Igbo in de Anambra-regio van Oost-Nigeria. De titel verwijst naar een eretitel voor Igbo-mannen van aanzien en naar de houten ufie-spleettrom die daarbij hoort. Onyeji noemt zijn pianostijl zelf ‘drummistisch’: het ritme is geen begeleiding maar de ziel van het werk. De drie delen gebruiken de stemming van traditionele ukom-trommen. Het resultaat is ritmisch verfijnd, dansant, gecontroleerd en toch vrij.

Noord-Afrika: Benabdeljalil en Dada

Het mediterrane Afrika is vertegenwoordigd door twee componisten. De Marokkaanse pianist en componist Nabil Benabdel­jalil studeerde in Kyiv, maar zijn muzikale taal is diep geworteld in Arabische zanglijnen en de maqam (modi) van de Noord-Afrikaanse muziektraditie. Zijn Nocturne nr. 4 bestaat uit één ononderbroken melodische lijn, van begin tot eind, vol zachtheid en nostalgie. De melodie, ontwikkeld in de Koerdische modus, was oorspronkelijk geschreven als toonzetting van een gedicht van een Arabische dichter uit het moslim-­Andalusië, voor ze haar definitieve thuis vond in dit pianowerk.

De Nocturne nr. 6 ‘La montagne d’Imsfrane’ ontstond na een reis naar de Midden-Atlas in Marokko, vlak na de zwaarste fase van de coronalockdown. Het is een zoektocht naar vrijheid in de natuur en tegelijk een spirituele queeste. God, schrijft Benabdeljalil, is te vinden in zijn schitterendste tempel, de natuur zelf. In die gedachte klinkt dezelfde bezieling door die Bankole dreef.

Van de Algerijnse componist Salim Dada speelt Omordia delen uit zijn ­Miniatures Algériennes, een cyclus die de veelgelaagde muzikale cultuur van zijn geboorteland verkent – van de woestijnklanken van de Ahaggar-­bergen tot de stadse levenssfeer van Algiers. Dada’s muziek is doordrongen van Berber- en Arabische invloeden, die hij in een eigentijdse pianotaal giet.

Zuid-Afrika: Koapeng en McLachlan

Twee Zuid-Afrikaanse componisten brengen elk een totaal ander aspect van hun land mee. ­Mokale Koapeng groeide op in de townships van Soweto, en zijn Prelude in Des groot weerspiegelt dat: de muziek is doordrenkt van de danstradities die hij daar als kind dagelijks zag en hoorde, uitgewerkt in de zogenoemde interlocking-techniek van de ­idiofonen: het ineengrijpen van ritmische ­patronen zoals die in Afrikaanse percussietradities voorkomen.

Een heel andere toon slaat het arrangement van de protestsong Senzeni Na? (‘Wat hebben wij gedaan?’) aan, bewerkt voor piano door de in Kaapstad geboren Grant McLachlan. Het traditionele Zulu-lied was onlosmakelijk verbonden met de anti-apartheidsstrijd: het klonk bij begrafenissen en demonstraties door het hele land. De tekst stelt de pijnlijke, retorische vraag ‘Is onze zonde dat we zwart zijn?’ McLachlans pianoverwerking is sober en gedragen, met een stille woede die onder het oppervlak smeult.

De Afrikaanse diaspora: Price, Bonds en Onovwerosuoke

Omordia verbreedde haar programma bewust naar de Afrikaanse diaspora. Florence Price was de eerste Afro-Amerikaanse vrouw wier symfonie door een Amerikaans orkest werd uitgevoerd (in 1933, door het Chicago Symphony Orchestra). Haar Fantasie Nègre verbindt het spiritualrepertoire van de zwarte gemeenschap in Amerika met de pianotradities van de Romantiek. Price creëerde hiermee een nieuw genre dat de rijkdom van African-American folk songs en hymnen tot concertmuziek verhief.

Nauw verwant aan Price’ erfenis is het werk van haar vriendin en leerlinge Margaret Bonds. Troubled Water is het bekendste deel uit haar Spiritual Su­ite, gebaseerd op de spiritual Wade in the Water – een lied dat in de slaventijd diende als gecodeerde boodschap op de ‘Underground Railroad’ (een geheim netwerk van abolitionisten in de VS en Canada, dat ontsnapte slaafgemaakten hielp via veilige routes en onderduik­adressen de vrije staten te bereiken, red.). Bonds verweeft de oerkrachtige melodie met jazz­harmonieën en syncopische texturen, en brengt zo een werk voort dat zowel het historische gewicht van de slavernij draagt als de vitaliteit van de zwarte muziektraditie viert.

Het recital van vandaag sluit af met een selectie uit de Studies in African Rhythms van Fred Onovwerosuoke, geboren in Ghana uit Nigeriaanse ouders, gevestigd in de Verenigde Staten en voor zijn doorlopende onderzoek al in meer dan dertig Afrikaanse landen geweest. Onovwerosuokes studies zijn encyclopedisch van opzet: elk stuk verkent een andere ritmische traditie van het continent, van de Pende- en Sanza-klanken van Centraal-Afrika tot de razendsnel bruisende Raging River Dance. 

Een kosmopoliet: Hajary

Een bijzonder persoonlijke noot klinkt door in de Surinaamse rapsodie van Majoie Hajary. Geboren in Paramaribo als dochter van een Hindoestaanse vader en een Afro-Chinese moeder, verliet Hajary als vijftienjarig meisje Suriname om piano te studeren in Amsterdam. In 1944 trad ze op in Het Concertgebouw, met het Concertgebouworkest. Later vertrok ze naar Zuid-Amerika, studeerde compositie bij Nadia ­Boulanger in ­Parijs en woonde op meerdere continenten – meereizend met de internationale loopbaan van haar man bij A­ir France. Haar composities weerspiegelen dat kosmopolitische bestaan: Afrikaanse, Aziatische en Surinaamse klanken versmelten daarin met klassieke muziek en jazz.

De Surinaamse rapsodie ontstond toen Hajary op tournee was in haar geboorteland en een arrangement maakte van het Surinaamse volksliedje Peroen, peroen, mi patron – een kinderliedje met een tekst uit de slaventijd. Ondanks haar indrukwekkende loopbaan bleef Hajary tijdens haar leven goeddeels onbekend. Pas na haar dood op 96-jarige leeftijd begon haar werk de aandacht te krijgen die het verdient.

Oost-Afrika: Yifrashewa

De Ethiopische pianist en componist Girma Yifrashewa vertegenwoordigt Oost-Afrika met Elilta – een woord dat de vreugdevolle kreten beschrijft waarmee Ethiopiërs feestelijke gelegenheden begroeten. De muziek is doordesemd van tinkelende trillerpassages die dat geluid nabootsen. Het pianostuk combineert Ethiopische toonladders met een stijl die doet denken aan het Franse impressionisme.

door Anthony Fiumara

Biografie

Rebeca Omordia, piano

De in Roemenië geboren Brits-­Nigeriaanse pianiste Rebeca Omordia wordt internationaal geroemd om haar baanbrekende werk op het gebied van de Afrikaanse klassieke muziek. Met haar concerten en opnamen biedt ze nieuwe perspectieven op het klassieke pianorepertoire. Ze heeft composities opgespoord en opgenomen van verschillende invloedrijke Afrikaanse componisten uit heden en verleden.

Haar discografie omvat onder meer het met de BBC Music Magazine Award bekroonde Pianoconcert van Errollyn Wallen, speciaal voor haar gecomponeerd en uitgevoerd met het BBC Concert Orchestra onder leiding van John Andrews. Ze werkte samen met internationale musici zoals cellist Julian Lloyd Webber en contrabassist Leon Bosch. Naast haar concerten geeft Rebeca Omordia lezingen en masterclasses aan ge­­renommeerde conservatoria, waarin ze zich samen met de studenten verdiept in klassieke muziek uit Afrika – dit deed ze afgelopen februari ook aan het Conservatorium van Amsterdam.

Rebeca Omordia tourt al vele jaren de wereld over met haar project African Pianism, een fascinerende kaleidoscoop van ­pianowerken uit heel Afrika dat door The Guardian al eens werd omschreven als ‘wilde en glinsterende pianojuweeltjes’. In 2019 lanceerde ze de African Concert Series, sinds 2022 gesitueerd in Wigmore Hall in Londen, met als doel via maandelijkse optredens een platform te creëren voor Afrikaanse klassieke muziek.

Rebeca Omordia studeerde aan de ­National University of Music in Boekarest, het Royal Birmingham Conservatoire en het Trinity College of Music in Londen bij onder anderen Dana Borsan en Mikhail Kazakevich. Ze treedt voor het eerst op in Het Concertgebouw.