Nog geen account of wachtwoord vergeten? Ga dan naar concertgebouw.nl
achtergrond

Een nieuwe Duitse dimensie

door Mark van Dongen
24 mei 2021 24 mei 2021

Deze maand speelt het Concertgebouw­orkest bij De Nationale Opera Die ersten ­Menschen, waarmee Rudi ­Stephan een nieuwe muzikale richting insloeg – vlak voordat hij aan het front omkwam. We bekijken zijn muziek door de ogen van musicoloog en oud-orkest-directeur Marius Flothuis.

In zijn lessen aan de RUU (tegenwoordig Universiteit Utrecht) leek Marius Flothuis – artistiek directeur van het Concertgebouworkest tot zijn aanstelling als hoogleraar in 1974 – een obsessie te hebben met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, in zijn geboortejaar 1914.

Bij zijn aanstelling moet hij hebben bedongen dat de periode die hij zou bestrijken als docent muziekgeschiedenis van de achttiende-eeuwse Weense Klassieken en de negentiende-eeuwse Romantiek door zou lopen tot en met dat jaar. Zo zou ze de met schandalen omgeven revolutionaire werken van 1913 nog omvatten: Le sacre du printemps van Stravinsky en het programma dat Schönberg dirigeerde tijdens het roemruchte ‘Skandalkonzert’ in Wenen op 31 maart dat jaar.

In zijn lessen aan de RUU (tegenwoordig Universiteit Utrecht) leek Marius Flothuis – artistiek directeur van het Concertgebouworkest tot zijn aanstelling als hoogleraar in 1974 – een obsessie te hebben met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, in zijn geboortejaar 1914.

Bij zijn aanstelling moet hij hebben bedongen dat de periode die hij zou bestrijken als docent muziekgeschiedenis van de achttiende-eeuwse Weense Klassieken en de negentiende-eeuwse Romantiek door zou lopen tot en met dat jaar. Zo zou ze de met schandalen omgeven revolutionaire werken van 1913 nog omvatten: Le sacre du printemps van Stravinsky en het programma dat Schönberg dirigeerde tijdens het roemruchte ‘Skandalkonzert’ in Wenen op 31 maart dat jaar.

  • Rudi Stephan (jaartal onbekend)

    Rudi Stephan (jaartal onbekend)

  • Marius Flothuis

    foto: Robert Schlingemann

    Marius Flothuis

    foto: Robert Schlingemann

  • Rudi Stephan (jaartal onbekend)

    Rudi Stephan (jaartal onbekend)

  • Marius Flothuis

    foto: Robert Schlingemann

    Marius Flothuis

    foto: Robert Schlingemann

De oorlog bracht daaropvolgend een grote omwenteling in de muziekgeschiedenis, en sloot voor Flothuis daarmee de Romantiek definitief af. Bijzondere aandacht besteedde hij aan een jonge Duitse componist die op het slagveld sneuvelde, Rudi Stephan (1887-1915), die zo logischerwijs aan het einde van ­Flothuis’ anderhalf jaar durende cursus aan bod kwam.

Een nieuwe taal

In zijn boekje Mijlpalen & keerpunten in de muziek van de twintigste eeuw ­behandelt Flothuis onder de titel Drei Musiken 1910-1913 Stephans Musik für Orchester (1910-12), Musik für sieben Saiteninstrumente (1911) en Musik für Geige und Orchester (1913). Muziek die behalve qua titel ook in structuur en samenklank afweek van wat men rond 1900 in Duitsland gewend was.

Zo is de structuur niet onderworpen aan thematische doorwerking of ontwikkeling, maar – in de formulering van Flothuis – ‘nevenschikkend’: de episoden zijn door een moderne vorm van transformatie met elkaar verbonden. Daarmee bedoelde Flothuis dat een motief, dat min of meer terloops in een episode optreedt, binnen de nieuwe context van een volgende episode een andere betekenis krijgt. Het is geen variant of verwerking, het motief wordt getransformeerd.

Stephans muziek is verwant aan de vrije tonaliteit van Debussy

Het model hiervoor was Claude ­Debussy (1862-1918), die als een van de eersten de functionele tonaliteit en traditionele dualiteit van thema’s (bekend van de sonatevorm) verwierp. Zijn muziek heeft wel een tonaal centrum, maar is gespeend van harmonische functionaliteit. Hoewel Stephans muziek verbonden is aan de progressieve Duitse toontaal van elkaar opvolgende chromatische voorhoudingen, die van Wagner en Strauss naar de vrije atonaliteit en later de dodecafonie van Schönberg voert, is ze hierin dus verwant aan de vrije tonaliteit van Debussy.

Flothuis wijst erop dat Stephan daarmee in aanraking moet zijn gekomen nadat hij in 1906 in München was gaan wonen, waar toen een aan de nieuwe Franse muziek gewijd tweedaags ­muziekfeest plaatsvond. Het is bekend dat hij daar Debussy’s opera Pelléas et Mélisande bestudeerde, het werk waarin de Franse componist zich definitief ontworstelde aan Wagner en de Romantiek.

De oorlog bracht daaropvolgend een grote omwenteling in de muziekgeschiedenis, en sloot voor Flothuis daarmee de Romantiek definitief af. Bijzondere aandacht besteedde hij aan een jonge Duitse componist die op het slagveld sneuvelde, Rudi Stephan (1887-1915), die zo logischerwijs aan het einde van ­Flothuis’ anderhalf jaar durende cursus aan bod kwam.

Een nieuwe taal

In zijn boekje Mijlpalen & keerpunten in de muziek van de twintigste eeuw ­behandelt Flothuis onder de titel Drei Musiken 1910-1913 Stephans Musik für Orchester (1910-12), Musik für sieben Saiteninstrumente (1911) en Musik für Geige und Orchester (1913). Muziek die behalve qua titel ook in structuur en samenklank afweek van wat men rond 1900 in Duitsland gewend was.

Zo is de structuur niet onderworpen aan thematische doorwerking of ontwikkeling, maar – in de formulering van Flothuis – ‘nevenschikkend’: de episoden zijn door een moderne vorm van transformatie met elkaar verbonden. Daarmee bedoelde Flothuis dat een motief, dat min of meer terloops in een episode optreedt, binnen de nieuwe context van een volgende episode een andere betekenis krijgt. Het is geen variant of verwerking, het motief wordt getransformeerd.

Stephans muziek is verwant aan de vrije tonaliteit van Debussy

Het model hiervoor was Claude ­Debussy (1862-1918), die als een van de eersten de functionele tonaliteit en traditionele dualiteit van thema’s (bekend van de sonatevorm) verwierp. Zijn muziek heeft wel een tonaal centrum, maar is gespeend van harmonische functionaliteit. Hoewel Stephans muziek verbonden is aan de progressieve Duitse toontaal van elkaar opvolgende chromatische voorhoudingen, die van Wagner en Strauss naar de vrije atonaliteit en later de dodecafonie van Schönberg voert, is ze hierin dus verwant aan de vrije tonaliteit van Debussy.

Flothuis wijst erop dat Stephan daarmee in aanraking moet zijn gekomen nadat hij in 1906 in München was gaan wonen, waar toen een aan de nieuwe Franse muziek gewijd tweedaags ­muziekfeest plaatsvond. Het is bekend dat hij daar Debussy’s opera Pelléas et Mélisande bestudeerde, het werk waarin de Franse componist zich definitief ontworstelde aan Wagner en de Romantiek.

Een nieuwe esthetiek

Flothuis concludeert dat Stephan daarmee een unieke positie innam onder de jonge Duitse componisten van zijn tijd. Overigens was in precies die tijd ook de Nederlandse componist Jan Ingenhoven in München werkzaam, die daar in drie werken voor klein orkest te kennen gaf met dezelfde ontwikkeling richting een nieuwe, abstracte esthetiek bezig te zijn. Andere verwanten zijn Anton Webern en de jonge Paul Hindemith (en, wellicht meer in theorie dan in praktijk, de Italiaan Ferruccio Busoni).

Natuurlijk was er sinds de late werken van Liszt ook in Midden-Europa een vernieuwingstendens die wegvoerde van de ‘Neudeutsche Schule’ en die met harmonische verwijding en cyclische principes (‘transformatie’ van motieven als bouwstenen vervangt ‘doorwerking’ van thema’s of melodieën) aansloot bij het Franse ‘impressionisme’. Impressionisme is echter een misleidende term, ontleend aan de al wat oudere Franse schilderkunst.

Echt impressionistisch is alleen het vroege werk van Debussy, zoals de Prélude à l’après-midi d’un faune. Voor La mer of Pelléas zijn stromingen als symbolisme of zelfs fauvisme veel relevanter. Maar ook deze zijn niet direct in verband te brengen met Stephan, voor wie we veeleer moeten kijken naar de naar abstractie toewerkende expressionistische kunstenaarsgroep Der Blaue Reiter, in München actief van 1911 tot 1914, met onder anderen Wassily Kandinsky en Franz Marc. De laatste sneuvelde in 1916 aan het front in Verdun.

Die ersten Menschen

In 1914 voltooide Stephan (nagenoeg) zijn opera Die ersten Menschen, die meer dan zijn andere werken wijst in de richting waarin hij zich ontwikkeld zou hebben als hij niet op 28-jarige leeftijd gesneuveld was. De opera werd pas in 1920 voor het eerst opgevoerd, mede door de oorlog en zijn dood in een loopgraaf aan het oostfront, waarin hij twee weken na zijn vrijwillige mobilisatie door een Russische scherpschutter werd geraakt.

Desalniettemin kan de jonge componist geen andere voorbeelden hebben gehad dan de opera van Debussy en de recentere muziekdrama’s Salomé en Elektra van Richard Strauss. Het verwante Der ferne Klang van Franz Schreker werd in 1912 gespeeld in Frankfurt – waar ook Die ersten Menschen voor het najaar van 1915 op het speelplan was gezet – toen Stephan al drie jaar aan zijn eigen opera werkte. Latere opera’s als Schrekers Die Gezeichneten (1913-15), Die tote Stadt van Korngold (1920), Doktor Faustus van Busoni (1915) en Moses und Aron van Schönberg (1930-32) heeft hij nooit kunnen horen.

Stephan nam een unieke positie in onder de jonge Duitse componisten van zijn tijd

Nadat Die ersten Menschen, in een kortere versie en met aanpassing (‘Bereinigung’) van de in de tekst meest omstreden passages, in 1924 opnieuw werd uitgebracht, beleefde het werk een reeks succesvolle opvoeringen in diverse Duitse operahuizen, om met de reactionaire tijdgeest na 1933 van het speelplan te verdwijnen. Stephans enige muziekdrama – schetsen voor andere opera’s gingen verloren bij het bombardement op zijn geboortestad Worms in 1945 – moest daarna wachten op de herwaardering van de ‘Entartete Musik’ en werd in 1983 herontdekt, eerst in de verkorte versie, vervolgens in de gerestaureerde complete versie.

Bij het Concertgebouworkest stond Stephans Musik für Geige und Orchester in 1930 en 1940 op de lessenaars, en Musik für Orchester in 1944 en 1959. In 1990 bracht het orkest onder leiding van Gerd Albrecht ook de Musik für sieben Saiteninstrumente ten uitvoer. De tekst van Mijlpalen & keerpunten werd in 2003 gepubliceerd, twee jaar na het overlijden van de auteur, die de huidige opvoeringen van Die ersten ­Menschen ongetwijfeld met enthousiasme zou hebben begroet. Flothuis: ‘Ware Stephan niet in 1915 op het slagveld gesneuveld, dan had hij een geheel nieuwe dimensie aan de Duitse muziek kunnen toevoegen.’

SYNOPSIS
Die ersten Menschen speelt zich af in een uitgestrekt oerlandschap, waar het eerste gezin op aarde onderlinge confrontaties niet uit de weg kan gaan. De eerste twee mensen op aarde waren verliefd; de derde mens vermoordde de vierde. De Duitse auteur Otto Borngräber gaf het libretto, gebaseerd op een toneelstuk van eigen hand, de ondertitel ‘Erotisches Mysterium’ mee. In zijn symbolenrijke interpretatie van het bijbelverhaal liet hij zich duidelijk inspireren door Freuds psychoanalyse, die in zijn tijd hoogtij vierde. Borngräber laat zien hoe de oerfamilie – Adahm en Chawa en hun zoons Kajin en Chabel – wordt verscheurd door de spanning tussen de seksuele drift en het gretige leven enerzijds en geestelijke devotie anderzijds.

De opera ging in 1920 postuum in wereldpremière en is slechts sporadisch geënsceneerd. De Nederlandse première vindt plaats op 3 juni, als onderdeel van het Holland Festival. Als de dan geldende maatregelen toelaten dat publiek is toegestaan zullen er extra voorstellingen zijn. In elk geval wordt de première ook gestreamd.

Een nieuwe esthetiek

Flothuis concludeert dat Stephan daarmee een unieke positie innam onder de jonge Duitse componisten van zijn tijd. Overigens was in precies die tijd ook de Nederlandse componist Jan Ingenhoven in München werkzaam, die daar in drie werken voor klein orkest te kennen gaf met dezelfde ontwikkeling richting een nieuwe, abstracte esthetiek bezig te zijn. Andere verwanten zijn Anton Webern en de jonge Paul Hindemith (en, wellicht meer in theorie dan in praktijk, de Italiaan Ferruccio Busoni).

Natuurlijk was er sinds de late werken van Liszt ook in Midden-Europa een vernieuwingstendens die wegvoerde van de ‘Neudeutsche Schule’ en die met harmonische verwijding en cyclische principes (‘transformatie’ van motieven als bouwstenen vervangt ‘doorwerking’ van thema’s of melodieën) aansloot bij het Franse ‘impressionisme’. Impressionisme is echter een misleidende term, ontleend aan de al wat oudere Franse schilderkunst.

Echt impressionistisch is alleen het vroege werk van Debussy, zoals de Prélude à l’après-midi d’un faune. Voor La mer of Pelléas zijn stromingen als symbolisme of zelfs fauvisme veel relevanter. Maar ook deze zijn niet direct in verband te brengen met Stephan, voor wie we veeleer moeten kijken naar de naar abstractie toewerkende expressionistische kunstenaarsgroep Der Blaue Reiter, in München actief van 1911 tot 1914, met onder anderen Wassily Kandinsky en Franz Marc. De laatste sneuvelde in 1916 aan het front in Verdun.

Die ersten Menschen

In 1914 voltooide Stephan (nagenoeg) zijn opera Die ersten Menschen, die meer dan zijn andere werken wijst in de richting waarin hij zich ontwikkeld zou hebben als hij niet op 28-jarige leeftijd gesneuveld was. De opera werd pas in 1920 voor het eerst opgevoerd, mede door de oorlog en zijn dood in een loopgraaf aan het oostfront, waarin hij twee weken na zijn vrijwillige mobilisatie door een Russische scherpschutter werd geraakt.

Desalniettemin kan de jonge componist geen andere voorbeelden hebben gehad dan de opera van Debussy en de recentere muziekdrama’s Salomé en Elektra van Richard Strauss. Het verwante Der ferne Klang van Franz Schreker werd in 1912 gespeeld in Frankfurt – waar ook Die ersten Menschen voor het najaar van 1915 op het speelplan was gezet – toen Stephan al drie jaar aan zijn eigen opera werkte. Latere opera’s als Schrekers Die Gezeichneten (1913-15), Die tote Stadt van Korngold (1920), Doktor Faustus van Busoni (1915) en Moses und Aron van Schönberg (1930-32) heeft hij nooit kunnen horen.

Stephan nam een unieke positie in onder de jonge Duitse componisten van zijn tijd

Nadat Die ersten Menschen, in een kortere versie en met aanpassing (‘Bereinigung’) van de in de tekst meest omstreden passages, in 1924 opnieuw werd uitgebracht, beleefde het werk een reeks succesvolle opvoeringen in diverse Duitse operahuizen, om met de reactionaire tijdgeest na 1933 van het speelplan te verdwijnen. Stephans enige muziekdrama – schetsen voor andere opera’s gingen verloren bij het bombardement op zijn geboortestad Worms in 1945 – moest daarna wachten op de herwaardering van de ‘Entartete Musik’ en werd in 1983 herontdekt, eerst in de verkorte versie, vervolgens in de gerestaureerde complete versie.

Bij het Concertgebouworkest stond Stephans Musik für Geige und Orchester in 1930 en 1940 op de lessenaars, en Musik für Orchester in 1944 en 1959. In 1990 bracht het orkest onder leiding van Gerd Albrecht ook de Musik für sieben Saiteninstrumente ten uitvoer. De tekst van Mijlpalen & keerpunten werd in 2003 gepubliceerd, twee jaar na het overlijden van de auteur, die de huidige opvoeringen van Die ersten ­Menschen ongetwijfeld met enthousiasme zou hebben begroet. Flothuis: ‘Ware Stephan niet in 1915 op het slagveld gesneuveld, dan had hij een geheel nieuwe dimensie aan de Duitse muziek kunnen toevoegen.’

SYNOPSIS
Die ersten Menschen speelt zich af in een uitgestrekt oerlandschap, waar het eerste gezin op aarde onderlinge confrontaties niet uit de weg kan gaan. De eerste twee mensen op aarde waren verliefd; de derde mens vermoordde de vierde. De Duitse auteur Otto Borngräber gaf het libretto, gebaseerd op een toneelstuk van eigen hand, de ondertitel ‘Erotisches Mysterium’ mee. In zijn symbolenrijke interpretatie van het bijbelverhaal liet hij zich duidelijk inspireren door Freuds psychoanalyse, die in zijn tijd hoogtij vierde. Borngräber laat zien hoe de oerfamilie – Adahm en Chawa en hun zoons Kajin en Chabel – wordt verscheurd door de spanning tussen de seksuele drift en het gretige leven enerzijds en geestelijke devotie anderzijds.

De opera ging in 1920 postuum in wereldpremière en is slechts sporadisch geënsceneerd. De Nederlandse première vindt plaats op 3 juni, als onderdeel van het Holland Festival. Als de dan geldende maatregelen toelaten dat publiek is toegestaan zullen er extra voorstellingen zijn. In elk geval wordt de première ook gestreamd.

Dit artikel wordt u gratis aangeboden door Preludium. Meer lezen? Abonneer dan nu.