Nog geen account of wachtwoord vergeten? Ga dan naar concertgebouw.nl

Wat is een dwarsfluit?

dwarsfluit

De dwarsfluit is na de piccolo het hoogste instrument van de houtblazerssectie in een orkest.

Wat is een dwarsfluit?

De dwarsfluit is na de piccolo het hoogste instrument van de houtblazerssectie in een orkest.

Alternatief voor de blokfluit

Zoals de naam aangeeft wordt een dwarsfluit haaks op de blaasrichting bespeeld. Dwarsfluiten raakten in de loop van de 16e eeuw in zwang. Ze vormden een alternatief voor de gangbare blokfluiten: orkestbezettingen werden steeds groter en vroegen om instrumenten met een luidere klank.

De directe voorloper van de huidige dwarsfluit was de traverso, een houten fluit uit de Barokperiode. Daarom wordt het instrument nog altijd bij de houtblazers ingedeeld, ook al zijn moderne dwarsfluiten van metaal.

Leger

De dwarsfluit heeft een millenialange voorgeschiedenis: de eerste exemplaren, uit beenderen gemaakt, zijn meer dan veertigduizend jaar oud. Brede bekendheid kreeg het instrument pas rond 1500 doordat het leger dwarsfluiten als signaal-instrument gebruikten. In een symfonieorkest wordt naast de ‘standaardfluit’ in C de hoger (en luider) klinkende piccolo gebruikt, en incidenteel ook de lagere altfluit en basfluit.

 

Böhm

De klank ontstaat doordat lucht langs een opening in een smalle buis wordt geblazen. De moderne concertfluit heeft een kleppensysteem dat rond 1840 werd ontwikkeld door Theobald Böhm, ter vervanging van de vingergaten.

Dit systeem maakte chromatische toonladders mogelijk en verbeterde de klank, waardoor de fluit standhield tegen het steeds grotere aantal koperblazers in een orkest. Het ‘Böhm-systeem’ werd vervolgens ook toegepast op hobo’s en klarinetten.

Rol van de dwarsfluit

In de Barok was de dwarsfluit al favoriet in balletmuziek en opera, mede door de fluwelige klank en de associatie met herders en landelijkheid. Soloconcerten werden gecomponeerd door onder anderen Vivaldi, Pergolesi en C.Ph.E. Bach.

In de Klassieke periode volgden de concerten van Gluck en Mozart. Tijdens de Romantiek werd de dwarsfluit volop gebruikt als kleur-instrument in orkestwerken, maar minder als solo-instrument.

In de twintigste eeuw keerde de fluit terug op de voorgrond door de groeiende betekenis van kleine ensembles. Claude Debussy’s solostuk Syrinx (1913) werd een ijkpunt voor latere fluitcomposities. In de jaren zeventig piekte de dwarsfluit tevens in jazz, funk en pop.