Nog geen account of wachtwoord vergeten? Ga dan naar concertgebouw.nl

Wat is een doo-whop-progressie?

doo-wop-progressie

De doo-wop-progressie is een opeenvolging van akkoorden die veel voorkomt in popmuziek van de jaren ‘50.

Wat is de doo-wop-progressie?

De doo-wop-progressie, die ook wel bekend staat als de 50s progression, is een specifieke opeenvolging van vier akkoorden die gedurende een stuk wordt herhaald. De opeenvolging is: I-vi-IV-V. In de toonsoort C majeur is de doo-wop-progressie: C majeur - a mineur - F majeur - G majeur.

De doo-wop-progressie beleefde zijn hoogtijdagen in de jaren ‘50 en was vooral te horen in doo-wop muziek, zo genoemd vanwege de lettergrepen die de achtergrondzangers zongen. Bekende nummers uit deze tijd zijn Earth Angel van de Penguins en Stand By Me van Ben E. King. (Hierdoor wordt er ook wel verwezen naar de progressie als 'Stand by Me changes'.)

Stand By Me van Ben E. King

Ook na het doo-wop tijdperk duikt de akkoordprogressie nog regelmatig op, zoals in Jesus of Suburbia van de rockgroep Green Day, Eternal Flame van de Bangles, True Blue van Madonna en zelfs het ironisch populair geworden Friday van Rebecca Black.

De doo-wop-progressie in klassieke muziek

De 50s progression is niet in de jaren '50 uitgevonden, maar werd ruim voor de jaren 1950 al gebruikt. Al in de zeventiende eeuw gebruikte de componist Dietrich Buxtehude de progressie in zijn toonzetting van Psalm 42 Quem ad modum desiderat cervis en Johann Sebastian Bach begint er zijn cantate Wachet auf mee.

Wachet auf, ruft uns die Stimme (BWV 140), Johann Sebastian Bach

Wolfgang Amadeus Mozart maakte er zelfs meerdere malen gebruik van, in bijvoorbeeld het begin van het Tweeëntwintigste pianoconcert, waarin hij het eerste akkoord weliswaar flink uitsmeert alvorens de laatste drie volgen.

Het allegro uit Mozarts Tweeëntwintigste pianoconcert