Nog geen account of wachtwoord vergeten? Ga dan naar concertgebouw.nl
interview

De nieuwe directie van het Concertgebouworkest

door Martijn Voorvelt
22 apr. 2021 22 april 2021

Het Koninklijk Concertgebouworkest heeft weer een voltallige directie, nu David Bazen gezelschap heeft gekregen van Ulrike Niehoff en Dominik Winterling. Wie zijn zij, en hoe gaan ze het aanpakken?

Directie KCO, maart 2021

foto: Anne Dokter

Directie KCO, maart 2021

foto: Anne Dokter

Directie KCO, maart 2021

foto: Anne Dokter

Directie KCO, maart 2021

foto: Anne Dokter

Kort na het vertrek van algemeen directeur Jan Raes op 1 januari 2020 barstte de coronacrisis los, en sinds de pensionering van artistiek directeur Joel Ethan Fried in augustus stond David Bazen er alleen voor, in zijn tijdelijke functie als algemeen directeur van het Concertgebouw­orkest. ‘Het was een heel raar jaar, en er is heel veel gebeurd, maar er zijn ook veel dingen niet gebeurd, omdat we daar te weinig mensen voor hadden.’ Gelukkig zijn de vacatures na een grondige zoektocht ingevuld. Op 1 januari 2021 startte Ulrike Niehoff als artistiek directeur, sinds 1 maart maakt directievoorzitter Dominik Winterling de driekoppige directie compleet. Bazen, al 22 jaar werkzaam bij het orkest, is nu directeur bedrijfsvoering.

Gelijkwaardigheid

Het was al gauw duidelijk dat de nieuwe directie op basis van gelijkwaardigheid zou gaan samenwerken. ‘In feite werkten Jan, Joel en ik al op die manier’, legt Bazen uit, ‘maar het was structureel nog anders ingericht. We hebben de directiestructuur dus aangepast aan de praktijk.’ Bij de taakverdeling waren de persoonlijk­heden en expertises van het drietal leidend. ‘Het is heel spannend voor ons om samen af te stemmen hoe we taken en dossiers onderling verdelen, zodanig dat we goed op de hoogte zijn van elkaars activiteiten zonder dat we elkaar in de weg lopen of vertragen’, zegt Bazen. ‘We zullen nauw contact hebben over alle mogelijke onderwerpen’, beaamt Dominik Winterling. ‘We willen zo vaak mogelijk aan deze tafel zitten om een duidelijke strategie te kunnen formuleren bij alles wat we doen.’

Grootse belevenis

Winterling noemt zichzelf ‘een soort hybride. Als pianist heb ik een artistieke achtergrond, maar ik heb ook een zakelijke achtergrond in marketing en financiën. Na mijn studie was ik bij het Musikfestival Heidelberger Frühling verantwoordelijk voor zowel de financiën als de artistieke planning. Daarna ging ik naar Hamburg, waar ik als algemeen directeur van de Stiftung Elbphilharmonie verantwoordelijk was voor alle fonsenwerving, zowel privédonaties als sponsoring. Ik had het geluk dat ik de opening van de Elbphilharmonie in 2017 heb meegemaakt en heb mogen helpen voorbereiden. Die ervaring neem ik graag mee, want fondsenwerving is heel belangrijk voor het voortbestaan van het orkest. Al moeten we voor ogen houden dat het altijd in dienst staat van de artistieke kwaliteit.’ 

Die kwaliteit is voor Winterling evident. ‘Ik heb het Concertgebouworkest in Hamburg gehoord, en was enorm onder de indruk van de kamermuziekachtige manier van musiceren. Hoe het orkest werkte aan Mahlers Negende symfonie: het was zo’n delicate manier om dat ongelooflijke stuk met al zijn details tot stand te brengen en er uiteindelijk tijdens het concert zo’n grootse belevenis van te maken. Dat is echt een unieke eigenschap van dit orkest.’

Een heel open orkest

Ulrike Niehoff is van huis uit violiste, maar haar studie – International Cultural and Business Studies – leidde tot een zeer breed palet aan ervaringen en werkzaamhheden. ‘De afgelopen twaalf jaar woonde ik in Wenen; de laatste zeven jaar was ik directeur planning en programmering van de Wiener Symphoniker. Wenen is natuurlijk een stad waar heel veel gebeurt op muzikaal gebied. Maar als je Wenen moet verlaten, dan is het om naar Amsterdam te gaan! Deze stad is niet alleen een artistiek centrum, maar ook heel levendig en internationaal. Het Concertgebouworkest met zijn 25 nationaliteiten weerspiegelt dat. Dominik en ik voelen ons hier welkom. Het is een heel open orkest. De sfeer is heel ­positief, er is veel overleg, er is niet zo’n strikte scheiding tussen musici en staf als bij andere orkesten.

‘Dominik en ik voelen ons hier welkom. Het is een heel open orkest.’

Het is ook een orkest dat vooruit kijkt; ik vind het geweldig hoe het altijd traditie heeft gemengd met nieuwe muziek. Dat typeert het orkest. Wat ik ook heel positief vind, is dat de man/vrouw-verhouding ongeveer fiftyfifty is. Ik wil wel graag meer vrouwelijke dirigenten en componisten zien, dat is iets waar het orkest al aan werkt, en waar we nog harder aan zullen trekken.’ Niehoff zegt veel in te zetten op educatie en talentontwikkeling. ‘Concertgebouworkest Young bijvoorbeeld, dat anders is dan andere jeugdorkesten omdat het een outreach-karakter heeft, de orkestacademie, de Ammodo Masterclass dirigeren, het zijn belangrijke pijlers van dit orkest.’

In de lades kijken

Winterling zal meestal naar buiten toe het orkest vertegenwoordigen. ‘Gezien mijn achtergrond is het ook logisch dat ik veel ga samenwerken met de afdeling Development. Een ander belangrijk aspect van mijn werk heeft te maken met de positionering van het Concertgebouworkest als merk – in Nederland, maar ook in het buitenland. Dit orkest is de belangrijkste cultureel ambassadeur van Nederland, we moeten de komende jaren nationaal en internationaal duidelijker maken wie we zijn en dit is waar we voor staan. We zullen ons bijvoorbeeld meer moeten gaan richten op digitalisering. Hoe maak je die connectie met de digitale wereld en zorg je ervoor dat je overal ter wereld gehoord wordt? Het orkest doet daar al veel aan, maar we kunnen nog meer stappen zetten om het hoogste internationale niveau te bereiken’.

‘Wat we het afgelopen jaar gemerkt hebben, is dat het publiek een essentieel aandeel heeft aan de muziekuitvoering’

‘Maar’, nuanceert Bazen, ‘dat doe je uiteindelijk op basis van een levende concertpraktijk voor levend publiek. Wat in de zaal gebeurt, is het vertrekpunt. Wat we het afgelopen jaar gemerkt hebben, is dat het publiek een essentieel aandeel heeft in de ­muziekuitvoering door zijn aanwezigheid, door zijn concentratie, door mee te ademen. En dát moet je op de een of andere manier zo verpakken dat je er een groter bereik mee krijgt. Daar werken we al jaren aan, het is een voortdurende uitdaging.’ 

Niehoff vult aan: ‘Wat staat dit orkest voor, en hoe breng je de boodschap over? Dat heeft ook effect op hoe we programmeren. Natuurlijk willen we blijven werken met de rijke geschiedenis van het orkest en het kernrepertoire levend houden – maar wat is dat kernrepertoire? Beethoven tot aan Sjostakovitsj? Waarom zou het stoppen in de jaren vijftig? In 2021 moet het er toch echt anders uitzien, we hebben zeventig jaar aan extra muzikale ontwikkelingen doorgemaakt. Het Concertgebouworkest onderhoudt nauwe banden met componisten als Matthias Pintscher, Tan Dun en George Benjamin, dat is een belangrijke traditie, die al met Richard Strauss en Mahler begon. We verstrekken heel veel compositie­opdrachten, en gaan daar zeker mee door, maar premières spelen is niet waar het om gaat. We moeten kijken welke muziek het waard is om vaker te spelen. We gaan veel in de lades kijken: wat hebben we allemaal gedaan, wat sloeg aan, wat kunnen we op het repertoire nemen?’

De toekomst

Niet alleen de muziek verandert. ‘Vraag en aanbod waren ooit optimaal op elkaar afgestemd’, zegt Bazen, ‘maar het publiek verandert in zijn voorkeuren en gedrag. Mensen kopen minder abonnementen dan voorheen, meer losse kaarten. Dat geeft een nieuwe dynamiek. We zullen steeds meer concerten op andere manieren moeten aanbieden. We hebben onszelf in 130 jaar in een bepaalde structuur gemanoeuvreerd, waar we ons nu weer uit moeten zien los te zingen.’ Maar hoe? Niehoff: ‘We willen in de toekomst bijvoorbeeld meer aanwezig zijn buiten Het Concertgebouw. Je kunt denken aan openluchtconcerten, festivals… Volgend seizoen geven we twee concerten in de Gashouder [in het Amsterdamse Westerpark, red.]. Die ontwikkelen we onder de noemer ‘grenzeloos programmeren’ samen met regisseur Pierre Audi, die komende jaren creatief partner van het orkest is. Maar ook het traditionele repertoire kun je zodanig presenteren dat je er andere mensen mee bereikt.’

Het is duidelijk: de plannen zijn ambitieus en veelomvattend. Op 10 mei presenteert het nieuwe directieteam zijn eerste nieuwe seizoen – de eerste stap naar het symfonieorkest van de toekomst.

Kort na het vertrek van algemeen directeur Jan Raes op 1 januari 2020 barstte de coronacrisis los, en sinds de pensionering van artistiek directeur Joel Ethan Fried in augustus stond David Bazen er alleen voor, in zijn tijdelijke functie als algemeen directeur van het Concertgebouw­orkest. ‘Het was een heel raar jaar, en er is heel veel gebeurd, maar er zijn ook veel dingen niet gebeurd, omdat we daar te weinig mensen voor hadden.’ Gelukkig zijn de vacatures na een grondige zoektocht ingevuld. Op 1 januari 2021 startte Ulrike Niehoff als artistiek directeur, sinds 1 maart maakt directievoorzitter Dominik Winterling de driekoppige directie compleet. Bazen, al 22 jaar werkzaam bij het orkest, is nu directeur bedrijfsvoering.

Gelijkwaardigheid

Het was al gauw duidelijk dat de nieuwe directie op basis van gelijkwaardigheid zou gaan samenwerken. ‘In feite werkten Jan, Joel en ik al op die manier’, legt Bazen uit, ‘maar het was structureel nog anders ingericht. We hebben de directiestructuur dus aangepast aan de praktijk.’ Bij de taakverdeling waren de persoonlijk­heden en expertises van het drietal leidend. ‘Het is heel spannend voor ons om samen af te stemmen hoe we taken en dossiers onderling verdelen, zodanig dat we goed op de hoogte zijn van elkaars activiteiten zonder dat we elkaar in de weg lopen of vertragen’, zegt Bazen. ‘We zullen nauw contact hebben over alle mogelijke onderwerpen’, beaamt Dominik Winterling. ‘We willen zo vaak mogelijk aan deze tafel zitten om een duidelijke strategie te kunnen formuleren bij alles wat we doen.’

Grootse belevenis

Winterling noemt zichzelf ‘een soort hybride. Als pianist heb ik een artistieke achtergrond, maar ik heb ook een zakelijke achtergrond in marketing en financiën. Na mijn studie was ik bij het Musikfestival Heidelberger Frühling verantwoordelijk voor zowel de financiën als de artistieke planning. Daarna ging ik naar Hamburg, waar ik als algemeen directeur van de Stiftung Elbphilharmonie verantwoordelijk was voor alle fonsenwerving, zowel privédonaties als sponsoring. Ik had het geluk dat ik de opening van de Elbphilharmonie in 2017 heb meegemaakt en heb mogen helpen voorbereiden. Die ervaring neem ik graag mee, want fondsenwerving is heel belangrijk voor het voortbestaan van het orkest. Al moeten we voor ogen houden dat het altijd in dienst staat van de artistieke kwaliteit.’ 

Die kwaliteit is voor Winterling evident. ‘Ik heb het Concertgebouworkest in Hamburg gehoord, en was enorm onder de indruk van de kamermuziekachtige manier van musiceren. Hoe het orkest werkte aan Mahlers Negende symfonie: het was zo’n delicate manier om dat ongelooflijke stuk met al zijn details tot stand te brengen en er uiteindelijk tijdens het concert zo’n grootse belevenis van te maken. Dat is echt een unieke eigenschap van dit orkest.’

Een heel open orkest

Ulrike Niehoff is van huis uit violiste, maar haar studie – International Cultural and Business Studies – leidde tot een zeer breed palet aan ervaringen en werkzaamhheden. ‘De afgelopen twaalf jaar woonde ik in Wenen; de laatste zeven jaar was ik directeur planning en programmering van de Wiener Symphoniker. Wenen is natuurlijk een stad waar heel veel gebeurt op muzikaal gebied. Maar als je Wenen moet verlaten, dan is het om naar Amsterdam te gaan! Deze stad is niet alleen een artistiek centrum, maar ook heel levendig en internationaal. Het Concertgebouworkest met zijn 25 nationaliteiten weerspiegelt dat. Dominik en ik voelen ons hier welkom. Het is een heel open orkest. De sfeer is heel ­positief, er is veel overleg, er is niet zo’n strikte scheiding tussen musici en staf als bij andere orkesten.

‘Dominik en ik voelen ons hier welkom. Het is een heel open orkest.’

Het is ook een orkest dat vooruit kijkt; ik vind het geweldig hoe het altijd traditie heeft gemengd met nieuwe muziek. Dat typeert het orkest. Wat ik ook heel positief vind, is dat de man/vrouw-verhouding ongeveer fiftyfifty is. Ik wil wel graag meer vrouwelijke dirigenten en componisten zien, dat is iets waar het orkest al aan werkt, en waar we nog harder aan zullen trekken.’ Niehoff zegt veel in te zetten op educatie en talentontwikkeling. ‘Concertgebouworkest Young bijvoorbeeld, dat anders is dan andere jeugdorkesten omdat het een outreach-karakter heeft, de orkestacademie, de Ammodo Masterclass dirigeren, het zijn belangrijke pijlers van dit orkest.’

In de lades kijken

Winterling zal meestal naar buiten toe het orkest vertegenwoordigen. ‘Gezien mijn achtergrond is het ook logisch dat ik veel ga samenwerken met de afdeling Development. Een ander belangrijk aspect van mijn werk heeft te maken met de positionering van het Concertgebouworkest als merk – in Nederland, maar ook in het buitenland. Dit orkest is de belangrijkste cultureel ambassadeur van Nederland, we moeten de komende jaren nationaal en internationaal duidelijker maken wie we zijn en dit is waar we voor staan. We zullen ons bijvoorbeeld meer moeten gaan richten op digitalisering. Hoe maak je die connectie met de digitale wereld en zorg je ervoor dat je overal ter wereld gehoord wordt? Het orkest doet daar al veel aan, maar we kunnen nog meer stappen zetten om het hoogste internationale niveau te bereiken’.

‘Wat we het afgelopen jaar gemerkt hebben, is dat het publiek een essentieel aandeel heeft aan de muziekuitvoering’

‘Maar’, nuanceert Bazen, ‘dat doe je uiteindelijk op basis van een levende concertpraktijk voor levend publiek. Wat in de zaal gebeurt, is het vertrekpunt. Wat we het afgelopen jaar gemerkt hebben, is dat het publiek een essentieel aandeel heeft in de ­muziekuitvoering door zijn aanwezigheid, door zijn concentratie, door mee te ademen. En dát moet je op de een of andere manier zo verpakken dat je er een groter bereik mee krijgt. Daar werken we al jaren aan, het is een voortdurende uitdaging.’ 

Niehoff vult aan: ‘Wat staat dit orkest voor, en hoe breng je de boodschap over? Dat heeft ook effect op hoe we programmeren. Natuurlijk willen we blijven werken met de rijke geschiedenis van het orkest en het kernrepertoire levend houden – maar wat is dat kernrepertoire? Beethoven tot aan Sjostakovitsj? Waarom zou het stoppen in de jaren vijftig? In 2021 moet het er toch echt anders uitzien, we hebben zeventig jaar aan extra muzikale ontwikkelingen doorgemaakt. Het Concertgebouworkest onderhoudt nauwe banden met componisten als Matthias Pintscher, Tan Dun en George Benjamin, dat is een belangrijke traditie, die al met Richard Strauss en Mahler begon. We verstrekken heel veel compositie­opdrachten, en gaan daar zeker mee door, maar premières spelen is niet waar het om gaat. We moeten kijken welke muziek het waard is om vaker te spelen. We gaan veel in de lades kijken: wat hebben we allemaal gedaan, wat sloeg aan, wat kunnen we op het repertoire nemen?’

De toekomst

Niet alleen de muziek verandert. ‘Vraag en aanbod waren ooit optimaal op elkaar afgestemd’, zegt Bazen, ‘maar het publiek verandert in zijn voorkeuren en gedrag. Mensen kopen minder abonnementen dan voorheen, meer losse kaarten. Dat geeft een nieuwe dynamiek. We zullen steeds meer concerten op andere manieren moeten aanbieden. We hebben onszelf in 130 jaar in een bepaalde structuur gemanoeuvreerd, waar we ons nu weer uit moeten zien los te zingen.’ Maar hoe? Niehoff: ‘We willen in de toekomst bijvoorbeeld meer aanwezig zijn buiten Het Concertgebouw. Je kunt denken aan openluchtconcerten, festivals… Volgend seizoen geven we twee concerten in de Gashouder [in het Amsterdamse Westerpark, red.]. Die ontwikkelen we onder de noemer ‘grenzeloos programmeren’ samen met regisseur Pierre Audi, die komende jaren creatief partner van het orkest is. Maar ook het traditionele repertoire kun je zodanig presenteren dat je er andere mensen mee bereikt.’

Het is duidelijk: de plannen zijn ambitieus en veelomvattend. Op 10 mei presenteert het nieuwe directieteam zijn eerste nieuwe seizoen – de eerste stap naar het symfonieorkest van de toekomst.

Dit artikel wordt u gratis aangeboden door Preludium. Meer lezen? Abonneer dan nu.