Nog geen account of wachtwoord vergeten? Ga dan naar concertgebouw.nl
interview

Componist Samuel Adams: ‘Ik wil dat de luisteraar voelt hoe de muziek zich opent’

door René van Peer
22 apr. 2021 22 april 2021

Samuel Adams is composer in residence bij Het Concertgebouw. Door de pandemie gingen zijn werkverblijf in Amsterdam en geplande uitvoeringen van zijn werk niet door. Deze maand hoopt hij alsnog te komen voor de première van zijn opdrachtwerk Variations. ‘Ik wil het gevoel oproepen dat de muziek opstijgt vanuit de diepten van de tektonische plaat onder Het Concertgebouw.’

Samuel Adams

foto: Eduardus Lee

Samuel Adams

foto: Eduardus Lee

Samuel Adams

foto: Eduardus Lee

Samuel Adams

foto: Eduardus Lee

Een social distancer van beroep, zo noemt Samuel Adams zich schertsenderwijs. Als componist kan hij grotendeels werken zonder direct contact met andere mensen. Opgegroeid in de San Francisco Bay Area in de Verenigde Staten verhuisde hij vorig jaar naar Nevada met zijn echtgenote, die viool speelt in de San Francisco Symphony. Ze hebben een huis in een buitenwijk van Reno, net ten oosten van de Sierra Nevada, op drie en een half uur rijden van San Francisco.

Corona heeft geen nadelige invloed gehad op zijn werk, zegt hij. ‘Ik heb geluk gehad met opdrachten, en ik heb veel geschreven, tot mijn eigen verbazing. Ik ben daar niet eerder zo constant in geweest. Ik word elke dag op dezelfde tijd wakker. Een wandeling in de middag, en het avondeten, altijd op hetzelfde tijdstip. Dat heeft me geholpen een nieuwe diepte van concentratie en aandacht te bereiken. Ik hoop dat ik dat kan vasthouden wanneer het leven weer min of meer normaal is. Het is mooi als je van die uitzinnige flitsen van inspiratie kunt hebben, maar bij mij werkt dat niet zo. Het duurt lang voordat ik ideeën krijg, en nog langer voor ik ze een plek weet te geven in een grotere vorm.’

‘De pandemie heeft me geholpen een nieuwe diepte van concentratie en aandacht te bereiken’

‘Ik ga elke dag aan mijn bureau zitten. Dat is een belangrijk onderdeel van het proces, ook op een slechte dag. Je moet er gewoon doorheen, hoe pijnlijk het misschien ook is. Ik zou Lyndon B. Johnson-biograaf Robert Caro kunnen kopiëren. Hij werkt ook vanuit huis. Elke ochtend trekt hij een net pak aan en wandelt hij met zijn aktetas van zijn slaapkamer naar zijn studeerkamer om een zekere formaliteit vast te houden. Dat zou ook bij mij passen, zeker als ik vastzit. Nu ik Variations af heb, moet ik beginnen met een stuk voor de San Francisco Symphony, maar vanwege corona is het niet duidelijk of het volledige orkest zal kunnen spelen. Ik moet dus componeren zonder een idee te hebben van de instrumentatie en de klankkleuren, zaken waar ik juist veel aandacht aan besteed. Ik bevind me noodgedwongen in een ongrijpbare wereld van rondzwevende ideeën.’

Popnummers analyseren

Adams noemt klankkleur in één adem met de huid van een stuk. De gevoeligheid voor de nuances en de textuur van geluid vloeit voort uit zijn belangstelling voor elektronische muziek. Dat is wat hij studeerde aan het Center for Computer Research of Music and Acoustics van Stanford University. Adams omschrijft de opleiding als een nogal academische, nerdy omgeving, waar iedereen zich bezighield met het schrijven van computerprogramma’s en aanpassingen voor Max/MSP, grafische software die veel gebruikt wordt in muziek. ‘Maar ze keken neer op het analyseren van popnummers, terwijl het juist heel interessant kan zijn hoe eigentijdse productietechnieken, zoals het oppeppen van bepaalde frequenties, de communicatieve functie van muziek kunnen versterken. Producers benaderen het werken aan een album als een optreden. De keuzes die ze maken in de bewerking van klank lijken sterk op de keuzes van een violist bij het spelen van Bach: waar je een frase afrondt, hoe je de klank vormt, en of je al of niet vibrato inzet.’

Bas en ruis

Ook in Adams’ nieuwe orkestwerk Variations speelt klankkleur een belangrijke rol. Dat blijkt al uit de bezetting waar hij voor geschreven heeft. Opvallend is het aandeel van instrumenten in het lagere ­register, van gestemde metalen percussie en van objecten die ruisklanken voortbrengen, zoals schuurpapier en spuitbussen. ‘Ik ben een bassist. Ik heb meer dan tien jaar bas gespeeld in jazzensembles. Ik benader een orkest van onderaf, en zo componeer ik ook. Om de laagte extra kracht te geven, heb ik een keyboard toegevoegd dat sinusgolven in het basregister speelt. Ik wil het gevoel oproepen dat de muziek opstijgt vanuit de diepten van de tektonische plaat onder Het Concertgebouw.’

‘Ik benader een orkest van onderaf, en zo componeer ik ook’

‘Het gebruik van ruis in mijn werk heeft te maken met de moderne productietechnieken en elektronische muziek. In de klassieke muziek hielden componisten zich niet bezig met frequenties boven de 2.000 Hertz. Die grens is in de tweede helft van de vorige eeuw drastisch verlegd naar 20.000 Hertz, met name door spectralisten als Gérard Grisey, Tristan Murail, Kaija Saariaho. Ze hebben ruimte geschapen voor nieuwe kleuringen in het geluid. Die beïnvloeden je emotionele reactie op de klanken met lagere frequenties, het spectrum waarin een symfonie­orkest doorgaans opereert. Het is een klankwereld die ik inbreng door middel van ruis­instrumenten, waardoor het lijkt alsof de muziek elektronisch bewerkt is. Bepaalde frequenties in het orkest klinken alsof ze versterkt worden. Maar ook kan de ruis als het ware een deken gooien over de klanken van instrumenten. Ik ben benieuwd hoe dat uitwerkt in een orkest, wat dat betekent voor de poëtische zeggingskracht van de muziek.’

Een social distancer van beroep, zo noemt Samuel Adams zich schertsenderwijs. Als componist kan hij grotendeels werken zonder direct contact met andere mensen. Opgegroeid in de San Francisco Bay Area in de Verenigde Staten verhuisde hij vorig jaar naar Nevada met zijn echtgenote, die viool speelt in de San Francisco Symphony. Ze hebben een huis in een buitenwijk van Reno, net ten oosten van de Sierra Nevada, op drie en een half uur rijden van San Francisco.

Corona heeft geen nadelige invloed gehad op zijn werk, zegt hij. ‘Ik heb geluk gehad met opdrachten, en ik heb veel geschreven, tot mijn eigen verbazing. Ik ben daar niet eerder zo constant in geweest. Ik word elke dag op dezelfde tijd wakker. Een wandeling in de middag, en het avondeten, altijd op hetzelfde tijdstip. Dat heeft me geholpen een nieuwe diepte van concentratie en aandacht te bereiken. Ik hoop dat ik dat kan vasthouden wanneer het leven weer min of meer normaal is. Het is mooi als je van die uitzinnige flitsen van inspiratie kunt hebben, maar bij mij werkt dat niet zo. Het duurt lang voordat ik ideeën krijg, en nog langer voor ik ze een plek weet te geven in een grotere vorm.’

‘De pandemie heeft me geholpen een nieuwe diepte van concentratie en aandacht te bereiken’

‘Ik ga elke dag aan mijn bureau zitten. Dat is een belangrijk onderdeel van het proces, ook op een slechte dag. Je moet er gewoon doorheen, hoe pijnlijk het misschien ook is. Ik zou Lyndon B. Johnson-biograaf Robert Caro kunnen kopiëren. Hij werkt ook vanuit huis. Elke ochtend trekt hij een net pak aan en wandelt hij met zijn aktetas van zijn slaapkamer naar zijn studeerkamer om een zekere formaliteit vast te houden. Dat zou ook bij mij passen, zeker als ik vastzit. Nu ik Variations af heb, moet ik beginnen met een stuk voor de San Francisco Symphony, maar vanwege corona is het niet duidelijk of het volledige orkest zal kunnen spelen. Ik moet dus componeren zonder een idee te hebben van de instrumentatie en de klankkleuren, zaken waar ik juist veel aandacht aan besteed. Ik bevind me noodgedwongen in een ongrijpbare wereld van rondzwevende ideeën.’

Popnummers analyseren

Adams noemt klankkleur in één adem met de huid van een stuk. De gevoeligheid voor de nuances en de textuur van geluid vloeit voort uit zijn belangstelling voor elektronische muziek. Dat is wat hij studeerde aan het Center for Computer Research of Music and Acoustics van Stanford University. Adams omschrijft de opleiding als een nogal academische, nerdy omgeving, waar iedereen zich bezighield met het schrijven van computerprogramma’s en aanpassingen voor Max/MSP, grafische software die veel gebruikt wordt in muziek. ‘Maar ze keken neer op het analyseren van popnummers, terwijl het juist heel interessant kan zijn hoe eigentijdse productietechnieken, zoals het oppeppen van bepaalde frequenties, de communicatieve functie van muziek kunnen versterken. Producers benaderen het werken aan een album als een optreden. De keuzes die ze maken in de bewerking van klank lijken sterk op de keuzes van een violist bij het spelen van Bach: waar je een frase afrondt, hoe je de klank vormt, en of je al of niet vibrato inzet.’

Bas en ruis

Ook in Adams’ nieuwe orkestwerk Variations speelt klankkleur een belangrijke rol. Dat blijkt al uit de bezetting waar hij voor geschreven heeft. Opvallend is het aandeel van instrumenten in het lagere ­register, van gestemde metalen percussie en van objecten die ruisklanken voortbrengen, zoals schuurpapier en spuitbussen. ‘Ik ben een bassist. Ik heb meer dan tien jaar bas gespeeld in jazzensembles. Ik benader een orkest van onderaf, en zo componeer ik ook. Om de laagte extra kracht te geven, heb ik een keyboard toegevoegd dat sinusgolven in het basregister speelt. Ik wil het gevoel oproepen dat de muziek opstijgt vanuit de diepten van de tektonische plaat onder Het Concertgebouw.’

‘Ik benader een orkest van onderaf, en zo componeer ik ook’

‘Het gebruik van ruis in mijn werk heeft te maken met de moderne productietechnieken en elektronische muziek. In de klassieke muziek hielden componisten zich niet bezig met frequenties boven de 2.000 Hertz. Die grens is in de tweede helft van de vorige eeuw drastisch verlegd naar 20.000 Hertz, met name door spectralisten als Gérard Grisey, Tristan Murail, Kaija Saariaho. Ze hebben ruimte geschapen voor nieuwe kleuringen in het geluid. Die beïnvloeden je emotionele reactie op de klanken met lagere frequenties, het spectrum waarin een symfonie­orkest doorgaans opereert. Het is een klankwereld die ik inbreng door middel van ruis­instrumenten, waardoor het lijkt alsof de muziek elektronisch bewerkt is. Bepaalde frequenties in het orkest klinken alsof ze versterkt worden. Maar ook kan de ruis als het ware een deken gooien over de klanken van instrumenten. Ik ben benieuwd hoe dat uitwerkt in een orkest, wat dat betekent voor de poëtische zeggingskracht van de muziek.’

Samuel Adams

foto: Lenny Gonzalez

Samuel Adams

foto: Lenny Gonzalez

Samuel Adams

foto: Lenny Gonzalez

Samuel Adams

foto: Lenny Gonzalez

Ritmisch rimpelend

In de partituur van Variations vallen frases op die door groepen binnen het orkest rimpelen. Die bewegingen houden volgens Adams verband met het landschap in de buurt van zijn huidige woning, al heeft hij het niet bewust in de muziek verwerkt. ‘Mijn omgeving is altijd een bron van inspiratie geweest in mijn werk. Niet alleen wat ik hoorde, maar ook de topografische verschijningsvorm. Nevada wordt door veel Amerikanen afgedaan als een ‘fly-over state’, je vliegt er overheen en besteedt er geen aandacht aan. Maar het heeft ongelofelijk mooie en zeer gevarieerde landschappen. John McPhee, die uitgebreid geschreven heeft over Amerikaanse geografie, merkte al op dat je in Nevada golvende bergen hebt, die een ritmisch rimpelend effect creëren. Pas toen ik klaar was met Variations, ontdekte ik de overeenkomst tussen de muziek en die bergen, en besefte ik hoezeer ik veranderd ben in de maanden dat ik hier woon. In Californië was mijn muziek beïnvloed door de Stille Oceaan, die bijzonder ruig kan zijn. De kleuren zijn hier ook heel anders. De wijk waar ik woon is spuuglelijk, een van die voorsteden die je overal in het westen van het land tegenkomt. Rond de avondschemering schijnt de zon op de westflank van de Sierra Nevada. Wij zitten precies aan de andere kant van de bergketen. Maar het zonlicht veroorzaakt een bedwelmend roze en blauw schijnsel dat je helemaal omgeeft. Bovendien wonen we vlakbij moerasland, waar kraanvogels, zangvogels en coyotes leven.’

De titel van zijn opdrachtwerk voor Het Concertgebouw heeft Adams nogal wat hoofdbrekens gekost. Ogenschijnlijk slaat Variations op een gangbare compositievorm. Adams heeft er andere ideeën over. ‘De betekenis van muziek gaat dieper dan de formele structuur. Ik zit nu al maanden in deze quarantaine, waarin elke dag een herhaling is van de vorige. Dat heeft zijn goede kanten, het is goed voor mijn concentratie, maar ik heb ook een diep verlangen gekregen naar expansie, uitbreiding. Daar gaat ­Variations bovenal over, het is een vorm die zich steeds verder uitbreidt. De eerste variatie duur een minuut, de volgende twee, en vervolgens drie, vijf en acht minuten. Wat ik wil bewerkstelligen is dat de luisteraar voelt hoe de muziek zich opent.’

Vader en zoon

Eén onderwerp kan niet onbesproken blijven. Samuel is de zoon van John Adams, zelf ook een componist van wereldfaam. Bespreken ze elkaars muziek? ­‘Componisten hebben geen doorsneebaan, ons werk houdt ons altijd bezig. Ik kom uit een artistiek gezin. Mijn vader is componist, mijn moeder en zus zijn beeldend kunstenaars. Ons werk ligt gevoelig. We beseffen dat lof of kritiek ook effect heeft op jezelf als persoon. Maar je kunt praten over iets wat je wezenlijk aangaat met de mensen die het dichtst bij je staan. Vrienden van me hebben geen idee waarom ik oude instrumenten bizarre geluiden laat maken.

‘Mijn vader ziet mijn werk vaak hoofdschuddend aan’

Er zijn veel overeenkomsten tussen mijn vader en mij in de manier waarop we in de muziektraditie grasduinen om materialen te hergebruiken, maar hij ziet mijn werk vaak hoofdschuddend aan. We zijn ook van heel verschillende generaties. Mijn vader moest kiezen tussen seriële muziek en minimal music, tussen de Jets en de Sharks, zeg maar. Ik hoefde geen kant te kiezen, omdat eigentijdse muziek tegenwoordig zo gefragmenteerd is. Als ik bewondering uit voor een werk van Pierre Boulez, voelt hij dat als een steek in de rug. ‘Mijn hele ­carriè­re is een afwijzing van zijn muziek’, zegt hij. Een diepere ­discussie over elkaars muziek gaan we echter uit de weg. We zijn daar niet uitgesproken over. Hij heeft wel manieren waarop hij zijn waardering voor een bepaald werk uit, maar die zijn nooit expliciet. Ik zou hem nooit kunnen zeggen wat ik diep van binnen voel over zijn werk. Dat realiseer ik me nu. Als we over elkaars muziek praten, gaat het over de vorm, de constructie of verwijzingen. Maar nooit over wat het werkelijk met je doet. Dat heeft te maken met onze gevoeligheden. Omdat we zo naast elkaar staan, kunnen we ons scheppend werk niet los zien van de onderlinge verhoudingen binnen het gezin. We deinzen ervoor terug. Maar misschien moeten we het toch aangaan, daar verandering in brengen.’

Composer in residence
De Amerikaanse componist Samuel Adams (San Francisco, 1985) is dit seizoen composer in residence van Het Concertgebouw. Eerder bekleedde hij dergelijke posities bij het Natio­nal Youth Orchestra of the United States of ­America en het Chicago Symphony Orchestra. In 2019 kreeg hij een Guggenheim Fellowship. Compositie-opdrachten kreeg hij van onder meer de San Francisco Symphony, Carnegie Hall, het Australian Chamber Orchestra, pianist Emanuel Ax en het Spektral Quartet.

In oktober stelde Preludium ­Samuel Adams voor aan het Nederlandse publiek, omdat die maand zijn residency zou beginnen met een politiek getint programma in aanloop naar de Amerikaanse verkiezingen. Dit kon niet doorgaan, maar toen in november zijn in lockdown gecomponeerde Violin Diptych werd gespeeld door Asko|Schönberg – in het Muziekgebouw – had de Volkskrant het over een ‘kek stuk’ en liepen de recensent van NRC ‘de rillingen over de rug’.

De hoofdmoot van Adams’ Amsterdamse opdracht was het componeren van nieuwe noten voor het Radio Filharmonisch Orkest en chef-dirigent Karina Canellakis. Inmiddels weten we dat de NTR ZaterdagMatinee op 22 mei toch zal moeten afzien van een uitvoering van de opdrachtcompositie Variations. Dit heeft te maken met de grote orkestbezetting en coronarestricties op het podium van de Grote Zaal. Ter vervanging speelt het Radio Filharmonisch Orkest een ander werk van Samuel Adams, namelijk Movements (for us and them). Voor de wereldpremière van Variations wordt een nieuwe concertdatum gezocht in seizoen 2022/23. De residency van Samuel Adams wordt gefinancierd door het Composer in Residence Fonds, een Fonds op Naam dat is ondergebracht bij Het Concert­gebouw Fonds.


Ritmisch rimpelend

In de partituur van Variations vallen frases op die door groepen binnen het orkest rimpelen. Die bewegingen houden volgens Adams verband met het landschap in de buurt van zijn huidige woning, al heeft hij het niet bewust in de muziek verwerkt. ‘Mijn omgeving is altijd een bron van inspiratie geweest in mijn werk. Niet alleen wat ik hoorde, maar ook de topografische verschijningsvorm. Nevada wordt door veel Amerikanen afgedaan als een ‘fly-over state’, je vliegt er overheen en besteedt er geen aandacht aan. Maar het heeft ongelofelijk mooie en zeer gevarieerde landschappen. John McPhee, die uitgebreid geschreven heeft over Amerikaanse geografie, merkte al op dat je in Nevada golvende bergen hebt, die een ritmisch rimpelend effect creëren. Pas toen ik klaar was met Variations, ontdekte ik de overeenkomst tussen de muziek en die bergen, en besefte ik hoezeer ik veranderd ben in de maanden dat ik hier woon. In Californië was mijn muziek beïnvloed door de Stille Oceaan, die bijzonder ruig kan zijn. De kleuren zijn hier ook heel anders. De wijk waar ik woon is spuuglelijk, een van die voorsteden die je overal in het westen van het land tegenkomt. Rond de avondschemering schijnt de zon op de westflank van de Sierra Nevada. Wij zitten precies aan de andere kant van de bergketen. Maar het zonlicht veroorzaakt een bedwelmend roze en blauw schijnsel dat je helemaal omgeeft. Bovendien wonen we vlakbij moerasland, waar kraanvogels, zangvogels en coyotes leven.’

De titel van zijn opdrachtwerk voor Het Concertgebouw heeft Adams nogal wat hoofdbrekens gekost. Ogenschijnlijk slaat Variations op een gangbare compositievorm. Adams heeft er andere ideeën over. ‘De betekenis van muziek gaat dieper dan de formele structuur. Ik zit nu al maanden in deze quarantaine, waarin elke dag een herhaling is van de vorige. Dat heeft zijn goede kanten, het is goed voor mijn concentratie, maar ik heb ook een diep verlangen gekregen naar expansie, uitbreiding. Daar gaat ­Variations bovenal over, het is een vorm die zich steeds verder uitbreidt. De eerste variatie duur een minuut, de volgende twee, en vervolgens drie, vijf en acht minuten. Wat ik wil bewerkstelligen is dat de luisteraar voelt hoe de muziek zich opent.’

Vader en zoon

Eén onderwerp kan niet onbesproken blijven. Samuel is de zoon van John Adams, zelf ook een componist van wereldfaam. Bespreken ze elkaars muziek? ­‘Componisten hebben geen doorsneebaan, ons werk houdt ons altijd bezig. Ik kom uit een artistiek gezin. Mijn vader is componist, mijn moeder en zus zijn beeldend kunstenaars. Ons werk ligt gevoelig. We beseffen dat lof of kritiek ook effect heeft op jezelf als persoon. Maar je kunt praten over iets wat je wezenlijk aangaat met de mensen die het dichtst bij je staan. Vrienden van me hebben geen idee waarom ik oude instrumenten bizarre geluiden laat maken.

‘Mijn vader ziet mijn werk vaak hoofdschuddend aan’

Er zijn veel overeenkomsten tussen mijn vader en mij in de manier waarop we in de muziektraditie grasduinen om materialen te hergebruiken, maar hij ziet mijn werk vaak hoofdschuddend aan. We zijn ook van heel verschillende generaties. Mijn vader moest kiezen tussen seriële muziek en minimal music, tussen de Jets en de Sharks, zeg maar. Ik hoefde geen kant te kiezen, omdat eigentijdse muziek tegenwoordig zo gefragmenteerd is. Als ik bewondering uit voor een werk van Pierre Boulez, voelt hij dat als een steek in de rug. ‘Mijn hele ­carriè­re is een afwijzing van zijn muziek’, zegt hij. Een diepere ­discussie over elkaars muziek gaan we echter uit de weg. We zijn daar niet uitgesproken over. Hij heeft wel manieren waarop hij zijn waardering voor een bepaald werk uit, maar die zijn nooit expliciet. Ik zou hem nooit kunnen zeggen wat ik diep van binnen voel over zijn werk. Dat realiseer ik me nu. Als we over elkaars muziek praten, gaat het over de vorm, de constructie of verwijzingen. Maar nooit over wat het werkelijk met je doet. Dat heeft te maken met onze gevoeligheden. Omdat we zo naast elkaar staan, kunnen we ons scheppend werk niet los zien van de onderlinge verhoudingen binnen het gezin. We deinzen ervoor terug. Maar misschien moeten we het toch aangaan, daar verandering in brengen.’

Composer in residence
De Amerikaanse componist Samuel Adams (San Francisco, 1985) is dit seizoen composer in residence van Het Concertgebouw. Eerder bekleedde hij dergelijke posities bij het Natio­nal Youth Orchestra of the United States of ­America en het Chicago Symphony Orchestra. In 2019 kreeg hij een Guggenheim Fellowship. Compositie-opdrachten kreeg hij van onder meer de San Francisco Symphony, Carnegie Hall, het Australian Chamber Orchestra, pianist Emanuel Ax en het Spektral Quartet.

In oktober stelde Preludium ­Samuel Adams voor aan het Nederlandse publiek, omdat die maand zijn residency zou beginnen met een politiek getint programma in aanloop naar de Amerikaanse verkiezingen. Dit kon niet doorgaan, maar toen in november zijn in lockdown gecomponeerde Violin Diptych werd gespeeld door Asko|Schönberg – in het Muziekgebouw – had de Volkskrant het over een ‘kek stuk’ en liepen de recensent van NRC ‘de rillingen over de rug’.

De hoofdmoot van Adams’ Amsterdamse opdracht was het componeren van nieuwe noten voor het Radio Filharmonisch Orkest en chef-dirigent Karina Canellakis. Inmiddels weten we dat de NTR ZaterdagMatinee op 22 mei toch zal moeten afzien van een uitvoering van de opdrachtcompositie Variations. Dit heeft te maken met de grote orkestbezetting en coronarestricties op het podium van de Grote Zaal. Ter vervanging speelt het Radio Filharmonisch Orkest een ander werk van Samuel Adams, namelijk Movements (for us and them). Voor de wereldpremière van Variations wordt een nieuwe concertdatum gezocht in seizoen 2022/23. De residency van Samuel Adams wordt gefinancierd door het Composer in Residence Fonds, een Fonds op Naam dat is ondergebracht bij Het Concert­gebouw Fonds.


Dit artikel wordt u gratis aangeboden door Preludium. Meer lezen? Abonneer dan nu.