Nog geen account of wachtwoord vergeten? Ga dan naar concertgebouw.nl

Concertprogramma

Concertprogramma

Daniel Harding bij het Concertgebouworkest

Daniel Harding bij het Concertgebouworkest

Concertstream
30 april 2021
20.00 uur

Print dit programma

Koninklijk Concertgebouworkest
Daniel Harding, dirigent

Dit programma wordt kosteloos gestreamd via concertgebouworkest.nl en de Facebook- en YouTube-kanalen van het orkest. Het concert is tot 7 mei te vinden op concertgebouworkest.nl/video.

Igor Stravinsky (1882-1971)

Apollon musagète (1927-28)
Ballet in twee tableaus voor strijkorkest
Eerste tableau (proloog): Geboorte van Apollo
Tweede tableau: Variatie van Apollo - Pas d’action - Variatie van Kalliope - Variatie van Polymnie - Variatie van Terpsichore - Variatie van Apollo - Pas de deux - Coda - Apothéose

Olivier Messiaen (1908-1992)

Et exspecto resurrectionem mortuorum (1964)
voor blaasorkest en slagwerk
‘Des profondeurs de l'abîme, je crie vers toi, Seigneur: Seigneur, écoute ma voix!’
‘Le Christ, ressuscité des morts, ne meurt plus; la mort n'a plus sur lui d'empire.’
‘L'heure vient où les morts entendront la voix du Fils de Dieu...’
‘Ils ressusciteront, glorieux, avec un nom nouveau - dans le concert joyeux des étoiles et les acclamations des fils du ciel.’
‘Et j'entendis la voix d'une foule immense...’

Concertstream 30 april 2021 20.00 uur

Koninklijk Concertgebouworkest
Daniel Harding, dirigent

Dit programma wordt kosteloos gestreamd via concertgebouworkest.nl en de Facebook- en YouTube-kanalen van het orkest. Het concert is tot 7 mei te vinden op concertgebouworkest.nl/video.

Igor Stravinsky (1882-1971)

Apollon musagète (1927-28)
Ballet in twee tableaus voor strijkorkest
Eerste tableau (proloog): Geboorte van Apollo
Tweede tableau: Variatie van Apollo - Pas d’action - Variatie van Kalliope - Variatie van Polymnie - Variatie van Terpsichore - Variatie van Apollo - Pas de deux - Coda - Apothéose

Olivier Messiaen (1908-1992)

Et exspecto resurrectionem mortuorum (1964)
voor blaasorkest en slagwerk
‘Des profondeurs de l'abîme, je crie vers toi, Seigneur: Seigneur, écoute ma voix!’
‘Le Christ, ressuscité des morts, ne meurt plus; la mort n'a plus sur lui d'empire.’
‘L'heure vient où les morts entendront la voix du Fils de Dieu...’
‘Ils ressusciteront, glorieux, avec un nom nouveau - dans le concert joyeux des étoiles et les acclamations des fils du ciel.’
‘Et j'entendis la voix d'une foule immense...’

Toelichting

Igor Stravinsky 1882-1971

Apollon musagète

door Michiel Cleij

Kunstenaars die al vroeg in hun carrière een verpletterende indruk maken hebben het niet gemakkelijk. Hoe voldoe je aan de hooggespannen verwachtingen zonder in herhaling te vervallen? Igor Stravinsky lanceerde als twintiger binnen vier jaar de balletten De vuurvogel, Petroesjka en Le sacre du printemps – een vlammende drietrapsraket die alle negentiende-eeuwse romantiek definitief wegvaagde en een enorm publiek genereerde.

In de werken die volgden, behield Stravinsky een opmerkelijke slagkracht. Maar niet door te provoceren, zoals hij in het ‘barbaarse’ Le sacre had gedaan; iedereen met enig stijlgevoel weet dat uitroeptekens hun effect verliezen als je ze herhaalt. In plaats daarvan koos hij voor een nieuwe invalshoek. Apollon musagète, veertien jaar na Le sacre gecomponeerd, lijkt het werk van een andere componist. Het is hyper-esthetische, sierlijke balletmuziek zonder harmonische schokeffecten.

Ook beperkte Stravinsky zich tot het zalvende klankpalet van een strijkorkest – een radicale breuk met de metalige staccato-klanken van zijn eerdere stukken. En zo sloeg hij op elegante wijze twee vliegen in één klap, want hij voldeed tegelijkertijd aan een vrije opdracht van de Amerikaanse mecenas Elizabeth Sprague Coolidge (een half uur muziek voor klein orkest) én aan het verzoek van zijn vaste artistieke partner Serge Diaghilev om een nieuw ballet.

Kunstenaars die al vroeg in hun carrière een verpletterende indruk maken hebben het niet gemakkelijk. Hoe voldoe je aan de hooggespannen verwachtingen zonder in herhaling te vervallen? Igor Stravinsky lanceerde als twintiger binnen vier jaar de balletten De vuurvogel, Petroesjka en Le sacre du printemps – een vlammende drietrapsraket die alle negentiende-eeuwse romantiek definitief wegvaagde en een enorm publiek genereerde.

In de werken die volgden, behield Stravinsky een opmerkelijke slagkracht. Maar niet door te provoceren, zoals hij in het ‘barbaarse’ Le sacre had gedaan; iedereen met enig stijlgevoel weet dat uitroeptekens hun effect verliezen als je ze herhaalt. In plaats daarvan koos hij voor een nieuwe invalshoek. Apollon musagète, veertien jaar na Le sacre gecomponeerd, lijkt het werk van een andere componist. Het is hyper-esthetische, sierlijke balletmuziek zonder harmonische schokeffecten.

Ook beperkte Stravinsky zich tot het zalvende klankpalet van een strijkorkest – een radicale breuk met de metalige staccato-klanken van zijn eerdere stukken. En zo sloeg hij op elegante wijze twee vliegen in één klap, want hij voldeed tegelijkertijd aan een vrije opdracht van de Amerikaanse mecenas Elizabeth Sprague Coolidge (een half uur muziek voor klein orkest) én aan het verzoek van zijn vaste artistieke partner Serge Diaghilev om een nieuw ballet.

  • Igor Stravinsky

    illustratie: Giorgio Pratolongo

    Igor Stravinsky

    illustratie: Giorgio Pratolongo

  • Igor Stravinsky

    Foto: Toronto Star Syndicate

    Igor Stravinsky

    Foto: Toronto Star Syndicate

  • Igor Stravinsky

    illustratie: Giorgio Pratolongo

    Igor Stravinsky

    illustratie: Giorgio Pratolongo

  • Igor Stravinsky

    Foto: Toronto Star Syndicate

    Igor Stravinsky

    Foto: Toronto Star Syndicate

Dat Stravinsky welluidende muziek kon schrijven was toen niet echt een verrassing meer. Voor zijn vorige ballet, Pulcinella, was hij in de huid van vroege barokcomponisten gekropen. Maar daar had hij zich op bestaande oude muziek gebaseerd; Apollon musagète bewees dat Stravinsky op een herijking van zijn eigen componeerstijl uit was. Hier diende zeventiende-eeuwse Franse hofmuziek als voorbeeld, het werk van Jean-Baptiste Lully in het bijzonder. Diens balletten hadden veelal klassiek-Griekse onderwerpen; evenzo is bij Stravinsky Apollo, ‘aanvoerder der Muzen’, de centrale figuur in een aantal gedanste tableaus zonder duidelijk verhaal. Ook in de aankleding die hij voor ogen zag keerde hij terug naar klassieke puurheid: het moest een ‘ballet blanc’ worden, met louter traditionele witte kostuums.

En natuurlijk schiep hij hier zijn eigen muzikale universum. Zulke muziek had nooit door Lully geschreven kunnen worden; de eerste Stravinskiaanse dissonant, gemaskeerd door de zachte strijkersklank, dient zich al na een paar seconden aan. Daarnaast zitten er melodische wendingen in die aan Tsjaikovski doen denken – één van Stravinsky’s directe muzikale voorvaderen – en hoor je soms een ‘swing’ die verraden dat in 1927 de jazz age was aangebroken, ook een stijl waarvoor Stravinsky niet ongevoelig was.

Apollon musagète is een product van zijn tijd. Stravinsky leek zich met een soort Houdini-act aan een creatieve impasse te ontworstelen, maar de keuze was hem uit handen genomen. Na de Eerste Wereldoorlog en de Russische Revolutie kon hij niet terugkeren naar het Rusland van zijn jeugd of dat van zijn eerdere balletten. Dan maak je optimaal gebruik van wat er wél voorhanden is.

Dat Stravinsky welluidende muziek kon schrijven was toen niet echt een verrassing meer. Voor zijn vorige ballet, Pulcinella, was hij in de huid van vroege barokcomponisten gekropen. Maar daar had hij zich op bestaande oude muziek gebaseerd; Apollon musagète bewees dat Stravinsky op een herijking van zijn eigen componeerstijl uit was. Hier diende zeventiende-eeuwse Franse hofmuziek als voorbeeld, het werk van Jean-Baptiste Lully in het bijzonder. Diens balletten hadden veelal klassiek-Griekse onderwerpen; evenzo is bij Stravinsky Apollo, ‘aanvoerder der Muzen’, de centrale figuur in een aantal gedanste tableaus zonder duidelijk verhaal. Ook in de aankleding die hij voor ogen zag keerde hij terug naar klassieke puurheid: het moest een ‘ballet blanc’ worden, met louter traditionele witte kostuums.

En natuurlijk schiep hij hier zijn eigen muzikale universum. Zulke muziek had nooit door Lully geschreven kunnen worden; de eerste Stravinskiaanse dissonant, gemaskeerd door de zachte strijkersklank, dient zich al na een paar seconden aan. Daarnaast zitten er melodische wendingen in die aan Tsjaikovski doen denken – één van Stravinsky’s directe muzikale voorvaderen – en hoor je soms een ‘swing’ die verraden dat in 1927 de jazz age was aangebroken, ook een stijl waarvoor Stravinsky niet ongevoelig was.

Apollon musagète is een product van zijn tijd. Stravinsky leek zich met een soort Houdini-act aan een creatieve impasse te ontworstelen, maar de keuze was hem uit handen genomen. Na de Eerste Wereldoorlog en de Russische Revolutie kon hij niet terugkeren naar het Rusland van zijn jeugd of dat van zijn eerdere balletten. Dan maak je optimaal gebruik van wat er wél voorhanden is.

door Michiel Cleij

Olivier Messiaen 1908-1992

Et exspecto resurrectionem mortuorum

door Willem Vos 1935-2003

Et exspecto resurrectionem mortuorum (‘En ik verwacht de opstanding der doden’) is een regel uit het Credo van de rooms-katholieke mis – het werk is een soort requiem ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de twee wereldoorlogen. Het is geschreven voor een orkest van hout-, koperblazers en metalen slaginstrumenten en ontstond in opdracht van André Malraux, Minister van Cultuur onder De Gaulle.

Et exspecto resurrectionem mortuorum (‘En ik verwacht de opstanding der doden’) is een regel uit het Credo van de rooms-katholieke mis – het werk is een soort requiem ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de twee wereldoorlogen. Het is geschreven voor een orkest van hout-, koperblazers en metalen slaginstrumenten en ontstond in opdracht van André Malraux, Minister van Cultuur onder De Gaulle.

Olivier Messiaen

Olivier Messiaen

Olivier Messiaen

Olivier Messiaen

Messiaen stelde zich een uitvoering van het werk voor in de openlucht of hoog in de bergen; hij lichtte dat als volgt toe: ‘Het is niet onnuttig er aan te herinneren dat de auteur zich op het moment waarop hij de partituur schreef gaarne omringde met sterke, eenvoudige beelden: Mexicaanse trappiramides, tempels en standbeelden uit het oude Egypte, Romaanse en gotische kerken, dat hij de teksten van Thomas van Aquino over de Opstanding herlas en dat hij werkte in de Hautes-Alpes, tegenover die machtige plechtige landschappen die zijn ware vaderland vormen.’

Dat is te horen. Deze partituur lijkt niet met een pen te zijn geschreven, maar met een houweel uit de rotsen gehakt. Een maximale differentiëring aan toonhoogten, ritmen, klankkleuren en dynamische contrasten bereikt Messiaen mede door de bijzondere bezetting van het stuk, waarin ook gregoriaanse melodieflarden, oosterse ritmische patronen en de bekende vogelgeluiden een voorname rol spelen.

Elk van de vijf delen (waartussen telkens een pauze van een minuut is voorgeschreven) draagt als opschrift bijbelteksten die betrekking hebben op de Opstanding. Dat betekent voor Messiaen echter niet alleen extatische vreugde, maar ook aandacht voor de verschrikkingen van de dood die daaraan voorafgaat.

Messiaen stelde zich een uitvoering van het werk voor in de openlucht of hoog in de bergen; hij lichtte dat als volgt toe: ‘Het is niet onnuttig er aan te herinneren dat de auteur zich op het moment waarop hij de partituur schreef gaarne omringde met sterke, eenvoudige beelden: Mexicaanse trappiramides, tempels en standbeelden uit het oude Egypte, Romaanse en gotische kerken, dat hij de teksten van Thomas van Aquino over de Opstanding herlas en dat hij werkte in de Hautes-Alpes, tegenover die machtige plechtige landschappen die zijn ware vaderland vormen.’

Dat is te horen. Deze partituur lijkt niet met een pen te zijn geschreven, maar met een houweel uit de rotsen gehakt. Een maximale differentiëring aan toonhoogten, ritmen, klankkleuren en dynamische contrasten bereikt Messiaen mede door de bijzondere bezetting van het stuk, waarin ook gregoriaanse melodieflarden, oosterse ritmische patronen en de bekende vogelgeluiden een voorname rol spelen.

Elk van de vijf delen (waartussen telkens een pauze van een minuut is voorgeschreven) draagt als opschrift bijbelteksten die betrekking hebben op de Opstanding. Dat betekent voor Messiaen echter niet alleen extatische vreugde, maar ook aandacht voor de verschrikkingen van de dood die daaraan voorafgaat.

door Willem Vos 1935-2003

Igor Stravinsky 1882-1971

Apollon musagète

door Michiel Cleij

Kunstenaars die al vroeg in hun carrière een verpletterende indruk maken hebben het niet gemakkelijk. Hoe voldoe je aan de hooggespannen verwachtingen zonder in herhaling te vervallen? Igor Stravinsky lanceerde als twintiger binnen vier jaar de balletten De vuurvogel, Petroesjka en Le sacre du printemps – een vlammende drietrapsraket die alle negentiende-eeuwse romantiek definitief wegvaagde en een enorm publiek genereerde.

In de werken die volgden, behield Stravinsky een opmerkelijke slagkracht. Maar niet door te provoceren, zoals hij in het ‘barbaarse’ Le sacre had gedaan; iedereen met enig stijlgevoel weet dat uitroeptekens hun effect verliezen als je ze herhaalt. In plaats daarvan koos hij voor een nieuwe invalshoek. Apollon musagète, veertien jaar na Le sacre gecomponeerd, lijkt het werk van een andere componist. Het is hyper-esthetische, sierlijke balletmuziek zonder harmonische schokeffecten.

Ook beperkte Stravinsky zich tot het zalvende klankpalet van een strijkorkest – een radicale breuk met de metalige staccato-klanken van zijn eerdere stukken. En zo sloeg hij op elegante wijze twee vliegen in één klap, want hij voldeed tegelijkertijd aan een vrije opdracht van de Amerikaanse mecenas Elizabeth Sprague Coolidge (een half uur muziek voor klein orkest) én aan het verzoek van zijn vaste artistieke partner Serge Diaghilev om een nieuw ballet.

Kunstenaars die al vroeg in hun carrière een verpletterende indruk maken hebben het niet gemakkelijk. Hoe voldoe je aan de hooggespannen verwachtingen zonder in herhaling te vervallen? Igor Stravinsky lanceerde als twintiger binnen vier jaar de balletten De vuurvogel, Petroesjka en Le sacre du printemps – een vlammende drietrapsraket die alle negentiende-eeuwse romantiek definitief wegvaagde en een enorm publiek genereerde.

In de werken die volgden, behield Stravinsky een opmerkelijke slagkracht. Maar niet door te provoceren, zoals hij in het ‘barbaarse’ Le sacre had gedaan; iedereen met enig stijlgevoel weet dat uitroeptekens hun effect verliezen als je ze herhaalt. In plaats daarvan koos hij voor een nieuwe invalshoek. Apollon musagète, veertien jaar na Le sacre gecomponeerd, lijkt het werk van een andere componist. Het is hyper-esthetische, sierlijke balletmuziek zonder harmonische schokeffecten.

Ook beperkte Stravinsky zich tot het zalvende klankpalet van een strijkorkest – een radicale breuk met de metalige staccato-klanken van zijn eerdere stukken. En zo sloeg hij op elegante wijze twee vliegen in één klap, want hij voldeed tegelijkertijd aan een vrije opdracht van de Amerikaanse mecenas Elizabeth Sprague Coolidge (een half uur muziek voor klein orkest) én aan het verzoek van zijn vaste artistieke partner Serge Diaghilev om een nieuw ballet.

  • Igor Stravinsky

    illustratie: Giorgio Pratolongo

    Igor Stravinsky

    illustratie: Giorgio Pratolongo

  • Igor Stravinsky

    Foto: Toronto Star Syndicate

    Igor Stravinsky

    Foto: Toronto Star Syndicate

  • Igor Stravinsky

    illustratie: Giorgio Pratolongo

    Igor Stravinsky

    illustratie: Giorgio Pratolongo

  • Igor Stravinsky

    Foto: Toronto Star Syndicate

    Igor Stravinsky

    Foto: Toronto Star Syndicate

Dat Stravinsky welluidende muziek kon schrijven was toen niet echt een verrassing meer. Voor zijn vorige ballet, Pulcinella, was hij in de huid van vroege barokcomponisten gekropen. Maar daar had hij zich op bestaande oude muziek gebaseerd; Apollon musagète bewees dat Stravinsky op een herijking van zijn eigen componeerstijl uit was. Hier diende zeventiende-eeuwse Franse hofmuziek als voorbeeld, het werk van Jean-Baptiste Lully in het bijzonder. Diens balletten hadden veelal klassiek-Griekse onderwerpen; evenzo is bij Stravinsky Apollo, ‘aanvoerder der Muzen’, de centrale figuur in een aantal gedanste tableaus zonder duidelijk verhaal. Ook in de aankleding die hij voor ogen zag keerde hij terug naar klassieke puurheid: het moest een ‘ballet blanc’ worden, met louter traditionele witte kostuums.

En natuurlijk schiep hij hier zijn eigen muzikale universum. Zulke muziek had nooit door Lully geschreven kunnen worden; de eerste Stravinskiaanse dissonant, gemaskeerd door de zachte strijkersklank, dient zich al na een paar seconden aan. Daarnaast zitten er melodische wendingen in die aan Tsjaikovski doen denken – één van Stravinsky’s directe muzikale voorvaderen – en hoor je soms een ‘swing’ die verraden dat in 1927 de jazz age was aangebroken, ook een stijl waarvoor Stravinsky niet ongevoelig was.

Apollon musagète is een product van zijn tijd. Stravinsky leek zich met een soort Houdini-act aan een creatieve impasse te ontworstelen, maar de keuze was hem uit handen genomen. Na de Eerste Wereldoorlog en de Russische Revolutie kon hij niet terugkeren naar het Rusland van zijn jeugd of dat van zijn eerdere balletten. Dan maak je optimaal gebruik van wat er wél voorhanden is.

Dat Stravinsky welluidende muziek kon schrijven was toen niet echt een verrassing meer. Voor zijn vorige ballet, Pulcinella, was hij in de huid van vroege barokcomponisten gekropen. Maar daar had hij zich op bestaande oude muziek gebaseerd; Apollon musagète bewees dat Stravinsky op een herijking van zijn eigen componeerstijl uit was. Hier diende zeventiende-eeuwse Franse hofmuziek als voorbeeld, het werk van Jean-Baptiste Lully in het bijzonder. Diens balletten hadden veelal klassiek-Griekse onderwerpen; evenzo is bij Stravinsky Apollo, ‘aanvoerder der Muzen’, de centrale figuur in een aantal gedanste tableaus zonder duidelijk verhaal. Ook in de aankleding die hij voor ogen zag keerde hij terug naar klassieke puurheid: het moest een ‘ballet blanc’ worden, met louter traditionele witte kostuums.

En natuurlijk schiep hij hier zijn eigen muzikale universum. Zulke muziek had nooit door Lully geschreven kunnen worden; de eerste Stravinskiaanse dissonant, gemaskeerd door de zachte strijkersklank, dient zich al na een paar seconden aan. Daarnaast zitten er melodische wendingen in die aan Tsjaikovski doen denken – één van Stravinsky’s directe muzikale voorvaderen – en hoor je soms een ‘swing’ die verraden dat in 1927 de jazz age was aangebroken, ook een stijl waarvoor Stravinsky niet ongevoelig was.

Apollon musagète is een product van zijn tijd. Stravinsky leek zich met een soort Houdini-act aan een creatieve impasse te ontworstelen, maar de keuze was hem uit handen genomen. Na de Eerste Wereldoorlog en de Russische Revolutie kon hij niet terugkeren naar het Rusland van zijn jeugd of dat van zijn eerdere balletten. Dan maak je optimaal gebruik van wat er wél voorhanden is.

door Michiel Cleij

Olivier Messiaen 1908-1992

Et exspecto resurrectionem mortuorum

door Willem Vos 1935-2003

Et exspecto resurrectionem mortuorum (‘En ik verwacht de opstanding der doden’) is een regel uit het Credo van de rooms-katholieke mis – het werk is een soort requiem ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de twee wereldoorlogen. Het is geschreven voor een orkest van hout-, koperblazers en metalen slaginstrumenten en ontstond in opdracht van André Malraux, Minister van Cultuur onder De Gaulle.

Et exspecto resurrectionem mortuorum (‘En ik verwacht de opstanding der doden’) is een regel uit het Credo van de rooms-katholieke mis – het werk is een soort requiem ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de twee wereldoorlogen. Het is geschreven voor een orkest van hout-, koperblazers en metalen slaginstrumenten en ontstond in opdracht van André Malraux, Minister van Cultuur onder De Gaulle.

Olivier Messiaen

Olivier Messiaen

Olivier Messiaen

Olivier Messiaen

Messiaen stelde zich een uitvoering van het werk voor in de openlucht of hoog in de bergen; hij lichtte dat als volgt toe: ‘Het is niet onnuttig er aan te herinneren dat de auteur zich op het moment waarop hij de partituur schreef gaarne omringde met sterke, eenvoudige beelden: Mexicaanse trappiramides, tempels en standbeelden uit het oude Egypte, Romaanse en gotische kerken, dat hij de teksten van Thomas van Aquino over de Opstanding herlas en dat hij werkte in de Hautes-Alpes, tegenover die machtige plechtige landschappen die zijn ware vaderland vormen.’

Dat is te horen. Deze partituur lijkt niet met een pen te zijn geschreven, maar met een houweel uit de rotsen gehakt. Een maximale differentiëring aan toonhoogten, ritmen, klankkleuren en dynamische contrasten bereikt Messiaen mede door de bijzondere bezetting van het stuk, waarin ook gregoriaanse melodieflarden, oosterse ritmische patronen en de bekende vogelgeluiden een voorname rol spelen.

Elk van de vijf delen (waartussen telkens een pauze van een minuut is voorgeschreven) draagt als opschrift bijbelteksten die betrekking hebben op de Opstanding. Dat betekent voor Messiaen echter niet alleen extatische vreugde, maar ook aandacht voor de verschrikkingen van de dood die daaraan voorafgaat.

Messiaen stelde zich een uitvoering van het werk voor in de openlucht of hoog in de bergen; hij lichtte dat als volgt toe: ‘Het is niet onnuttig er aan te herinneren dat de auteur zich op het moment waarop hij de partituur schreef gaarne omringde met sterke, eenvoudige beelden: Mexicaanse trappiramides, tempels en standbeelden uit het oude Egypte, Romaanse en gotische kerken, dat hij de teksten van Thomas van Aquino over de Opstanding herlas en dat hij werkte in de Hautes-Alpes, tegenover die machtige plechtige landschappen die zijn ware vaderland vormen.’

Dat is te horen. Deze partituur lijkt niet met een pen te zijn geschreven, maar met een houweel uit de rotsen gehakt. Een maximale differentiëring aan toonhoogten, ritmen, klankkleuren en dynamische contrasten bereikt Messiaen mede door de bijzondere bezetting van het stuk, waarin ook gregoriaanse melodieflarden, oosterse ritmische patronen en de bekende vogelgeluiden een voorname rol spelen.

Elk van de vijf delen (waartussen telkens een pauze van een minuut is voorgeschreven) draagt als opschrift bijbelteksten die betrekking hebben op de Opstanding. Dat betekent voor Messiaen echter niet alleen extatische vreugde, maar ook aandacht voor de verschrikkingen van de dood die daaraan voorafgaat.

door Willem Vos 1935-2003

Biografie

Daniel Harding, dirigent

Daniel Harding maakte zijn professionele debuut in 1994 bij het City of Birmingham Symphony Orchestra, waar hij dat seizoen assistent was van Simon Rattle. In het seizoen daarop assisteerde hij Claudio Abbado bij de Berliner Philharmoniker.

De Engelsman is muzikaal leider van het Zweeds Radio Symfonieorkest (sinds 2007), artistiek leider van de Ohga Hall in Karuizawa (Japan) en eredirigent van het Mahler Chamber Orchestra. Sinds 2016 is hij artistiek leider van het Orchestre de Paris, een functie die hij na het seizoen 2018/19 neerlegt.

Daniel Harding is regelmatig te gast bij de Wiener Philharmoniker, de Staatskapelle Dresden, de Berliner Philharmoniker, het Gewandhausorchester Leipzig, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks en het London Symphony Orchestra.

Operaproducties leidde hij bij de Scala in Milaan, het Festival van Aix-en-Provence, de Royal Opera in Londen, de Wiener Staatsoper en de Bayerische Staatsoper. De Franse regering benoemde hem tot Chevalier de l’Ordre des Arts et des Lettres.

Sinds zijn debuut in januari 2004, toen werken van Britten, Adès en Lutosławski op de lessenaars stonden, leidde Daniel Harding het Concertgebouworkest al vele malen, zowel in Het Concertgebouw als tijdens tournees. In februari 2019 leidde hij het orkest in meerdere programma’s tijdens een uitgebreide tournee door de Verenigde Staten. In augustus 2019 kwam hij terug voor uitvoeringen in Amsterdam en Luzern van het tweede bedrijf van Wagners Tristan und Isolde. In november 2020 leidde Harding het orkest in werken van Schubert, Britten, Stravinsky en Messiaen verdeeld over twee streamingprogramma’s.