Zondagmiddagconcert: Schuberts Strijkkwintet
Solisten van het Concertgebouw Kamerorkest:
Tjeerd Top viool
Michael Waterman viool
Frederik Boits altviool
Fred Edelen cello
Quirine Viersen cello
er is geen pauze
einde ± 15.10 uur
Franz Schubert (1797-1828)
Strijkkwintet in C gr.t., D 956,
op. posth. 163 (1828)
Allegro ma non troppo
Adagio
Scherzo: Presto
Allegretto
Dit concert maakt deel uit van de serie Kamermuziek op zondagmiddag.
Toelichting
Franz Schubert 1797-1828
Schubert: Strijkkwintet
Door Liesbeth Houtman
Schuberts Strijkkwintet in C groot, D 956 is een ongelooflijk intens en persoonlijk werk, waarvan tegenwoordig niemand de genialiteit zal betwisten. Franz Schubert voltooide het enkele weken voordat hij op 19 november 1828 stierf aan syfilis, nog maar 31 jaar oud.
Het lijkt of heel zijn korte, bewogen leven in het werk is samengevat. Innige lyriek en heftige uitbarstingen, ingetogen blijdschap en diepe smart wisselen elkaar in hoog tempo af. Je kunt je dan ook nauwelijks voorstellen dat juist dit werk bijna aan de aandacht was ontsnapt.
Begin oktober 1828 stuurde Schubert het aan zijn uitgever. Die zag niets in het et en liet de componist koeltjes weten dat hij liever wat vocale werken en pianostukken zag komen. Pas op 17 november 1850 ging het Strijkkwintet in C groot – het enige strijkkwintet dat Schubert schreef – in verkorte vorm in de Weense Musikverein in première, waarna drie jaar later de eerste uitgave volgde.
In plaats van de sinds Wolfgang Amadeus Mozart gebruikelijke kwintetbezetting met twee altviolen koos Schubert voor een tweede . Ook Luigi Boccherini deed dit al, maar waarschijnlijker is het dat Schubert zich liet inspireren door de Franse componist George Onslow, een tijdgenoot die hij bewonderde en die verschillende kwintetten met twee cello’s schreef.
Door de extra krijgt het werk zijn donkere, bijna orkestrale klank. Sommige passages zijn zo duister van karakter dat je bijna zou denken dat Schubert zijn naderende einde moet hebben voorzien. De eerste viool en tweede cello omspelen het dat door de drie middenstemmen – tweede viool, en eerste cello – wordt voorgedragen.
In het monumentale openingsdeel pakt Schubert uit met maar liefst drie thema’s. Via het woeste rondt hij af met een energiek en ogenschijnlijk onbekommerd Allegretto, waarin elementen doorklinken van de Hongaarse volksmuziek. Het Strijkkwintet in C groot is zo rijk aan melodische, harmonische en ritmische vondsten dat je elke keer als je het stuk hoort weer nieuwe nuances ontdekt.
Hieruit blijkt wel dat de componist, hoewel waarschijnlijk fysiek uitgeput, compositorisch en mentaal nog lang niet was uitgezongen. Veelbetekenend is dan ook de tekst van Franz Grillparzer die Schuberts vrienden in zijn grafsteen lieten graveren: ‘De kunst begroef hier een rijk bezit, maar nog mooiere verwachtingen.’
Biografie
Concertgebouw Kamerorkest, orkest
Het Concertgebouw Kamerorkest, ook opererend onder de naam Concertgebouw Chamber Orchestra (CCO), is samengesteld uit leden van het Koninklijk Concertgebouworkest.
Het ensemble werkte in recente jaren samen met nationale en internationale solisten als Nicolas Altstaedt, Ronald Brautigam, Noa Wildschut, Niek Baar, Ben Kim, Stefan Vladar, Harriet Krijgh, Lavinia Meijer en Amihai Grosz.
Ook musici uit het Concertgebouworkest – Dominic Seldis, Vesko Eschkenazy, Tjeerd Top, Alexei Ogrintchouk, Emily Beynon – traden als solist op met hun collega’s van het Concertgebouw Kamerorkest. Het gezelschap wordt regelmatig uitgenodigd in de series Het Zondagochtend Concert (in Het Concertgebouw) en De Vrijdag van Vredenburg (in TivoliVredenburg in Utrecht), en ging op tournee naar onder meer België, Spanje, Duitsland, Turkije, Argentinië en Brazilië.
Van 1957 tot 1987 trad het Concertgebouw Kamerorkest op onder de naam Amsterdams Kamerorkest; dat verzorgde in die drie decennia vele concerten in binnen- en buitenland en maakte talloze opnames met en als Andre Rieu sr., Anton van der Horst en Marinus Voorberg. In de periode 1994-2012 werd het orkest geleid door chef-dirigent Marco Boni.
Al meer dan 35 jaar behoort Bachs Matthäus-Passion tot de vaste pijlers van het Concertgebouw Kamerorkest; de uitvoeringen op Witte Donderdag en Goede Vrijdag worden traditiegetrouw bezocht door leden van het kabinet en andere prominente gasten.
Quirine Viersen, cello
Quirine Viersen kreeg haar eerste lessen van haar vader Yke Viersen, cellist in het Concertgebouworkest van 1971 tot 2014. Ze studeerde bij Jean Decroos en Dmitri Ferschtman aan het Conservatorium van Amsterdam en bij Heinrich Schiff aan het Mozarteum in Salzburg.
De celliste won prijzen op het Rostropovich Concours (Parijs 1990), het Internationale concours (Helsinki 1991) en het Tsjaikovski Concours (Moskou 1994), en in 1994 kreeg ze de Nederlandse Muziekprijs. Quirine Viersen soleerde bij de Wiener Philharmoniker, het Concertgebouworkest, het Nederlands Philharmonisch Orkest en het Filharmonisch Orkest van Sint-Petersburg.
Na een bijna twintigjarige samenwerking met pianiste Silke Avenhaus ging ze nieuwe duoverbanden aan met Enrico Pace ( oktober 2019) en Thomas Beijer (Kleine Zaal oktober 2021), en in november vorig jaar was ze in de Kleine Zaal te gast in een et met onder anderen pianist Severin von Eckardstein en altvioliste Isabelle van Keulen.
Quirine Viersen bespeelt de ‘Joseph Guarnerius Filius Andreae’ uit 1715, ter beschikking gesteld door het Nationaal Muziekinstrumenten Fonds. Heinrich Schiff deed haar een van zijn strijkstokken cadeau.

