Zondagmiddagconcert: Marietta Petkova speelt Chopin

Marietta Petkova piano

Frédéric Chopin (1810-1849)

Eerste ballade in g kl.t., op. 23 (1835)

Derde ballade in As gr.t., op. 47 (1841) 

Claude Debussy (1862-1918)

Préludes (boek I, 1910)
Danseuses de Delphes
Voiles
Le vent dans la plaine
Les sons et les parfums tournent dans l’air du soir
Les collines d’Anacapri
Des pas sur la neige
Ce qu’a vu le vent d’ouest
La fille aux cheveux de lin
La sérénade interrompue
La cathédrale engloutie
La danse de Puck
Minstrels

er is geen pauze
einde ± 15.25 uur

Toelichting

Ballades en preludes

Frédéric Chopin componeerde tussen 1831 en 1842 vier ballades voor piano. Ze sloten perfect aan bij de romantische tijdgeest, en behoren nog steeds tot de van de pianoliteratuur. Debussy liet zich voor zijn Préludes inspireren door Chopin én door de natuur. 

Een ballade is oorspronkelijk een verhalend, al dan niet gezongen, gedicht dat zeer geliefd was in de Middel-eeuwen. In de negentiende eeuw ontstond hernieuwde interesse in het genre. De ballades van grote dichters als Heine en Goethe inspireerden de componisten uit de . Die schreven vooral vocale versies. Daarom betekenden de louter instrumentale ballades van Chopin in die tijd een vernieuwing.

Chopins ballades ademen zowel weemoed, lyriek als dramatiek, en ze bezitten een overvloed aan muzikale ideeën. De poëzie van dichter Adam Mickiewicz inspireerde Chopin, maar desalniettemin hebben de ballades geen specifiek literair programma als uitgangspunt. Chopin gaat vrij om met de muzikale vorm, waarbij hij speelt met klassieke vormen als de . Hij transformeert en varieert muzikale ’s en laat ze op expressieve wijze contrasteren. De meeste ballades eindigen met een uitgebreide .

In de Ballade in g klein maakt Chopin toespelingen op de sonatevorm. De Ballade in As groot ontstond enkele jaren later. Sommigen menen hierin echo’s te horen uit Heine’s ballade Die Lorelei

Preludes

Claude Debussy raakte, net als vele anderen, geïnspireerd door Chopins preludes. In 1910 en 1913 werden zijn twee bundels, met elk twaalf preludes, gepubliceerd. Bij Debussy staan hun titels echter niet bovenaan het stuk maar eronder; alsof hij wil zeggen dat de muziek in de eerste plaats komt.

In deze pianominiaturen verklankt Debussy een veelheid aan onderwerpen in genuanceerde, kleurrijke stemmingen. Ritmische precisie kenmerkt zijn geheel eigen stijl. Debussy had een grondige kennis van de klassieke muzikale vormen, maar oversteeg de grenzen daarvan met een eigen, originele benadering. Veelal waren het dagelijkse gebeurtenissen die zijn muzikale verbeelding prikkelden. Hij liet zich inspireren door voorwerpen, geuren, geluiden, en vooral door de natuur. 

Danseuses de Delphes verwijst naar het Oude Griekenland, en een langzame beweging roept het beeld van gracieuze dansers op. Ondanks de statige, sonore klanken klinkt de muziek lichtvoetig. De titel Voiles van de tweede prelude, betekent zowel ‘sluiers’ als ‘zeilen’. Debussy speelt in deze transparante muziek met beide betekenissen. Hij gebruikt voornamelijk hele tonen, wat de muziek een zwevend karakter geeft.

Soms liet Debussy zich door één enkele dichtregel inspireren. De titel Le vent dans la plaine (suspend son haleine) suggereert dat de wind zijn adem inhoudt. De componist roept wervelende windvlagen op in de piano, die echter plotseling weer stilvallen. 

Een zinsnede uit de bundel Les fleurs du mal van Baudelaire stond model voor de vierde, melancholieke prelude. Debussy had in 1889 ook een gecomponeerd op een gedicht eruit:  du soirLes collines d’Anacapri verwijst naar een stadje op het eiland Capri bij Napels, dat Debussy ooit zou hebben bezocht.

De tarantella, een snelle dans die geliefd is in die streken, krijgt in deze prelude een hoofdrol. Met Des pas sur la neige verwijst Debussy naar een verstild sneeuwlandschap: sobere klanken, met een ondertoon van existentiële eenzaamheid. Het slotakkoord omvat bijna vier octaven. 

In de zevende prelude klinken donderende tremolando’s, vurige passages, en dynamische extremen: een destructieve stormwind sleurt alles mee wat hij tegenkomt. Het contrast van de westenwind met het frisse en verfijnde La fille aux cheveux de lin kon niet groter zijn. Debussy’s inspiratie hiervoor was afkomstig uit het gelijknamige gedicht van Leconte de Lisle. Deze prelude is een van de bekendste. 

La sérénade interrompue gaat over een verliefde Spaanse gitaarspeler, die het hart van zijn geliefde wil veroveren. Hij wordt echter steeds gestoord door lawaai. Terwijl Spaanse gitaarklanken en s worden geïmiteerd, zorgen die onderbrekingen voor de nodige humor. 

Volgens de legende van Ys bestond onder de zeespiegel, voor de Bretonse kust, een mythische stad met een verzonken kathedraal. Debussy roept in La cathédrale engloutie een sfeer op van lang vervlogen tijden. De muziek is doordrenkt met klanken van donkere kerkklokken, die eerbied en grandeur suggereren. Tegelijkertijd is de golvende beweging van de zee te horen. 

La danse de Puck, gebaseerd op Shakespeares A Midsummer Night’s Dream, gaat over een lichtvoetige en spottende elf. Vrolijke noten, grillig en plagerig, worden gecombineerd met plotselinge verschuivingen in register en Minstrels verwijst naar een show op een promenade in Eastbourne, waar Debussy en zijn tweede vrouw de zomer doorbrachten in 1905. Alle elementen uit die voorstelling, zoals mime, humor, snel wisselende stemmingen en soepele ritmiek, zijn terug te vinden in Debussy’s laatste prelude van deze eerste bundel.  

Biografie

Marietta Petkova, piano

Marietta Petkova begon haar opleiding aan het muzieklyceum in haar geboorteplaats Roese (Bulgarije) om deze te vervolgen aan het conservatorium van Sofia. Aan de Musikhochschule in Wenen was Paul Badura-Skoda vervolgens haar docent. Na een studiejaar in Canada vestigde Marietta Petkova zich in 1990 in Nederland, voor lessen van Jan Wijn aan het Conservatorium van Amsterdam. Gedurende tien jaar was ook pianist/pedagoog György Sebök een belangrijk mentor.

Sinds ze op tienjarige leeftijd het Nationale Pianoconcours van Bulgarije won, nam de pianiste tal van belangrijke prijzen in ontvangst van concoursen in onder meer Zwitserland, Italië, Oostenrijk en Portugal. In Nederland won ze het Eduard Flipse Internationaal Pianoconcours (ex aequo) en de Yamaha Music Foundation Award. Marietta Petkova geeft voornamelijk solorecitals maar speelt ook graag kamermuziek.

Als solist in concertant repertoire werd ze uitgenodigd door onder meer het Orchestre de ­Chambre de Lausanne, het Concertgebouw Kamerorkest, het Noord Nederlands Orkest, het Kammer­orchester Arcata Stuttgart en het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Het vorige optreden van Marietta Petkova in de was een duorecital met violist Vesko Eschkenazy op 26 mei 2019 met ­s van Mozart, Beethoven, ­Debussy en Franck.