Zondagmiddagconcert: Amsterdam Piano Trio

Amsterdam Piano Trio:
Shin Sihan viool
Alexander Warenberg cello
Yang Yang Cai piano

Dit concert maakt deel uit van de serie Kamermuziek op zondagmiddag.

Ludwig van Beethoven (1770-1827)

32 Variaties op een eigen thema
in c kl.t., WoO 80 (1806)
voor piano solo

Maurice Ravel (1875-1937)

Sonate (1920-22)
voor viool en cello
Allegro
Très vif
Lent
Vif, avec entrain

Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975)

Tweede pianotrio in e kl.t., op. 67 (1944)
Andante - Moderato - Poco più mosso
Allegro con brio
Largo
Allegretto - Adagio
 
er is geen pauze
einde ± 15.25 uur

Toelichting

Ludwig van Beethoven 1770-1827

Variaties

Door Marco Nakken

De schetsen van de 32 Variaties op een eigen in c klein van Ludwig van Beethoven stammen uit 1806, het jaar waarin ook de ‘Razoemovsky-kwartetten’, het Vioolconcert in D groot en de Vierde symfonie ontstonden. 

De 32 Variaties op een eigen thema in c klein werden in april 1807 uitgegeven, maar kreeg geen nummer. In de Allgemeine musikalische Zeitung van november 1807 verscheen een lovende recensie: ‘Het heeft de bekoring van het ongebruikelijke.’

De variaties wijken inderdaad af van de gangbare vorm, waarin het , veelal een populaire uit een , met steeds rijker wordende figuraties werd overladen. In de 32 Variaties grijpt Beethoven terug op een variatie-vorm uit de , de passacaglia of de chaconne, waarin een telkens herhaald baspatroon van variaties in de bovenstem wordt voorzien.

Ook het karakter van het thema verwijst naar de Barok. De chromatisch dalende melodische lijn is een variant van de in de zeventiende en achttiende eeuw veelvuldig gebruikte lamentobas. Bekende voorbeelden zijn het Crucifixus uit BachHohe Messe en Dido’s Lament uit Purcells Dido and Aeneas.

Het thema voor de variaties beslaat slechts acht maten. Tegenover de chromatisch dalende lijn in de bas staat een chromatisch stijgende lijn in de bovenstem. De variaties 12 tot en met 16 staan in . De eerste hierop volgende variatie heeft subtiele ische inzetten in de bovenstemmen. In variatie 31 keert de melodie van de bovenstem terug. In de uitgebreide, als fungerende, laatste variatie wordt het patroon van acht maten doorbroken.

Maurice Ravel 1875-1937

Sonate

Maurice Ravel componeerde het eerste deel van de voor viool en voor een aan de nagedachtenis van Claude Debussy gewijd nummer van het muziekmaandblad La Revue musicale. Het werk in zijn geheel werd in 1922 voltooid. Het meest opvallende aan het eerste deel van de Sonate is de voortdurende afwisseling van en in de gebroken en die het eerste begeleiden. In het tweede thema volgen de stemmen elkaar op een halve tel afstand. 

In de eerste maten van het tweede deel wisselen en elkaar opnieuw af. De evocatie van rauwe volksmuziek verraadt de invloed van Béla Bartók, terwijl de solo voor de met zijn hamerend en slagakkoorden veel weg heeft van een parafrase van Igor Stravinsky’s Le sacre du printemps. Het langzame deel heeft een boogvorm. De snelle finale is een bonte aaneenschakeling van Hongaars aandoende wijsjes, solo’s, verwijzingen naar het eerste deel (de majeur/­mineur-afwisseling) en een kleine

Dmitri Sjostakovitsj 1906-1975

Tweede pianotrio

Op 5 februari 1944 legde Dmitri Sjostakovitsj de laatste hand aan de Rothschilds viool, die zijn joodse compositieleerling Benjamin Fleischman – tijdens het beleg van Leningrad gesneuveld – niet had kunnen voltooien. Op diezelfde dag vond in Novosibirsk de (Siberische) première van zijn Achtste symfonie plaats, waarbij het werk werd ingeleid door Sjostakovitsj’ beste vriend, de filoloog en musicoloog Ivan Sollertinski.

Sollertinski was in goede gezondheid uit Moskou vertrokken en Sjostakovitsj moet verbijsterd zijn geweest toen hij enige dagen later een telegram ontving dat zijn vriend aan een hartaanval was overleden. ‘Mijn hele algemene ontwikkeling heb ik aan hem te danken. Het zal me onvoorstelbaar zwaar vallen om zonder hem verder te leven’, schreef Sjostakovitsj aan Sollertinski’s weduwe.

Sjostakovitsj droeg het Tweede , dat hij in de lente van 1944 componeerde, op aan de nagedachtenis van Ivan Sollertinski. De keuze voor een pianotrio is daarbij waarschijnlijk geen toeval geweest, want het genre had in Rusland een bescheiden traditie als muzikaal in memoriam: Pjotr Iljitsj Tsjaikovski schreef een pianotrio ter nagedachtenis aan zijn vriend Nikolai Rubinstein en Serge Rachmaninoff herdacht op zijn beurt Tsjaikovski in een pianotrio.

Het eerste deel van Sjostakovitsj’ piano­ opent met een door de in hoge tonen ingezette klaagzang, die zich vervolgens isch ontwikkelt. Het hieraan verwante tweede wordt door de piano in octaven tegenover gerepeteerde noten van de strijkers geïntroduceerd. Een derde thema heeft het karakter van een kinderliedje.  

Het tweede deel is een met een trio. Het scherzo is een verbeten stampende boerendans en het door harmonische stilstand gekenmerkte trio doet aan een denken. 

Het derde deel is een passacaglia (zie boven), waarin een vijf maal herhaalde reeks van acht en de plaats van een basthema inneemt. De hierop zonder onderbreking aansluitende finale is een danse macabre op joods aandoende thema’s. Het is het eerste stuk waarin Sjostakovitsj dergelijke thema’s heeft gebruikt en het vermoeden bestaat dat hij hier niet alleen Ivan Sollertinski, maar ook Benjamin Fleischman en de in de concentratiekampen vermoorde joden heeft willen herdenken. ‘Omdat de joden zo lang zijn vervolgd, hebben zij geleerd hun wanhoop te verbergen. Ze drukken wanhoop uit in dans­muziek’, verklaarde Sjostakovitsj in het door Solo­mon Volkov opgetekende Getuigenis.

Tegen het eind van de finale keren de als ’s omspeelde akkoorden van de passacaglia in combinatie met de klaagzang uit het eerste deel terug.  

Biografie

Shin Sihan, viool

Shin Sihan begon op ­zesjarige leeftijd met vioolspelen bij Coosje Wijzenbeek aan de Sweelinck Academie in Amsterdam. Aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag studeerde hij cum laude af bij Vera Beths, en momenteel heeft de violist lessen bij Kolja Blacher aan de Hochschule für Musik ‘Hanns Eisler’ in Berlijn. Belangrijke mentoren waren ook Jaap van Zweden, Anner Bijlsma en Leonidas Kavakos.

Shin Sihan viel verschillende keren in de prijzen: hij kreeg de Kersjes Vioolbeurs (2013), de Dutch Classical Talent Award 2017 (samen met pianiste Anne Brackman), de Elisabeth Evertsprijs (2018) en de Grachtenfestival Prijs 2020 en was laureaat van het Nederlands Vioolconcours ‘Oskar Back’, de Violinwettbewerb Kloster Schöntal en de Iordens Viooldagen. Als solist trad hij op met bijvoorbeeld het Residentie Orkest Den Haag, het Concertgebouw Kamerorkest en Het Gelders Orkest en in 2016 was hij artist in residence bij het Nationaal Jeugd Orkest. Voor het vertolken van kamermuziek was Shin Sihan te gast op festivals in Utrecht, Delft, Amsterdam, Gent, Porto en São Paulo.

Sinds 2017 vormt hij met pianiste Yang Yang Cai en cellist Alexander Warenberg het Amsterdam Piano Tri­o en als lid van het Chianti Ensemble (Kersjesprijs 2022) speelt de violist kamermuziek van duo tot kwin­tet. Shin Sihan heeft een instrument van Nicolò Amati (Cremona, 1675) in bruikleen van de Stichting Voorlinden.

Alexander Warenberg, cello

Alexander Warenberg speelt vanaf zijn vijfde jaar en kreeg van zijn achtste tot zijn achttiende les van Monique Bartels aan het Conservatorium van Amsterdam. Sinds 2016 studeert hij bij Frans Helmerson, tot 2019 aan de Barenboim-Said-Akademie in Berlijn en tegenwoordig aan de Kronberg Academy.

In 2016 won de jonge cellist de eerste prijs en de publieksprijs van het concours van de Amsterdamse Cello Biënnale. Daarnaast won hij het internationale celloconcours ‘Antonio Janigro’ in Kroatië, het Britten Cello Concours en het Prinses Christina Concours.

In kamermuziekverband trad Alexander Warenberg op met Janine Jansen, Menahem Pressler, Denis Kozhukhin en Liza Ferschtman. In de zomer van 2017 nam hij deel aan de Verbier Festival Academy. Ook was hij te gast tijdens het Internationaal Kamermuziek Festival Utrecht, het Grachtenfestival in Amsterdam, Wonderfeel, het Delft Chamber Music Festival, het Festival Bad Ragaz in Zwitserland en Fest in Finland.

Sinds 2017 vormt hij samen met Yang Yang Cai (piano) en Shin Sihan (viool) het Amsterdam Piano , dat in maart 2019 debuteerde in de . Afgelopen februari was hij in de Kleine Zaal te gast als lid van het Chianti Ensemble.

Alexander Warenberg ontvangt een studiebeurs van de VandenEndeFoundation en bespeelt een instrument van Jean-Baptiste Vuillaume uit 1845 dat hem ter beschikking is gesteld door het Nationaal Muziekinstrumenten Fonds.

Yang Yang Cai, piano

Yang Yang Cai begon op vijfjarige leeftijd met pianolessen en werd op haar tiende aangenomen in de klas van Jan Wijn, bij wie ze ruim tien jaar studeerde.

In 2019 behaalde ze haar bachelor aan het Conservatorium van Amsterdam, waarna ze doorstudeerde aan de Imola Piano Academy bij Enrico Pace en, opnieuw aan het Conservatorium van Amsterdam, bij Frank van der Laar.

Haar eerste concourswinst behaalde de pianiste op haar negende, toen ze in 2008 het Steinway Piano Concours won en in Hamburg Nederland vertegenwoordigde op het Internationale Steinway Festival. In 2012 won ze het Steinway Piano Concours nogmaals. In 2019 won ze de Grand Prix Youri Egorov van de YPF Piano Competition met een vertolking van het Tweede pianoconcert van Chopin met het van het Conservatorium van Amsterdam onder leiding van Jean-Bernard Pommier.

Yang Yang Cai heeft inmiddels in haar woonplaats Amsterdam gespeeld in het Muziekgebouw, het DeLaMar Theater en Koninklijk Theater Carré. Ze nam deel aan The International Holland Music Sessions en het Aspen Music Festival en is een veelgevraagde gast op evenementen als het Grachtenfestival, Wonderfeel en het Internationaal Kamermuziekfestival Schiermonnikoog. Met violist Shin Sihan en cellist Alexander Warenberg vormt de pianiste sinds 2017 het Amsterdam Piano Tri­o, dat in 2019 optrad in de .