Zhang, dans en Andalusië bij het Concertgebouworkest
Serie A 20.15 uur
Koninklijk Concertgebouworkest
Thomas Søndergård dirigent
Mayte Martín zang
Kersten McCall fluit
Vanesa Aibar dans
I.S.M. FLAMENCO BIËNNALE NEDERLAND
Joaquín Turina 1882-1949
La Procesión del Rocío, op. 9 (1912)
Triana en fiesta
La Procesión
Mayte Martín 1965
Acaríciame por dentro
(orkestratie Florian Magnus Maier, 2016)
wereldpremière van deze versie
No me maltrates la vida
(arrangement Joan Albert Amargós)
versie met solostrijkers
Mauricio Sotelo 1961
Muros de dolor... III (2006-07)
Nederlandse première
Luigi Nono (1924-1990)
Epitaffio per Federico García Lorca No. 2:
Y su sangre ya viene cantando (1952)
voor fluit en klein orkest,
op tekst van Federico García Lorca
eerste uitvoering door het Koninklijk Concertgebouworkest
pauze
Manuel de Falla 1876-1946
El amor brujo (1915-16, revisie 1924)
ballet-pantomime in één bedrijf
Introducción y escena
En la cueva. La noche
Canción del amor dolido
El aparecido
Danza del terror
El círculo mágico: Romance del pescador
A media noche: Los sortilegios
Danza ritual del fuego: Para ahuyentar los malos espíritus
Escena
Canción del fuego fatuo
Pantomima
Danza del juego de amor
Final. Las campanas del amanecer
begin van de pauze ca. 21.10 uur
einde van het concert ca. 22.10 uur
Voorafgaand aan het concert geeft Ernestina van de Noort, directeur van Flamenco Biënnale Nederland, een inleiding in de Koorzaal. De componist Mauricio Sotelo zal hieraan zijn medewerking verlenen. Uw gratis kaartje hiervoor kunt u reserveren via de Concertgebouwlijn (0900-6718345; 1 euro per gesprek) of afhalen aan de kassa van Het Concertgebouw. Direct na het concert is er in de Spiegelzaal een afsluitende Meet the Artists. Joel Ethan Fried spreekt met dirigente, solisten en een orkestmusicus. Dit concert sluit aan op het Horizon-programma met thema Smeltkroes Andalusië. Het volledige programma vindt u op de website van het Concertgebouworkest.
Toelichting
Joaquín Turina 1882-1949
la procesión del rocío
Tekst: Michiel Cleij
El Rocío, tegen de Atlantische kust van Zuid-Spanje gelegen, is een zanderig en slaperig oord. Maar met Pinksteren is het het feestelijke einddoel van de romería, de pelgrimage van katholieke (zigeuner)families uit Sevilla en andere steden.
Tegenwoordig doen velen dat in fourwheeldrives; honderd jaar geleden, in Joaquín Turina’s tijd, was het een pittoresk spektakel van ruiters en voortploegende karren. Met dat beeld was Turina als geboren Sevillaan innig vertrouwd; als componist zag hij het muzikale potentieel ervan. La procesión del Rocío was zijn eerste grote orkestwerk en hiermee maakte hij zijn doorbraak in het buitenland.
Claude Debussy noemde het werk ‘een prachtig fresco’, en hij vervolgde: ‘Door de duidelijke contrasten tussen licht en schaduw luistert het lekker weg, ondanks de lengte. Turina is sterk beïnvloed door volksmuziek maar hij aarzelt nog in welke richting hij zich zal ontwikkelen en denkt dat het nuttig is tegen illustere hedendaagse voorbeelden aan te leunen. Laten we hopen dat hij hen achter zich laat en zijn oor dichter bij huis te luisteren legt.’
Tot die ‘illustere voorbeelden’ rekende Debussy ongetwijfeld zichzelf, en hij had recht van spreken. Spaanse componisten als Turina en Falla verbreedden hun horizon in Parijs, waar ze evenveel van hem leerden als omgekeerd. Maar ondertussen is La procesión nog altijd doorspekt met bestaande Spaanse deuntjes, inclusief (aan het slot) een rechtstreeks citaat uit het Spaanse volkslied.
Mayte Martín 1965
Liederen
Van zangeres Mayte Martín staan twee eigen eren op het programma. Acaríciame por dentro wordt uitgevoerd in een nieuwe orkestratie van Florian Magnus Maier.
De Duitse componist en gitarist woont en werkt in Nederland. Als metalgitarist Morean speelt hij in de bands Noneuclid en Dark Fortress. Hij studeerde aanvankelijk klassiek gitaar en kwam in 1994 naar Nederland om zich bij Paco Peña toe te leggen op flamencogitaar. Compositie studeerde hij aan het Rotterdams Conservatorium bij Klaas de Vries, Peter-Jan Wagemans en René Uylenhoet. Als componist is hij geïnteresseerd in het versmelten van genres die op het eerste gezicht niet te verenigen lijken, zoals metal, elektronica, klassiek en flamenco.
No me maltrates la vida wordt uitgevoerd in het oorspronkelijke arrangement voor solostrijkers van Joan Albert Amargós.
Mauricio Sotelo 1961
muros de dolor... III
Een van de componisten die op een geslaagde manier flamenco-elementen verbindt aan ultramoderne compositietechniek is de Madrileen Mauricio Sotelo. En dat doet hij niet vanuit een ivoren toren; hij werkte samen met grote flamencoartiesten als Enrique Morente, Carmen Linares en Miguel Poveda.
Wat Sotelo vooral fascineert is dat flamencomuziek een enorme complexiteit heeft en toch overrompelend en direct klinkt. Die combinatie geldt ook voor Sotelo’s composities. Ze zijn doordrongen van de ritmische eigenaardigheden van flamenco (waarmee Sotelo als gitarist van jongs af aan vertrouwd is) en van de rijke, vaak microtonale nuances van flamencozang, maar hebben vaak het effect van spontane s.
Een groeiende serie composities voor uiteenlopende bezettingen draagt de dramatische titel Muros de dolor. Deel drie daaruit componeerde Sotelo in opdracht van het Filharmonisch Orkest van Gran Canaria en is opgedragen aan de Finse componist Kaija Saariaho.
De ‘muren van smart’ waarnaar de titel verwijst, zijn de muren van het Alhambra, waaraan de componist een bezoek bracht met Laura García Lorca, nicht van de grote Spaanse dichter, die in 1936 door aanhangers van Franco nabij Granada werd vermoord. Het bezoek leverde dit werk met echo’s van de tragische flamencostijl seguiríya op.
Luigi Nono (1924-1990)
y su sangre ya viene cantando
Even oer-Spaans als het stierengevecht en flamenco is het werk van dichter/schrijver/theaterman Federico García Lorca. In de jaren dertig behoorde hij tot de artistieke voorhoede, maar met zijn progressieve en links georiënteerde opvattingen maakte hij in het politiek verscheurde Spanje minstens evenveel vijanden als vrienden.
Aan het begin van de Spaanse Burgeroorlog werd hij door nationalisten vermoord. Sindsdien geldt hij als een symbool van de vrijheidsstrijd: heel wat kunstenaars, waaronder opvallend veel componisten, brachten hem postuum hommages.
Eén daarvan was de Italiaan Luigi Nono, een avant-gardist die je misschien niet direct met de gepassioneerde en beeldrijke poëzie van García Lorca zou associëren. Nono’s generatie zag 1945 als een nieuw begin en maakte zich los van vooroorlogse, romantische waarden: atonaliteit en abstractie kwamen in de plaats van en dramatiek.
Vooral op het gebied van vocale en experimenteerde Nono heel wat af, maar zijn werk heeft altijd een buitenmuzikale betekenislaag die zijn collega’s juist nadrukkelijk vermeden. Door als het ware een vergrootglas te leggen over de manier waarop klank geproduceerd wordt, wilde Nono een nieuwe manier van luisteren afdwingen, met politieke ondertonen. Muziek, vond hij, dient tot maatschappelijke bewustwording – en in de anti-burgerlijke socialist García Lorca zag hij een geestverwant.
Het hier gespeelde werk behoort tot een aan Lorca gewijd drieluik. De titel (‘En zijn bloed blijft zingen’) is een regel uit Lorca’s Llanto por Ignacio Sánchez Mejías, een ‘lijkzang’ voor een bevriende stierenvechter en dichter. In de zijn de drie verzen uit Lorca’s gedicht Memento opgenomen. Het eerste vers bij het begin in driekwartsmaat, het tweede bij maat 182, waar de muziek overgaat in een langzame 5/8e maat en het derde bij maat 222, waar het weer versnelt en 6/8 wordt.
Het begin van Y su sangre doet pointillistisch en willekeurig aan: een solofluit lijkt aarzelend rond te dwalen door een ‘mist’ van ijle klankvlokjes. Geleidelijk verdicht het weefsel zich en wordt de muziek ook minder abstract: de fluitpartij krijgt steeds duidelijker melodische contouren, de ritmiek wordt intenser. Tegen het slot tekent zich zelfs een dramatische ontlading af. Iets wat voor Nono’s modernistische collega’s not done was maar de muziek wel meer urgentie geeft.
Memento
Cuando yo me muera,
enterradme con mi guitarra
bajo la arena.
Cuando yo me muera
entre los naranjos
y la hierbabuena.
Cuando yo me muera,
enterradme, si queréis,
en una veleta.
¡Cuando yo me muera!
Federico García Lorca
Gedenkteken
Als ik doodga,
begraaf me dan met mijn gitaar
onder het zand.
Als ik doodga
tussen de sinaasappelbomen
en het muntkruid.
Als ik doodga,
begraaf me dan, alsjeblieft,
in een windvaan.
Als ik doodga!
Vertaling redactie Preludium
Manuel de Falla 1876-1946
el amor brujo
Honderd jaar geleden was Manuel de Falla een grensverlegger: geen componist had de essentie van de Zuid-Spaanse volksmuziek zo dicht benaderd. Geboren in Cádiz zat Falla met zijn neus bovenop de zigeunercultuur. Samen met García Lorca organiseerde hij zelfs een flamencoconcours om oude traditionele gezangen voor de vergetelheid te behoeden.
In opdracht van zigeunerartieste Pastora Imperio componeerde Falla het ballet El amor brujo, op een scenario van Gregorio Martínez Sierra. Imperio en haar moeder, Rosario la Mejorana, lieten de componist van nabij kennismaken met de legendes en tradities van de besloten zigeunergemeenschap.
In het verhaal, gesitueerd aan de kust van de provincie Cádiz, probeert de jongen Carmelo het zigeunermeisje Candelas het hof te maken. De liefde is wederzijds, maar de jaloerse geest van Candelas’ vroegere geliefde drijft hen voortdurend uiteen. Alleen langs rituele weg kan de demon worden bezworen, waarna ongetroubleerde, zuivere liefde zegeviert.
Muzikaal hoogtepunt is daarbij de fameuze Vuurdans – maar de feitelijke uitdrijving van de geest vindt in een later stadium plaats, wanneer Candelas en Carmelo kans zien een steelse kus uit te wisselen.
Nergens citeert Falla bestaande volksmelodieën; hij streefde ernaar de sfeer en de essentie van de Andalusische folklore te benaderen, en die in symfonische termen te vertalen. De muziek heeft dan ook vaak een pure, bijna primitieve zeggingskracht.
De opdringerige geestverschijning van de dode minnaar, bijvoorbeeld, symboliseert de grillige oerkrachten van de natuur, die uiteindelijk door menselijke wilskracht bedwongen worden. Het is een gegeven dat ook het stierengevecht inspireert, en het is typisch Spaans.
Falla-expert Burnett James schreef hierover: ‘Spanjaarden zijn niet ontvankelijk voor de romantische mystiek van de Natuur. Het leven in Spanje is een aanhoudend gevecht met een prachtig, maar ruw en ontoegankelijk landschap; voor romantische opsmuk is eenvoudig geen plaats. In Spanje, en in Spaanse kunst, is de natuur hard, onverbiddelijk en vijandig, en tegelijkertijd is ze nauw verweven met het dagelijks leven.’
Biografie
Thomas Søndergård, dirigent
Thomas Søndergård is chef- van het BBC National Orchestra of Wales en vaste gastdirigent van het Royal Scottish National Orchestra. Hij werd geboren in Denemarken en studeerde aanvankelijk aan de Koninklijke Deense Muziekacademie.
Na een aantal jaar als ist van het Koninklijk Deens Orkest in Kopenhagen startte hij met dirigeren, onder supervisie van Alexander Polianichko, Yves Abel en Graham Bond. Zijn eerste grote succes was de première van Poul Ruders Kafka's Trial bij de Deense Nationale (Den Kongelige Oper)
In 2009 werd Thomas Søndergård benoemd tot eerste van het Noors Radio Orkest, een positie die hij tot 2012 bekleedde. Als gastdirigent leidde hij onder meer het Gewandhausorkest Leipzig en het Mahler Chamber Orchestra.
In ons land stond hij voor het Rotterdams Philharmonisch Orkest en het Nederlands Philharmonisch Orkest. Bij het Koninklijk Concertgebouworkest maakt Thomas Søndergård zijn debuut.
Mayte Martín, zang
Mayte Martín, geboren in Barcelona, wordt gezien als een van de belangrijkste cantaoras (flamencozangeressen) van haar generatie. Naast flamenco besteedt ze een deel van haar carrière aan ’s en idas y vueltas, een Spaans/Latijns-Amerikaans genre dat lang niet serieus is genomen. Daarnaast componeert ze.
In 1994 nam Mayte Martín haar eerste (flamenco-)album op, Muy frágil, met gitarist Chicuelo. Twee jaar later volgde Free boleros, de weerslag van haar samenwerking met jazzpianist Tete Montoliu. Haar tweede flamenco-cd, Querencia, werd genomineerd voor een Latin Grammy Award.
Op Tiempo de amar zong ze samen met de Cubaanse artieste Omara Portuondo. Jarenlang vormde Mayte Martín samen met flamencodanseres Belén Maya het duo Flamenco de cámara.
In 2007 werd ze door pianoduo Katia en Marielle Labèque uitgenodigd voor een project met Spaanse en klassieke muziek, De fuego y de agua, waarmee het drietal uitgebreid op tournee ging. Op haar cd Cosas de dos keert ze terug naar de ; inmiddels werkt ze aan een nieuw album.
Kersten McCall, fluit
De Duitse fluitist Kersten McCall groeide als zoon van de componist Brent McCall op in Donaueschingen, waar de jaarlijkse MusikTage voor moderne orkestmuziek nog altijd in oktober plaatsvinden. In dit muzikaal vruchtbare milieu begon hij op zijn negende fluit te spelen. Later studeerde hij bij Felix Renggli aan het Schaffhausen Conservatorium in Bazel en bij Renate Greiss en Aurèle Nicolet aan de Karlsruhe Hochschule für Musik.
In 1997 won hij de eerste prijs op het Internationaal Fluitconcours van Kobe en in 2000 de derde prijs tijdens het Internationale ARD Musikwettbewerb.
Als solist speelde hij veelvuldig in Duitsland en was hij te gast bij het Scharoun Ensemble, Camerata Salzburg en de orkesten van Kobe, Seoul en Mexico City. Van 1997 tot en met 2006 was Kersten McCall solofluitist van het Rundfunk-Sinfonieorchester in Saarbrücken. Hij remplaceerde bij de Berliner Philharmoniker, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het Chicago Symphony Orchestra en de New York Philharmonic.
Sinds november 2005 is hij solofluitist bij het Concertgebouworkest, waarmee hij soleerde in werken van Mozart, Ligeti, Nono en Wennäkoski.
Ook als kamermusicus geniet hij wereldwijd bekendheid. In 1995 was hij medeoprichter van het ensemble est!est!!est!!! en sinds 2000 maakt hij deel uit van het Linos Ensemble.
Kersten McCall is docent aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag.
Vanesa Aibar, dans
Vanesa Aibar is een van de rijzende sterren in de hedendaagse flamencodans. In de voetsporen van grote vernieuwers als Israel Galván en Belén Maya maakt ze vanuit de flamenco graag uitstapjes naar de moderne of de klassieke dans.
Ze maakte naam in het gezelschap van de danseres Eva La Hierbabuena, en als jonge choreograaf van haar eigen voorstellingen. Haar talent bleef in Spanje niet onopgemerkt. In 2012 won ze op het Concours voor Flamenco en Spaanse Dans de prijs voor de beste choreografie.
In 2015 ging ze op tournee met de ‘grande dame’ van de flamencozang, Carmen Linares. In hetzelfde jaar verzorgde ze de choreografie en dans van een voorstelling op Bachs suites, getiteld A solas con Bach.
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest




