Zaïde Kwartet met Schubert, Bartók en Haydn
Zaïde Kwartet:
Charlotte Juillard viool
Leslie Boulin-Raulet viool
Sarah Chenaf altviool
Juliette Salmona cello
begin van de pauze ca. 20.55 uur
einde van het concert ca. 22.00 uur
Joseph Haydn 1732-1809
Strijkkwartet in Es gr.t., op. 20 nr. 1 (1772)
Allegro moderato
Menuetto un poco allegretto – Trio
Affettuoso e sostenuto
Finale. Presto
Béla Bartók 1881-1945
Derde strijkkwartet in Cis gr.t. (1927)
Prima parte: Moderato
Seconda parte: Allegro
Ricapitulazione della prima parte: Moderato
Coda: Allegro molto
pauze
Franz Schubert 1797-1828
Strijkkwartet in G gr.t., D 887 (1826)
Allegro molto moderato
Andante un poco moto
Scherzo: Allegro vivace – Trio: Allegretto
Allegro assai
Toelichting
Joseph Haydn 1732-1809
Strijkkwartet
tekst: Lies Wiersema
De ‘zonnekwartetten’ werden de kwartetten 20 van Joseph Haydn genoemd, vanwege het embleem van een opkomende zon op de titelpagina van een van de eerste edities. Misschien staat het symbool voor de rijzende ster van de componist en de mijlpaal die de zes kwartetten betekenden in de vroege geschiedenis van het strijkkwartet.
Er begon een echte kwartetstijl te ontstaan, met meer gelijkwaardigheid tussen de stemmen dan voorheen. Onder invloed van de heersende Sturm und Drang-beweging experimenteerde Haydn bovendien met een muzikale taal met meer dramatische expressie. Het als nummer 1 aangeduide kwartet in de serie is waarschijnlijk als laatste gecomponeerd.
Het is van een sobere schoonheid, met ook de nodige Haydneske humor, bijvoorbeeld in het laatste deel. Het kwartet opent met een ontspannen en transparant eerste deel waarin de stemmen evenwichtig over het materiaal verdeeld zijn. Ieder heeft zijn rol binnen het geheel, heeft het voortouw of draagt in wisselende combinaties bij aan de conversatie.
Een zwierig met een contrasterend lieflijk vormt de overgang naar het meest sensitieve, ‘empfindsame’, deel van het kwartet: het Affettuoso e sostenuto, ‘gevoelig en aangehouden’. Mezza voce staat erboven, oftewel ‘op halve toonsterkte’. Het heeft een achtig karakter.
Een sprankelende Finale vol speelse syncopen besluit het werk. Haydn gaf als uiting van dankbaarheid en om God te eren alle zes kwartetten aan het slot nog een eigen Latijns postscriptum mee. Voor het Strijkkwartet in Es groot is dat Fine. Soli Deo et cuique suum: Einde. God alleen (zij de eer) en ieder het zijne.
Béla Bartók 1881-1945
derde strijkkwartet
Waar Haydns 20-kwartetten de dageraad in de strijkkwartetgeschiedenis inluidden, waren Béla Bartóks kwartetten een breuk met de traditie. Bij hem vinden we nieuwe vormen, alle mogelijke strijktechnieken en een expressieve taal met vaak harde en snerpende klanken. De muzikale conversatiesfeer uit de vroegere werken in het genre is hier ver te zoeken.
Dat geldt zeker voor het kortste van zijn strijkkwartetten, het onconventioneel opgezette Derde strijkkwartet in Cis groot. Het bestaat uit vier contrasterende delen of secties, maar wordt als één geheel gespeeld. De vier secties volgen elkaar op in de volgorde langzaam-snel-langzaam-snel.
Vooral opvallend zijn de voortdurend veranderende, expressieve en soms harde en schurende en die Bartók weet te genereren. Hiervoor maakt hij gebruik van uiteenlopende middelen, zoals scherpe en, ongebruikelijke len, ’s, ’s, bijzondere strijktechnieken, tonen en ‘barbaarse’ s die doen denken aan Igor Stravinsky.
De muziek is sterk chromatisch en contrastrijk, en kleine motieven worden voortdurend gevarieerd. Het kwartet opent met een zacht, gedempt, chromatisch tooncluster, waaruit zich een basismotiefje ontwikkelt van drie noten dat zich ontwikkelt tot bouwsteen van het hele eerste deel. Een vele maten durende triller van de tweede viool, begeleid door pizzicato-en, vormt het begin van het snelle tweede deel.
De toonladderpassage na de eerste trillers beheerst het tweede deel. Het wordt herhaald, gevarieerd, harmonisch gekleurd, terwijl het ritme versnelt. Het derde deelgrijpt terug op motieven van het eerste deel, zij het zeer gecomprimeerd, gevarieerd en ritmisch gewijzigd.
In de klinken toonladderpassages uit het tweede deel, maar nu stijgend en dalend, versneld, harmonisch gewijzigd en uiteindelijk leidend tot een climax die dit kleurrijke werk abrupt afsluit met een reeks hamerende akkoorden. Tot verrassing van de componist won zijn kwartet een gedeelde eerste prijs in een strijkkwartetconcours.
Franz Schubert 1797-1828
strijkkwartet
Twee jaar voor zijn dood schreef de negenen-twintigjarige Franz Schubert in tien dagen zijn zwanenzang voor de strijkkwartet-bezetting: het Strijkkwartet in G groot. Het werd een magistrale compositie, klassiek van vorm, met de gebruikelijke vier delen, maar ook een toonbeeld van Schubertiaanse vrije fantasie en non-conventionaliteit waar het de behandeling van het muzikale materiaal betreft.
De componist speelt voortdurend met contrasten: in , in , tussen en . Alleen al in de korte introductie van het openingsdeel wisselen majeur en mineur elkaar snel af. Daarna begint het eigenlijke hoofdthema, een aangrijpend, gespeeld door de eerste viool, gevolgd door een kunstige combinatie en variatie van ’s, onverwachte harmonische veranderingen, snelle ’s en dynamische contrasten.
Spanning en turbulentie worden afgewisseld met mysterieuze pianissimopassages. De speelt in de een belangrijke rol. Zo opent het langzame deel met een weemoedige cello-solo in een hoog register in , tweemaal onderbroken door dramatische, stormachtige passages met razende toonladders, stevige s en dreigende ’s.
Ook hier weer het spel met contrasten. Het bestaat uit een tot het eind volgehouden ritmisch-melodisch patroon, us gecontrasteerd met een in de vorm van een Ländler. De finale heeft een -vorm en doet met zijn snelle zes-achtstenbeweging aan een tarantella denken.
Monotoon voortjagende motoriek met ook hier weer de afwisseling van - en mineurakkoorden en onverwachte harmonische veranderingen. Het kwartet dat opvalt door zijn emotionele en muzikale intensiteit genoot in eigen tijd nauwelijks publieke belangstelling. Nu geldt het als een van Schuberts belangrijkste en meest geliefde composities.
Biografie
Zaïde Kwartet
Het Zaïde Kwartet werd in 2009 opgericht in Parijs en is tien jaar na dato een gevestigde naam in het internationale kwartetcircuit geworden. De vier musici kregen in de beginjaren regelmatig lessen en advies van docenten als Hatto Beyerle, Johannes Meisl en Gordan Nikolić.
Een serie prijzen bevestigde al snel het talent van het ensemble: het Zaïde Kwartet won eerste prijzen van het Charles Hennen Concours (2010), de Beijing International Chamber -Music Competition (2011) en de -Joseph Haydn Chamber Music Competition (2012).
In seizoen 2015/16 nam het kwartet deel aan de Rising Stars-serie, nadat het in juli 2015 al zijn Concertgebouwdebuut gemaakt had tijdens de Robeco SummerNights. Het Zaïde Kwartet was in de afgelopen jaren te gast in bijvoorbeeld het Konzerthaus Wien, de Londense Wigmore Hall en het Théâtre des Champs-Élysées in Parijs.
Op verdere tournees deed het viertal ook podia aan in bijvoorbeeld Hongkong, Brazilië, Colombia en de Verenigde Staten. Op cd is het Zaïde Kwartet te beluisteren in muziek van onder anderen Haydn, Franck en Chausson. Het vorige optreden van het Zaïde Kwartet in de van Het Concertgebouw was in juni 2017 met werken van Haydn, Bartók en Schubert.
