Yefim Bronfman en het Koninklijk Concertgebouworkest

Koninklijk Concertgebouworkest 
Philippe Herreweghe dirigent
Yefim Bronfman piano

Dit concert maakt deel uit van de series D en E.

Het concert van 2 november wordt opgenomen door AVROTROS voor uitzending op 4 november om 14.00 uur via NPO Radio 4.

Ludwig van Beethoven (1770-1827)

Vierde pianoconcert in G, op. 58 (1805)
Allegro moderato
Andante con moto
Rondo: Vivace
cadenzen: Beethoven

pauze (± 20.50 uur)

Johannes Brahms (1833-1897)

Tweede symfonie in D, op. 73 (1877)
Allegro non troppo
Adagio non troppo
Allegretto grazioso (quasi andantino) — Presto ma non assai
Allegro con spirito
einde (± 22:15 uur)

Toelichting

Ludwig van Beethoven 1770-1827

Beethoven: Vierde pianoconcert

Door Axel Meijer

Het Vierde pianoconcert in G groot van Ludwig van Beethoven wordt voor het eerst uitgevoerd in maart 1807 tijdens een privéconcert in het Weense stadspaleis van Prins Lobkowitz. Het kan niet anders of de genodigden luisteren met open mond naar de beginmaten van het werk: voor het eerst begint een piano­concert niet met een orkestrale introductie, maar met een ­pianosolo.Opvallender nog: het is geen virtuoze bravoure-opening, maar een ingetogen , een paar en maar. Dan pas valt het orkest in. En zelfs die entree is ongehoord: de strijkers herhalen het pianothema, maar dan in de ‘verkeerde’ .

Beethovens opzettelijke fout is kenmerkend voor het grootste deel van het werk: de piano en het orkest komen heel lang niet echt bij elkaar. Strijkers introduceren in het eerste deel, moderato, het belangrijke tweede , net als het derde, maar de piano weigert ze te herhalen, in elk geval letterlijk. Toch ontstaat er een samenwerking tussen orkest en pianist, of eerder: ze draaien om elkaar heen, met briljante variaties en commentaren op elkaars materiaal.

In het tweede deel is de verwijdering compleet, aanvankelijk althans. Dit con moto is een discussie tussen twee totaal verschillende karakters: het orkest maakt luid en kortaf zijn argumenten duidelijk; de piano blijft rustig, en lijkt vooral begrip te vragen. Uiteindelijk werkt die strategie, en bindt het orkest in. Na een uitgebreidere solo, waarin de piano toch ook kort een scherpere kant toont, legt het orkest zich neer bij het gelijk van de ander.

Het afsluitende slaat een vrolijker noot aan. Strijkers introduceren, opnieuw in een ‘foute’ , een met snelle, zich herhalende noten. Het is een uitdaging: voor de piano zijn die snelle noten niet helemaal haalbaar. Daarom omspeelt de solist ze in een briljant geornamenteerd antwoord, dat blijkbaar aanslaat: voor de rest van de finale tonen beide partijen vooral veel plezier in elkaars inzetten. Alsof ze uiteindelijk zeggen: let’s agree to disagree, en laten we er iets moois van maken.

Ondanks zijn ongebruikelijke vorm kreeg het Vierde pianoconcert positieve kritieken: ‘Het meest bewonderenswaardige, unieke, kunstzinnigste en gecompliceerdste van alle Beethoven­concerten tot nu toe’, schreef de Allgemeine Musikalische Zeitung. Toch duurde het even tot het stuk in het standaardrepertoire terechtkwam. Pas sinds Felix Mendelssohn het in 1836 nieuw leven inblies, is het altijd een van de meest geliefde pianoconcerten gebleven.

Johannes Brahms 1833-1897

Brahms: Tweede symfonie

Door Axel Meijer

Aan zijn Eerste symfonie werkt Johannes Brahms, met tussenpozen, ruim twintig jaar. De meeste schetsen, waarvan sommige zeer gevorderd zijn, belanden in de kachel. Brahms moet er niet aan denken dat het nageslacht iets in handen krijgt waar hij niet volledig achter staat. Sommige ën en een enkel fragment krijgen een herbestemming: in een et hier, of een pianoconcert daar. Maar liever steekt Brahms de fik erin. De Eerste symfonie, kortom, is een lijdensweg.

Het succes dat het werk oogst, geeft Brahms echter moed. Zoveel zelfs dat hij zijn Tweede symfonie in een verbluffende vier maanden voltooit. Brahms schrijft het werk grotendeels tijdens een werkvakantie in Pörtschach am Wörtersee, een zonnig vakantieoord in het zuiden van Oostenrijk. Hij heeft er uitzicht op het meer en op besneeuwde Alpentoppen. Dat natuurschoon is hoorbaar de symfonie binnengeslopen.

Brahms haatte het als mensen de Tweede symfonie zijn ‘Pastorale’ noemden, maar de vergelijking met Beethovens Zesde is begrijpelijk. Beide werken ademen een landelijke en doorgaans ontspannen sfeer. Nog een overeenkomst: beide worden voorafgegaan door gespannen werken in c klein, en vormen daarmee een groot contrast.

Brahms opent zijn Tweede symfonie met een non troppo in driekwartsmaat. Maar een is dit niet. Hoewel de ën eenvoudig en toegankelijk zijn, houdt Brahms de spanning erin door ritmische verschuivingen, die het stuk weliswaar ondansbaar, maar des te interessanter maken. De melodieën in dit deel, en de rest van de symfonie, zijn voor het grootste deel terug te voeren naar de drie openingsnoten. Gedurende het hele werk draait Brahms ze op alle mogelijke manieren om, en verkort of verlengt ze naar believen.

Brahms: 'De nieuwe symfonie is onuitstaanbaar melancholiek'

Brahms zelf maakt grappen over het optimistische karakter van zijn Tweede. Aan zijn uitgever schrijft hij: ‘De nieuwe symfonie is onuitstaanbaar melancholiek. Ik heb nog nooit zoiets droefs geschreven, zo in : de moet gepubliceerd worden met een zwart randje.’

In het tweede deel blijkt dat Brahms dat maar half schertsend bedoelde. Uit het meanderende non troppo spreekt een verlangen naar iets onhaalbaars, of verlorens. In een brief aan Clara Schumann, de bevriende echtgenote van collegacomponist Robert Schumann, beschrijft Brahms de symfonie, ernstig nu, als ‘elegisch’. Daarbij denkt hij ongetwijfeld vooral aan dit tweede deel, het langste langzame deel uit al Brahms’ symfonieën.

Het Allegretto grazioso is dan weer een opgewekt intermezzo, met nog meer ritmische vondsten dan het eerste deel. Brahms sluit af met een swingende finale, Allegro con spirito. Als er ergens een aanwijsbare verwantschap is met Beethovens Pastorale, dan is het in dit deel: op ongeveer een derde imiteren fluiten en hobo’s duidelijk zingende vogels, hoe kort het fragment ook is. Uiteindelijk zetten schetterende een mfantelijk punt achter deze ‘elegische’ en serene maar toch ook zomerse symfonie.

Biografie

Philippe Herreweghe, dirigent

Philippe Herreweghe combineerde in zijn geboorteplaats Gent zijn universitaire studie (geneeskunde en psychiatrie) met een conservatorium­opleiding piano. Al in die jaren begon hij met dirigeren en in 1970 richtte hij Collegium Vocale Gent op. Nikolaus Harnoncourt en Gustav Leonhardt merkten zijn uitzonderlijke benaderingswijze op en nodigden hem uit om mee te werken aan hun opnames van de verzamelde Bachs.

Philippe Herreweghe groeide uit tot een van de bekendste oudemuziek­en, en zou zijn repertoire gestaag uitbreiden naar de symfonische . Hij was oprichter van La Chapelle Royale (1977, Franse muziek uit de zeventiende eeuw), het Orchestre des Champs-Elysées (1991, romantisch en preromantisch repertoire op originele instrumenten) en zijn eigen Italiaanse festival Collegium Vocale Crete Senesi (2001). Met een discografie van meer dan 120 titels begon de dirigent in 2010 zijn eigen label (PHI).

Sinds 1997 is Philippe Herreweghe bovendien eredirigent van het Antwerp Symphony Orchestra. Als gastdirigent stond hij voor het Concertgebouworkest, het Gewandhausorchester Leipzig, het Mahler Chamber Orchestra, het Scottisch Chamber Orchestra, het Tonhalle-Orchester Zürich en verschillende Amerikaanse gezelschappen. Het vorige optreden van Philippe Herreweghe in de Eigen Programmering van Het Concertgebouw was op 21 november 2023 met Mozarts ‘Haffner’-symfonie en Requiem door zijn eigen gezelschappen Collegium Vocale Gent en Orchestre des Champs-­Élysées.

Yefim Bronfman, piano

Yefim Bronfman werd geboren in Tasjkent, Oezbekistan (destijds Sovjet-Unie), emigreerde in 1973 met zijn familie naar Israël en begon zijn studie bij Arie Vardi in Tel Aviv. Hij vervolgde zijn opleiding in de Verenigde Staten – aan The Juilliard School, de Marlboro School of Music en het Curtis Institute of Music in Philadelphia bij Rudolf Firkusny, Leon Fleisher en Rudolf Serkin – en werd Amerikaans staatsburger. De pianist deelde het podium met de meeste grote en.

Zo trad hij in seizoen 2007/2008 als ‘Perspective Artist’ in Carnegie Hall in New York op met zowel het Concertgebouworkest als de Wiener Philharmoniker. In seizoen 2013/2014 was Yefim Bronfman in residence bij de New York Philharmonic. In Europa was hij te gast bij bijvoorbeeld de Berliner en de Münchner Philharmoniker, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks en de Staatskapelle Dresden.

Bij het Concertgebouworkest soleerde Yefim Bronfman sinds zijn debuut in 1999 in pianoconcerten van onder anderen Brahms, Liszt en Prokofjev en trad hij in 2021/2022 als artist in residence op in het Derde pianoconcert van zowel Beethoven als Rachmaninoff en de ­wereldpremière van het Pianoconcert, 175 van ­Firsova. In 2023 vergezelde hij het orkest op tournee naar Japan en Zuid-Korea.

Ook met het WDR Sinfonieorchester Köln en de Wiener Philharmoniker was Yefim Bronfman te horen in de . Solorecitals in Het Concertgebouw gaf hij in maart 2003, november 2011 en februari 2025. Yefim Bronfman werd gelauwerd met onder meer de Avery Fisher Prize en met een eredoctoraat van de Manhattan School of Music.