Winnaars Dutch Classical Talent: Maya Fridman en Pieter van Loenen

Tim Moen presentator

voor de pauze:
Pieter van Loenen viool
winnaar publieksprijs NPO 
Radio 4 Dutch Classical 
Talent Award 2019

Béla Bartók 1881-1945

Sonate, Sz. 117 (1944)
Tempo di ciaccona
Fuga
Melodia
Presto

Johann Sebastian Bach1685-1750

Chaconne
uit ‘Tweede partita in d kl.t.’, 
BWV 1004 (1720)

pauze ± 21.05 uur

na de pauze:
Maya Fridman cello
winnares NPO Radio 4 Dutch 
Classical Talent Award 2019


Karen Tanaka 1961

The Song of Songs (1996)

Mohammed Fairouz 1985

Kol Nidrei (2013)

Kaveh Vares 1982

Red Velvet (2017)

Peteris Vasks 1946

Pianissimo
uit ‘The Book’ (1978)

Oene van Geel 1973

Quintessence
(2018; gecomponeerd in opdracht van
Stichting De Suite, met dank aan
Fonds Podiumkunsten)

Michael Gordon 1956

Light Is Calling (2004)

einde ± 22.20 uur

Toelichting

winnaar publieksprijs

Pieter van Loenen, viool

Pieter van Loenen studeerde af aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag met een 10 met onderscheiding en ontving hiervoor de Fock-medaille voor het beste eindexamen. Als solist en als kamermusicus treedt hij veelvuldig op en vorige zomer stond hij drie weken lang in de schijnwerpers als young artist in residence van de Muziekzomer van het Nationaal Jeugdorkest. 

Tussen de drie stukken die de violist selecteerde voor zijn Dutch Classical Talent-tourprogramma zitten eeuwen. Naast twee reuzen uit de solovioolliteratuur – de Chaconne van Johann Sebastian Bach en de voor viool solo van Béla Bartók – zette hij een behoorlijk complex werk voor violist en danser, gecomponeerd door zijn voormalige huisgenoot Jan-Peter de Graaff. Dit nieuwe stuk, Jutters, met daarin ook sporen van Bach en Bartók, wordt vandaag niet uitgevoerd.

Bach en Bartók

De verschillen (alleen al in vorm en stijl) tussen de Chaconne van Bach en de ­Sonate van Bartók zijn enorm, maar er zijn ook overeenkomsten, stelt Van ­Loenen: ‘Bachs Chaconne is een bijna heilig verklaard monument. Als je als componist voor soloviool schrijft, kun je daar niet omheen, maar het stuk evenaren is onmogelijk. Dat heeft Bartók dan ook niet geprobeerd. Hij kende de Chaconne – dat weet je als je ziet hoe zijn sonate is geschreven. De titel en het van het eerste deel, Tempo di ciaccona, verwijzen ernaar, maar Bartók heeft er iets eigens van gemaakt. Net zoals hij dat deed met de volksmuziek die hij bestudeerde. In de Sonate komen ën, s en toonladers voor die gelieerd zijn aan de traditionele muziekcultuur. Toch is er niets in het stuk echte volksmuziek.’

Bartók: Sonate voor viool solo

Bartók schreef zijn solosonate in opdracht van de destijds internationaal beroemde violist Yehudi Menuhin. Het stuk ontstond in een droevige periode. De componist was de Tweede Wereldoorlog ontvlucht en woonde in Amerika. Hij voelde zich er niet thuis, leefde in armoede en maakte zich zorgen over zijn geliefden die hij In Hongarije had moeten achterlaten. Daarbij werd hij ook nog eens ernstig ziek. Dit alles kleurde de . Het lijkt erop dat Bartók met de vierstemmige in het eerste deel, Tempo de ciaccona, houvast zoekt bij Bach, wiens muziek hij zo graag speelde en bestudeerde.

Bach: Chaconne

Bachs Chaconne komt uit een bundel sonates en ’s voor soloviool, geschreven aan het hof van Köthen. In de Tweede partita volgt Bach aanvankelijk het gebruikelijke stramien van een suite, met dansen als allemande, courante, sarabande en gigue. Maar dan gebeurt er iets afwijkends: hij sluit af met een chaconne die net zo lang duurt als alle voorgaande dansen bij elkaar. Bachs Chaconne kreeg als ‘must play’ voor violisten een geheel eigen leven. Hij is opgebouwd uit 64 variaties op een steeds herhaald, tamelijk eenvoudig basmotief. Eenvoudig of niet – en daar zit hem het genie van Bach – het is van begin tot eind adembenemend spannende muziek.

Rouwverwerking

Voor Van Loenen horen de composities van Bach en Bartók bij elkaar. ‘De solosonate van Bartók wilde ik sowieso al lang spelen en het is niet zonder reden dat ik dat nu doe. Mijn programma gaat over rouwverwerking. Daar zit voor mijeen heel persoonlijk element achter, maar het is ook iets universeels, waar ieder mens mee te maken krijgt. Bartóks vioolsonate past daar zo verschrikkelijk goed bij. Hij componeerde hem toen hij zijn einde voelde naderen, het is het laatste werk dat hij voltooide. Als je dat weet, komt deze muziek bij iedereen aan, ook bij mensen die niet zo bekend zijn met dit soort klanken. De link met Bach was snel gelegd. Want wat biedt meer troost dan de Chaconne? Zijn muziek is zo menselijk en zo integer. Hij is er nooit op uit zijn persoonlijke kwellingen uit te drukken. Zijn muziek gaat bijna altijd over de mensheid, het leven. Toen ik met regisseur Lisenka Heijboer en choreograaf Peter Leung overlegde over de voorstelling die we gingen maken, kwamen we te spreken over de vijf fasen van rouwverwerking: ontkenning, woede, onderhandelen, depressie en acceptatie. We realiseerden ons dat die fasen in zekere zin samenvallen met de vier delen van de Sonate van Bartók. En dat de Chaconne van Bach, die voor mij klinkt als een reis door een mensenleven, perfect past bij fase vijf, de acceptatie.’

gebaseerd op teksten van Agnes van der Horst voor Dutch Classical Talent

winnares

Maya Fridman, cello

Maya Fridman stond bij de Amsterdamse Biënnale in 2016 aangekondigd als ‘duizendpoot’, en inderdaad is ze thuis in alle mogelijke muziekstijlen; en ze arrangeert, acteert en zingt. Afgelopen seizoen was ze artist in residence bij de Gaudeamus Muziekweek en ze heeft al verschillende cd’s op haar naam staan.

Op de nieuwste speelt ze de volledige De vuurengel van Prokofjev in een eigen arrangement voor cello en piano. Maya Fridman begon haar opleiding aan het conservatorium in Moskou en kwam acht jaar geleden naar Nederland voor een studie bij Dmitri Ferschtman. Ze ontwikkelde een grote voorliefde voor eigentijdse muziek en werkt graag samen met componisten, omdat dat haar ‘het gevoel geeft deelgenoot te zijn van een creatie’. Haar programma voor Dutch Classical Talent komt voort uit haar liefde voor poëzie.

Tanaka: The Song of Songs

The Song of Songs is geschreven door de Japanse Karen Tanaka. Haar muziek, uitgevoerd door befaamde ensembles als het Kronos Quartet en het BBC Symphony Orchestra, wordt omschreven als ‘esthetisch’, ‘delicaat’ en ‘intens’. The Song of Songs is gebaseerd op een citaat uit het Hooglied en gefundeerd op een donkere laag elektronisch geluid, gelardeerd met glinsterende klankvlekjes. Daarboven klinkt de cello met lange, sensuele streken. Fridman: ‘Tanaka wil met dit stuk kleur en geur weven in het geluid van de cello, en het oude Bijbelverhaal vermengen met de technologie van nu. Ik zou willen dat het publiek relaxed en met de ogen dicht alleen maar luistert, en zonder verwachting de muziek gewoon naar binnen laat komen.’

Fairouz: Kol Nidrei

Kol Nidrei is een over de hele wereld uitgevoerde compositie van de Palestijnse Amerikaan Mohammed Fairouz. ‘Ik vond het op internet’, zegt Fridman. ‘Omdat er nergens een te vinden was, ben ik het voor mezelf gaan uitschrijven. Toen Mohammed me later de partituur stuurde, bleken er maar een paar kleine wijzigingen nodig te zijn.’ Kol Nidrei is een gebed in het Hebreeuws. Het wordt gereciteerd in de synagoge op de avond voor Jom Kippoer (Grote Verzoendag), een van de belangrijkste joodse feesten. De klank van een zachte, hese stem, en elektronica roept associaties op met een mysterieus, onaards ritueel.

bekijk de tekst bij Kol Nidrei

Vares: Red Velvet

Red Velvet, van de Iraniër Kaveh Vares, is geschreven voor Maya Fridman. De twee werkten nauw samen tijdens het compositieproces. ‘Ik zoek naar diepte in de muziek, naar iets wat niet in woorden is uit drukken’, verklaarde de celliste in een interview na de première afgelopen februari. Vares schreef Red Velvet met de beelden van de vernietiging van Aleppo op zijn netvlies: ‘Aan de ene kant van de wereld lopen mensen over het fluweel van de rode loper naar concertzalen. Aan de andere kant van de wereld bestaat het rode fluweel op de grond uit bloed.’ Tegelijkertijd gaat het stuk ook over lawaai. ‘John Cage zei al eens: “We zijn altijd omringd door geluid en lawaai, het is storend als we proberen het te negeren, maar als we het accepteren is het fascinerend.”’

Vasks: The Book

Fridman beschrijft de muziek van The Book van de Letse componist Peteris Vasks als ‘een resolute kracht die recht uit het hart komt. Het gaat over een waarheid die alleen kan worden gevonden door de grootste tegenpolen te onderzoeken: vrede door onrust, licht door duisternis. Het tweede deel, Pianissimo, is heel meditatief. Het eindigt met een passage waarin ik zowel speel als zing.’

Van Geel: Quintessence

Altviolist en componist Oene van Geel is even avontuurlijk als Maya Fridman. Hij componeerde voor haar een stuk waarin ze – tot haar grote plezier – moet improviseren. ‘Ik vroeg Oene om een compositie die een connectie had met een ritueel. De muziek creëert een situatie waarin verschillende elementen samenkomen rond een kern. Die elementen zijn de vier opgenomen cellostukken, en ik ben, live spelend op het podium, het centrum, de essens. Ik zing én speel. Ik improviseer soms met de opgenomen vier cello’s, maar ook vrij. Dan ga ik helemaal los.’

Gordon: Light Is Calling

‘Ik wilde een balans scheppen tussen heftige dramatiek (Red Velvet en The Book) en reflectie (The Song of Songs en Kol Nidrei),’ zegt Fridman, haar programma overziend. Light is Calling van Michael Gordon is weer meer reflectief. De Amerikaanse componist blikt terug op de terreuraanslagen van 11 september 2001 in New York. ‘De muziek is tragisch en tegelijkertijd ook licht en neutraal. Er zit iets heel puurs in, zoals in The Song of Songs van Karen Tanaka, waarmee ik begon. Ook in Light is Calling wordt die puurheid opgeroepen door de elektronische achtergrondgeluiden.’

gebaseerd op teksten van Agnes van der Horst voor Dutch Classical Talent

Dutch Classical Talent

Dutch Classical Talent – Tour & Award is een talentontwikkelingstraject van achttien maanden voor jonge musici van de Nederlandse conservatoria, mede mogelijk gemaakt door NPO Radio 4 en de JCP Stichting. Finalisten doorlopen een intensief coachings- en studieprogramma, gaan op tournee langs twaalf Nederlandse concertzalen en staan een maand lang in de spotlights op NPO Radio 4. De tour eindigde met de finale in TivoliVredenburg in Utrecht op zondag 19 mei jongstleden.