Wiener Philharmoniker & Christian Thielemann: Strauss' Ein Heldenleben
Wiener Philharmoniker
Christian Thielemann dirigent
Dit concert maakt deel uit van de serie Wereldberoemde Symfonieorkesten.
Ook interessant:
- Veel weetjes over het Wiener Philharmoniker
Felix Mendelssohn (1809-1847)
Symfonie nr. 3 in a kl.t., op. 56 ‘Schotse’ (1842)
Andante con moto, Allegro un poco agitato, Assai animato
Vivace non troppo
Adagio
Allegro vivacissimo, Allegro maestoso assai
pauze ± 20.55 uur
Richard Strauss (1864-1949)
Ein Heldenleben, op. 40 (1897-98)
symfonisch gedicht
Der Held – Des Helden Widersacher – Des Helden Gefährtin – Des Helden Walstatt – Des Helden Friedenswerke – Des Helden Weltflucht und Vollendung
vioolsolo: Rainer Honeck
einde ± 22.15 uur
Met dank aan de begunstigers van het Fonds Wereldberoemde Symfonieorkesten.
Toelichting
Felix Mendelssohn (1809-1847)
Derde symfonie
Door Axel Meijer
In juli 1829 is de twintigjarige Felix Mendelssohn op Grand Tour door Europa. Onderdeel daarvan is een bezoek aan Edinburgh, Schotland. Aan zijn familie in Duitsland schrijft hij: ‘In de avondschemering zijn we vandaag naar het paleis gegaan waar Koningin Maria leefde en liefhad. Er is daar een kleine kamer waarheen een wenteltrap leidt. Die zijn ze opgegaan en in de kamer vonden ze Rizzio [de Italiaanse secretaris en minnaar van Queen Mary, red.]… Drie ruimtes verderop is een donkere hoek, waar ze hem hebben vermoord. De kapel die er vlakbij staat heeft nu geen dak meer, er groeien gras en klimop, en op het nu vergane altaar werd Maria tot koningin van Schotland gekroond. Alles is teloor en vermolmd en de heldere hemel schijnt er naar binnen. Ik geloof dat ik vandaag in die oude kapel het begin van mijn Schotse symfonie heb gevonden.’ Hoewel Mendelssohn met dezelfde brief alvast een uit het eerste deel meestuurt, duurt het nog dertien jaar voor hij de symfonie voltooit. Maar het geduld loont. Mendelssohns Derde is een groot en blijvend succes, zeker in Groot-Brittannië.
De symfonie bestaat uit vier delen die alle zonder onderbreking in elkaar overgaan: zo kon het publiek niet applaudisseren tussen de delen – iets waar Mendelssohn een hekel aan had. Hiermee liep de componist vooruit op het symfonische gedicht, dat zo’n dertig jaar later in zwang kwam. Het eerste deel opent met een lange en trage introductie, gevolgd door steeds snellere variaties op het hoofdthema. Een stormachtig gedeelte verwijst mogelijk naar Mendelssohns woeste boottocht naar de Schotse eilanden. In een uitvoerig storten de strijkers, chromatisch, een aantal grote golven over het orkest uit. Het tweede deel is het meest ‘Schotse’, met blazersharmonieën die aan doedelzakken doen denken en met het van de Scotch snap: het op de eerste korte noot, gevolgd door een langere zonder nadruk. Het langzame derde deel is in . Dit is de Mendelssohn die de hele negentiende-eeuwse Engelse muziek beslissend zou beïnvloeden. De volle en de ën doen al bijna denken aan Edward Elgar (1857-1934). Dichter bij de ruige Schotse eilanden dan in het vierde deel komt Mendelssohns gepolijste muzikale verbeelding nergens. Het is een tisch boordevol deel, en ongebruikelijk strijdbaar: guerriero schrijft Mendelssohn zelfs voor. De symfonie eindigt op bijzondere wijze: met een instrumentaal in , en een verwijzing naar de langzame introductie van het werk.
Richard Strauss (1864-1949)
Ein Heldenleben
Door Michiel Cleij
Dat het symfonisch gedicht na 1920 uit de mode raakte heeft uiteraard te maken met de veranderende tijdgeest – een wereldoorlog leidt nu eenmaal tot heroriëntatie – maar ook met het fenomeen Richard Strauss: die hield zich met dit genre zó uitputtend en allesomvattend bezig dat er weinig aan toegevoegd kon worden. Rond 1900 was hij er zelf al op uitgekeken en verlegde hij zijn aandacht naar – met evenveel succes, totdat zijn laatromantische idioom het aflegde tegen Stravinsky, Schönberg en andere nieuwe muzieksensaties.
Ein Heldenleben, opgedragen aan Willem Mengelberg en het Concertgebouworkest, dateert uit zijn eerste carrière, de periode van de symfonische gedichten (of Tondichtungen, zoals Strauss ze zelf noemde). De titel doet vermoeden dat Strauss reeds als dertiger niet vrij was van zelfgenoegzaamheid. ‘Zelden ging zó’n gebrek aan talent vergezeld van zó’n arrogantie’, schreef collega Pjotr Tsjaikovski al over hem; een opmerkelijke inschattingsfout van iemand die beter zou moeten weten: juist die vroege orkeststukken demonstreren Strauss’ talent om een verhaal of historisch gegeven volledig door muziek te vervangen. De muziek is geen illustratie meer, maar een vertelling op zich. Toen Claude Debussy Ein Heldenleben hoorde schreef hij: ‘Koelbloedig zet hij de meest uiteenlopende toonaarden bij elkaar, zonder zich zorgen te maken of het hartverscheurend klinkt. Het gaat hem erom dat zijn muziek lééft… Na een poosje geef je je gewonnen voor zijn uitbundige orkestkoloriet en raak je gebiologeerd… Het lijkt wel een prentenboek, een film zelfs… Het gezag van deze man is onweerstaanbaar.’
De kneep zit hem altijd weer in de manier waarop Strauss met het orkest ‘boetseert’, in de bijna lichamelijke sensatie die zijn beweeglijke klankmassa’s geven. Het orkest was voor hem wat een piano voor Liszt of Chopin was: een instrument dat zich soepel naar zijn grillen vormde. Aan zijn vader schreef Strauss dan ook dat Ein Heldenleben, ondanks de heersende indruk, ‘slechts ten dele autobiografisch’ was. Ondertussen genoot hij natuurlijk van de verering die hem ten deel viel. Willem Mengelberg had Strauss’ naam al toegevoegd aan de reeks vergulde componistencartouches in het Amsterdamse Concertgebouw (en daarvoor die van Gounod opgeofferd, die later in ere werd hersteld). In Ein Heldenleben zit niet meer verhaal dan dat je als luisteraar waarneemt. Pas achteraf (op verzoek, bij de première) voorzag Strauss de verschillende gedeelten van titels als ‘De tegenstanders’, ‘De levensgezel’ en ‘Het slagveld’. Dat was een invuloefening. Het hele stuk begon met de vraag: hoe schrijf je een stuk dat heroïsch klinkt? Al in de schetsfase gaf hij zelf het antwoord: ‘Beethovens ‘Eroica’ wordt te weinig gespeeld, en om aan die nood te voldoen schrijf ik een groot symfonisch gedicht dat Ein Heldenleben heet, weliswaar zonder treurmars, maar met heel veel – daaraan herken je heroïek.’
Biografie
Wiener Philharmoniker, orkest
De Wiener Philharmoniker speelt al meer dan 180 jaar een hoofdrol in de westerse klassieke muziek; mede vanwege zijn uitgesproken ‘Wiener Klang‘ en de wereldwijd uitgezonden Nieuwjaarsconcerten en Sommernachtskonzerte op Schönbrunn behoort het tot de beroemdste orkesten ter wereld.
In 2018 ging de eigen Orchesterakademie van start.
De Wiener Philharmoniker werd in 1842 opgericht door Otto Nicolai als een vereniging van musici uit de hofopera, en de leden van de Wiener Philharmoniker worden vandaag de dag nog steeds gerekruteerd uit het orkest van de Wiener Staatsoper. Sinds 1860 verzorgt het orkest zijn eigen concertseries, sinds 1870 in de Goldener Saal van thuisbasis de Wiener Musikverein.
Het gezelschap trad voor het eerst buiten Wenen op bij de eerste Salzburger Festspiele in 1877 en is daar sinds 1922 jaarlijks te horen. Richard Strauss stond geregeld op de bok, en Gustav Mahler leidde het eerste buitenlandse concert: in 1900 op de Wereldtentoonstelling in Parijs. Internationale tournees werden steeds belangrijker en de betrekkingen met Japan zijn zó hecht dat daar zelfs in de pandemiejaren 2020 en 2021 onder speciale maatregelen opgetreden kon worden.
De eerste concerten van de Wiener Philharmoniker in Het Concertgebouw vonden plaats in oktober 1940, als onderdeel van een Weense week. Het laatste optreden, op 12 mei 2023, bestond uit werken van Janáček, Prokofjev en Sjostakovitsj onder leiding van Jakub Hrůša. Rolex is sinds 2008 sponsor van het orkest.
Christian Thielemann, dirigent
Met ingang van deze maand is Christian Thielemann Generalmusikdirektor van de Staatsoper Unter den Linden in Berlijn. Via posities aan de Deutsche Oper Berlin, in Gelsenkirchen, Karlsruhe, Hannover en Düsseldorf werd hij in 1988 Generalmusikdirektor in Nürnberg, waarna hij in 1997 naar zijn geboortestad Berlijn terugkeerde als Generalmusikdirektor – tot 2004 – van de Deutsche Oper.
Vervolgens leidde hij tot 2011 de Münchner Philharmoniker en van 2012 tot afgelopen zomer de Sächsische Staatskapelle Dresden – waarmee hij op 7 september 2023 te gast was in Het Concertgebouw. Bij het Concertgebouworkest was hij sinds 1997 meerdere keren te gast.
Van 2013 tot 2022 was Christian Thielemann artistiek leider van de Osterfestspiele Salzburg, en sinds zijn debuut in zomer 2000 bij de Bayreuther Festspiele keert hij daar jaarlijks terug en werd hij er Musikdirektor. De is te gast bij huizen en orkesten wereldwijd en onderhoudt nauwe banden met zowel de Berliner als de Wiener Philharmoniker; zo leidde hij bij dit laatste orkest in 2019 en in 2024 het vermaarde Nieuwjaarsconcert.
In 2023 verkreeg Christian Thielemann het erelidmaatschap en de erering van de Wiener Staatsoper, en afgelopen april werd hij ook door de Wiener Philharmoniker tot erelid benoemd.


