Wiener Klaviertrio speelt Brahms

Pianotrio’s 20.15 uur

Wiener Klaviertrio:
Stefan Mendl piano
David McCarroll viool
Matthias Gredler cello

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

Pianotrio in G gr.t., KV 564 (1788)
Allegro
Andante: Thema mit 6 Variationen
Allegretto

Arnold Schönberg 1874-1951

Verklärte Nacht, op. 4 (1899-32)
oorspronkelijk voor strijksextet;
bewerking voor pianotrio door Eduard Steuermann (1932)

pauze

Johannes Brahms 1833-1897

Eerste pianotrio in B gr.t., op. 8 
(Urfassung 1853-54)
Allegro con moto
Scherzo: Allegro molto
Adagio non troppo
Allegro molto agitato

begin van de pauze ca. 21.00 uur
einde van het concert ca. 21.55 uur

Toelichting

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

Pianotrio KV564

tekst: Christiane Schima

Na de creatief vruchtbare zomer van 1788, waarin zijn drie laatste grote ­symfonieën ontstonden, concentreerde Wolfgang ­Amadeus Mozart zich met het in G groot, KV 564 weer op het kleinschaliger genre. Het jaar stond in het teken van het verlies van zijn vader en – nadat eerder al twee kinderen overleden waren – dat van een derde kind, Theresia.

Mozart ­verkeerde in geldnood en was alweer op zoek naar een ­andere woning. Hij had zich aangesloten bij de Weense vrijmetselaarsloge en zocht ­afleiding in cafés. Dat de noodzaak om brood op de plank te krijgen voor de componist ­aanleiding is geweest om een vroege pianosonate als voor viool, en piano om te ­werken – het is niet ondenkbaar.

Ook al ­prefereren sommige musicologen, bijvoorbeeld de Mozart-biograaf Alfred Einstein, de soberder pianoversie, de verdeling van de stemmen over drie instrumenten geeft een extra dimensie aan deze overwegend zonnige compositie.

Mozarts instrument was de piano, die staat in het middelpunt van zijn componeren. Veel werken, zelfs orkestwerken, schreef Mozart achter de piano. In het  in G groot heeft de piano de dragende partij, speels verrijkt door de twee strijkers die ermee in dialoog treden.

Arnold Schönberg 1874-1951

verklärte nacht

tekst: Onno Schoonderwoerd

In 1912 neemt de Pools-Oostenrijkse Schönberg-leerling Eduard Steuermann – die in 1938 de Amerikaanse nationaliteit kreeg – deel aan de eerste uitvoering van Arnold Schönbergs Pierrot lunaire.

Daarna brengt hij vrijwel alle pianowerken van Schönberg in première, bewerkt diens Kammersymphonie Nr. 1, 9 voor piano en wordt pianist bij de Verein für musikalische Privataufführungen. Schönberg had deze Verein met enkele kompanen in 1918 opricht om, ondanks gebrek aan middelen, grote eigentijdse muziek zo ideaal mogelijk te kunnen laten horen.

Geheel in de traditie van de Verein herinstrumenteert Steuermann in 1932 ook Schönbergs sextet Verklärte Nacht voor . Aanleiding is deze keer echter niet een gebrek aan geld. De armlastige Verein is al lang van het toneel verdwenen.

De bewerking is een verjaardagscadeau voor Alice Moller, een rijke Weense die zich als leerling én mecenas in de nabijheid van Schönberg ophoudt. Zo geslaagd is de bewerking, dat je haast zou vergeten dat het stuk oorspronkelijk voor een bezetting van zes strijkers werd geschreven.

Verklärte Nacht is in de tijd dat Steuermann het bewerkt Schönbergs bekendste compositie, al is Schönberg zelf inmiddels een andere weg ingeslagen.

De vorm was een novum geweest: een symfonisch gedicht in de traditie van Liszt en Strauss, maar dan voor strijksextet. Daarmee had Schönberg een typisch genre uit de orkestmuziek binnen het bereik van de kamermuziek gehaald.

Schönbergs inspiratiebron was het gedicht Zwei Menschen van Richard Dehmel, dat in 1896 was gepubliceerd in de bundel Weib und Welt. Het is een typisch product van het Duitse fin de siècle, met schimmig buitenlicht op bleke gelaten en fel omrande ogen en monden als op de schilderijen van Egon Schiele.

Twee geliefden lopen door de koude nacht. De vrouw draagt een kind van een ander in zich. Het is verwekt in een opwelling, uit verlangen naar het moederschap, ook al voelde ze nog geen liefde. De man accepteert het vreemde kind in de moederschoot echter als het zijne. Hij ziet het als de verpersoonlijking van zijn eigen liefde:

‘O, sieh, wie klar das Weltall schimmert! / Es ist ein Glanz um Alles her, / Du treibst mit mir auf kaltem Meer, / Doch eine eigne Wärme flimmert / Von Dir in mich, von mir in Dich.’

De structuur van de compositie – een vijftal episoden van ongelijke lengte – werd door de tekst geïnspireerd. De muziek is niet eenvoudig, maar in Heart and Brain in Music (1946) benadrukte Schönberg dat de grote ische complexiteit van zijn Verklärte Nacht geen product van koele berekening was geweest, noch van spontane inspiratie.

Schönberg had ermee vooral beoogd de complexe idee áchter het gedicht te vertalen naar een muzikaal idioom. Hij was er inmiddels van overtuigd geraakt dat het gedicht misschien wat pathetisch klonk. In een notitie voor een platenhoes opperde hij de tekst daarom maar te laten voor wat die was en het stuk toch als ‘pure’ muziek te beluisteren.

Pure muziek, vol hartstocht, schoonheid, prachtige kleuren en meeslepende ’s.

Johannes Brahms 1833-1897

Eerste pianotrio

tekst: Lies Wiersema

Robert Schumann zag Johannes Brahms als de langverwachte redder van de Duitse muziek. In zijn tijdschrift, het Neue Zeitschrift für Musik, schreef hij het beroemd geworden artikel ‘Neue Bahnen’, waarin hij het jonge genie naar voren schoof als een man die zijn meesterschap niet stapsgewijs bereikt had, ‘maar als Minerva die volledig gewapend uit het hoofd van Zeus te voorschijn sprong... dit jongmens, aan wiens wieg gratiën en helden de wacht hielden.’

Brahms, altijd vol zelfkritiek, was gevleid, maar ook in verlegenheid gebracht omdat er nu grote dingen van hem verwacht zouden worden: ‘De openbare lof die u mij toezwaait heeft bij het publiek zulke hoge verwachtingen gewekt dat ik niet zie hoe ik ze ook maar enigszins waar kan maken’, schreef hij aan Schumann. Veel van zijn werk achtte hij nog niet gereed voor publicatie.

Inmiddels was hij al begonnen aan zijn Eerste  en ondanks forse zelfkritiek bood hij het in mei 1854 voor publicatie aan, een actie waar hij later spijt van had. Na 35 jaar herschreef hij het ingrijpend. Het werd aanzienlijk korter en strakker. De nieuwe versie, die Brahms bleef aanduiden als 8, werd gepubliceerd in 1891.

De opening van het trio is een zangerig thema dat doet denken aan Mendelssohns er ohne Worte. Ook het bevat reminiscenties aan Mendelssohn, vooral aan de sprookjessfeer uit zijn Midsommernachtstraum.

Plechtig en gedragen klinkt de dialoog tussen piano en strijkers aan het begin van het langzame deel om tegen het einde in een meditatieve en geconcentreerde verstilling terecht te komen. Boven het laatste deel stond in de eerste versie molto agitato en dat geagiteerde is er in de gereviseerde versie (met de aanduiding Allegro) nog steeds. Naarmate de muziek voortschrijdt wordt de stemming rustelozer en met veel temperament wordt het trio afgesloten.

Biografie

Wiener Klaviertrio

Het Wiener Klaviertrio werd in 1988 opgericht door de Weense pianist Stefan Mendl. Zijn partners zijn de Californische violist David McCarroll, in het sinds 2015, en de Oostenrijkse cellist Clemens Hagen, die in 2018 toetrad.

Het Wiener Klaviertrio combineert de Amerikaanse en Europese uitvoerings­tradities, een filosofie die het ontleent aan zijn beginjaren waarin het mentoren had als het Trio di Trieste, het Haydn Trio Wien, het Beaux Arts Trio, het Guarneri Kwartet, het LaSalle Kwartet en de violisten Isaac Stern en Jaime Laredo.

Het Wiener Klaviertrio zet meesterwerken uit het verleden graag naast hedendaagse composities en werkte samen met toondichters als Friedrich Cerha, Jörg Widmann, Georg Friedrich Haas en György Kurtág. Sinds seizoen 2006/07 heeft het ensemble een eigen serie in het Konzerthaus, in thuisstad Wenen. Daarnaast is het vaste gast op de belangrijke podia van steden als Berlijn, Londen, Barcelona en Parijs en op de bekende festivals van bijvoorbeeld Salzburg, Schwarzenberg, Kuhmo en Aix-en-Provence. In 2020 maakt het drietal een tournee door de Verenigde Staten.

Het Wiener Klaviertrio heeft een veelbekroonde discografie, waaraan recentelijk opnames van Ravel, Chausson en Beethoven zijn toegevoegd. David McCarroll bespeelt een viool uit 1761 van Gagliano en Clemens Hagen een uit 1698 van Stradivari.