Wiener Klaviertrio in Beethovens Erzherzogtrio
Wiener Klaviertrio:
Stefan Mendl piano
David McCarroll viool
Clemens Hagen cello
Dit concert maakt deel uit van de serie Pianotrio’s.
Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)
Pianotrio in E gr.t., KV 542 (1788)
Allegro
Andante grazioso
Finale: Allegro
Maurice Ravel (1875-1937)
Pianotrio in a kl.t. (1914)
Modéré
Pantoum: Assez vif
Passacaille: Très large
Finale: Animé
pauze ± 21.15 uur
Ludwig van Beethoven (1770-1827)
Pianotrio in Bes gr.t., op. 97 (1810-11) ‘Erzherzog’
Allegro moderato
Scherzo: Allegro
Andante cantabile, ma però con moto
Allegro moderato
einde ± 22.20 uur
Toelichting
Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791
Mozart: Pianotrio
Door Christiane Schima
Het in E groot, KV 542, ontstond in de tijd van Mozarts laatste grote symfonieën en behoort tot zijn meest volwassen werken. In juni 1788 schrijft Wolfgang Amadeus aan zijn ‘Bruder im Geiste’ Michael Puchberg, net als hij lid van de vrijmetselaars: ‘Ich habe ein neues geschrieben!’
Mozart vraagt hem het werk naar zijn zuster Nannerl te sturen om het Michael Haydn, de jongere broer van Joseph Haydn en eveneens componist, in Sankt Gilgen voor te spelen. Mozart wil het aan hem opdragen. Trots schrijft hij: ‘Het Trio zal hem niet mishagen!’
Mozart beschouwde het als een hoogtepunt in zijn oeuvre. Hij speelde het op 14 april 1789 met veel succes aan het hof te Dresden. De van het , E groot, komt bij Mozart zelden voor. Alhoewel overwegend zonnig, verrast het – reeds aan het einde van de expositie van het openingsdeel – door onverwacht dramatische harmonieën.
Indrukwekkend levert Mozart het bewijs voor zijn gave van het variëren: nooit keert een op dezelfde wijze terug. Dit geldt ook voor het op een haast naïef gebaseerde langzame tweede deel en de sprankelende finale. De contouren van de vormdelen vervagen, het is een onophoudelijk fantaseren en jongleren met de thema’s. Mozarts rijke fantasie lijkt ook in dit werk onuitputtelijk.
Maurice Ravel 1875-1937
Ravel: Pianotrio
Door Clemens Romijn
Maurice Ravel had een fascinatie voor voorbije tijden, voor de en de . Hij hield van het tijdperk van de klare lijnen en heldere contouren waarin Joseph Haydn en Wolfgang Amadeus Mozart leefden en keek bij het componeren dan ook veel om, ook verder terug naar François Couperin en Jean-Philippe Rameau.
Verder reisde hij in gedachten regelmatig naar zijn geboorteplaats Ciboure in Frans Baskenland, het schilderachtige vissersplaatsje nabij de Spaanse grens met uitzicht op de Pyreneeën. Spanje en Baskenland werden vele malen door de componist ‘bezongen’.
Dat alles is goed hoorbaar in zijn , dat hij voltooide in 1914 toen de Eerste Wereldoorlog was uitgebroken. Bij zijn Pianotrio moest Ravel toegeven dat de componist Camille Saint-Saëns hem geïnspireerd had, hoewel hij soms wat smalend over zijn oudere landgenoot kon doen. De twee componisten zochten beiden aansluiting bij het verleden, bij traditionele vormen en technieken. Veelzeggend is daarom dat Ravel zijn stuk opdroeg aan André Gédalge, docent en aan het Parijse conservatorium.
In het eerste deel brengt de piano eerst het karakteristieke Baskische van het eerste , even later vergezeld door viool en , die in wijd uiteenliggende octaven spelen, zoals wel vaker bij Ravel. De curieuze titel van het tweede deel, Pantoum, is ontleend aan een Maleisische vierregelige dichtvorm die de Franse schrijver Victor Hugo ook gebruikte in zijn dichtbundel Les Orientales (1829). Ravel gebruikte de versconstructie in dit tweede deel, dat een soort en vormt en daarmee refereert aan de Weense Klassieken.
Een groet aan de is de Passacaille, een thema van acht maten gevolgd door negen ingenieuze variaties. In de Finale klinkt een variant van het hoofdthema van het eerste deel. Het achtige karakter van de piano en de dragende strijkersklank creëren een sfeer waarin meteen de hand van Ravel te horen is.
Ludwig van Beethoven 1770-1827
Beethoven: ‘Erzherzogstrio’
Door Myrthe van Dijk
In de tijd van Ludwig van Beethoven konden adellijke amateurmusici een belangrijke invloed hebben op het oeuvre en de ontwikkeling van een componist. Dat gaat zeker op voor aartshertog Rudolf van Oostenrijk, een pianoleerling van Beethoven. Het was het begin van een bijzondere vriendschap tussen leerling en meester.
Hoewel Beethoven een hekel had aan de verplichting om regelmatig les te geven, maakte Rudolf nooit een punt van gemiste lessen en nam Beethoven zijn taak als leermeester serieus: hij schreef correcties en suggesties in Rudolfs manuscripten, gaf compositie-oefeningen op en hielp hem zijn eigen muzikale persoonlijkheid te ontwikkelen.
Rudolf op zijn beurt stelde zijn paleiskamers ter beschikking voor concerten en repetities, liet Beethoven speuren in zijn uitgebreide bibliotheek en gebruikte zijn invloed om Beethoven een basisinkomen te bieden.
Het in Bes groot, 97, ‘Erzherzog’ behoort tot het beste wat Beethoven schreef op het gebied van kamermuziek. Grandeur en noblesse klinken meteen al door in de opening, en met beurtelings opbloeiende ën in en viool gaat direct een andere wereld open vergeleken met de late pianotrio’s van Haydn: onder Beethovens genie en expressiedrang is het pianotrio als genre een ander tijdperk binnen gegaan.
Biografie
Wiener Klaviertrio
Het Wiener Klaviertrio werd in 1988 opgericht door de Weense pianist Stefan Mendl. Zijn partners zijn de Californische violist David McCarroll, in het sinds 2015, en de Oostenrijkse cellist Clemens Hagen, die in 2018 toetrad.
Het Wiener Klaviertrio combineert de Amerikaanse en Europese uitvoeringstradities, een filosofie die het ontleent aan zijn beginjaren waarin het mentoren had als het Trio di Trieste, het Haydn Trio Wien, het Beaux Arts Trio, het Guarneri Kwartet, het LaSalle Kwartet en de violisten Isaac Stern en Jaime Laredo.
Het Wiener Klaviertrio zet meesterwerken uit het verleden graag naast hedendaagse composities en werkte samen met toondichters als Friedrich Cerha, Jörg Widmann, Georg Friedrich Haas en György Kurtág. Sinds seizoen 2006/07 heeft het ensemble een eigen serie in het Konzerthaus, in thuisstad Wenen. Daarnaast is het vaste gast op de belangrijke podia van steden als Berlijn, Londen, Barcelona en Parijs en op de bekende festivals van bijvoorbeeld Salzburg, Schwarzenberg, Kuhmo en Aix-en-Provence. In 2020 maakt het drietal een tournee door de Verenigde Staten.
Het Wiener Klaviertrio heeft een veelbekroonde discografie, waaraan recentelijk opnames van Ravel, Chausson en Beethoven zijn toegevoegd. David McCarroll bespeelt een viool uit 1761 van Gagliano en Clemens Hagen een uit 1698 van Stradivari.



