Westbroek en Gimeno bij het Concertgebouworkest
Koninklijk Concertgebouworkest
Gustavo Gimenodirigent
Eva-Maria Westbroek sopraan
pauze ca. 21.00 uur
einde ca. 22.15 uur
Dit programma maakt deel uit van de serie B.
De concerten zijn voorzien van boventiteling.
Samuel Barber 1910-1981
Ouverture ‘The School for Scandal’ (1932)
eerste uitvoering door het Koninklijk Concertgebouworkest
Knoxville: Summer of 1915, op. 24 (1947)
voor stem en orkest, op een tekst van James Agee
Pjotr Iljitsj Tsjaikovski 1840-1893
The Tempest, op. 18 (1873)
symfonische fantasie naar Shakespeare
eerste uitvoering door het Koninklijk Concertgebouworkest
pauze
Samuel Barber
Do not Utter a Word
uit ‘Vanessa’ (1958)
eerste uitvoering door het Koninklijk Concertgebouworkest
Pjotr Iljitsj Tsjaikovski
Romeo en Julia (1869-70, versie 1880)
ouverture-fantasie naar Shakespeare’s drama
Samuel Barber
Give Me My Robe
(Death of Cleopatra)
uit ‘Antony and Cleopatra’ (1966)
eerste uitvoering door het Koninklijk Concertgebouworkest
Toelichting
Samuel Barber 1910-1981
Barber: Ouverture 'The school for scandal'
Door Michiel Cleij
Samuel Barber deed niet mee aan de heersende mode om nadrukkelijk ‘Amerikaans’ te klinken – hij flirtte zelden met jazz en inheemse volksmuziek – en tevens ontweek hij de voor veel van zijn collega’s zo bindende verplichting om per se vernieuwend te zijn.
Vooral in Europa is hem dat vaak kwalijk genomen: Barber was niet modern genoeg. Als twintiger brak hij door met een strijkkwartet waarvan het een eigen leven ging leiden: het werd wereldwijd een favoriet bij rouwplechtigheden. Dat ene werk was een handige trekhaak om Barbers oeuvre verder ongezien naar de afdeling kitsch te verplaatsen.
Daarbij speelde ook beroepsjaloezie van collega’s mee; het waren vaak grote en en solisten die Barbers werken uitvoerden of zelfs hadden besteld. Ondertussen moesten zelfs zijn strengste tegenstanders erkennen dat Barber in technisch opzicht een absoluut vakman was en dat hij vaak verrassend uit de hoek kon komen – juist omdát hij zijn hart volgde, tegen de tijdgeest in.
‘Een beroemd componist met af en toe goede stukken – het kan slechter’, gaf Barber-hater Otto Ketting schoorvoetend toe, in een column uit 1972. Op dat moment was Barber na George Gershwin en Aaron Copland een van de meest gespeelde Amerikaanse componisten.
Jaren vóór dat beroemde componeerde Barber al de Ouverture bij het toneelstuk The School for Scandal van Richard Sheridan, een typische achttiende-eeuwse zeden-komedie waarin iedereen overspelig is en zich verstopt. De compositie was niet bedoeld voor theatraal gebruik; Barber wilde alleen de geest van het toneelstuk weergeven.
In die opzet slaagde hij glorieus: het is beweeglijke, grillige muziek vol tempowisselingen en abrupte wendingen waarbij steeds een andere instrumentgroep op de voorgrond treedt. Opvallend zijn de twee markante hobosolo’s: een bewijs van Barbers gevoel en een voorbode van de eren die hij later zou componeren.
Samuel Barber 1910-1981
Barber: Knoxville: Summer of 1915
Door Michiel Cleij
Met Knoxville schreef Barber in 1947 een van zijn meest doorvoelde en sfeervolle composities. De tijd was rijp voor zo’n werk: na het drama van de Tweede Wereldoorlog was het veel Amerikanen nostalgisch te moede.
In de tekst bezingt dichter James Agee het laatste uze jaar van zijn jeugd; kort daarop zou zijn vader sterven en het gezin voorgoed wegtrekken uit Knoxville, zijn geboorteplaats. Barber kende Agee niet persoonlijk, maar het gedicht trof hem naar eigen zeggen recht in het hart:
‘In 1915 waren we beiden vijf jaar oud. Agee verwoordt de gevoelens van eenzaamheid, verwondering en anonimiteit die een jong kind kan hebben wanneer het op de rand van de slaap balanceert. Agee’s lang voorbije zomer-avond herinnert me sterk aan de avonden in mijn eigen jeugd.’ Tezelfdertijd lag Barbers eigen vader op sterven, wat de melancholie nog versterkte.
De tekst is dromerig, de muziek eveneens. Het orkest klinkt als een kamerensemble, met gedempte strijkers en feeërieke effecten van harp en triangel. De spaarzame koperpartijen klinken nooit fanfare-achtig – eerder als een uitvergroting van de vogelimitaties van de .
De tekst zelf werkt mee, want de woordherhalingen en alliteraties lenen zich goed voor muzikale verwerking. Agee zocht naar eigen zeggen een spontane verteltrant, ‘parallel aan in jazz’. Barbers muziek vermijdt elke analogie met jazzmuziek, maar volgt wel de impulsiviteit van Agee’s betoog.
Toen de dichter de compositie uiteindelijk hoorde reageerde hij dubbelzinnig: ‘Barbers muziek staat op zichzelf.’
Pjotr Iljitsj Tsjaikovski 1840-1893
Tsjaikovski: Shakespeare-Ouvertures
Door Michiel Cleij
In de negentiende eeuw deden Engelse en Franse schrijvers het niet alleen goed in eigen land, maar ook bij de Russische adel. Kennis van buitenlandse literatuur was overtuigend bewijs dat men tot hogere kringen behoorde.
Op de adellijke leeslijst maakte William Shakespeare (1564-1616) een relatief late, maar stormachtige entree. Een Hamlet-uitvoering in Moskou in 1837 ontketende een rage in de Russische theaters en droeg ertoe bij dat diverse auteurs, onder wie Poesjkin, Shakespeare als hun grote voorbeeld op het schild hesen.
Tot de fans van het eerste uur behoorde ook Pjotr Iljitsj Tsjaikovski. Als geletterd componist met een heftig gevoelsleven kon hij niet ongevoelig blijven voor Shakespeare’s extreme dramatiek.
In zijn drie Shakespeare-ouvertures (Hamlet wordt hier niet uitgevoerd) abstraheert Tsjaikovski de verhaallijn van de toneelstukken aanzienlijk, maar de belangrijkste ingrediënten blijven herkenbaar. In zijn soloconcerten en symfonieën is Tsjaikovski vaak een componist van het grote gebaar, maar hier overtuigt hij juist het meest in de kalme, verstilde passages.
Zijn muziek bij The Tempest, waarin een tovenaar een schipbreuk veroorzaakt om zijn malafide broer ter verantwoording te roepen, begint met een sfeervolle impressie van een (nog) kalme zee: een staaltje suspense dat de weg baant voor een aantal gewelddadige en liefdevolle episodes.
Ook de ‘fantasie-ouverture’ Romeo en Julia begint met ingehouden dreiging, maar wat volgt is bijna filmmuziek, vol en markante ’s. Vreemd genoeg koos Tsjaikovski dit toneelstuk niet uit eigen beweging, maar op voorstel van zijn mentor Mili Balakirev.
Vanaf dat moment liet het hem echter niet meer los: het verhaal over een onmogelijke liefde tussen twee telgen van rivaliserende families weerspiegelde zijn eigen amoureuze ongemak als homosexueel. Twee vroege versies van het werk gingen roemloos ten onder; pas na tien jaar sleutelen kreeg de ouverture vaste vorm.
Samuel Barber 1910-1981
Barber: Opera-aria's
Door Michiel Cleij
Van Samuel Barber, met zijn romantische inborst en melodische flair, verwachtte men vroeg of laat een . Het werd laat, want de componist wilde zich naar eigen zeggen eerst bekwamen in orkestwerken, ballet, eren en koormuziek, ‘alle technieken die je simultaan moet beheersen om een opera te schrijven’.
Maar toen hij op zijn achtenveertigste Vanessa afleverde, was het raak: pers en publiek waren ervan overtuigd dat Amerika voor het eerst een grand opera had voortgebracht en Barber werd met een Pulitzer Prize beloond. In Salzburg, een jaar later, was de ontvangst typerend voor de manier waarop Europa op vrijwel al Barbers werk reageerde: het publiek was enthousiast, de recensenten niet.
De technische snufjes van het decor haperden, het podium was te klein voor de enorme cast en de extravagante kostuums werkten onbedoeld komisch
Als je nu de Do not Utter a Word hoort kun je alleen maar constateren dat Barber wederom de sfeer van de tekst perfect weergeeft. Ditmaal is het een surrealistische vertelling over een nerveuze vrouw die na twintig jaar haar minnaar terugziet – en pas geleidelijk doorkrijgt dat de man tegenover haar een ander is, namelijk de zoon van de inmiddels gestorven geliefde.
Opera is een dure, prestigieuze, complexe kunstvorm en wanneer een première unaniem wordt afgekraakt hakt dat er flink in. Het aureool dat Barber in 1958 met Vanessa had verworven verschrompelde volledig toen hij zich negen jaar later aan een opvolger waagde, gebaseerd op een historische tragedie van Shakespeare deze keer.
Antony and Cleopatra was een mammoetproductie waarmee de Metropolitan Opera in New York de opening van haar nieuwe behuizing op spectaculaire wijze wilde vieren. Maar de technische snufjes van het decor haperden, het podium was te klein voor de enorme cast en de extravagante kostuums werkten onbedoeld komisch. ‘Tenenkrommend... Een monument van vulgariteit’, oordeelde de muziekpers.
Barber werd depressief, raakte aan de drank en belandde in een scheppingscrisis waarvan hij nooit helemaal herstelde. Jaren later kwamen recensenten op hun lynchpartij terug: het epische fiasco was niet Barbers schuld, de muziek bleek in concertante uitvoering goed overeind te blijven. Op deze golf van rehabilitatie komt nu regelmatig de aria Give Me My Robe bovendrijven.
Biografie
Eva-Maria Westbroek, sopraan
Eva-Maria Westbroek studeerde aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag en onder haar docenten waren James McCray en Iris Adami Corradetti. Nog voor haar afstuderen, in 1994, debuteerde ze in Poulencs Dialogues des Carmélites op het Aldeburgh Festival. Van 2001 tot 2006 maakte de sopraan deel uit van het zangersensemble van de Staatsoper Stuttgart, waar ze de titel Kammersängerin kreeg.
In 2006 debuteerde ze in de Verenigde Staten, met een optreden bij het Chicago Symphony Orchestra. Het debuut van Eva-Maria Westbroek bij De Nederlandse , in Sjostakovitsj’ Lady Macbeth van Mtsensk met het Koninklijk Concertgebouworkest in juni 2006, werd op dvd uitgebracht, en haar titelrol werd door de VSCD uitgeroepen tot ‘meest indrukwekkende individuele prestatie’.
Eva-Maria Westbroek wordt uitgenodigd door van tal van grote huizen, waaronder het Londense Royal Opera House Covent Garden, La Scala in Milaan, de Bayerische Staatsoper in München, de Opéra National de Paris, de Wiener Staatsoper, de Deutsche Oper Berlin, De Munt in Brussel en de Metropolitan Opera in New York. Ook trad ze op op de Bayreuther Festspiele en het festival van Aix-en-Provence.
De laatste keer dat Eva-Maria Westbroek in Het Concertgebouw te beluisteren was, was in juni 2019 in de Veertiende symfonie van Sjostakovitsj met Amsterdam Sinfonietta en bas Mikhail Petrenko.
Gustavo Gimeno, dirigent
Gustavo Gimeno is chef- van het Toronto Symphony Orchestra (sinds 2020) en het Teatro Real in Madrid (sinds oktober 2025), en van 2015 tot 2025 was hij chef-dirigent van het Orchestre Philharmonique du Luxembourg. Tussen 2001 en 2013 was Gustavo Gimeno soloer van het Concertgebouworkest. Orkestdirectie studeerde hij aan het Conservatorium van Amsterdam, waar hij lessen en masterclasses volgde bij Ed Spanjaard, Hans Vonk en Iván Fischer.
Hij assisteerde Claudio Abbado bij het Orchestra Mozart, het Lucerne Festival Orchestra en het Mahler Chamber Orchestra, Bernard Haitink bij het Orchestra Mozart en Mariss Jansons bij het Concertgebouworkest. Toen hij in februari 2014 lastminute voor Mariss Jansons inviel, leidde dat tot een stroomversnelling in zijn encarrière: in mei viel hij in voor Lorin Maazel bij de Münchner Philharmoniker en vervolgens leidde hij onder meer het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het Gewandhausorchester Leipzig, het London Philharmonic Orchestra, de Los Angeles Philharmonic, The Cleveland Orchestra en de en van Boston en Chicago.
Als dirigent behaalde hij successen met Verdi’s Aida in Barcelona, Verdi’s Rigoletto in Zürich en Bellini’s Norma in zijn geboorteplaats Valencia. In 2025 ontving hij de Spaanse onderscheiding Commandeur in de Orde van Burgerlijke Verdienste. Bij het Concertgebouworkest wordt Gustavo Gimeno sinds zijn debuut op de bok regelmatig teruggevraagd, meest recent met onder meer Stravinsky’s Le Sacre du printemps en Murphy’s Curiosity, Genius, and the Search for Petula Clark in maart 2024.
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest


