West-Eastern Divan Orchestra

West-Eastern Divan Orchestra
Daniel Barenboim dirigent

Franz Schubert (1797-1828)

Symfonie nr. 8 in b kl.t., D 759 (1822)
‘Onvoltooide’
Allegro moderato
Andante con moto

Richard Wagner (1813-1883)

Voorspel en Isoldens Liebestod uit ‘Tristan und Isolde’ (1856-59)

pauze ± 21.00 uur

Ludwig van Beethoven (1770-1827)

Symfonie nr. 3 in Es gr.t., op. 55 (1803) ‘Eroica’
Allegro con brio
Marcia funebre: Adagio assai
Scherzo: Allegro vivace
Finale: Allegro molto – Poco andante – Presto

einde ± 22.20 uur

Toelichting

Het West-Eastern Divan Orchestra, met de bijzondere maar ook beladen missie om Arabische en Joodse musici samen te brengen, heeft er sinds de oprichting in 1999 voor gekozen om vooral ‘neutrale’ klassiekers van het westerse repertoire te spelen.

Er worden veel klassiekers gespeeld

En klassiekers zijn het in dit programma zonder meer, met maar liefst drie mijlpalen van de negentiende-eeuwse symfonische muziek.

Ludwig van Beethoven (1770-1827)

Derde symfonie

Door Rutger Helmers

  • Ludwig van Beethoven

Ludwig van Beethovens Derde symfonie, het slotstuk van het concert, is het oudste van de drie werken. Hoewel het niet de beroemdste van Beethovens symfonieën is – die eer gaat ongetwijfeld naar de Vijfde of de Negende – doet de Derde qua historisch belang niet voor die iconische werken onder. Deze symfonie wordt doorgaans gezien als de grote doorbraak in het symfonische werk van de Weense componist, waarmee hij de fase van zijn vroegere, ‘klassieke’ werk afsloot en als het ware de muzikale negentiende eeuw inluidde. De ‘Eroica’ verlegde de grenzen van het genre, zowel qua schaal als qua ambitie. De veelbewogen omstandigheden waarin het werk geschreven is, zoals Beethovens worsteling met zijn toenemende doofheid en de bewondering en frustratie die de Franse Revolutie bij hem opriep, voegen nog de nodige betekenis toe. De symfonie zou vernoemd worden naar Napoleon Bonaparte, maar die naam is met geweld weer van het titelblad geschrapt, volgens de overlevering toen de Corsicaanse generaal zich tot keizer van Frankrijk had gekroond. De uiteindelijke titel werd eenvoudigweg ‘ eroica’, een ‘heroïsche symfonie’, waarin strijd en overwinning – sindsdien onlosmakelijk verbonden met de naam van Beethoven – centraal staan.

Het openingsthema is nog niet direct heldhaftig van aard: Beethovenkenners hebben erop gewezen dat het zelfs veel gemeen heeft met een zogenaamde Deutsche, een boerendans. Maar dit maakt een gestage ontwikkeling door, krijgt steun van het koper en de (die rond die tijd nog nadrukkelijk militaire connotaties hadden), botst met andere motieven en bedwingt ze, en zo ontvouwt zich een waar instrumentaal drama. Het tweede deel, de treurmars, heeft ook een nadrukkelijk heroïsch karakter: verdriet wordt hier gecombineerd met monumentaliteit en grandeur. Het opzwepende kan gehoord worden als een oproep om de strijd weer op te pakken, en de Finale is een onstuimige mengeling van ’s, en en mfantelijke variaties, gebaseerd op een geliefd thema uit Beethovens ballet Die Geschöpfe des Prometheus uit 1801.

Vanaf dit moment in de muziekgeschiedenis was de symfonie, ooit ontstaan als aangename achtergrondmuziek, definitief getransformeerd tot een intense luisterervaring die de volledige aandacht van de luisteraar opeist.