Welser-Möst met Beethoven bij het Concertgebouworkest
Koninklijk Concertgebouworkest
Franz Welser-Möst dirigent
pauze ca. 21.10 uur
einde ca. 22.10 uur
Dit programma maakt deel uit van de series B en E.
Ludwig van Beethoven 1770-1827
Grosse Fuge in Bes gr.t., op. 133 (1825)
oorspronkelijk voor strijkkwartet; bewerking voor strijkorkest door F. Welser-Möst
Overtura: Allegro – Allegro con brio – Meno mosso e moderato – Allegro molto con brio
Jörg Widmann 1973
Babylon-Suite (2014)
voor groot orkest
Nederlandse première;
geschreven in opdracht van het Grafenegg Festival, het Deutsches Symphonie-Orchester Berlin, het Koninklijk Concertgebouworkest en St. David’s Hall, the National Concert Hall of Wales
pauze
Ludwig van Beethoven
Vijfde symfonie in c kl.t., op. 67 (1807-08)
Allegro con brio
Andante con moto
Allegro
Allegro
Toelichting
Beethoven: Grosse Fuge
tekst: Lies Wiersema
Met tegenzin liet Ludwig van Beethoven zich overhalen de reusachtige finale van het Strijkkwartet in Bes groot, 130 te vervangen door een lichtvoetiger slotdeel. De première door het Schuppanzigh Kwartet was slecht gevallen bij het publiek en een recensent vond de muziek en vooral de fuga ‘even onbegrijpelijk als Chinees’. De Grosse Fuge werd daarna op verzoek van de uitgever apart gepubliceerd als opus 133.
Erboven schreef Beethoven ‘Grande Fugue, tantôt libre, tantôt recherchée’, een fuga volgens de regels van het oude gecombineerd met zijn vernieuwende idioom. Het werd een kolossaal contrapuntisch bouwwerk, alsof hij alle fugatechnieken die hij kende wilde toepassen in één enkele compositie.
Er zijn geen delen, wel verschillende secties, die zonder onderbreking in elkaar overgaan. De secties, elk met eigen tempo, en , zijn gebaseerd op hetzelfde tisch materiaal, dat voortdurend getransformeerd en bewerkt wordt. In een korte Overtura wordt het thema op vier verschillende wijzen aan de luisteraar voorgesteld: krachtig en monumentaal, in zwierig 6/8-, bedachtzaam en ingetogen, aarzelend en bijna voorzichtig.
Daarna barst de fuga los, een isch spel, met alle varianten van het fugathema dat zich steeds wilder voortbeweegt met grote sprongen, hoekige melodische lijnen, agressief ritme, en in soms zeer hoge registers. Na alle tumult verschaft de e schoonheid van de tweede sectie een moment van serene ontspanning. In de derde sectie, die gemoedelijk en dansant begint, wordt de stemming weer rustelozer.
Een met reminiscenties uit voorafgaande delen sluit deze Olympische onderneming af, die door Stravinsky beschreven werd als ‘het meest volmaakte wonder in muziek, … en ook het meest absoluut eigentijdse muziekstuk dat ik ken, en voor altijd eigentijds… alleen al in ritme, subtieler dan welke muziek ook van mijn eigen tijd’.
Beethovens Grosse Fuge werd op 22 februari 1923 voor het eerst door het Concertgebouworkest uitgevoerd, in de bekende bewerking door Felix Weingartner, onder leiding van Karl Muck. Otto Klemperer leidde de laatste uitvoering op 17 mei 1958.
Widmann: Babylon-suite
tekst: Michel Khalifa
Het antieke Babylon had eeuwenlang een slechte reputatie. Met name de Bijbel sprak schande van de metropool aan de Eufraat, de ‘schuilplaats van alle onreine geesten’, die symbool voor hoogmoed en decadentie zou staan. Tijd voor een herwaardering, vond componist annex topklarinettist Jörg Widmann.
Hij greep zijn kans in 2011 toen de Bayerische Staatsoper bij hem een avondvullende bestelde. Voor het libretto wist hij de toonaangevende Duitse filosoof Peter Sloterdijk te strikken. Deze leverde een humanistisch getinte tekst af waarin een hoofdrol weggelegd is voor de verworvenheden van de Babylonische cultuur, zoals de zevendaagse week en de afschaffing van het menselijk offer. Widmann componeerde een weelderige voor twaalf vocale solisten, een groot orkest inclusief , en een omvangrijk koor dat zich geregeld in verschillende sub-ensembles moet splitsen.
Babylon ging in première op 27 oktober 2012, door een wrang toeval de dag waarop Widmanns mentor Hans-Werner Henze overleed. Na de voorstellingenreeks in München bleef het enige jaren stil, maar de NTR ZaterdagMatinee bracht vorig jaar juni een concertante uitvoering in Het Concertgebouw, in samenwerking met het Holland Festival. U hoort vanavond een orkestsuite die Jörg Widmann in 2014 op basis van de operapartituur vervaardigde, met het Koninklijk Concertgebouworkest als mede-opdrachtgever.
Hoofdpersoon van de is de jongeman Tammu, lid van de Joodse gemeenschap in ballingschap én vertrouweling van de Babylonische priesterkoning. Hij beleeft een zinderende verhouding met Inanna, priesteres/godin van de vrije liefde, maar koestert tegelijkertijd kuise gevoelens voor de allegorische figuur van de Ziel. Om de goden na de Zondvloed gunstig te stemmen moet Tammu worden geofferd. In een omkering van de Orpheus-mythe haalt de ontroostbare Inanna hem terug uit de onderwereld, waardoor de wrede praktijk van het menselijke offer ophoudt te bestaan.
In deze spectaculaire opera krijgt de toeschouwer veel buitenissigs te zien en te horen. De Zondvloed en het bijbehorende gejammer van de Eufraat worden ten gehore gebracht. Tijdens het Nieuwjaarsfeest ontvouwt zich een luidruchtig carnaval, in feite een groots opgezette cabaret-revue waar een mannelijk fallusensemble en een vrouwelijk vulva-ensemble aan meedoen. De zeven toen bekende planeten, de zeven kleuren van de regenboog en zeven apen maken later hun opwachting. Intussen hebben we kennis gemaakt met Ezechiël, voorman van de Joden, die een fragment uit het Oude Testament aan het schrijven is.
Het oorspronkelijke werk duurt bijna drie uur en bestaat uit – hoe kan het anders – zeven afzonderlijke taferelen, omringd door een proloog en een epiloog. Daarbij heeft elk tafereel een sterk geprofileerde muzikale persoonlijkheid. De Babylon- daarentegen duurt slechts een half uur en vormt één geheel.
Jörg Widmann rijgt scherp contrasterende episoden aaneen, waardoor soberheid en overdaad elkaar snel afwisselen, net als instrumentale liefdesbetuigingen en dreigende en, of complexe en ordinaire deuntjes. Het geheel speelt zich af binnen een vrolijke mengeling van stijlen, waarin de componist zichzelf én collega’s veelvuldig citeert (het uit Fauré’s valt op). Widmanns eclectische aanpak weerspiegelt de multiculturele dimensie van deze antieke beschaving en verwijst met een knipoog naar de Babylonische spraakverwarring.
Beethoven: Vijfde symfonie
tekst: Sabien Van Dale
De Vijfde is de populairste en de meest geconcentreerde van alle Beethoven-symfonieën. Dit heeft alles te maken met wellicht de beroemdste vier noten uit de muziekgeschiedenis: het kort-kort-kort-lang- waarmee de symfonie begint. De benaming ‘noodlotsmotief’ of ‘klop-motief’ komt van de uitspraak ‘het noodlot klopt aan de deur’, woorden die Ludwig van Beethovens secretaris en eerste biograaf Anton Schindler uit de mond van de meester zou hebben opgetekend maar waarvan de oorspronkelijkheid nooit is bewezen.
Het bewuste kernmotief brengt een ritmisch patroon tot stand dat gedurende het hele eerste deel aanhoudt. Zelfs het korte melodische wordt erdoor begeleid. Door zijn onafgebroken aanwezigheid is het motief een muzikale kiemcel, een leidende gedachte die de spanning aanhoudt vanaf de eerste suggestieve inzet tot aan het verbeten slot. Het zal verder in elk deel zijn indruk achterlaten en zo voor een motivische eenheid zorgen die het compositorische credo van de symfonie uitmaakt. Dit zogenoemde cyclische principe is zelden zo bewust en consequent toegepast.
Het con moto slaat met minzame berusting een nieuw pad in. Het hoofdthema wordt aangegeven door de altviolen en de ’s. Nadat de fakkel is doorgegeven aan achtereenvolgens de en de violen, wordt de verdere uitwerking belichaamd door een aantal variaties, afwisselend plechtig, mfantelijk, mijmerend, blijmoedig marcherend en jubelend.
'De zaal van het Theater an der Wien was onverwarmd, de voorbereiding ondermaats en de solosopraan leed aan chronische plankenkoorts'
Het aansluitende is een dat uit een sluipend basthema opstijgt. In de s schalt opnieuw het noodlotsmotief. Beide elementen zullen beurtelings de hoofdrol in de verdere ontwikkeling opeisen. Zonder onderbreking, tussen een sinister gefluister van het orkest door, breekt dan de dramatisch spannende finale door. Een machtig zet de deuren van het klankbeeld wijd open.
Beethoven heeft de meest geprononceerde instrumenten als een apotheose voor dit deel bewaard: trombones, contrafagot en worden hier pas voor het allereerst in het orkest opgevoerd. De symfonie bereikt een hamerende, passionele schreeuw, een laatste herinnering aan het bekende , waarna het orkest ongehinderd zijn volle kracht in een briljant slot uitroept.
Tijdens wellicht het meest memorabele galaconcert uit de geschiedenis – met de componist zelf als en als pianist – werd de Vijfde symfonie voor het eerst uitgevoerd, in Wenen op 22 december 1808. De zaal van het Theater an der Wien was onverwarmd. De voorbereiding van orkest en zangers was ondermaats en de solosopraan leed aan chronische plankenkoorts.
Op het affiche stonden eveneens de Zesde symfonie, twee concertaria’s, twee delen uit de Mis in C groot, het Vierde pianoconcert en tot slot de Koorfantasie, 80. Met niet minder dan vier uur nieuwe muziek, in ongunstige omstandigheden, werd de aandacht van het publiek danig op de proef gesteld. Maar het concert was zonder meer een statement. Op zijn creatieve hoogtepunt was de reputatie van Beethoven in het kwadraat gevestigd.
Biografie
Franz Welser-Möst, dirigent
Franz Welser-Möst, geboren in Linz, studeerde aanvankelijk viool maar koos later voor het schap. Van 1990 tot 1996 was hij chef-dirigent van het London Philharmonic Orchestra, tussen 1995 en 2008 gaf hij leiding aan het Opernhaus Zürich en van 2010 tot 2014 aan de Wiener Staatsoper, waar hij onder meer een nieuwe productie realiseerde van Wagners Der Ring des Nibelungen.
Sinds 2002 staat de Oostenrijker aan het hoofd van The Cleveland Orchestra, waar hij nog zal aanblijven tot 2027. Deze samenwerking resulteerde onder andere in een groot aantal (wereld)premières, de hervatting van producties als Mozarts Da Ponte-opera’s en semi-concertante uitvoeringen van Het sluwe vosje van Janáček met computergeanimeerde mise-en-scène.
Als gastdirigent staat Franz Welser-Möst voor vele vooraanstaande orkesten. Bij het Concertgebouworkest debuteerde hij in april 2016; hij keerde er terug in maart 2018 en december 2019. Met de Wiener Philharmoniker ging hij meermaals op tournee en verzorgde hij in 2011 en 2013 het befaamde Nieuwjaarsconcert. Bij de Salzburger Festspiele leidde hij onder meer producties van de Strauss-’s Der Rosenkavalier (ECHO Klassik Preis 2015), Die Liebe der Danae, Salome en Elektra.
Franz Welser-Mösts boek Als ich die Stille fand. Ein Plädoyer gegen den Lärm der Welt (2020) werd in eigen land een bestseller en is in het Engels vertaald als From Silence: Finding Calm in a Dissonant World.
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest

