Weihnachtsoratorium met Pinnock door het Concertgebouworkest

Trevor Pinnock dirigent
Marlis Petersen sopraan
Ursula Eittinger alt
Daniel Behle tenor
Michael Nagy bariton
Annet Lans echo-sopraan (deel IV)
Nederlands Kamerkoor
instudering Edward Caswell

orkestsolisten:
Vesko Eschkenazy, Henk Rubingh viool
Ivan Podyomov, Nicoline Alt hobo,
oboe d’amore
Laurens Woudenberg, Jaap van der Vliet hoorn
Omar Tomasoni, Hans Alting, Bert Langenkamp trompet
Marinus Komst pauken

basso continuo:
Tatjana Vassiljeva cello
Dominic Seldis contrabas
Ronald Karten fagot
Trevor Pinnock klavecimbel
Leo van Doeselaar kistorgel

Johann Sebastian Bach 1685-1750

Weihnachtsoratorium, BWV 248 (1734-35)

IV. Teil: am Fest der Beschneidung Christi
V. Teil: am Sonntag nach Neujahr
VI. Teil: am Epiphaniasfest

er is geen pauze, einde van het concert ca. 21.35 uur resp. 15.35 uur
De zangteksten vindt u in het pdf-bestand van dit programma. 

Toelichting

Johann Sebastian Bach 1685-1750

Het Weihnachtsoratorium

Tekst: Agnes van der Horst

In 1734 had Johann Sebastian Bach al elf jaar van kerkcantates-componeren achter de rug. In 1723 – direct na zijn benoeming als cantor van de vier belangrijkste Lutherse kerken in Leipzig – was hij ermee begonnen. Het werd tijd voor iets anders.

Bach hoopte hofkapelmeester te worden van de nieuwe Saksische keurvorst in Dresden. August III hield van kunst en muziek en in zijn hofkapel werkten de beste musici van Europa. Met het componeren van feestelijke s, opgedragen aan de vorst, probeerde Bach een voet tussen de paleisdeur te krijgen. Helaas lukte dat niet.

Dus toen Kerstmis naderde zette Bach zich weer aan het schrijven van nieuwe kerstcantates, ook al lag zijn aandacht meer bij seculiere hofmuziek. Maar daardoor kregen verschillende van Bachs wereldlijke hofcomposities een nieuwe gedaante in de vorm van religieuze cantates.

Zo is de muziek van Jauchzet, ­frohlocket, het juichende openingskoor van het Weihnachtsoratorium, afkomstig uit Bachs verjaardagscantate voor de keurvorst. Zeventien van de 64 onderdelen van Bachs uit zes kerstcantates opgebouwde Weih­nachtsoratorium waren zo­genoemde ‘parodieën’, bewerkingen van eerder geschreven koren en ’s.

Waarom Bach dat deed, daarover verschillen de meningen. Sommige Bach-kenners houden het op tijdgebrek, anderen ­zeggen dat Bach juist díe compo­sities recyclede, verfijnde en perfectioneerde die hij te goed vond om eenmalig uitgevoerd te worden.

Omdat de zes s een aansluitend verhaal vertellen noemde Bach ze samen het Weihnachtsoratorium. Maar ze werden los van elkaar uitgevoerd in de kerkdiensten van Eerste, Tweede en Derde Kerstdag, Nieuwjaarsdag, de zondag na Nieuwjaar en Driekoningen.

De tekst voor het Weihnachtsoratorium komt voor een deel uit de Bijbel (de evangelies van Lucas, Johannes en Matteüs). De rest komt hoogstwaarschijnlijk van de dichter ­Picander, die al vaker teksten voor Bach had geschreven.

De eerste drie cantates vertellen het kerstverhaal: de aankondiging en de geboorte van Jezus en de verering door de herders. De laatste drie hebben als ­ de presentatie van Jezus in de tempel, de komst van de drie wijzen uit het Oosten en de vlucht voor Herodes naar Egypte.

Johann Sebastian Bach 1685-1750

Cantate IV

De vierde opent met een krachtig jubelkoor dat in een levendige 3/8-maat staat. De schallende jachthoorns versterken de onbekommerde jubelstemming.

Een hoogtepunt in deze cantate is de dramatische echo- Flösst mein Heiland. Eerst was het een sensueel duet (tussen Hercules en de mythische god Ech) uit Herkules auf dem Scheidewege. Hier is het een innig liefdeslied voor Christus van een gelovige die overal de naam van haar heiland hoort.

De echopartij wordt vertolkt door solo-hobo en een tweede sopraan, maar heel soms komt er zomaar een echo. Uit het niets, als uit de hemel. Een magische vondst van Bach! De virtuoze tenor-aria Ich will nur dir zu Ehren leben zet ons met een fraai loflied weer met de voeten op de grond.

Johann Sebastian Bach 1685-1750

Cantate V

De vijfde opent met het enige openingskoor dat Bach nieuw voor deze cyclus schreef, het dansante Ehre sei dir, Gott, gesungen.

Voor de krachtige bas- Erleuchtet auch mein finstre Sinnen (met mooie, ­suggestieve tekstexpressie op de woorden ‘durch der Strahlen klaren Schein’) maakte Bach gebruik van een andere aan de keurvorst gewijde cantate, Preise dein Glücke, gesegnetes Sachsen (BWV 215).

Het terzet van sopraan, tenor en alt Ach, wenn wird die Zeit erscheinen is een prachtig theatraal moment, dat het verlangen uitdrukt van de wijzen uit het Oosten (en, met hen, alle gelovigen) naar het aanschouwen van de Verlosser.

Johann Sebastian Bach 1685-1750

Cantate VI

De zesde (en slot-) van het Weihnachtsoratorium staat in het teken van de vreugde om de komst van Jezus en de overwinning op de zonde, de dood en de duivel.

De cantate opent weer met een feestelijk en groots opgezet koor, Herr, wenn die stolzen Feinde schnauben, dat in de feestelijke D groot staat. Het Ich steh an deiner Krippen hier is een van de weinige wat meer ingetogen nummers van de cantate, want met de trotse tenor- Nun mögt ihr stolzen Feinde schrecken keert de overwinningsstemming weer terug.

Voor het slotkoor Nun seid ihr wohl gerochen is ook weer – net als voor het  Wie soll ich dich empfangen van de eerste – O Haupt voll Blut und Wunden gebruikt, waarmee Bach de cyclus van de zes kerstcantates volmaakt afrondt.

Biografie

Trevor Pinnock, dirigent

Trevor Pinnock is wereldwijd actief als klavecinist en . Als een van de pioniers op het gebied van de authentieke uitvoerings­praktijk richtte hij in 1972 The English Concert op, waarvan hij tot 2003 artistiek leider was.

Hij gaf soloconcerten in Engeland en Italië en trad op met het Freiburger Barockorchester ter gelegenheid van het twintigjarig bestaan van dat ensemble. Met het Brandenburg Ensemble, dat hij vormde ter gelegenheid van zijn zestigste verjaardag, speelde hij Bachs Brandenburgse concerten

Trevor Pinnock ondernam tournees door Europa met onder andere de Deutsche Kammerphilharmonie Bremen, het Orchestra of the Age of Enlightenment en de ­Kammerakademie Potsdam. Hij dirigeerde orkesten als de Wiener en de Berliner Philharmoniker, het Chicago Symphony Orchestra, het Moz­arteum­orchester Salzburg, het Gewandhausorchester Leipzig, het London Philharmonic Orchestra en het Orchestra Mozart.

Bij de Metropolitan in New York leidde hij Giulio Cesare van Händel. In 1992 werd hij Commander of the Order of the British Empire. Trevor Pinnock is sinds 2008 regelmatig te gast bij het Concertgebouworkest. In oktober 2018 leidde hij het orkest in werken van Haydn, Chopin en Liszt

Marlis Petersen, sopraan

Marlis Petersen is bekend vanwege haar interpretaties van de titelrol van Alban Bergs Lulu, Konstanze in Mozarts Die Entführung aus dem Serail en Zerbinetta in dne auf Naxos van Richard Strauss. De Duitse sopraan trad na haar studie aan het Stuttgarter conservatorium in 1994 in dienst bij het Staatstheater Nürnberg.

Van 1998 tot 2003 was ze verbonden aan de Deutsche Oper am Rhein Düsseldorf-Duisburg. Voor gastengagementen op zowel - als concertgebied reist ze door Europa en naar de Verenigde Staten.

Marlis Petersen heeft een passie voor oude muziek en werkte met specialisten als René Jacobs, Ton Koopman en Nikolaus Harnoncourt. Tegelijkertijd is ze een veelgevraagd soliste voor moderne werken, zoals bijvoorbeeld Reimanns Medea aan de Wiener Staatsoper.

Het vorige optreden van Marlis Petersen in Het Concertgebouw was afgelopen december in Bachs Weihnachtsoratorium door het Koninklijk Concertgebouworkest onder leiding van Trevor Pinnock.

Ursula Eittinger, alt

Ursula Eittinger behaalde haar diploma met academische onderscheiding aan het conservatorium van Detmold, waar ze zich specialiseerde in passies en oratoria. Hoewel ze afstudeerde als mezzosopraan, wordt ze door haar ­krachtige lage stem veel gevraagd voor altpartijen in onder andere Bachs Weihnachtsoratorium en de Johannes- en Matthäus-Passion.

Ursula Eittinger is regelmatig te gast bij muziek­festivals, waaronder het Festival Oude Muziek Utrecht, het Bodenseefestival, de BBC Proms en het Haydn Festival in Eisenstadt. Ze werkte samen met en als Thomas Hengelbrock, Philippe Jordan, Philippe Herreweghe en Trevor Pinnock, en was onder leiding van Sigiswald Kuijken te horen in Pergolesi’s Stabat mater en Mariavespers.

Naast haar drukke concertagenda verleent ze met regelmaat haar medewerking aan tv-producties en cd-opnamen, waaronder het Arminius van Louis Spohr. Ursula Eittinger debuteert bij het Koninklijk Concertgebouworkest.

Daniel Behle, tenor

Daniel Behle bouwde in het afgelopen decennium een bloeiende carrière op. Als solist werkte hij met bekende orkesten, waaronder de Staatskapelle Dresden, het Tsjechisch Filharmonisch Orkest, het Deutsches Symphonie-Orchester Berlin en het Koninklijk Concertgebouworkest (Weihnachtsoratorium 2016).

In 2017 maakt hij een aantal belangrijke debuten, bij de Wiener Symphoniker, het Gewandhausorchester Leipzig en het Orchestra dell’Accademia Nazionale di Santa Cecilia in Rome. Recentelijk was de zanger te gast bij de Oper Frankfurt, en aan de Royal Covent Garden in Londen zong hij de partij van Ferrando in Mozarts Così fan tutte.

Als zanger was Daniel Behle te beluisteren in onder meer de Londense Wigmore Hall, de Philharmonie in Keulen en het Beethoven-Haus in Bonn. De discografie van de tenor omvat cd’s met muziek van Bach, Schubert, Schumann en Richard Strauss.

Naast zijn werk als uitvoerend musicus is Daniel Behle ook actief als componist, en zijn bewerking van Schuberts Winterreise verscheen niet alleen op cd maar werd ook met veel succes uitgevoerd in Zwitserland, Groot-Brittannië en Duitsland. In de maakt hij vandaag zijn debuut.

Michael Nagy, bariton

Michael Nagy werd geboren in Duitsland als zoon van Hongaarse ouders. Zijn eerste muzieklessen kreeg hij bij de Stuttgarter Hymnus Chorknaben. Daarna studeerde hij zang bij Rudolf Piernay, directie bij Klaus Arp en vertolking bij Irwin Gage.

Met het winnen van de Internationaler Wettbewerb für Liedkunst in Stuttgart in 2004 vestigde hij internationaal de aandacht op zich.

Michael Nagy zong in het ensemble van de Komische Oper Berlin, waarna hij zich bij de Oper Frankfurt verder ontwikkelde in leidende rollen. Gastoptredens brachten hem naar vele vooraanstaande huizen.

Ook als concert- en zanger reist de bariton de wereld over. Hij soleerde bij orkesten als het Concertgebouworkest, de Berliner Philharmoniker, het Gewandhausorchester Leipzig, het Sydney Symphony Orchestra en tijdens het Schleswig-Holstein Musik Festival en de Salzburger Festspiele.

In Het Concertgebouw trad hij voor het eerst op in 2012 in Beethovens Mis in C gedirigeerd door Philippe Herreweghe.

Nederlands Kamerkoor, koor

Het Nederlands Kamerkoor voert repertoire uit van de vroege Middeleeuwen tot de muziek van morgen. Het werkt samen met acteurs, dansers, dj’s en vj’s, componisten, dichters en wetenschappers. Het koor won in 2017 De Ovatie van de VSCD voor het programma Via Crucis onder leiding van Reinbert de Leeuw, en in 2019 won het de Rotterdamse dagen Award.

Vanuit zijn thuisbasis in Utrecht zet het Nederlands Kamerkoor zich in voor een bloeiende koorwereld met onder meer het traineeship NKK NXT voor jonge professionals en de Zing­dagen voor amateurkoren. Oprichter Felix de Nobel was chef- van 1937 tot 1972; hij gaf opdrachten aan componisten als Francis Poulenc en Frank Martin.

Opvolgers waren Hans van de Hombergh (1972-1976), Kerry Woodward (1977-1980), Uwe Gronostay (1988-1997), Tõnu Kaljuste (1998-2000), Stephen Layton (2002-2005) en Risto Joost (2011-2015). Sinds 2015 is Peter Dijkstra chef-­dirigent. De laatste decennia werden compositieopdrachten verleend aan onder anderen David Lang, Michel van der Aa, Sofia Goebaidoelina, James MacMillan en Caroline Shaw. De vorige samenwerking met het Concertgebouworkest betrof Bachs Matthäus-Passion onder Riccardo Minasi in april 2025.

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest