Weense walsen en ballet van Verdi: nieuwjaar met het Antwerp Symphony Orchestra
Antwerp Symphony Orchestra
Nuno Coelho dirigent
Annelien Van Wauwe klarinet
Dit concert maakt deel uit van de serie Klassieke Meesterwerken.
Bekijk ook onze infographic over de Strauss-familie.
Otto Nicolai (1810-1849)
Ouverture uit ‘Die lustigen Weiber von Windsor’ (1849)
Carl Maria von Weber (1786-1826)
Concertino in Es gr.t., op. 26 (1811)
voor klarinet en orkest
Adagio ma non troppo
Andante
Allegro
Giuseppe Verdi (1813-1901)
Balletmuziek uit ‘Macbeth’ (1847)
Luigi Bassi (1833-1871)
Fantaisie brillante op thema’s uit ‘Rigoletto’ van Verdi (jaartal onbekend)
voor klarinet en orkest
Johann Strauss jr. (1825-1899)
Czárdás
uit ‘Ritter Pásmán’, op. 441 (1892)
Tik-Tak Polka, op. 365 (1874)
Josef Strauss (1827-1870)
Die Libelle, op. 204 (1866)
Johann Strauss jr.
An der schönen, blauen Donau, op. 314 (1867)
er is geen pauze
einde ± 21.30 uur
Toelichting
Nieuwjaarsconcert
Door Frits de Haen
Nicolai: Ouverture uit ‘Die lustigen Weiber von Windsor’
Het was de jonge Salomon Hermann Mosenthal die Shakespeares komedie Merry Wives of Windsor bewerkte voor de Duitse componist Otto Nicolai. Helaas kende het resultaat hiervan, het Singspiel Die lustigen Weiber von Windsor, in 1849 in Berlijn een lauwe ontvangst; na vier uitvoeringen verdween het van de affiches. De latere zegetocht ervan zou Nicolai niet meer meemaken. Hij stierf twee maanden na de eerste uitvoering aan een hersenbloeding. De ouverture ademt Nicolais credo: een fusie tussen de Italiaanse en Duitse stijlen, met Rossini-achtige passages maar ook feeërieke sferen die doen denken aan Mendelssohns Midsommernachtstraum.
Weber: Concertino
Veel componisten hebben hun muzen, instrumentalisten die hen inspireerden. Mozart schreef zijn Klarinetconcert en Klarinetkwintet voor Anton Stadler, en de grote inspiratiebron voor Brahms’ Klarinetet was Richard Mühlfeld.
Ook Carl Maria von Weber had zijn klarinetmuze: Heinrich Baermann. Deze was actief geweest in het Pruisische leger, vocht nog tegen Napoleon, en ontwikkelde zich tot de meest vooraanstaande klarinettist van die tijd. De twee raakten bevriend en Weber componeerde voor Baermann zijn twee grote klarinetconcerten, het Concertino, een variatieset en een kwintet. De klarinet met tien kleppen stelde Baermann in staat bijzonder te spelen, en het was dit instrument dat Weber hoorde toen hij in maart 1811 München bezocht. In slechts drie dagen voltooide hij er zijn Concertino. De Beierse koning en het publiek waren dermate onder de indruk dat meteen nieuwe opdrachten volgden.
Verdi en Bassi
Met Verdi’s balletmuziek voor Macbeth keren we terug naar Shakespeare. Verdi zette drie Shakespeare-werken op muziek: deze Macbeth, Otello en tegen het eind van zijn leven het gegeven dat ook Nicolai had gebruikt, in Falstaff. Volgens Verdi was Shakespeares Macbeth een van de grootste scheppingen van de mensheid. De in 1847 voltooide opera reviseerde hij een kleine twintig jaar later voor de Opéra van Parijs. Bij die gelegenheid voegde hij onder meer een ballet toe, in lijn met de Franse gebruiken: ‘Ik zou verscheidene delen willen verlengen om de opera meer karakter te geven.’
Ondanks Verdi’s hooggespannen verwachtingen waren de kritieken in Parijs niet mals; hij vond uiteindelijk de herziene versie een fiasco. De tijd heeft echter anders geoordeeld: tot op de huidige dag wordt de Parijse versie uitgevoerd.
Vier jaar na zijn oorspronkelijke Macbeth schreef Verdi zijn Rigoletto, op een gegeven van Victor Hugo. Deze opera inspireerde Luigi Bassi tot een Fantaisie brillante. Bassi studeerde aan het Milanese conservatorium dat Verdi ooit afwees (en dat nu zijn naam draagt), was eerste klarinettist van La Scala en liet 27 klarinetwerken na, waaronder verscheidene parafrases op opera’s. In de vandaag gespeelde fantasie horen we ’s uit Verdi’s Rigoletto voorbijkomen, variërend van de ouverture tot het kwartet ‘Bella figlia dell’amore’ en Gilda’s beroemde ‘Caro nome che il mio cor’.
De familie Strauss
Ze gelden als de keizers van de Weense : de Straussen. Allereerst natuurlijk Johann senior die in Wenen jarenlang de dienst uitmaakte, samen met Joseph Lanner. En zoon Johann junior die ook de muziek inging, hoewel pa een carrière als bankier voor hem in gedachten had.
Op instigatie van zijn moeder had de jonge Johann heimelijk muzieklessen genoten. Toen hij op zijn negentiende debuteerde, noteerde de Weense Wanderer: ‘Goedenacht, Lanner. Goedenacht, vader Strauss. Goedemorgen, zoon Strauss.’ Zo werd hij al snel een concurrent van zijn vader, wiens orkest hij na zijn overlijden overnam. Het markeerde het begin van een zegetocht die decennia zou duren.
Johann juniors Ritter Pásmán beleefde op nieuwjaarsdag 1892 zijn première in de Weense Hofoper. Hoewel het publiek positief reageerde, had de bij de critici geen succes. Over één ding waren ze het echter eens: de balletmuziek uit het begin van de derde akte was een absoluut meesterwerk, waarbij vooral de Czárdás werd geprezen. Voor deze dans ging Strauss te rade bij de Hongaarse muziektraditie – niet zo vreemd vanwege de hechte banden tussen Oostenrijk en Hongarije.
Ook voor de Tik-Tak-Polka (niet te verwarren met de bekendere Tritsch-Tratsch-Polka) keek Strauss over de grenzen: de polka stamt uit Bohemen – dus niet uit Polen, zoals vaak gedacht wordt. Strauss schreef het werk in 1874 en het is gebaseerd op Strauss’ razend populaire Die Fledermaus, om precies te zijn op het duet van Rosalinde en Eisenstein. Daarin vergelijkt zij haar hartritme met het getik van een uurwerk.
‘De duivel moge de wals halen, ik vind het alleen jammer van de coda’
Volgens Johann junior was zijn broer Josef, de tweede zoon van Johann senior, de meest talentvolle van de familie. Hoewel pa wilde dat Josef het leger inging, volgde hij een technische opleiding, en studeerde hij daarnaast aan de kunstacademie. Maar het bloed kroop waar het niet gaan kon. Toen broer Johann in 1853 overspannen raakte en directiebeurten dreigde te moeten afzeggen, sprong Josef in en liet onder meer een zelfgecomponeerde uitvoeren – die maar liefst zes encores beleefde. Ook Die Libelle, van dertien jaar later, was direct een groot succes, ze moest maar liefst vier keer herhaald worden. Josef raakte geïnspireerd door de libelles die hij bij de Traunsee zag.
In 1866, hetzelfde jaar dat Josef Strauss de libellenvlucht over dat meer onsterfelijk maakte, bezong zijn broer de rivier die Wenen doorkruist: An der schönen, blauen Donau, zijn bekendste werk. Oorspronkelijk was het als koorwerk gecomponeerd, met de tekst die ene Josef Weyl in elkaar had geflanst voor het carnavalsseizoen. Wat te denken van zinsneden als ‘Wiener seid froh / Oho, wieso?’ of ‘Wir she’n noch nichts / Ei, Fasching ist da! / Ah so, na ja!’?
De ontvangst was lauw. Strauss zelf zou gezegd hebben: ‘De duivel moge de wals halen, ik vind het alleen jammer van de – ik had gewild dat het een succes zou zijn geweest!’ Voor de Parijse wereldtentoonstelling van 1867 bewerkte hij haar tot een volledig instrumentaal stuk en nu was het een doorslaand succes. Veel later, in 1889, maakte Franz von Gerneth er alsnog een nieuwe tekst bij, ‘Donau so blau, so schön und blau’.
Niet de minsten waren onder de indruk van Strauss’ werk: toen zijn schoondochter, Alice von Meyszner-Strauss, Brahms vroeg zijn handtekening op haar waaier te schrijven, noteerde deze de eerste maten van An der schönen, blauen Donau om eraan toe te voegen: ‘Leider nicht von Johannes Brahms’.
Biografie
Antwerp Symphony Orchestra, orkest
Het Antwerp Symphony Orchestra heeft de Koningin Elisabethzaal in Antwerpen als thuisbasis. Philippe Herreweghe (sinds 1997 aan het orkest verbonden) is eredirigent, en Jaap van Zweden (chef 2008-2011) emeritus, en vanaf seizoen 2026/2027 neemt Marc Albrecht de rol van chef-dirigent op zich. Hij volgt Elim Chan op, die sinds september 2019 vijf jaar chef-dirigent was.
Het Antwerp Symphony Orchestra bestaat sinds 1955 en dankzij eigen series in Concertgebouw Brugge, Muziekcentrum De Bijloke (Gent) en Bozar (Brussel) bekleedt het een unieke positie in Vlaanderen. In het buitenland treedt het op als Vlaams cultureel ambassadeur; zo was het afgelopen jaar nog te gast op het George Enescu Festival in Boekarest. De programmering strekt zich uit van de tot de hedendaagse muziek, met bijzondere aandacht voor Vlaams muzikaal erfgoed en het symfonische repertoire van de negentiende en twintigste eeuw.
In de discografie ligt de focus op het grote symfonische werk, muziek van eigen bodem en hedendaags klassiek. Naast zijn reguliere concerten biedt het Antwerp Symphony Orchestra educatieve en sociale projecten, waarmee het kinderen, jongeren en mensen met verschillende achtergronden door de symfonische klankwereld gidst. Met een jeugdorkest en een academie koestert het jong talent. In Het Concertgebouw is het Antwerp Symphony Orchestra geregeld te gast, meest recent met een Italiaans programma in Het Zondagochtend Concert op 25 september jongstleden.
Nuno Coelho, dirigent
Nuno Coelho komt uit Porto, studeerde viool in Klagenfurt en Brussel en directie in Zürich bij Johannes Schlaefli. In 2015 werd hij toegelaten tot het ‘Conductors of Tomorrow’-programma van de Deutscher Musikrat.
Vervolgens schreef hij de Cadaqués International Conducting Competition 2017 op zijn naam, was hij in 2018/2019 Dudamel Fellow bij de Los Angeles Philharmonic en viel hij datzelfde seizoen in voor Bernard Haitink bij het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks.
Tussen 2015 en 2017 was hij bovendien zowel Tanglewood Conducting Fellow als assistent- bij het Nederlands Philharmonisch Orkest. Dit alles wierp zijn vruchten af: sinds afgelopen september is Nuno Coelho chef-dirigent van het Orquesta Sinfónica del Principado de Asturias. Ook is hij voor het vijfde seizoen gastdirigent van het Gulbenkian Orchestra in Lissabon.
Andere gezelschappen waar hij op de bok stond zijn de Royal Liverpool Philharmonic, de BBC Philharmonic, de orkesten van Tampere, Helsinki en Malmö, de Dresdner Philharmoniker, het Orchestre Philharmonique du Luxembourg en het Residentie Orkest Den Haag. Met het Orquesta Sinfonica de Galicia en het Orquestra Simfónica de Barcelona bouwde de dirigent hechte banden op.
In Het Concertgebouw dirigeerde Nuno Coelho in zomer 2018 het Nederlands Philharmonisch Orkest. Op 19 maart a.s. dirigeert Nuno Coelho het Kinderconcert Romeo & Julia van het Concertgebouworkest.
Annelien Van Wauwe, klarinet
De Belgische klarinettiste Annelien Van Wauwe was BBC Radio 3 New Generation Artist en won in 2012 het ARD Concours in München. In 2018 kreeg ze een Borletti-Buitoni Trust Award en in 2020 een Klassik Award voor haar debuutalbum Belle époque.
Ze soleerde bij het Residentie Orkest Den Haag, het Konzerthausorchester Berlin, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het SWR Symphonieorchester Stuttgart, het Wiener Kammerorchester, het Mozarteum Orchester Salzburg, het Zweeds Kamerorkest, het Royal Liverpool Philharmonic Orchestra en de orkesten van de BBC.
Onder de en met wie ze werkte zijn Andrew Manze, Martyn Brabbins, Joshua Weilerstein, James MacMillan, Rafael Payare, Markus Stenz, Thomas Dausgaard, Kristiina Poska en Karina Canellakis. De klarinettiste speelde kamermuziek op de festivals van Luzern, Mecklenburg-Vorpommern, Schleswig-Holstein, Kissingen, Cheltenham en Montpellier.
Onder anderen Manfred Trojahn en Wim Henderickx droegen nieuw werk aan haar op. Annelien Van Wauwe richtte naast het kamermuziekensemble Carousel ook het kwintet Breeze op. Ze studeerde bij Sabine Meyer, Pascal Moragues, Alessandro Carbonare, Wenzel Fuchs en Ralf Forster, en nam les op de historische klarinet bij Eric Hoeprich en Ernst Schlader. Inmiddels is ze zelf hoofddocent aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag.



