Warmbloedig Cuarteto Casals in Mendelssohn, Sjostakovitsj en Haydn
Cuarteto Casals:
Abel Tomàs viool
Vera Martínez Mehner viool
Jonathan Brown altviool
Arnau Tomàs cello
Dit concert maakt deel uit van de serie Strijkkwartetten.
Joseph Haydn (1732-1809)
Strijkkwartet in g kl.t., op. 20 nr. 3 (1771-72)
Allegro con spirito
Menuet: Allegretto & Trio
Poco adagio
Allegro molto
Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975)
Strijkkwartet nr. 1 in C gr.t., op. 49 (1938)
Moderato
Moderato
Allegro molto
Allegro
pauze ± 21.00 uur
Felix Mendelssohn (1809-1847)
Strijkkwartet nr. 3 in D gr.t., op. 44 nr. 1 (1838)
Molto allegro vivace
Menuetto: Un poco allegro
Andante espressivo ma con moto
Presto con brio
einde ± 21.55 uur
Toelichting
Joseph Haydn 1732-1809
Haydn: Strijkkwartet
Door Lies Wiersema
De zes kwartetten van 20 overtroffen alle exemplaren die Joseph Haydn tot dan toe geschreven had. In deze meesterwerken, een mijlpaal in de vroege geschiedenis van het strijkkwartet, had hij een rijpere kwartetstijl gevonden met meer gelijkwaardigheid tussen de stemmen. En hij ging experimenteren.
De lichtvoetige rococostijl uit voorgaande jaren beviel niet meer, en misschien aangestoken door de literaire Sturm und Drang-beweging waagde Haydn zich aan een meer emotionele muzikale taal met meer dramatische expressie, meer vrijheden, veel contrasten binnen de delen en een belangrijker rol voor de .
Nummer drie geldt als het meest opmerkelijke van de zes kwartetten.
Tegendraadsheid kleurt het excentrieke eerste deel. Dit con spirito is een verhaal met interrupties. Het openingsthema heeft een onregelmatige zinsbouw. Er zijn abrupte pauzes. Plotselinge unisono’s onderbreken nogal eens de motieven. De toon is soms overhaast en de dynamische contrasten zijn nu en dan zo extreem dat het hilarisch wordt.
In plaats van een langzaam deel laat Haydn een volgen, geen vrolijke dans, zelfs helemaal geen dansmuziek, maar met zijn uitdrukkelijke karakter een melancholisch intermezzo.
Het langzame derde deel begint met een lange hymneachtige van de eerste viool en mondt uit in een e conversatie tussen eerste viool en .
Ook de finale heeft Sturm und Drang-elementen: een met veel temperament ingezette melodie wordt opgebroken en over verschillende stemmen verdeeld. Er vallen regelmatig plotselinge stiltes, soms geestig, soms dramatisch. Het einde verdampt verrassend in een pianissimo.
Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975)
Sjostakovitsj: Eerste strijkkwartet
Door Lies Wiersema
‘In dit eerste strijkkwartet van mij moet men niet naar diepzinnigheid zoeken. Het is vrolijk, opgewekt en . Ik zou het ‘lenteachtig’ willen noemen.’ Dmitri Sjostakovitsj begon aan zijn eerste kwartet als een soort oefening. Hij ging ervan uit dat het wel niets zou worden omdat ‘een strijkkwartet een van de moeilijkste muzikale genres is’. Maar het ging hem steeds meer fascineren. Later schreef hij dat hij bij het componeren ‘scènes uit de kindertijd voor de geest had, enigszins naïeve en heldere stemmingen geassocieerd met het voorjaar’.
De sfeer van de muziek wordt er in ieder geval treffend mee getypeerd. Het is een transparant, ongecompliceerd, klassiek opgezet kwartet geworden dat opent met een aangename en simpele voor de eerste viool tegen de achtergrond van een expressieve lijn. In hetzelfde tempo volgt in het tweede deel waarin een onbegeleide een melancholieke achtige melodie speelt. Het is materiaal voor variaties. Een zacht - sluit het geheel af. Het derde deel is een : schalks, humoristisch en lichtvoetig, in een continue beweging, afgewisseld met een contrasterend . De finale was oorspronkelijk als openingsdeel bedoeld, maar tijdens het compositieproces wisselde Sjostakovitsj het eerste en laatste deel om. Het is een uitbundige afsluiting waarin de hoge trillers af en toe aan lenteachtig vogelgekwetter doen denken. Ondanks alle twijfels bij de componist bleek zijn Eerste strijkkwartet zo succesvol dat het bij de Moskouse première door het Beethoven Kwartet in zijn geheel herhaald moest worden.
Felix Mendelssohn (1809-1847)
Mendelssohn: Derde strijkkwartet
Door Liesbeth Houtman
In de muziek van Felix Mendelssohn lopen de emoties maar zelden hoog op: bij hem vinden we geen intense melancholie zoals bij Franz Schubert of het soort grilligheden waarin Robert Schumann meester was. Maar gelukkig hoeft muziek, zelfs die uit de Hoog-, niet psychologisch beladen te zijn om te overtuigen.
Als geen ander bezat Mendelssohn de gave zijn publiek te betoveren met zangerige ën. Hij was een zondagskind wiens fantasie en jeugdig enthousiasme bloeiden bij de gratie van een evenwichtige klassieke vorm. Neem het eerste deel van het Strijkkwartet in D groot, dat hij in 1838 als laatste in een serie van drie kwartetten voltooide.
De vurige aanhef van de eerste viool vormt daarin de kiem waaruit steeds weer nieuwe ’s voortkomen. Ook de beide middendelen, een ‘ouderwets’ Haydn-achtig to en een intiem , zijn vol e schoonheid.
Maar naast alle lieftalligheid laat Mendelssohn zich in de finale ook van zijn onstuimige kant zien: het is een saltarello, dezelfde opwindende Italiaanse dans die ook zijn Vierde symfonie op effectieve wijze besluit. Mendelssohn schreef zijn 44 vermoedelijk voor zijn jeugdvriend Ferdinand David, die concertmeester was van het Gewandhaus-orchester in Leipzig, waarvan Mendelssohn in 1835 de leiding op zich had genomen.
Later droeg hij ook zijn Vioolconcert in e klein aan zijn jeugdvriend op. David was niet alleen een briljant en inspirerend musicus, maar ook een gedreven organisator: in Leipzig zette hij een van de eerste professionele kamermuziekseries op poten.
Van de drie strijkkwartetten was dat in D groot Mendelssohn het meest dierbaar. Aan David schreef hij: ‘Ik heb zojuist mijn derde kwartet, in D groot, voltooid en ben er erg tevreden over. (...) Het is geïnspireerder dan de andere kwartetten, en voor de musici is het dankbaarder om te spelen.’
Biografie
Cuarteto Casals, kwartet
Het prijswinnende Cuarteto Casals werd in 1997 opgericht aan het conservatorium van Madrid en groeide uit tot een vaste bespeler van podia als Carnegie Hall in New York, de Philharmonie Berlin, de Cité de la musique en de Philharmonie in Parijs, het Konzerthaus en de Musikverein in Wenen en Suntory Hall in Tokio.
In Het Concertgebouw debuteerde het ensemble in 2003, en het speelde er voor het laatst in april 2024 (J.S. Bach, Haydn en Beethoven). Het Cuarteto Casals vierde zijn zilveren jubileum met opnames en uitvoeringen van Die Kunst der Fuge van Bach, een Mozart-cyclus in de Pierre Boulez Saal in Berlijn en John Adams’ Absolute Jest met het Barcelona Symphony Orchestra.
In 2020 verscheen de laatste cd van een driedelige Beethovenreeks, in 2021 het tweede deel van de aan Haydn opgedragen Mozart-kwartetten, en eind 2024 een box met alle vijftien Sjostakovitsj-kwartetten. Het kwartet speelt ook graag nieuwe muziek, en werkte samen met György Kurtág en Matan Porat en met Spaanse componisten als Francisco Coll, Mauricio Sotelo en Benet Casablancas.
Een prijs van de Burletti-Buitoni Trust gaf de musici de gelegenheid een collectie strijkstokken uit de en de op te bouwen, en een tijdlang genoten ze het privilege om te spelen op de instrumenten van Antonio Stradivari die toebehoren aan het Koninklijk Paleis in Madrid. Het Cuarteto Casals geeft graag masterclasses en is in residence bij het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, de Scuola di Musica di Fiesole en de Escola Superior de Música de Catalunya in hun woonplaats Barcelona. De musici zijn door de Generalitat van Catalonië en het Institut Ramon Llull benoemd tot cultureel ambassadeurs en ontvingen de Eremedaille van de Spaanse Koningin Sofía.

