Wagner, Mahler en Berg door Het Concertgebouworkest

Koninklijk Concertgebouworkest
Daniele Gatti dirigent

Richard Wagner 1813-1883

Tagesgrauen
Siegfrieds Rheinfahrt
Siegfrieds Tod
Trauermarsch
uit ‘Götterdämmerung’ (1873-74)

pauze

Gustav Mahler 1860-1911

Adagio 
uit de ‘Tiende symfonie’ (versie Erwin Ratz) (1910/1967)

Alban Berg 1885-1935

Drei Orchesterstücke, op. 6 (1914-15/1929)
Präludium
Reigen
Marsch

begin van de pauze ca. 20.50 uur
einde van het concert ca. 21.55 uur

Het concert van 21 oktober wordt opgenomen door AVROTROS voor uitzending op zondag 23 oktober om 14.00 uur via NPO radio 4.

Toelichting

Van Wagner tot Berg

Tekst: Leo Samama

Zonder al te veel moeite kunnen we een directe lijn trekken van Richard Wagners Götterdämmerung via de onvoltooide Tiende symfonie van Gustav Mahler naar de Drei Orchesterstücke van Alban Berg.

Wat hun harmonische taal betreft hebben de drie componisten in elkaars verlengde gewerkt; de harmonische en orkestrale kleurenpracht van Wagner is bij Mahler en Berg tot het uiterste doorgevoerd. In de werken op dit programma spelen dood en verlies een wezenlijke rol: in Siegfrieds Tod en de Trauermarsch met nadruk, in het van Mahler op de achtergrond (hij reserveerde de trommel des doods voor de laatste delen) en bij Berg vooral in de afsluitende ch.

Het Präludium is vooral een eerbetoon aan Mahlers Negende symfonie (die menigmaal en ten onrechte als een soort afscheid van de wereld wordt beschouwd). En Mahler zelf heeft in menige symfonie eer betoond aan Wagners muzikale symbolentaal. 

Richard Wagner 1813-1883

Götterdämmerung

Met Götterdämmerung heeft Wagner in 1874 zijn tetralogie Der Ring des Nibelungen afgerond. Het werk daaraan was in het revolutiejaar 1848 begonnen met het schrijven van het libretto en concentreerde zich aanvankelijk rond de dood van Siegfried en vervolgens op de geschiedenis die daaraan vooraf is gegaan.

Zo omvatten de zuiver orkestrale delen uit Götterdämmerung tegelijkertijd een begin en een afronding. In deze muziek betoont Wagner zich een van de meest inventieve en kundige orkestratoren van de gehele negentiende eeuw.

Na hem hebben met name Mahler, Claude Debussy en Richard Strauss op dat terrein het stokje van hem overgenomen. Tagesgrauen is het orkestrale tussenspel in de proloog tot Götterdämmerung, tussen de scène met de Nornen, waarin de ondergang van de goden voorspeld wordt, en de liefdesscène waarin Siegfried de ring aan Brünnhilde geeft en zij haar paard Grane aan Siegfried.

Daarmee zal deze enthousiast terend zijn tocht langs de Rijn maken als proloog tot het eerste bedrijf. Achter zijn rug wordt echter door Hagen met Gunther en Gutrune een complot gesmeed om Siegfried in de val te lokken en te doden. Dit lukt hen in de derde acte door list en bedrog.

Siegfried wordt dodelijk getroffen door de speer van Hagen. Siegfrieds Tod en de Trauermarsch zijn tegelijk intens somber en extatisch. Daarin zijn het voorbeelden van het soort heldenverering dat voort is gekomen uit het ontstaan van het tweede Duitse keizerrijk (1871) en dat een minstens zo wezenlijke als ook pijnlijke rol heeft gespeeld in het Dritte Reich.

Gustav Mahler 1860-1911

Tiende Symfonie

Mahlers doodsbeleving is van een minder publieke soort. De Negende symfonie begint met zijn eigen enigszins verstoorde hartslag. In de Tiende roept de componist de begrafenis van een brandweerman in New York op – in de winter van 1907 hoorde hij vanuit zijn New Yorkse hotelkamer de gedempte toon van de begrafenisstoet.

Tegelijkertijd doorspekt hij zijn met omineuze uitroepen die een eeuwig afscheid suggereren, hoewel Mahler in het midden laat of dit hemzelf en zijn dood betreft dan wel een afscheid van zijn overspelige echtgenote Alma... 

Mahler schetste zijn Tiende symfonie grotendeels in de zomer van 1910. Op 7 juli had hij zijn vijftigste verjaardag gevierd. Hij maakte serieuze plannen het rustiger aan te gaan doen.

Maar zo ver was het nog niet. Met de New York Philharmonic had hij juist voor het seizoen 1910/11 een contract voor 65 concerten gesloten. Hij maakte fysiek in die zomer ook niet de indruk oog in oog met de dood te staan; althans niet met de dood van morgen. Hooguit met die van overmorgen, en zeker met die van gisteren, want van jongs af aan speelde de dood een centrale rol in zijn denken over het leven.

Alban Berg

Drei Orchesterstücke

In meerdere opzichten heeft Berg in zijn Drei Orchesterstücke, 6 de weg voortgezet die Mahler in zijn laatste symfonieën (voor Berg zijn dat vooral de Zesde, de Zevende en de Negende geweest) was ingeslagen. Des te frappanter is het dat het van de Tiende – dat Berg pas na 1920 als manuscript bij Alma Mahler had leren kennen – zo direct aansluit bij Bergs orkeststukken.

Overigens, Bergs eigen werken moesten tot na 1920 wachten tot ook zij tot een wat breder publiek zouden doordringen. Berg was bijzonder onzeker over zijn eigen kunnen. Het klinkende resultaat van zijn eerste grote orkestwerk (afgezien van de beknopte Altenberg-er, opus 4), dat hij opdroeg aan Arnold Schönberg bij diens veertigste verjaardag, is evenwel alles behalve tastend of onzeker.

Niet zonder reden meende de filosoof Theo­dor Adorno, die zelf enige tijd bij Berg gestudeerd had, toen hij de voor het eerst in handen kreeg: ‘Dat moet klinken alsof men de Orchesterstücke van Schönberg en de Negende van Mahler tegelijk uitvoert.’ De drie delen, Präludium, Reigen (rijdansen) en ch, vormen een stijgende lijn in tijdsduur en heftigheid, met de emotionele climax aan het slot. In dat opzicht is dit een door en door laatromantisch werk.

Biografie

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest

Daniele Gatti, dirigent

Afgelopen augustus begon ­Daniele Gatti als chef- van de Sächsische Staatskapelle Dresden; in 2000 stond hij er voor het eerst op de bok.

Daniele Gatti is daarnaast chef-dirigent van het Teatro del Maggio Musicale Fiorentino, music director van het Orchestra Mozart en – sinds 2016 – artistiek adviseur van het Mahler Chamber Orchestra.

Als gastdirigent wordt hij uitgenodigd door de Berliner Philharmoniker, het ­Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks en het Orchestra Filarmonica della Scala.

Van 2016 tot en met 2018 was hij chef- van het Concertgebouworkest. Eerder leidde hij het Orchestra dell’Accademia Nazionale di Santa Cecilia in Rome (1992–97), het Royal Philharmonic Orchestra in Londen (1996-2009), het Teatro Comunale in Bologna (1997–2007), het Orchestre National de France (2008-2016) en het Opernhaus Zürich (2009-12).

Bij het Royal Ope­ra House Covent Garden was hij van 1994 tot 1997 eerste gastdirigent. In La Scala in Milaan debuteerde hij op zijn 27ste, hij dirigeerde producties bij de Wiener Staatsoper en de Metropolitan Opera in New York, leidde tot 2022 het Teatro dell’Opera di Roma en was meermaals te gast op de Bayreuther Festspiele en de Salzburger Festspiele.

Daniele Gatti werd geëerd met de Grande Ufficiale al Merito della Repubblica Italiana en kreeg in 2015 de Premio Franco Abbiati. In Frankrijk kreeg hij in 2016 de eretitel Chevalier de la Légion d’Honneur.