Virtuositeit met een hart: Julian Rachlin en Itamar Golan

Julian Rachlin viool en altviool
Itamar Golan piano

Krzysztof Penderecki 1933

Tweede sonate (1999)
voor viool en piano
Larghetto
Allegretto scherzando
Adagio (‘Notturno’)
Allegro
Andante
 

pauze

Robert Schumann 1810-1856

Märchenbilder, op. 113 (1851)
voor altviool en piano
Nicht schnell
Lebhaft
Rasch
Langsam, mit melancholischem Ausdruck

César Franck 1822-1890

Sonate in A gr.t. (1886)
voor viool en piano
Allegretto ben moderato
Allegro
Recitativo – Fantasia: ben moderato
Allegretto poco mosso

Toelichting

Krzysztof Penderecki 1933

Tweede sonate

Krzysztof Penderecki is beïnvloed door collega’s als Bartók, Cage, Berg en Sjostakovitsj, en heeft gedurende zijn leven verschillende compositiestijlen beoefend. Penderecki’s recente stijl (waar ook de Tweede toe behoort) is te beschrijven als een combinatie van al het voorafgaande tot één unieke muzikale taal.
De Poolse componist schreef zijn Eerste sonate voor viool en piano op twintigjarige leeftijd, in zijn studentenjaren. Zijn Tweede sonate stamt van ruim 45 jaar later. Penderecki componeerde het werk voor violiste Anne-Sophie Mutter (voor wie hij ook zijn Tweede vioolconcertMetamorphosen’ had geschreven) en droeg het aan haar op. Viool en piano zijn gelijke partners, maar de idiomatische vioolpartij verraadt wel Penderecki’s vioolachtergrond. De sonate bestaat uit vijf delen en is bijna net zo lang als Penderecki’s vioolconcerten. Het geheel is symmetrisch van opzet: het centrale en meest uitgebreide deel – ook wel Notturno genoemd, maar verwacht geen romantische, dromerige muziek – vormt het emotionele hart van het werk. Het zit tussen twee snelle delen in, en de beide hoekdelen zijn langzaam. Zowel het eerste en tweede deel als het vierde en vijfde deel gaan zonder pauze in elkaar over.
De Tweede sonate opent verrassend met een monoloog van de viool, waarin het wordt opgebouwd uit het je van een kleine secunde. Wanneer de piano ten tonele verschijnt, ontwikkelt de muziek zich snel tot een aggressieve climax. In het tweede deel, scherzando, introduceert de piano het van een tango, waarna zich een speels steekspel ontvouwt. Het virtuoze vierde deel, Allegro, is ook gebaseerd op een dansant ritme. In het tot slot hergebruikt de componist eerder thematisch materiaal en creëert hiermee eenheid in het contrastrijke werk.

Robert Schumann 1810-1856

Märchenbilder

Robert Schumann kreeg in 1850 een aanstelling als (koor) aan de Städtische Musikverein zu Düsseldorf en verhuisde dan ook met zijn echtgenote, de concertpianiste Clara Schumann-Wieck, van Dresden naar Düsseldorf. De eerste twee jaar ging het prima en was Schumann ook als componist bijzonder productief, maar daarna ging zijn geestelijke gezondheid achteruit, hetgeen uiteindelijk leidde tot zijn dood in 1856. In maart 1851 componeerde Schumann Märchenbilder, 113 voor Wilhelm Joseph von Wasielewski, de concertmeester van het Düsseldorfer . De violist tekende er later in zijn Schumann-biografie het volgende over op: ‘Nadat Schumann zijn Märchenbilder, die hij tot mijn grote plezier aan mij opdroeg, had geschreven, liet hij het werk door zijn echtgenote doorspelen, terwijl ik haar vergezelde op . Toen zei hij met een glimlach: “Kinderspel! Er is niet veel aan.” Daarmee bedoelde hij te zeggen dat het werk tot de Kleinkunst behoort. Hij protesteerde niet toen ik zei dat het heerlijke muziek is.’
Ondanks dat Märchenbilder tot de ‘Hausmusik’ wordt gerekend, zijn de vier ‘Sprookjestaferelen’ voor altviool en piano technisch behoorlijk veeleisend en dus verre van kinderspel. Bovendien wordt van de instrumentalisten subtiel samenspel verlangd om de kleurrijke dichterlijke miniatu­ren tot leven te wekken. Er zijn geen aanwijzingen in de te vinden welke sprookjes Schumann bij het componeren in gedachten had, maar uit documentatie zou blijken dat de eerste twee stukken betrekking hebben op het sprookje over Raponsje, het derde de dans van Repelsteeltje verklankt, en het vierde Doornroosje verbeeldt.

César Franck 1822-1890

Sonate in A groot

In zijn eigen tijd werd César Franck slechts in een beperkte kring bejubeld, namelijk als organist van de Basilique Ste-Clotilde en het Trocadéro en als docent aan het Parijse Conservatorium. In de laatste jaren van zijn leven raakte hij beter bekend als componist, maar na zijn dood steeg zijn roem pas echt. Samen met zijn Symfonie in d klein, 48 behoort de voor viool en piano in A groot tot Francks populairste composities – niet zo verwonderlijk, want het werk staat bol van prachtige ën, verbeeldingskracht, en temperament. Dat het zo geliefd is blijkt ook uit het aantal en de verscheidenheid van de bewerkingen die er van de sonate werden gemaakt. Er bestaan onder meer versies voor fluit, , alt­viool en zelfs tuba, maar alleen die voor cello kreeg goedkeuring van de componist.
Het huwelijk van de Belgische vioolvirtuoos Eugène Ysaÿe en Louise Bourdeau vormde de aanleiding en inspiratie voor Francks enige vioolsonate. Net als Franck was Ysaÿe geboren in Luik. Hij werd een voorvechter van nieuwe Franse muziek, niet alleen als violist maar ook als componist. Ysaÿe speelde Francks Sonate in A groot voor het eerst tijdens zijn huwelijksfeest op 26 september 1886 en bezorgde het werk drie maanden later in Brussel zijn publieke première. Daarna voerde hij het nog vele malen tijdens tournees uit en vertelde zijn publiek er dan graag bij dat hij het ‘con amore’ (met liefde) speelde, aangezien het een huwelijksgeschenk was.


Anneloes Brand

Biografie

Julian Rachlin, viool

Julian Rachlin werd geboren in Litouwen en groeide op in Wenen, waar hij viool studeerde bij Boris Kuschnir aan de Musik und Kunst Privatuniversität. Ook kreeg hij privélessen van Pinchas Zukerman in New York. Als ging hij in de leer bij zijn moeder Sophie Rachlin en bij Mariss Jansons; Daniele Gatti fungeerde als mentor.

Sinds 2023 is Julian Rachlin music director van het Jerusalem Symphony Orchestra en chef- van het Kristiansand Symf­onieorkest in Noorwegen. Als gastdirigent stond hij onder meer voor het Chicago Symphony Orchestra, het Chamber Orchestra of Europe en het Konzerthausorchester Berlin. Als violist en altviolist soleerde Julian Rachlin bij grote orkesten over de hele wereld.

Bij zijn debuut bij het Concertgebouworkest in 2008 speelde hij BrahmsVioolconcert onder leiding van Mariss Jansons. In maart 2025 soleerde hij bij hetzelfde orkest onder leiding van Klaus Mäkelä in Goebaidoelina’s Offertorium en in augustus 2019 was hij de solist in het Vioolconcert van Mendelssohn tijdens de eerste editie van Concertgebouworkest Young.

Julian Rachlin is de oprichter en leider van meerdere festivals en sinds 2021 is hij artistiek directeur van het Herbst­gold Festival in Eisenstadt. Onder zijn kamermuziekpartners vinden we Martha Argerich, Evgeny Kissin, Denis Matsuev, Janine Jansen en Mischa Maisky. Zijn vorige optredens in de waren s met pianist Itamar Golan in voorjaar 2013 en najaar 2015. Julian Rachlin bespeelt de ‘ex-Liebig’-Stradivarius uit 1704.

Itamar Golan, piano

Itamar Golan werd – net als Julian Rachlin – geboren in Vilnius, maar groeide op in Israël. Toen hij zeven was, gaf hij zijn eerste s. Zijn studie volgde Itamar Golan bij onder anderen Emmanuel Krasovsky, Leonard Shure en Chaim Taub.

Hoewel hij solistisch optrad met gezelschappen als het Israëlisch Filharmonisch Orkest en de Berliner Philharmoniker concentreert Itamar Golan zich in de eerste plaats op de kamer­muziek.

Hij trad en treedt op met vele beroemde collega’s, onder wie Ida Haendel, Barbara Hendricks, Janine Jansen, Sharon Kam, Schlomo Mintz, Maxim Vengerov en Tabea Zimmermann.

Muziekfestivals in bijvoorbeeld Chicago, Ravinia, Edinburgh, Verbier en Praag engageerden de pianist. Naast zijn werk als uitvoerend musicus geeft Itamar Golan les: hij was een tijdlang verbonden aan de Manhattan School of Music in New York en doceert momenteel aan het Conservatoire National Supérieur de Musique in Parijs.