Violist Renaud Capuçon met Bach en Beethoven

Renaud Capuçon viool
David Fray piano

Dit programma maakt deel uit van de serie Grote Strijkers.

Johann Sebastian Bach 1685-1750

Sonate in f kl.t., BWV 1018 (circa 1720)
oorspronkelijk voor klavecimbel en viool
Largo
Allegro
Adagio
Vivace

Ludwig van Beethoven 1770-1827

Sonate in F gr.t., op. 24 (1800-01)
‘Frühling’
voor piano en viool
Allegro
Adagio molto espressivo
Scherzo: Allegro molto
Rondo: Allegro ma non troppo

pauze

Johann Sebastian Bach
(tegenwoordig meestal toegeschreven aan Johann Georg Pisendel)

Sonate in c kl.t., BWV 1024 (jaartal onbekend)
oorspronkelijk voor viool en basso continuo
Adagio
Presto
Affetuoso
Vivace

Ludwig van Beethoven

Sonate in c kl.t., op. 30 nr. 2 (1801-02)
‘Eroica’
voor piano en viool
Allegro con brio
Adagio cantabile
Scherzo: Allegro
Finale: Allegro

Toelichting

Johann Sebastian Bach: 1685-1750

Sonates

‘De klaviertrio’s behoren tot het beste van mijn lieve vader zaliger. Ook nu nog klinken ze zeer goed en geven ze veel voldoening, al zijn ze ruim vijftig jaar oud. Er zitten een paar ’s tussen die zangeriger zijn dan men zelfs vandaag de dag componeert.’ Dat schrijft Bachs zoon Carl Philipp Emanuel zo’n tweehonderdveertig jaar geleden over de s voor viool en klavecimbel, BWV 1014-1019. Het is een veelzeggend citaat. Zo zegt het iets over de datering van de werken: ze zijn geschreven rond 1720, tijdens Johann Sebastian Bachs dienstverband aan het hof in Köthen, waar hij zich vol overgave wijdde aan puur instrumentale muziek.
De benaming klaviertrio’s vraagt enige uitleg: wanneer Bachs tijdgenoten een vioolsonate schrijven, dan gaat het meestal om een werk met een glansrol voor de violist en een basale begeleiding door klavecimbel, vaak ondersteund door een . Bach geeft het ‘tweehandige’ klavecimbel een meerstemmige rol die minstens gelijkwaardig is aan die van de ‘enkelhandige’ viool, en maakt er een uitgebalanceerde samenwerking in drie­partijen van.
Als Carl Philipp het heeft over de zangerigheid van Bachs adagio’s, dan bedoelt hij in ieder geval ook de langzame delen van de Sonate in f klein, BWV 1018. Volgens arts-filosoof­organist Albert Schweitzer (1875-1965) spreekt uit alle zes sonates Bachs verdriet om het onverwachte verlies van zijn eerste vrouw in 1720. Hoe het ook zij, die veronderstelde pijn is nergens zo zacht als in het Largo, en nergens zo schrijnend als in het derde deel. In dit mediterende Adagio zonder eigenlijke lijkt de tijd wel stil te staan. De twee langzame delen worden afgelost door respectievelijk een en een . Beide zijn in dansvorm, hoewel het nergens juicht. Of, zoals Schweitzer zegt: ‘Der Schmerz wiegt vor.’

Musicologen twijfelen al decennia of de in c klein, BWV 1024 wel van Bach is, en het werk wordt tegenwoordig meestal toegeschreven aan Johann Georg Pisendel (1687-1755). Deze indertijd zeer beroemde violist en kende Bach sinds beiden begin twintig waren. Ze hadden gezamenlijke vrienden en speelden soms samen. Dat het om een vroeger werk gaat dan de sonates uit Köthen, is te horen aan de ouderwetsere verdeling tussen de partijen: de viool heeft hier de hoofdrol. In de twee langzame delen – en met name in het eerste, – krijgt de viool alle ruimte om het brede drama met talloze versieringen te intensiveren. De snelle delen, een en een , bieden een podium aan het soort bescheiden virtuositeit waar Pisendel, leerling van Torelli en bevriend met Vivaldi, om bekend stond. Dat bewijst natuurlijk niet dat hij inderdaad de componist is: Bach kon immers uitstekend componeren met de karakteristieke vaardigheden van een specifieke muzikant op het oog.

Ludwig van Beethoven: 1770-1827

vioolsonates

Tegen de tijd dat Ludwig van Beethoven zijn vioolsonates schrijft, nog geen eeuw na Bach, zijn de verhoudingen tussen strijker en pianist volledig omgedraaid. Bij veel van Mozarts s voor piano en viool, bijvoorbeeld, is de vioolpartij niet meer dan optioneel.
Maar Beethoven zou Beethoven niet zijn als hij niet met tradities zou breken. Of ze juist herstellen. De gelijkwaardigheid tussen violist en pianist is goed hoorbaar in de ‘Frühling’-sonate in F groot, 24. De instrumentalisten werpen elkaar steeds motieven toe om er vervolgens samen mee te spelen. Deze techniek houdt Beethoven van begin tot eind vol. Dat begin is een van de beroemdste ën uit de kamermuziekgeschiedenis – en hoewel niet van Beethoven zelf, is de bijnaam ‘Frühling’ volstrekt begrijpelijk. Beethoven wordt in deze sonate helemaal nergens echt somber – hooguit is er hier en daar enige zachte weemoed, zoals in het molto espressivo, of in de passages van de Finale. Maar, om Albert Schweitzer te parafraseren: ‘Die Wonne wiegt vor’.

Twee jaar later, in de in c klein, 30 nummer 2, is dat wel anders. Beethoven schrijft het stuk in dezelfde tijd dat hij zijn beroemde Heiligenstädter Testament opstelt. In deze nooit verzonden brief aan zijn broers (maar nadrukkelijk ook aan de rest van de mensheid) beweent Beethoven zijn onafwendbare doofheid, zijn eenzaamheid en het verschiet van een bovenmenselijke strijd tegen het noodlot. Net als opus 24 heeft ook deze sonate een bijnaam, al is die minder bekend: ‘Eroica’. En net als de gelijk­namige symfonie – de Derde – verbeeldt ook deze sonate een heldhaftige strijd tegen het noodlot. Op korte maar krachtige motieven bouwt Beethoven hier een hele wereld aan gevoelens, van opstandigheid en angst tot aan onverzettelijke berusting. Het van het eerste deel, con brio, is een sprekend voorbeeld. Het is maar een kort tje, waarmee Beethoven lijkt te willen zeggen dat wie niet veel heeft daar toch de wereld mee kan winnen – tegen de klippen op en in weerwil van alle tegenspoed. De sfeer ontspant enigszins in de twee middendelen, maar de Finale is weer een en al strijd. Gelukkig is het in deze perfect uitgebalanceerde sonate geen eenzame strijd. En dat is toch een troost.

Axel Meijer

Biografie

Renaud Capuçon, viool

Geboren in de Franse plaats Chambéry werd Renaud Capuçon op veertienjarige leeftijd toegelaten tot het conservatorium in Parijs. Vervolgens studeerde hij in Berlijn, waar Thomas Brandis en Isaac Stern zijn docenten waren.

In 1997 nodigde Claudio Abbado de jonge violist uit om concertmeester te worden van het Gustav Mahler Jugendorchester. In deze jaren musiceerde Renaud Capuçon onder leiding van maestro’s als Pierre Boulez, Seiji Ozawa en Claudio Abbado. Ondertussen werkte hij aan een carrière als solist en maakte hij debuten bij orkesten als het Boston Symphony Orchestra, de Berliner Philharmoniker en het Orchestre de Paris.

In zijn agenda staan momenteel optredens met bijvoorbeeld het London Symphony Orchestra en het Chamber Orchestra of Europe. Als kamermusicus werkte Renaud Capuçon met vele beroemde collega’s, onder wie Yuri Bashmet, Martha Argerich, Vadim Repin en Maria João Pires.

Ook treedt hij graag op met zijn broer, cellist Gautier Capuçon. Renaud bespeelt de Guarneri del Gesù ‘Panette’ (1737) waar eerder Isaac Stern op speelde.

David Fray, piano

David Fray studeerde aan het conservatorium in Parijs bij ­Jacques Rouvier. Hij soleerde onder Marin Alsop, Semyon Bychkov, Christoph Eschenbach, Daniele Gatti, Paavo Järvi, Kurt Masur, Riccardo Muti, Esa-Pekka Salonen en Yannick Nézet-Séguin, bij onder meer het London Philharmonic Orchestra, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks,  het Mozarteum­orchester, het Budapest Festival ­Orchestra, het Orchestre de Paris en het Orchestre National de France.

Na zijn Amerikaanse debuut in Cleveland (2009) werd hij geëngageerd door de orkesten van New York, San Francisco, Boston, Chicago en Los Angeles.

s gaf de pianist in Carnegie Hall, Lincoln Center en Park Avenue Armory in New York, en op belangrijke Europese podia als het Wiener Konzerthaus, ­Wigmore Hall in Londen en het Théâtre des Champs-­Elysées in Parijs. Hij begeleidde Cecilia Bartoli in Mozart en Peter Mattei in Schuberts Winterreise, en won in 2020 een Klassik voor Ghost Light, een ‘coronaproductie’ van het Hamburger Ballet op muziek van Schubert.

Na zijn debuut-cd met Boulez en Bach nam David Fray nog veel meer Bach op, en ook muziek van bijvoorbeeld Chopin en Mozart (pianoconcerten met Philharmonia en Jaap van Zweden); regisseur Bruno Monsaingeon maakte over hem de documentaire Sing, Swing and Think.

In de van Het Concertgebouw was David Fray solo te gast, maar ook bij het Radio Filharmonisch Orkest en het Concertgebouworkest (april 2010, Beethoven). In de speelde hij één keer eerder: in mei 2015 met violist Renaud Capuçon.