Vesko Eschkenazy en Marietta Petkova: Franck, Mozart en Beethoven
Vesko Eschkenazy viool
Marietta Petkova piano
Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)
Sonate in e kl.t., KV 304 (1778)
Allegro
Tempo di minuetto
Ludwig van Beethoven (1770-1827)
Sonate in G gr.t., op. 30 nr. 3 (1803)
Allegro assai
Tempo di minuetto, ma molto moderato e grazioso
Allegro vivace
pauze ± 20.50 uur
Claude Debussy (1862-1918)
Sonate in g kl.t. (1916-17)
Allegro vivo
Intermède: Fantasque et léger
Finale: Très animé
César Franck (1822-1890)
Sonate in A gr.t. (1886)
Allegretto
Allegro
Recitativo – Fantasia
Allegretto poco mosso
einde ± 22.00 uur
Toelichting
Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791
Mozart: Sonate
Door Sabien van Dale
De ontwikkeling van de vioolsonate is een spel van tegengestelde polen. Met uitdagende contrasten enerzijds en evenwichtige dialoog anderzijds, duikt Vesko Eschkenazy – concertmeester van het Concertgebouworkest – met de eveneens Bulgaars/Nederlandse Marietta Petkova in bewogen bladzijden uit de kamermuziekliteratuur. Persoonlijke trauma’s maakten dat zowel Mozart, Beethoven als Debussy opmerkelijke stijlverschuivingen doorvoerden. Ook Franck liet zich leiden door de tegengestelde polen van rede en vrije expressie, discipline en vlagen van tederheid.
Toen Wolfgang Amadeus Mozart in 1778 als 22-jarige ambitieuze jongeman in Parijs neerstreek, liet hij een bundel van zes nieuwe vioolsonates (KV 301-306) publiceren, opgedragen aan Maria Elisabeth, keurvorstin van Beieren. Zijn jaren als wonderkind lagen achter hem. De Fransen lagen niet wakker van het talent van een aangelande buitenlander. Vernedering na frustratie stapelden zich op. Maar de grootste rampspoed overviel Mozart toen zijn moeder in de Franse hoofdstad stierf op 3 juli 1778. De in e klein – één van Mozarts zeldzame voorbeelden in een toonsoort – draagt de emotionele littekens van deze periode.
De ongewone zeggingskracht blijkt meteen uit de beginmaten. Viool en piano spelen ingehouden gelijke noten (unisono). Wijde len en een geagiteerde afwisseling in en duiden op een vooruitstrevende expressiviteit die meer aanleunt bij de Mannheimse school dan bij de Parijse smaak uit die tijd. Mozart was aan de eerste sonates van deze zesdelige reeks immers begonnen in Mannheim (waar hij onderweg naar Parijs veel langer bleef hangen dan voorzien). Hij kwam op het idee toen hij onder de indruk raakte van een bundel voor viool en pianoforte van de toen populaire componist Joseph Schuster. Mozart gaat echter verder. Hij schrijft geen derde deel (dat naar klassieke maatstaven snel en opgewekt moet klinken). De sonate eindigt met een Tempo di minuetto, een wiegend deel, zacht melancholisch. Onder de oppervlakte schreeuwen heftiger gevoelens. Ze komen ons in de slotpassage tegemoet, in een romantische gloed die naar Schubert vooruitwijst.
Ludwig van Beethoven 1770-1827
Beethoven: Sonate
In de totaal tien s voor klavier en viool van Ludwig van Beethoven neemt aanvankelijk de piano het voortouw en vervult de viool een ondergeschikte rol. Rond 1801 vindt Beethoven steeds meer zijn eigen weg en ziet in de dialogiserende eigenschappen van de sonate een middel om de tegengestelde karakters van beide instrumenten bloot te leggen.
30 ontstaat in 1802, hetzelfde jaar als de Tweede symfonie, en is opgedragen aan de jonge Russische Tsaar Alexander I. Beethoven is ambitieus ondanks de zware crisis waarin hij verkeert. Hij lijdt onder de gevolgen van zijn beginnende doofheid en zoekt in het voorjaar van 1802 afzondering in het dorpje Heiligenstadt, net buiten Wenen. Daar voltooit hij onder meer de drie s van opus 30. Van deze traumatische periode getuigt enkele maanden later het zogenoemde Heiligenstadt-Testament, een wanhopige maar nooit verstuurde brief aan zijn broers.
In de Sonate in G groot, de derde van opus 30, razen viool en piano koortsachtig over de bladzijden van het assai. Zonder hun zinnen af te maken vuren ze motieven en ’s naar elkaar af in nerveuze opgaande en neergaande bewegingen en bijtende en.
Zo stormachtig dit eerste deel, zo innig en galant klinkt het Tempo di minuetto. Er is geen grotere tegenstelling denkbaar. Het derde deel, een mengvorm tussen een en een thema met variaties, wordt gekenmerkt door humor en enthousiasme. Misschien een wenk naar de energieke tsaar die met zijn hervormingsideeën een nieuwe politieke periode voor zijn land voor ogen had?
Claude Debussy 1862-1918
Debussy: Sonate
Getekend door de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog en verzwakt door ziekte – hij leed aan darmkanker – was Claude Debussy een jaar lang niet bij machte te componeren. Toch hervond hij zijn krachten en in 1915 begon hij aan zijn zes s voor diverse instrumenten, opgedragen aan zijn tweede vrouw Emma Bardac. Slechts drie werken van dit project werden voltooid: een Sonate voor en piano en een Sonate voor fluit, en piano, in 1916 gevolgd door de Sonate in g klein voor viool en piano.
De première op 5 mei 1917, met violist Gaston Poulet en de componist zelf aan de piano, werd Debussy’s laatste publieke optreden. De zo verhoopte bevrijding van zijn vaderland was hem niet meer gegund. Hij overleed op 25 maart 1918, toen Parijs werd gebombardeerd tijdens het ultieme Duitse offensief. Ondanks deze tragische omstandigheden maakt neerslachtigheid plaats voor een verrassend dromerige en tegelijk levenskrachtige ode aan de vrijheid en aan het verfijnde Franse cultuurideaal. ‘Mijn gedachten gaan naar de jeugd van Frankrijk, die zo zinloos neergemaaid wordt … wat ik componeer is een bedekt eerbetoon aan hen’, schrijft Debussy aan een vriend.
De drie delen ontvouwen zich als een abstracte, vrije tekening. De flamboyante speelwijze van een zigeunerviolist die Debussy jaren tevoren in Boedapest had gehoord, kleurt de sfeer van het werk. De drie delen volgen een rapsodisch parcours in plaats van het klassieke kader dat het genre voorschrijft.
Dit vraagt tegelijk vrijheid en technische precisie en bovenal het vermogen om de voortdurende afwisseling van stemmingen en s tot een even delicaat als gewaagd geheel te verbinden. Licht en duisternis, springerige s, sensualiteit en aarzelende vreugde, Spaanse toetsen en grillige, haast improvisatorische flarden (vooral in de Finale) maken van iedere maat een nieuwe verrassing.
César Franck 1822-1890
Franck: Sonate
César Francks reputatie als componist berust op een handvol werken uit zijn laatste levensjaren, onder meer de beroemde in A groot uit 1886. Dankzij zijn landgenoot violist Eugène Ysaÿe, die deze sonate als huwelijkscadeau kreeg aangeboden en haar prompt voor de gasten op het feest speelde, kende Franck zijn eerste publieke succes.
De officiële première vond plaats op 16 december 1886 in het Musée Moderne de Peinture in Brussel. Toen na een lang programma de aarzelende inleidende pianomaten weerklonken, was de schemer reeds ingevallen. De museumdirectie verbood het gebruik van kunstlicht om de schilderijen te beschermen. Ysaÿe maakte haast, daarbij de trage tempo-aanduiding van de componist in het eerste deel negerend. Franck was verrukt en wijzigde de aanduiding nadien voorgoed in Allegretto.
Lyriek (eerste deel) en verzengend pathos (tweede deel) staan naast strakke vormbeheersing. De vier delen zijn klassiek gestructureerd, met enkele verwijzingen naar technieken uit de , met name en . Een voorbeeld daarvan is terug te vinden in het tweede deel, wanneer de twee instrumenten een uitwisselen dat uitmondt in een fantasia met een strenge .
Dit wordt in het slotdeel getransformeerd tot een waarvan de verschillende episoden telkens motieven oproepen uit de voorafgaande fantasia en het openingsdeel. Zo wordt de volledige compositie beheerst door Frankcs ‘cyclische principe’. Deze thematisch verwijzingen, afgeleid van beknopte kiemcellen, verbinden de afzonderlijke delen tot een overzichtelijke totaalstructuur.
Biografie
Vesko Eschkenazy, viool
De Bulgaarse violist Vesko Eschkenazy is concertmeester van het Concertgebouworkest sinds 1 januari 2000. Op zijn vijfde begon hij met vioolspelen, vier jaar later werd hij al concertmeester van het Pioneer Youth Philharmonic Orchestra.
Vesko Eschkenazy studeerde aan het Conservatorium van Sofia en aan de Guildhall School of Music and Drama in Londen bij onder anderen Yfrah Neaman. In 1985 en 1988 won hij prijzen bij het Wieniawski Concours in Polen en het Londense Carl Flesch Concours.
Vóór zijn aantreden bij het Concertgebouworkest was de violist achtereenvolgens concertmeester bij het Radio Kamer Orkest en het Nederlands Philharmonisch Orkest. Als solist trad hij op met het Royal Philharmonic Orchestra en het London Philharmonic Orchestra onder leiding van en als Yuri Bashmet, Colin Davis, Carlo Maria Giulini, Kurt Masur, Seiji Ozawa en Mstislav Rostropovitsj.
In november 2000 debuteerde Vesko Eschkenazy als solist bij het Concertgebouworkest in het Eerste vioolconcert van Szymanowski. Sindsdien soleerde hij regelmatig met het orkest, zoals in maart 2016 in het Vioolconcert in a klein, BWV 1041 van Johann Sebastian Bach. In 2010 werd Vesko Eschkenazy uitgeroepen tot Musicus van het Jaar in Bulgarije en opende hij het concertseizoen met een massaal bezocht openluchtconcert in zijn geboortestad Sofia met het Philharmonisch Orkest van Sofia.
Vesko Eschkenazy bespeelt de ‘ex-Silverstein’-Guarneri del Gesù uit 1742, eigendom van een particuliere mecenas en in bruikleen gegeven via de Foundation Concertgebouworkest.
Marietta Petkova, piano
Marietta Petkova begon haar opleiding aan het muzieklyceum in haar geboorteplaats Roese (Bulgarije) om deze te vervolgen aan het conservatorium van Sofia. Aan de Musikhochschule in Wenen was Paul Badura-Skoda vervolgens haar docent. Na een studiejaar in Canada vestigde Marietta Petkova zich in 1990 in Nederland, voor lessen van Jan Wijn aan het Conservatorium van Amsterdam. Gedurende tien jaar was ook pianist/pedagoog György Sebök een belangrijk mentor.
Sinds ze op tienjarige leeftijd het Nationale Pianoconcours van Bulgarije won, nam de pianiste tal van belangrijke prijzen in ontvangst van concoursen in onder meer Zwitserland, Italië, Oostenrijk en Portugal. In Nederland won ze het Eduard Flipse Internationaal Pianoconcours (ex aequo) en de Yamaha Music Foundation Award. Marietta Petkova geeft voornamelijk solorecitals maar speelt ook graag kamermuziek.
Als solist in concertant repertoire werd ze uitgenodigd door onder meer het Orchestre de Chambre de Lausanne, het Concertgebouw Kamerorkest, het Noord Nederlands Orkest, het Kammerorchester Arcata Stuttgart en het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Het vorige optreden van Marietta Petkova in de was een duorecital met violist Vesko Eschkenazy op 26 mei 2019 met s van Mozart, Beethoven, Debussy en Franck.

